Zo ik een nazi ben, ben ik een taalnazi. Ik durf te wedden dat deze variant op die beroemde uitspraak van Couperus (“Zo ik iets ben, ben ik een Hagenaar”) niet eerder is gemaakt.

In de geruststellende wetenschap dat ik de wappionische antivaxxers onder ons, die mij steeds nadrukkelijker tot een aanhanger van het nazisme rekenen, er liefdevol mee tegemoet kom, munt ik ‘m bij dezen. En dat doe ik dan vooral om te verklaren hoe het komt dat ik mij helemaal te pletter erger aan het feit dat het woord ‘super’ zich in onze taal heeft geworteld gelijk zevenblad in een slecht onderhouden tuin.

Werkelijk alles is super tegenwoordig. Werkelijk alles is supermooi, supergoed, superslecht, supergaaf, supervet, noem maar op. Je wordt er bijna superkrankjorem van. En het woekert maar door. Betaal bijvoorbeeld maar eens met een ‘Tikkie’ van ABN/Amro. Wat krijg je dan na een succesvolle transactie te lezen? Dat de ontvanger ‘superblij’ is. Serieus! Hoe weten ze dat bovendien? Misschien denkt die ontvanger wel: “Zo, valt dat bedrag even tegen. Ik ben hier superontevreden over.”

Zaterdagavond was hockeyster Frédérique Matla met enige teamgenoten en bondscoach Allyson Annan te gast bij Studio Tokio. Een dag eerder hadden de Nederlandse dames, in Japan, op imponerende wijze de Olympische titel binnengesleept. En huppekee: 36 uur later reeds zaten ze aan de andere kant van de wereld, in Scheveningen, aan tafel bij Henry Schut, die speciaal voor Matla, op wier flegmatieke manier van hockeyen ik verzot ben, een filmpje van ex-international Maartje Paumen liet zien.

Aan de andere kant kunnen we op het gebruik van het woord toch wel een boete van € 95 zetten?

In den beginne was Maartje belangrijk geweest voor de speelster van ‘s-Hertogenbosch. Daarom gaven ze haar de kans om een videoboodschap voor haar voormalige pupil in te spreken. Op zich was dat een leuk idee, maar wat mij betreft haalde Paumen veel van de glans van haar speechje af door talloze malen ‘super’ aan een woord toe te voegen. Ook zij dus! Waarom, in vredesnaam? Zeg het mij, Maartje! Waarom moet iets supermooi, supergoed, superslecht, supergaaf of supervet zijn wanneer je het ook mooi, goed, slecht, gaaf of vet kunt noemen? Vanwaar toch die neiging om daar telkens die versterkende betekenis aan te geven?

Vrijheid blijheid, hoor. Ik verklaarde Jennifer Aniston maandag weliswaar onvoorwaardelijk de liefde toen ik las dat zij niet langer antivaxxers tot haar kennissenkring wenst toe te laten, maar ik ben en blijf tegen een vaccinatieverplichting. Om eens iets te noemen. Er zijn namelijk grenzen. Aan de andere kant kunnen we op het gebruik van het woord ‘super’ toch wel een boete van € 95 zetten? Dat doen ze de laatste tijd bij alles, dus daar moeten we het toch eens serieus over hebben.

Geloof me, er zijn zelfs mensen die ‘super’ voor hun voornaam zetten en onder dat pseudoniem vervolgens zinnen produceren als: “Ze hebben alles tot in perfectie uitgedacht en in vele tientallen jaren uitgewerkt tot in de kleinste duivelse details. Van 5G tot surveillance drones, nanomachines en botswarms, van onderhuidse chips tot politierobots en alles monitorende apps. Van duizenden gedetailleerde Covid protocollen, die in februari 2020 al klaar lagen voor gebruik, tot Sustainable Development Goals in bedrieglijk frisse lentetinten.”

Waarschuwing: dit is géén grap.

En dat wordt dan door Thierry Baudet gedeeld.

Super, niet?

Mijn Telegraaf-stukjes worden enkele dagen na publicatie op dit blog geplaatst. Abonneer je op de krant wanneer je ze direct wil lezen. Klik op het logo voor meer info.