Voelde me toch een beetje Noach, de ochtend na de Grote Plens, nadat ik mijn plattelandsperceel - ik vertoefde die nacht elders - in haastige spoed had betreden. Niet dat ik de Goddelijke opdracht had gekregen om een ark te gaan bouwen omdat Hij mij bij de Zondvloed die Hij in al Zijn toorn voor ogen had in tegenstelling tot alle andere wezens waarin levensadem was wilde sparen. Verre van dat zelfs.

Goedbeschouwd was het ook een potsierlijke gedachte. Noach was een rechtschapen man die in nauwe verbondenheid met God een voorbeeldig leven leidde. En ik? Dat weet u best. Maar ik bleef wél, net als Noach, gespaard.

En mijn arme overburen niet.

Als ik in Ierland ben lees ik Joyce, vertoef ik in Californië dan wordt het Steinbeck, reis ik door Italië dan zit er steevast een bundel van Pirandello in mijn bagage. Het decor moet bij de verhalen passen en daarom nam ik na de zondvloed die mijn kustdorp bovenmatig teisterde - “Ik heb dit nog nooit meegemaakt”, aldus mijn buurman - toch weer even Genesis tot mij.

“Het water bleef voortdurend toenemen, zelfs de hoogste bergen kwamen onder te staan. Tot vijftien el daarboven reikte het water, de bergen stonden helemaal onder. Alles wat op aarde leefde kwam om, alles wat er rondwemelde: vogels, vee, wilde dieren en ook alle mensen. Alles wat op het land leefde en ademde vond de dood. Alles wat op aarde bestond werd weggevaagd: de mensen, het vee, de kruipende dieren en de vogels, ze werden van de aarde weggevaagd. Honderdvijftig dagen lang was de aarde met water bedekt.”

We waren stout geweest, vond God.

We hadden er dus om gevraagd.

Jammerden zij, mijn overburen? Welnee. Grootstedelijk verwend gedrag is hun vreemd

Met het lezen van die wrede bijbelse Zondvloedgetuigenis kwam ik wel in de juiste sfeer, al blijf ik betwijfelen of de gedupeerden er vrijdagavond óók om hadden gevraagd.

Door míjn hoofd spookten voorafgaande aan de Grote Plens tal van zondige gedachten. Geen idee meer waar ze precies uit bestonden, maar ik heb altíjd zondige gedachten, dus dat zal toen niet anders zijn geweest. En toch bestond de schade in en om mijn boerderijtje slechts uit een plasje water op de keukenvloer en een paar kapot geregende rozen, terwijl bij mijn doodeerlijke overburen - een hoveniersbedrijf - alle bijgebouwen binnen een mum van tijd minstens een halve meter onder water waren komen te staan.

In die gebouwen: hun tientallen machines.

Jammerden zij, mijn overburen?

Welnee. Grootstedelijk verwend gedrag is hun vreemd. De mouwen werden opgestroopt. Dit zijn hardwerkende mensen die niet eens zeuren wanneer de jonge vrouw des huizes met corona op de ic terechtkomt, zoals eerder dit jaar geschiedde. Ze moeten ook niks hebben van dat malle wokegedoe en ze lachen wanneer Johan Derksen een grap maakt over Akwasi of over de vrouwelijke voetbalanalisten van de NPO. En ik lach van harte mee.

Terug naar normaal?

Binnen een paar dagen, schat ik.

Gewoon even doorpakken.

Echt, ze krijgen mij hier zelfs met een ark niet meer weg.

Mijn Telegraaf-stukjes worden enkele dagen na publicatie op dit blog geplaatst. Abonneer je op de krant wanneer je ze direct wil lezen. Klik op het logo voor meer info.