Je zou er bijna een Kurt Cobaintje van gaan doen: Spencer Elden, die 30 jaar geleden (!) als poedelnaakte baby van vier maanden oud rondspartelend in het water op de hoes van het album Nevermind van Nirvana werd afgebeeld, eist van de overgebleven leden van deze voormalige grungeband ineens een schadevergoeding van 150.000 dollar wegens het verspreiden van kinderporno.

Waarschuwing: dit is geen grap.

Welkom in het jaar des Heren 2021, waarin Bob Dylan ook al plotseling werd aangeklaagd door een vrouw omdat hij zich 56 jaar geleden (!), toen zij nog minderjarig was, aan haar zou hebben vergrepen.

Oei, denk ik nu. Zou de gemiddelde Hoogland-lezer wel weten waarover ik het in de openingsalinea heb? Dikke kans dat hij of zij tot de hier en daar vroegtijdig doodgewenste categorie dorhouters behoort die Nevermind wegens te veel herrie aan zich voorbij heeft laten gaan. En dat terwijl zij zich misschien nog wel I won’t stand between them kunnen herinneren, de door velen ten onrechte vergeten hit uit 1970 van Bonnie St. Claire, die zondagavond bij een van de beste - want meest begrijpelijke - afleveringen uit de geschiedenis van Zomergasten op hartverwarmende wijze eerherstel kreeg van gast Hans Klok.

Weet je wat, ik leg het even uit.

Kurt Cobain was de Amerikaanse leadzanger van Nirvana. In tegenstelling tot Bonnie St. Claire, die er soms ook best moeite mee had, kon hij het leven uiteindelijk niet aan, reden waarom hij begin april 1994 een kogel door zijn hoofd joeg. Een grungeband koppelt de strakke eenvoud van punk en indierock aan het overstuurde gitaargeluid van heavy metal (Wikipedia). Nirvana was beroemd. Spencer Elden is een eikel.

De vraag is nu: waaróm is Spencer Elden een eikel?

Ieder gezond redenerend modern mens denkt slechts: wat een schattig jochie in dat water

Vijf jaar terug begon Spencer zomaar te zeuren: “Recentelijk ben ik me gaan afvragen: wat als ik het niet oké vind dat mijn freaking penis aan iedereen wordt getoond? Ik had niet echt een keuze.” En: “Als ik naar een honkbalwedstrijd ga denk ik soms: man, iedereen bij deze wedstrijd heeft waarschijnlijk mijn kleine babypenis gezien.”

Ben je dan een godsgruwelijke aansteller of niet? Het pielemuisje van de vier maanden oude baby is inderdaad op die albumhoes te zien. Maar ieder gezond redenerend modern mens denkt daarbij slechts: wat een schattig jochie in dat water. Zijn ouders hadden nota bene toestemming gegeven en het is en blijft in de eerste plaats een vertederende, onschuldige foto. In welk honkbalstadion dan ook, was er daarom tot voor kort helemaal niemand te vinden die bij het aanschouwen van Spencer Elden op de tribune onmiddellijk aan diens plassertje van vroeger dacht.

Ja, nu wel.

Omdat híj het met z’n domme kop aanhangig heeft gemaakt.

De eikel.

“Elden stelt emotionele schade te hebben opgelopen, waardoor hij minder goed presteerde op school en inkomen heeft verloren”, las ik.

Ook dat nog.

Ik smeek u, judge, lach Spencer Elden alstublieft midden in zijn gezicht uit.

Mijn Telegraaf-stukjes worden enkele dagen na publicatie op dit blog geplaatst. Abonneer je op de krant wanneer je ze direct wil lezen. Klik op het logo voor meer info.