Indrukwekkende 4 mei-lezing van Hans Goedkoop. De banaliteit van het kwaad: boeiend onderwerp, zeker nu weer. Op welk moment raak je je morele besef kwijt? Gebeurt dat al wanneer je je niet verzet, je schikt in je lot?

Even gedreven als stijlvol koos de voormalige Andere Tijden-anchorman op de kansel van de Nieuwe Kerk het spoor van Abel Herzberg, die de verschrikkingen van Bergen-Belsen doorstond. Hannah Arendt stelde dit soort vragen zestig jaar terug eveneens („In velen van ons schuilt een Eichmann”, concludeerde zij bijvoorbeeld). Ook tegenwoordig zouden ze veel meer mensen moeten bezighouden.

Waar begint schuld?

Nog zo’n vraag.

Het is voorjaar 2021, Nederland is in lockdown, ik wandel door de straat waar ik zeventig jaar eerder ter wereld kwam. Gedurende mijn eerste levensjaren - de naschokken van de oorlog konden nog gemakkelijk worden geregistreerd - marcheerden er regelmatig, richting hun kazernes, pelotons soldaten voorbij. Mede dankzij de oorlogsgetuigenissen van mijn vader en moeder - en van mijn ooms en tantes tijdens verjaardagspartijtjes - bezorgden ze mij vooral angst. Verder voltrok mijn jeugd zich in onbekommerdheid. Er vond een wederopbouw plaats. Mijn buurjongetjes en ik speelden paaltjetrap in die buurt en reden er wielrenrondjes. Ik was André Darrigade.

Uiteraard loop ik ook langs mijn geboortehuis.

Ineens zie ik vier Stolpersteine.

Namen en gegevens: Aron Salomon Kannewasser (geboren 7-9-1874, vermoord in Sobibor op 5-3-1943), Jacomina Kannewasser-Oudkerk (geboren 7-11-1884, vermoord in Sobibor op 5-3-1943), Leon Salomon Kannewasser (geboren 21-11-1874, vermoord in Sobibor op 4-6-1943), Maartje Salomon Kannewasser (geboren 18-3-1888, vermoord in Sobibor op 4-6-1943).

Laatst bracht ik ze een bezoek bij het Namenmonument. Ik bleef lang bij ze stilstaan

En dat kwartet, een echtpaar en een broer en zus, had dus in 1942 - een half jaar ongeveer, zoals ik later ontdekte - in het huis gewoond waar ik slechts acht jaar later het levenslicht zag.

Ik wist het verdomme niet.

Ik schreef er eerder over, in het Telegraaf-jaarboek van 2021. Nadien bleef ik in hun levens graven. Den Helder vormde het startpunt, ze vertrokken er noodgedwongen omdat Hitler ook daar een deel van zijn Atlantikwall had gepland. Hun Joodse verhalen grepen mij aan - ooit vertel ik ze door.

Ons huis fungeerde slechts als een tussenstation voordat ze op bevel van de bezetter naar de stad verhuisden die uiteindelijk óók een tussenstation betekende: Amsterdam. Volgende tussenstation: Westerbork. Eindbestemming: Sobibor, waar de Duitse efficiency van toen het meest was doorontwikkeld omdat de Joden daar meestal al binnen 24 uur na hun aankomst naar de gaskamers werden gedreven. Toch voelde ik mij verplicht hun namen te adopteren toen mij duidelijk werd dat ze tevens voorkwamen in het register van het fraaie, vorig jaar geopende Holocaust Namenmonument van Daniel Libeskind aan de Amsterdamse Weesperstraat.

Laatst bracht ik ze een bezoek.

Ik bleef lang bij ze stilstaan.

Waar begint schuld?

Mijn vader en moeder kenden elkaar in 1942 nog niet eens en toen ze de woning betrokken gebruikten ze slechts een deel ervan, als onderhuurders. Eén ding staat in elk geval vast: het idee dat Aron, Jacomina, Leon en Maartje Kannewasser, voordat ze vergast werden, enige tijd in mijn geboortehuis verbleven, en dat ik daar 70 jaar lang geen weet van heb gehad, heeft mijn morele besef weer aangescherpt.

Mijn Telegraaf-stukjes worden enkele dagen na publicatie op dit blog geplaatst. Abonneer je op de krant wanneer je ze direct wil lezen. Klik op het logo voor meer info.