Tussen u en mij: bezem en bladhark zijn beter. Ze werken sneller en efficiënter, maar dat ga ik hier niet aan de grote klok hangen. Ik zal daar gek wezen. Daarom verzoek ik u ook met klem daarover te zwijgen. Ik weet waar uw huis woont.

Ik ben een man, ziet u. Niet zo’n NRC-softie die na de verplichte cursus identiteit en inclusie voor de redacteuren bij die krant stiekem in zijn broek checkt of hij er nog wel eentje heeft (geen grap die cursus, ‘t is maar goed dat Jan Blokker dit niet heeft hoeven meemaken). Nee, een echte man. En u weet wat een echte man is. Een echte man is een bladblazerman.

Als ik met mijn bladblazer door de tuin banjer doe ik dat niet voor niets op de wijs en maat van I’m a man van de Spencer Davis Group. „But I’m a maaaaan / Yes I am / And I can’t help / But love you so”, zing ik dan luidkeels, net als Steve Winwood. Daarmee verklaar ik níet de liefde aan mijn vrouw, laat dat duidelijk zijn. Daarmee verklaar ik de liefde aan mijn Stihl, de Red Bull Racing RB18 onder de bladblazers, die mijn testosteronspiegel voor mijn gevoel meer verhoogt dan welke anabole steroïde ook.

Onlangs stuitte ik, op diens blog, op een kleine, dertien jaar oude observatie van Wilfried de Jong, gecomponeerd nadat hij iemand van de plantsoenendienst met een brullende bladblazer tegen het lijf was gelopen. Laatste zinnen: „Daar loop je dan, met een fallussymbool in je hand. Een blazende penis. Geen zaad, geen pis, alleen lucht komt naar buiten. Zielig. Heel zielig.”

Is wel zo, natuurlijk.

Maar wat kan mij het bommen.

Als we begin oktober terugkeren van vakantie kan ik eindelijk helemaal los gaan

En dan te bedenken dat ik enkele jaren geleden, toen ik met de kennis van nu meer een loser was dan een man, nog niet eens een bladblazer bezat.

We zouden vrienden te eten krijgen die op het punt stonden om naar Spanje te emigreren. „Fatsoeneer de tuin even”, verordonneerde mijn vrouw mij om die reden. Zij is van upstairs, ik van downstairs, zo is dat gaandeweg nu eenmaal tussen ons gegroeid, dus daar stond de sukkel Hoogland even later, met bezem en bladhark de feuilles mortes weg te vegen die tekstdichter Jacques Prévert tot het thema van Yves Montands grootse hit maakte. Maar wat geschiedt er? Melden die vrienden zich vroeger dan afgesproken en zegt de mannelijke helft van het tweetal: „Ik heb nog wel een bladblazer voor je liggen.”

Een levensveranderende opmerking, want sindsdien zijn oktober en november een feest voor mij. In juni word ik al nerveus. In juli probeer ik ‘m reeds uit („Sorry schat, maar ik moet wel zeker weten of-ie het straks nog doet”). In augustus zeg ik vaak al zoiets als „Volgens mij liggen er blaadjes in het gras” en schrompel ik daarna steeds weer ineen onder de kracht van haar cynische blik. In september zijn we altijd met vakantie. Maar als we daarvan begin oktober terugkeren ga ik eindelijk helemaal los: dag in dag uit loop ik dan totaal geobsedeerd gevallen bladeren te blazen, indien niemand kijkt ook tegen de wind in zodat ik lekker weer van voren af aan kan beginnen.

Wat moet ik anders?

Lid worden van de NRC Academie?

I’m a maaaaan!

Mijn Telegraaf-stukjes worden enkele dagen na publicatie op dit blog geplaatst. Abonneer je op de krant wanneer je ze direct wil lezen. Klik op het logo voor meer info.