Ofschoon ik helaas nogal weggooierig ben - u ziet: soms verraadt mijn woordkeuze mijn Westfriese roots - heb ik sinds jaar en dag een Reichsbanknote van 10.000 mark in mijn bezit, 1922, Deutsches Reich, Weimarer Republik.

Waarom ik dat bankbiljet wel altijd zorgvuldig heb bewaard en bijvoorbeeld het bibberig ondertekende bedankbriefje van de oude Drees na een in 1984 door mij afgenomen interview met hem niet, heb ik nog steeds niet kunnen doorgronden. Als ik dat briefje - “Ik dank u voor de correcte weergave”, stond er - nu nog in bezit zou hebben had ik het prominent aan de muur van mijn werkkamer gehangen. Willem Drees sr., ten tijde van ons gesprek in zijn woning aan de Haagse Beeklaan reeds 98 jaar oud, nagenoeg blind en doof maar nog steeds buitengewoon helder van geest, was de held van mijn grootvader en diens dochter, mijn moeder. Ik ben er, zoals met zoveel memorabilia waarvoor anderen bijkans een moord zouden doen, schandelijk slordig mee omgegaan.

Waarom ik over die Reichsbanknote begon?

Est ist Inflationsgeld, Herr Von Amerongen!

Aan de Eerste Wereldoorlog was enkele jaren voordat dit biljet gedrukt werd een einde gekomen. Volgens het Verdrag van Versailles dat tot het sluiten van de vrede leidde was Weimar Duitsland verplicht de schade die het in Europa had aangericht met herstelbetalingen te vergoeden. De Staatshaushalt voorzag daar niet in, en toen namen onze oosterburen het rampzalige besluit om eindeloos geld ter binnenlandse besteding te gaan bijdrukken. Het gevolg: hyperinflatie. Er waren maanden dat de waardevermindering 30.000% bedroeg. De prijzen verdubbelden toen om de paar dagen, Duitsland raakte in een diepe crisis, Adolf Hitler profiteerde er uiteindelijk van.

Nooit weg, zo’n geschiedenislesje, vindt u niet? En waarom geef ik het? Omdat wij op het ogenblik ook door inflatie worden geplaagd. Wij leggen de wrede Russische oorlogsmachine de ene na de andere economische sanctie op, maar we betalen er een stevige prijs voor: onze euro’s worden dagelijks minder waard.

Nee, het is geen hyperinflatie. Maar wat niet is kan nog komen. Tijdens de coronapandemie hebben wij in Europa de gelddrukpersen óók wat al te uitbundig laten draaien. En we doen met z’n allen dan wel zo dapper tegen de heer Poetin c.s., we zijn wel voor een belangrijk deel afhankelijk van diens gas en olie (hetgeen in Nederland extra pijn doet omdat wij in Groningen overvolle gasvelden hebben liggen, waarvan we de kranen hebben dichtgedraaid omdat de grond daar wat al te hevig begon te beven).

Het resultaat van dit alles: een dikke 10% inflatie in Nederland ten opzichte van een jaar eerder. Dat stemt mij droef te moede, mijnheer Van Amerongen. Daar gaat m’n pensioen. En hoe moet het nu met de minima? Wat mij nog treuriger maakt: de hardnekkigheid waarmee Rutte IV met name in de personen van het Kaagmens en Roboflop - met de laatste bedoel ik uiteraard de heer Jetten - blijft volhouden dat aan de 25 miljard kostende klimaatplannen niet getornd kan worden.

De heer Jetten wilde koploper zijn, weet u het nog?

Welnu, dat lukt.

Alleen niet zoals hij bedoelde: geen land dat qua inflatiecijfers ook maar enigszins bij Nederland in de buurt komt.


Hedy zou in 1964 een dickpic van jou hebben ontvangen

Ik kom zo terug op de schrikbarende inflatie bij jullie, die overigens in Portugal maar drie procent is. In jouw Telegraaf lees ik net dat de inflatie in Rusland ondanks alles maar 17 procent is, dus maar een verschil met drie procent bij jullie!

Bij mij in het dorp noemen ze Nederland nu een apenland, een terra dos macacos.  Het is toch om je dood te schamen.

Ik wil het eerst even over iets anders en veel urgenters hebben: over Paul Onkenhout. Dit Volkskrant-icoon, ooit als krullenjongen aangenomen  door de onvergetelijke hoofdredacteur Harry Lockefeer, mag sinds zijn pensioen over media schrijven en recentelijk was onze HP/de Tijd het onderwerp. Onkenhout wijdde zijn rubriekje aan het aprilnummer van de dodebomen HP/De Tijd, het eerste dat wordt uitgegeven door de Stichting Het Vrije Woord.

Onze geweldige cheffin Tom ‘Kelly’ Kellerhuis heeft uitgever Audax verlaten en is zelfstandig geworden. Op het snijvlak van media, kunst en (lichte) cultuur doet HP/De Tijd een nieuwe poging om de terugval te keren, schrijft de oude Onkenhout, en gaat vervolgens snoeihard met gestrekt been in onze succesvolle rubriek Foute Jongens. Hij suggereert zelfs dat wij dickpics naar elkaar sturen en dat met name ik alleen maar vieze woordjes in mijn tekstjes prop om te shockeren. Onkenhout schrijft ook nog eens dat maatschappelijke veranderingen argwanend door ons worden bekeken en plaatst ons in de categorie kijk-toch-eens-mensen-wat-wij-allemaal-durven-te-zeggen.

Wij zouden een voorbeeld moeten nemen aan de maatschappelijk geëngageerde Stella Bergsma, vervolgt Onkenhout, die op een keurige en ingetogen manier het taboe op blote borsten in de media aan de orde stelt. Dat taboe, zo citeert Onkenhout La Bergsma, heeft niets met de preutse islam in Nederland te maken maar alles met extreem-rechts dat misogyn is en dientengevolge alle vormen van vrouwelijk bloot uit de publieke ruimte wil bannen.

Het gewapper met dickpics en het gebruik van schuttingtaal bij de Foute Jongens is gespeend van welke diepzinnige gedachte dan ook, dixit Onkenhout, en typisch voor de verrechtsing in Nederland. Wat is dat toch met ouwe morsige hoernalisten die fappen op op totaal niet aantrekkelijke juffrouwen?

Zo lees ik net in de Azijnbode een hagiografie van 4 pagina’s over Europarlementariër Sophie in ‘t Veld, geschreven door boomer Marc Peeperkorn die al dertig jaar voor de Volkskrant vanuit Brussel bericht. Deze EU-laaf schrijft dat - je gelooft het niet - in ’t Veld zo’n geweldige politica is en bovendien ook nog eens zo’n aantrekkelijke vrouw dat ze wat hem betreft Miss Europe is. Niet Miss Europese Unie, neen: miss Europe. Nou, voor mij is deze Pechtold-babe vooral Miss Flessentrekker!

Overigens komt campingzender NET5 in mei met een documentaire over de clitoris van diva Bergsma, getiteld: Het plekje dat niemand wist (die titel heeft ze gewoon gejat van mijn held W.G. van de Hulst senior).

Oh ja, die Onkenhout citeert gretig Hedy D’Ancona, die in het blad geïnterviewd wordt samen met met strafrechtadvocaat Wikke Monster en hoogleraar sociale psychologie Roos Vonk. D’Ancona (96) zou in 1964 een dickpic van jou hebben ontvangen en rept vol afschuw over een ‘rare, dikke, gerimpelde worst’. Nou weet ik niet of je haar helaas overleden man kunstenmaker Aatje Veldhoen hebt gekend, maar die had ook een merkwaardige pielemuis hoor! Maar ja, die liet zijn fluit echt overal piepen en liet het niet bij een fotootje, zoals jij. Bij hem was het kunst met een grote K.

Inflatie dus. Tien jaar geleden kostte een kopje goddelijke expresso in de Algarve 50 cent in mijn dorpskroeg, nu 60 cent. Flesje bier was 90 cent, is nu een euro. De Portugese overheid is er voor de Portugees. De Nederlander is er voor Rutte IV, en niet omgekeerd.


Pure quatsch. Het was in 1965

Uiteraard kende ik de heer Veldhoen, mijnheer Van Amerongen. Toen hij nog niet door mevrouw d’Ancona was geschaakt, was hij enige tijd gehuwd met mevrouw Cristi Kluivers, met wie hij ooit de VIP-dag van de kunst- en antiekbeurs pAn Amsterdam op stelten zette door tijdens een bezoek van Beatrix, toen de toenmalige vorstin het illustere stel passeerde, luidkeels ‘Leve de republiek!’ te roepen.

Ik was erbij en herinner mij nog goed wat onze geliefde koningin opgelucht tegen een van haar begeleidende hofdames opmerkte toen zij een uurtje later, op het moment dat zij, enkele kunstwerken rijker, aanstalten maakte om haar paleis weer op te zoeken, vanuit haar ooghoeken constateerde dat de Veldhoentjes het RAI-complex inmiddels, misschien wel onder zachte dwang, hadden verlaten: “De republiek is naar huis. Dat maakt het vertrek wat rustiger.”

Ach ja, mevrouw d’Ancona. Dat ik haar in 1964 trakteerde op wat tegenwoordig een Overmarsje heet, is pure quatsch. Het was in 1965, en bovendien was-ie toen nog helemaal niet gerimpeld. Hoe dan ook vulde ik diep in de vorige eeuw eens vrijwel een complete column met een uitspraak die zij in haar hoedanigheid als minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur van het kabinet Lubbers III tijdens een debat in de Tweede Kamer deed. Ik weet niet meer wat zij zei. Wat ik nog wel weet is dat zij daar zelf destijds evenmin een idee van had. Het was een dadaïstische brei van willekeurig bij elkaar geharkte woorden, wemelend van de anakoloeten (zoekt u dat maar even op).

Uw opmerkingen aangaande de dames In ‘t Veld en Bergsma, alsmede de heer Onkenhout laat ik voor wat ze zijn. Al wil ik nog wel kwijt dat mevrouw In ‘t Veld onlangs haar ware aard liet zien toen zij stelde dat de nationale parlementen nog veel te veel te vertellen hebben, dat mevrouw Bergsma het begrip exhibitionisme wel heel nadrukkelijk nieuw leven heeft ingeblazen en dat de heer Onkenhout volgens mij niet door de heer Lockefeer is aangesteld, maar door de heer Lücker, die van 1945 tot en met 1964 de scepter bij de Volkskrant zwaaide. Als ik wel heb werd hij ooit betrapt op een bezigheid waarover u zo ongeveer dagelijks iets te melden heeft, te weten een bezoek aan een pornosite, maar ik weiger daar nader op in te gaan. Zeker wij hebben de fatsoensgrenzen te respecteren. Bovendien is het te ver bezijden het thema dat ik in mijn eerste bijdrage heb aangereikt: de recordinflatie waarmee wij thans genadeloos worden geconfronteerd.

Bent u nog van plan daar iets zinnigs over te melden?

Mij dunkt dat ik u genoeg voorzetten voor open doel heb gegeven.

Kop ze eindelijk eens in, mijnheer Van Amerongen!


Inflatie is een subtiele vorm van belasting

Ouwe gek, hoe kan Onkenhout nou door Lücker zijn aangenomen! Dat betekent dat de mediarecensent van de Volkskrant nu minimaal dik in de tachtig zou moeten zijn. Jij verzint echt alles bij elkaar.

Goed, je wilt echt van mij weten wat ik van die recordinflatie vind. Inflatie is een ‘subtiele vorm van belasting. Belasting heffen is omslachtig en dan gaat het volk morren. Maar bij inflatie is het gepeupel net als de kikkers die je langzaam aan de kook brengt en dat als een heerlijk warm bad ervaren. Die metafoor is trouwens allang achterhaald, want kikkers springen wel degelijk uit jouw Creusetje als je ze verhit. Maar de Nederlander pikt alles, dat dan weer wel.

Het is toch abnormaal dat de inflatie in Nederland nu net zo hoog is als in Rusland. Het ergste vind ik nog de smoesjes waarmee Rutte de prijsverhogingen verkoopt. En het is natuurlijk niet Rutte die dit bekokstooft, maar Klaas Knol, de baas van de Nederlandse Bank. Nomen est omen. Klaas Knol is de vleesgeworden Hollandse gierigheid. Een knijper, een krentenweger, een pezewever. Schraalhans keukenmeester! Zo’n man die na het maken van een kopje thee op kantoor, het zakje Pickwick aan de waslijn hangt.

Die bespottelijk hoge inflatie dient zogenaamd een goed doel: het beschermen van de vrijheid van Europa en van de waarden van de EU, het redden van Oekraïne en natuurlijk moet de Green Deal van Frenske betaald worden én Rob Jetten, onze Minister van Natte Windjes moet natuurlijk ook zijn dure hobby kunnen bekostigen zodat onze kleinkinderen straks geen last hebben van stikstof. Wat een gelul! Ik zei het al: de Nederlander is er voor Rutte IV.

In Portugal is het leven iets duurder geworden, maar lang niet zo dramatisch als in Nederland. En de Lidl en de Aldi puilen uit van de zonnebloemolie en het pleepapier. Wanneer heb jij zonnebloemolie trouwens voor het laatst gebruikt? Pauperolie, man!

Maar wat maak ik mij druk: ik ga een dagmenu eten op het strand: soep, sla, vis, karaf wijn, perfect bakje koffie en een heerlijk taartje voor 6 euro. En dan neem ik er nog een enorme bel brandy bij voor één euro vijftig en proost ik op Portugal, waar het menselijke nog hoog in het vaandel staat. Jullie zijn verloren.