HP/De Tijd 06 - 2020

Het Foute Jongens Inclusie Diner

Het vervult mij met grote blijdschap en trots, mijnheer Van Amerongen, dat het orgaan dat toch al grote journalistieke risico's neemt door onze dialogen keer op keer ongecensureerd te publiceren, ons thans in de gelegenheid stelt het Foute Jongens Inclusie Diner in het leven te roepen.

Nee, het idee is niet uniek. Het NOS Journaal bedacht eerder de Divibokaal voor medewerkers die diversiteit en inclusie in hun reportages de boventoon lieten voeren. Wie voor een achtergrondverhaal over Covid-19 de duizenden roomblanke slachtoffers en hun omgeving links liet liggen, maar wel de nabestaanden opzocht van die ene tot de islam bekeerde betreurde transgender van Congolese afkomst die bovendien - bonuspunten! - door zijn werkgever bij de schoonmaakdienst werd uitgebuit, wist zich die maand welhaast van deze wisseltrofee verzekerd.

Omdat er toch nog mensen bleken te zijn die níet waren vergeten wat het journalistieke vak inhoudt - gewoon verslaan wat er gebeurt, zonder moraliserende boodschap - liep het er slecht mee af. Met die bokaal, bedoel ik. Maar het streven bleef gehandhaafd: de zogeheten divibase waarmee op basis van huidskleur en afkomst keuzes worden gemaakt (ooit leverde het Zuid-Afrika een jarenlange internationale boycot op), is op het Mediapark glashard intact gehouden.

De Journaal-redactie blijft daar dus in bladeren zodra er bijvoorbeeld een deskundige moet worden opgevoerd die het fierljeppen in Franeker of het steenwerpen in Midden-Beemster dient te duiden. Dan zoeken ze eerst onder de Z van zwart, daarna onder de L van LHBTI en tenslotte onder de I van islam. En dan floept er vanzelf een expert tevoorschijn die volgens het NOS Journaal, in de geruststellende wetenschap dat de afdeling ondertiteling niet voor niets in het leven is geroepen, aan de voorwaarden voldoet.

U kent het spreekwoord als geen ander, mijnheer Van Amerongen: beter goed gejat dan slecht bedacht. En zo ontstond het idee voor het Foute Jongens Inclusie Diner, waarvoor wij wij elke maand een vertegenwoordiger van het journaille zullen uitnodigen, die zich in onze ogen in de daaraan voorafgaande periode het meest heeft ingespannen voor de diversifiëring van onze samenleving.

Het is logisch dat de prijs steeds naar een vertegenwoordiger van het blanke ras zal gaan. De Divibokaal-affaire bewees het al: zelf witter zijn dan de aanwezigen bij een ledenvergadering van de afdeling Tennessee van de Ku Klux Klan, maar wel de mond vol hebben van diversiteit en inclusie, vooral díe combi typeert gezaghebbende Nederlandse media als het NOS Journaal en NRC Handelsblad. Ook in de wereld van journalistiek bepaalt Sjors nog altijd wat goed voor is Sjimmie.

Zwijg boy, bwana beslist!

Wie zijn wij om daarvan af te wijken?

Filmmaker Eddy Terstall omschreef het ooit als een vorm van betuttelracisme, maar wij hebben ons nu eenmaal te schikken naar de heersende mores.

Heeft u al een eerste kandidaat? Zelf denk ik aan de man onder wiens leiding de Divibokaal bij de NOS gestalte kreeg: Journaal-hoofdredacteur Marcel Gelauff. Bent u het met mij eens? Zo ja, wilt u hem dan vragen of hij akkoord gaat met hutspot met een bal gehakt omdat wij weigeren aan culturele appropriatie te doen?


Geloof in de multiculturele samenleving

Diversiteit is my middelste naam, amigo. Ik groeide op tussen kinderen van gastarbeiders en 'blauwen' uit ons Indië inclusief de Molukken. Mijn vrolijkste speelmakkertjes kwamen van de overzeese rijksdelen (Gerard Reve maakte daar gekscherend overzeese geslachtsdelen van maar dit terzijde) en dat heeft nog geleid tot een piepklein drugsprobleempje en diverse aanrakingen met justitie & jeugdzorg mijnerzijds, overigens themata die ik dankbaar uitmelk in mijn getranscribeerde hersenscheten.

Gedreven en geïnspireerd door mijn heilige geloof in de multiculturele samenleving, ging ik mohammedanisme en jodologie studeren aan de Universiteit van Amsterdam, met etnische studies als bijvak.

Niet voor niets werd ik door Stephan Sanders en Anil Ramdas (beiden personen van kleur) begin jaren negentig triomfantelijk bij de Groene Amsterdammer binnengesleurd en mocht ik geheel naar eigen inzicht de zogeheten Dividesk opzetten. Ga maar eens grasduinen in de archieven van dat prachtblad, Hoogland, en je vindt honderden schrijfsels van mijn hand die de zegeningen van de multiculturele samenleving benadrukken.

Ik ontdekte cabaretduo Turkish Delight, met de onvergetelijke Inci Pamuk en Nilgun Yerli, en ik bewierookte Coşkun Çörüz, de latere voorzitter van de Islamitische Raad en daarna jarenlang de 'huisturk' van het CDA. Daarnaast zette ik talloze jonge Marokkaanse schrijvers in de schijnwerpers. Ik noem een Hans Sahar, die dankzij mij doorbrak met Hoezo Bloedmooi, over een berberijnse schandknaap die tegen een kleine vergoeding hand en spandiensten verrichtte bij grootstedelijke urinoirs.

Boze tongen beweerden dat ik de spookschrijver was van die bestseller maar het was Gerrit Komrij. In mijn vrije tijd souffleerde ik diezelfde Komrij alias Mohammed Rasoel bij het schrijven van het omstreden De Ondergang van Nederland, zijn knipoog naar het multiculturalisme. Stank voor dank en paarlen voor de zwijnen want ondanks al mijn pionierswerk word ik tegenwoordig door de mainstream media (MSM) afgeserveerd als alt-right, neocon, islamofoob, racist en fascist. Mijn nominatie voor de Pim Fortuyn Prijs dit jaar heeft dat alleen maar verergerd.

Maar goed, ik ben dus de ideale sidekick voor het Foute Jongens Inclusie Diner, op voorwaarde dat onze chef Tom 'Kelly' Kellerhuis in de keuken staat want ik ben wel een beetje klaar met jouw flauwe gehaktballen à la Egmondaise, die bovendien zo haram en treif zijn als speklappen in zure room en witte wijn.

Prima dat je Marcel Gelauff uitnodigt maar laten we NPO-bazin Shulamith Rijxman niet vergeten! In jouw eigen courant van Wakker Nederland onthulde zij begin maart 2017 dat ze op D66 stemde en dat ze er alles aan zou doen om haar huisvriendin Karin Ollongren de eerste vrouwelijke premier van Nederland te maken. Toen al! Ze biechtte op dat ze eigenlijk een VVD’er is maar die club wilde een 'bizarre' 300 miljoen euro wil bezuinigen op de NPO. Dat vond Rijxman veel en veel te veel.

"Ik vind juist dat er 500 miljoen bij moet, en ik wil dat mijn huisvriend Marcel Gelauff de Divibokaal in het leven roept. De politiek moet namelijk inzien dat een diverse publieke omroep belangrijker is dan ooit. Ik merk in Den Haag dat ze het belang van onafhankelijke media meer en meer zien en als ik onafhankelijk zeg, denk ik meteen aan televisieproducente Irene van den Brekel, de vrouw van Kajsa Ollongren. Zij moet een speciaal subsidiepotje krijgen, en een programma waarin Spitzenkandidaten voor Marcel’s Divibokaal dagelijks in de schijnwerpers komen te staan."

Juist, Hoogland, dat werd dus Dit is M. Dus laten we Margriet en Ireentje en Karin ook een vorkje meeprikken!

Over Gelauff gesproken: ken je dat schitterende blog Men Who Look Like Old Lesbians?


GL-witten: dertien van de veertien

Welja, neem die meiden ook maar mee. Hoe meer zielen hoe meer vreugd, gezelligheid kent geen tijd en ik weet al, uit eigen ervaring, dat Margriet heel zachte wangen heeft. Bovendien ben ik er bij dit kwartet van verzekerd dat een aanranding van heteroseksuele aard, waar ik al meerdere malen het slachtoffer van werd omdat ze het vaak niet kunnen uitstaan dat ik onder die omstandigheden slechts hese hockeymeisjes wil inclusiveren, mij bespaard zal blijven. En Marcel zal zijn handjes toch ook wel thuis houden? Hij is potdorie zijn voorganger niet.

Het uitnodigen van deze vier topvrouwen heeft nog een voordeel: ze zijn stuk voor stuk aanhangers van D66. Van Kajsa en Shula staat dat vast, van Irene en Margriet officieel niet maar ik durf er mijn hand voor in het vuur te steken dat het wel degelijk het geval is. En laten we wel wezen: als er één partij is die op het gebied van diversiteit en inclusie het goede voorbeeld geeft, dan is het D66 wel. Van de negentien leden van de Tweede Kamer-fractie zijn er slechts zeventien roomblank!

Eigenlijk zou de hele fractie van D66 dus bij het Foute Jongens Inclusie Diner moeten aanschuiven. Rob Jetten c.s. laten met twee allochtone collega's - Salima Belhaj en Achraf Bouali - tenminste zien hoe het hoort. Twéé! Al moet ik toegeven dat zij ook op dit gebied stevige concurrentie ondervinden van GroenLinks, dat andere Haagse gezelschap dat dag in dag uit de mond vol heeft van diversiteit. Veertien kamerleden, GroenLinks. En hoeveel witten zitten daar sinds het vertrek van Zihni Özdil tussen? Niet meer dan dertien! In totaal heeft liefst één fractiegenoot - Nevin Özütok - geen autochtone achtergrond. Eéntje! Dat noem ik pas de daad bij het woord voegen.

Nee, dat gaat helemaal goed komen met het Foute Jongens Inclusie Diner. Laten we dan ook, aan tafel, ter verhoging van de feestvreugde, fijne jeugdherinneringen ophalen, zoals u hierboven. Dan zal ik zeker mijn steentje bijdragen.

Wat te denken van de volgende anekdote. Ik was een jaar of tien toen buurman Dekker, een enorme jazzfreak, een Amerikaanse vriend van hem kwam voorstellen, een boomlange negermuzikant. Wij kenden tot dan toe in de buurt maar één andersgetint mens: een papoea-mevrouw die was meegenomen door een andere buurman, met een heel grote baard, in de tijd dat hij ontwikkelingswerker was. Deze Amerikaanse meneer was echter veel zwarter. Hij schudde ons hartelijk de hand en sloeg daarbij mijn driejarige zusje niet over. En wat deed zij toen? Haar hand afvegen aan haar jurkje. En mijn moeder maar excuses stamelen. Geen wonder dat mijn zus de familie 55 jaar later te schande maakte door op GroenLinks te stemmen. Daar lag een dijk van een schuldcomplex aan ten grondslag.

U had het over de Pim Fortuyn Prijs, mijnheer Van Amerongen. Vindt u het nog steeds een eer dat u daar dit jaar voor genomineerd was nu Jort Kelder ‘m heeft gewonnen? Uitgerekend bejaardenruimer Jort Kelder, het liberale kakvriendje van Mark Rutte, die tegenwoordig de personificatie is van het kartel waar Pim zo’n moeite had? Ik zat ooit in het bestuur van de Pim Fortuyn Prijs. En u mag het best weten: ik snap er helemaal niks van.


Ik kan rustig sterven zonder de Pim-prijs

Nu raak je een gevoelige snaar bij mij, ouwe. Kijk, iedere vorm van rancune, kinnesinne, naijver, jalousie de métier, kift en rivaliteit is mij vreemd. Bovendien is het niet de gewoonte des arends zich met het ranzig rancuneus gekakel der hoenders bezig te houden als hij in een machtige glijvlucht het luchtruim doorklieft en vanuit de walm van kippenvoer en mest door het bijziend pluimvee met afgunst wordt nagestaard, en daarom heb ik zonder met de ogen te knipperen een mondvermaakje door Arjan Peters geweigerd, in ruil voor een goede recensie van mijn meesterwerk Mambo Jambo destijds.

Ik was toen nog knap en aanstootgevend en ik woonde zo ongeveer in het Okura-hotel. Diverse mecenassen, van het mannelijke én het vrouwelijke geslacht, betaalden maar wat graag mijn bacchanalen in die prachttent dus ik was niet echt onder de indruk van een lunch met een bellettriemandarijn. Ik heb twee belangrijke prijzen gewonnen in mijn bewogen leventje: de Prijs voor de Dagbladjournalistiek in 2006 en met Rob Muntz samen de Nipkow-schijf in 2004, voor het beste radioprogramma (De Inburgerking).

Deze faits divers zullen in de marmeren zerk op mij praalgraf worden gebeiteld, evenals mijn doctorandustitel. Dat laatste ideetje heb ik gestolen van een begraafplaats in Lelystad, waar ik een tombe zag met het opschrift: Henk Jansen, bij leven RA. RA staat voor registeraccountant maar dat wist je wel. Verder zal mijn klusjesman Rui er nog bij beitelen (als daar nog budget voor is en hopelijk in foutloos Nederlands): ik zei toch dat ik ziek was!

Ik kan dus rustig sterven zonder de Pim-prijs. Het is bij mijn weten de eerste onderscheiding voor Jort Kelder en dat gun ik hem van harte. Ik noem hem wel eens schertsend de Barry Lyndon van Gouda, naar een roman uit 1844 van William Makepeace Thackeray. Barry is ambitieuze jongen uit een arme familie die hogerop wil, wat hem ten slotte in de hoogste Engelse adel zal voeren - vóór hij weer alles verliest. Op de website van Jort stond vroeger te lezen dat zijn geboortejaar 1969 is, maar in werkelijkheid is dat vijf jaar eerder. Ook staat er dat hij Rovaniemi, een Finse stad, is geboren. In werkelijkheid is hij op 22 september 1964 geboren in Gouda. Je kan veel zeggen over Pim, maar die loog niet over zijn leeftijd en geboorteplaats.

Fijne vakans, ouwe reus!