Het is mij niet ontgaan, mijnheer Van Amerongen, dat u onlangs uit hoofde van uw functie als Profeet van Molenbeek enige tijd in het perfide Albion vertoefde. U deed daarbij oorden als Manchester, Leeds en Blackpool aan. Ik hoop van harte dat u het leven nu nog als zinvol beschouwt.

Ongetwijfeld concentreerde u zich tijdens uw trip, als erkend duider van de meedogenloze opmars van het islamisme, op het doen en laten van de grote groeperingen moslims. Zeker daar, in het noordwesten en in de Midlands, hebben zij zich gaandeweg een belangrijke plek in de samenleving toegeëigend, waarbij zij veel te weinig weerstand van de autoriteiten ondervonden. Sterker nog, zij infiltreerden de autoriteiten.

Ik noem een van de gevolgen: shariaraden. Ongetwijfeld kent u publiciste Machteld Zee. Zij is een expert op dit terrein en schreef er zes jaar geleden alweer, in 2016, een uitstekend boek over, getiteld Heilige identiteiten. Ik las het en de rillingen liepen mij over het oude lijf. Shariawetgeving ontneemt moslima’s hun onafhankelijkheid, om maar iets te noemen. Alleen al om die reden is het onbegrijpelijk dat de Britse overheid de vestiging van dit soort instellingen, waarvan de leden hun oordelen nota bene op een parallelle wetgeving baseren, accepteert.

Enfin, de rapportage hierover is u wel toevertrouwd.

Toch is het mij niet in eerste instantie te doen om de groeiende invloed van de islam in die streek. Dat laat ik aan u. Ik ben er zelf meerdere malen geweest, niet alleen als sportverslaggever, maar onder andere ook om in Nottingham een dierenarts te interviewen die zich bekwaamd had in het opereren van doodzieke goudvissen. Hij verdoofde ze, sneed ze daadwerkelijk open en naaide ze vervolgens weer dicht. In Manchester bezocht ik bovendien een mysterieus echtpaar dat door handoplegging labradors met artrose trachtte te genezen. Ik doe daar vooral kond van om u erop te wijzen dat ik mij altijd op relevante journalistieke onderwerpen heb geconcentreerd, waarbij als het even kon het lot van het dier centraal stond.

Als ik mij mijn belevenissen aldaar uit mijn geheugen opdiep, denk ik vaak aan Theodore Dalrymple. Deze Britse schrijver en essayist, een voormalige gevangenis-psychiater, heeft mijn hart gestolen met zijn boeken, waaronder de bestseller Leven aan de onderkant. De hedendaagse softheid en de verwaarlozing van de eigen verantwoordelijkheid hekelend, rept hij regelmatig over de geestelijke, culturele en emotionele armoede in zijn land. In zijn ogen wordt die vaak gekenschetst door ernstig alcoholmisbruik en in de hand gewerkt door de onverschilligheid van een upper class zonder enig moreel gezag.

De heer Dalrymple heeft zo gelijk, mijnheer Van Amerongen. Waar ik ook vertoefde in de streken waar u verbleef, of het nou in Liverpool, Nottingham, Leeds, Manchester of – the worst of all – Blackpool was, overal werd ik geconfronteerd met grote massa’s ultradom en ordinair tokkievolk, mateloos aan de drank, de jongens armoedig, de meisjes vaak te dik en hoerig en zelfs in staat om in een restaurant je eten van je bord te graaien, zoals ik in Liverpool mocht ervaren, voordat ik dezelfde jongedame copulerend in een portiek aantrof.

Lower dan daar kan een life niet zijn.

De islamisten maken er handig gebruik van.


Het kan mij niet treurig genoeg zijn

Hear hear! Mijn tienertoer in het kader van Safari Eurabia – als feuilleton van veertig delen op GeenStijl en als boek dit najaar bij uitgeverij Ezo Wolf – leidde mij ook nog naar Blackburn, Bradford, Dewsbury, Rotherham, Birmingham en Telford. Dat zijn toch oorden waar een mens met een gezond verstand nooit van zijn leven naartoe zal reizen. Maar, oom Rob, het kan mij niet treurig genoeg zijn!

Mijn literaire held qua intens deprimerende reisverhalen is dan ook de jou welbekende schrijver Bob den Uyl. Den Uyl, Rotterdammer in hart en nieren, droeg altijd verfomfaaide kostuums en potloodventersregenjassen, zoop als een ketellapper en was een onverbeterlijke rokkenjager. Verder was hij volkomen neurotisch en werd hij geteisterd door fobieën. Bob verzon de Wet van Den Uyl: je vindt niet wat je zoekt, maar alleen dat wat je niet zoekt. Dat heet in deftig Nederlands serendipiteit.

In Een zwervend bestaan bijvoorbeeld moet de claustrofobische schrijver, op vakantie in Portugal, noodgedwongen in een bomvolle trein reizen. Zijn andere optie was een nacht op het perron van Pampilhosa do Botão, een hotelloos gat met als enige bezienswaardigheid de hoogste palmboom die Den Uyl ooit had gezien. Ik was daar toevallig in het kader van mijn Portugese treinboek Saudades en de palmboom is nog steeds de enige attractie in Pampilhosa. De misantropische Rotterdammer moet de hele reis tussen kijvende Portugezen en manden met kakelende kippen staan – samengepakt als sardines – en hij beschrijft de bloedhete trein als het inferno van Dante.

Ik plaatste honderden kiekjes van dat zo intens treurige Engeland op Instagram en mensen reageerden in de regel geschokt. Of ik suïcidaal was dat ik daar in mijn eentje reisde, tussen al die salafistische mohammedanen en de gore tokkies die jij hierboven beschrijft. Maar ik ben dan juist in mijn element!

Helemaal alleen, als een strontvlieg op de muur, reisde ik per trein van hot naar her en liep ik twintig kilometer per dag door al die hellegaten, want die schitterende Instagrammetjes kwamen natuurlijk niet naar mij toe. Ik sprak eigenlijk alleen maar rare Engelse vrouwtjes bij de recepties van hotels. Die spraken mij aan met ‘luv’, maar neuken ho maar. Story of my life.

Gelukkig waren er nog de pisbakken op de door roest aangetaste victoriaanse treinstations, waar naamloze kappers, bouwvakkers en kantoorklerken scharrelden in een welhaast dickensiaans decor. Je weet dat ik ook nog eens zeer wetenschappelijk ben ingesteld – niet bij brood en vlees alleen, zegt het Goede Boek – en ik heb mij dan ook verdiept in de grooming gangs, een probleem dat werkelijk pandemische
vormen heeft aangenomen in heel het Verenigd Koninkrijk.

Grooming gang capital Rotherham kon zo lang doorrotten – met medeweten van politie en Labour-politici – als een direct resultaat van de stiff upper lip social class-structuur én van politieke correctheid. Dat negentig procent van de Paki-loverboys aan verregaande hersenrot lijdt via hun minime genenpool, soit: gedwongen kindhuwelijken, shariarechtbanken en andere mohammedaanse fratsen zijn altijd intern-tribale kwesties. Maar omdat die Rotherham-bakvissen niet middle class maar chav-white-trash waren, werden ze niet serieus genomen.


Een van de grootste schandalen

Ik begrijp dit, mijnheer Van Amerongen. Ik begrijp dat u zich in de verschrikkelijke steden zoals hierboven omschreven als een vis in het water voelde. Ofschoon ik er zelf na al die jaren, ook uit veiligheidsoverwegingen overigens, de voorkeur aan geef om in de hogere regionen te vertoeven, zeg maar op Stan Huygens-niveau, waar men de kat uiteraard ook in het donker pleegt te knijpen, maar waar zulks over het algemeen toch iets beschaafder geschiedt, snap ik dat u vooral verslag wenst te doen vanuit de onderste regionen van de samenleving.

Ik heb u op de cover van een van de miljoenmiljard boeken die u inmiddels op uw naam heeft staan weleens omschreven als de chroniqueur van de zelfkant. U heeft zonder enige twijfel een zekere vaardigheid ontwikkeld in het beschrijven van wat er daar allemaal gebeurt. In uw geval is het, met uw voorliefde voor bepaalde genotmiddelen, natuurlijk ook een vorm van participating journalism, maar dat doet er niet toe. U laat het licht schijnen over een deel van de maatschappij dat ik nauwelijks ken. Daar hoort het doen en laten van de mohammedaanse bevolkingsgroep nadrukkelijk bij.

Neem die grooming gangs in bijvoorbeeld Rotherham. Het is tenhemelschreiend dat de Britse overheid dit zo lang heeft laten dooretteren. Wij in Nederland zijn goed in wegkijken, maar de Britten – en dan met name de Labour-angehauchten – zijn er helemáál bedreven in. Wat zich daar voltrok – Theodore Dalrymple wees er ook meerdere malen op en werd vanzelfsprekend verketterd – is een van de grootste Britse schandalen van de laatste decennia. De BBC bijvoorbeeld weigerde grotendeels om er melding van te maken.

Maar goed, wat ik al zei: ik laat het Britse islamitische vraagstuk aan u. Tijdens mijn vele bezoeken aan Engeland, Wales en Schotland had ik vooral met autochtonen van doen. Zo versloeg ik het tennistoernooi van Wimbledon vijfmaal. Houd u vast, want hier volgt ten eerste het aantal keren dat ik toen een partij volgde waarbij een moslim betrokken was, namelijk nul, en ten tweede het aantal keren dat ik op de party’s die tijdens dit soort evenementen voor pers en andere genodigden werden georganiseerd een moslim tegenkwam: ook nul. Hoezo segregatie?

Ik zag ze hoor, vooral Paki’s. Zo herinner ik mij nog heel goed wat er nabij een fish & chips-shop in Weston-super-Mare gebeurde toen een bleke, jonge, vetzuchtige Brit – van het type waarvan er binnen de English Defence League dertien in een dozijn gaan – opmerkte dat een Asian die hem passeerde wel héél nichterige schoenen droeg. De jongeman had duidelijk iets te veel pinten van dat vreselijke pislauwe bier genuttigd en werd een minuut of tien later volkomen bewusteloos op een brancard een ambulance in geschoven, terwijl een menigte Paki’s stond te schreeuwen en te joelen.

Er zijn naar ik vrees maar weinig landen waar de verschillende klassen zo langs elkaar heen leven als Groot-Brittannië.

Om die reden ben ik soms zelfs blij met de brexit.


Een vliegtuig stampvol freaks of nature

Het vervelendste van de brexit is dat ik na een vreselijke vlucht uit Manchester met Ryanair (20 euro voor een enkeltje) op de luchthaven van Faro mijn paspoort moest laten zien. Gelukkig stond ik niet in de rij van de Engelse tokkies, want die was tien keer zo lang als het rijtje EU-burgers (hoofdzakelijk Poolse gastarbeiders) waar ik in stond.

Ik zat drie uur in een vliegtuig stampvol freaks of nature en ik verlangde echt naar de dood, want de hel kon nooit zo erg zijn als deze vlucht. Ik was de enige die niet dronk, alle medepassagiers waren starnakel. Die zopen gemiddeld gewoon tien blikjes bier à 6 euro en ettelijke miniatuurflesjes wodka à 8 euro en 50 cents. Het geld klotste tegen de plinten van de Boeing 737-800. Het varken naast mij vrat twee bakjes lasagne leeg. Het rook smerig en het zag er uit als een gebruikt maandverband in een hoop stront waar ook nog eens iemand over heen had gekotst. Ik bladerde door het in-flight magazine van Ryanair en vond een heel hoofdredactioneel artikel over hoe de prijsvechter (in 1984 opgericht door de Ier Tony Ryan) totaal verliefd is op de Green Deal van onze klimaclown Frenske.

Onder de Green Deal-preek stond een fotootje van de vegan deal van Ryanair als bewijs: een plastic flesje mineraalwater, 40 gram Pringles en een vegan sausage roll die eruitziet als een met poep gevulde tampon.

Ik heb geen druppel gedronken in de Midlands, want ik was dan na een paar pints in zo’n stomme pub in een depressie geraakt en vermoedelijk weer op het slechte pad gegaan en geëindigd in een krekhuisje in een personen-van-kleur-ghetto in Birmingham, de zwartste stad van Engeland.

Nu we het toch over Afro-Britten hebben: heb jij ook zo genoten van de zwarte actrice die Anne Boleyn speelde, Hoogland?

Er is een flink propaganda-offensief gaande in het VK om mensen het idee te geven dat er altijd al heel veel Afrikanen in Engeland hebben gewoond, al sinds de Romeinse tijd. Daarom worden nu in allerlei historische films, series en documentaires zwarte acteurs toegevoegd.

Totaal ongeloofwaardige geschiedvervalsing natuurlijk. Begin 20ste eeuw (1904 A.D.) verhuisde de satiricus A.B.C. Merriman-Labor van Sierra Leone naar Engeland, omdat hij interesse had in de Londense cultuur. Vijf jaar lang heeft hij de hele stad doorkruist. In 1909 publiceerde hij Britain Through Negro Spectacles, opnieuw uitgegeven door Penguin. Hij concludeerde in dat geweldige boek: er zijn minder dan 100 zwarten in Londen.

Er wonen inmiddels wel wat meer personen van kleur in bijvoorbeeld Birmingham, maar wat zijn dat een prachtige mensen naast die Britse varkens. En daarom ben ik geen racist, vriend, net zomin als Leni Riefenstahl, die deze natuurmensen zo mooi op de gevoelige plaat vastlegde.