HP/De Tijd 04 - 2019

Een kneiterlinkse stadsgreep

Zoals u weet, mijnheer Van Amerongen, bezit ik een pied-à-terre in Amsterdam. Ik breng daar ongeveer de helft van mijn tijd door. Een paar dagen houd ik het vol in het dorp der onverdraagzaamheid, daarna vlucht ik weer naar de kust.

Toch zal ik dit bescheiden appartement niet snel van de hand doen. In tegenstelling tot veel Amsterdammers besef ik weliswaar terdege dat het ware polderlandse leven zich vooral buiten de stadsgrenzen voltrekt. Desondanks ben ik van mening dat iedereen die zijn brood als chroniqueur van de samenleving verdient, aan den lijve dient te ondervinden wat het betekent om in onze geliefde hoofdstad woonachtig te zijn.

Ofschoon er een mengeling van Veluws en Rotterdams bloed door uw aad’ren vloeit, heeft u er eveneens gewoond. Oké, vooral in politiecellen en in de Jellinek-kliniek, wanneer het bolletje bruin weer eens wat al te nadrukkelijk de hoofdrol in uw bestaan had opgeëist. Toch waren er, zo maak ik althans uit uw verhalen op, af en toe momenten dat u het Amsterdamse leven met een zekere alertheid ervoer. Ik neem derhalve aan dat dit een gedachtenuitwisseling tussen twee ervaringsdeskundigen kan worden.

In uw tijd werd het gemeentebestuur gevormd door de PvdA, de PvdA, de PvdA en de PvdA. Het huidige college van B&W bestaat eveneens uit vier partijen: GroenLinks, de SP, D66 en de PvdA. Het is nog linkser dan destijds, of om het zoals de plaatselijke, overigens in Doetinchem geboren GroenLinks-voorman Rutger Groot Wassink te zeggen, zij het iets minder geestdriftig: ‘kneiterlinks’. En dan is de burgemeester, mevrouw Halsema, óók nog van GroenLinks.

Het was een stadsgreep, mijnheer Van Amerongen, wat ik u brom. Een kneiterlinkse stadsgreep. Nog meer dan in uw tijd zijn de gevolgen daarvan voor de hardwerkende burger, die het nota bene allemaal moet betalen, desastreus. Dag in dag uit worden de inwoners van Pyongyang aan de Amstel overspoeld met onzinnige symboolmaatregelen ten behoeve van de leefbaarheid en het milieu, of ter bevordering van het welzijn van mensen die niet over het Nederlandse recht daarop beschikken.

Toeristen? Minder, minder, minder! In een Telegraaf-column suggereerde ik die laatste drie woorden als slogan aan het gemeentebestuur nadat ze gevoed door toeristenhaat de letters IAmsterdam van het Museumplein hadden laten verwijderen. Tweede optie: Eigen volk eerst . Derde: Ausländer raus! Vierde: Vol is vol. Heel gek, ze verwierpen al die mogelijkheden. Verder is de halve stad nu afgesloten voor autoverkeer, worden de parkeertarieven verhoogd tot € 7,50 per uur, krijgt het fietsgajes waartoe de bestuurders zelf natuurlijk behoren nóg uitbundiger vrij spel en heeft Rutger Groot Wassink van de opvang van uitgeprocedeerde illegalen een beleidsspeerpunt gemaakt. Hij noemt ze trouwens ongedocumenteerden, dat klinkt minder stigmatiserend. En intussen, terwijl de lokale woningnood krankzinnig hoog is, roept hij de burgers van zijn stad serieus op om woonruimte voor deze illegalen ter beschikking te stellen. Hij wil er liefst 500 plekken voor reserveren.

Het mag niet eens volgens de wet, maar dat beschouwen de huidige Amsterdamse gemeentebestuurders eerder als een aanmoediging.

Mist u Amsterdam, mijnheer Van Amerongen, daar in de Algarve?

Ik kan het mij nauwelijks voorstellen.


Ik mis alleen dodenakker Zorgvlied

Laat me even wat rechtzetten, ouwe. Niet geheel ten onterechte verwijs je naar mijn regelmatig verpozen in de kerkers van de Mokumse narcoticabrigade en in de detox van de Jellinek-kliniek aan de Jacob Obrechtstraat. Quasi-geestig rep je over mijn recreatieve gebruik van ‘bolletjes bruin’. Ik heb deze faits divers terloops wel eens laten figureren in mijn literaire oeuvre. Het betreft dus oud nieuws dat onze handvol lezers niet zal schokken.

Maar ik was zoveel meer dan een alcoholische junk. Ik was ook een bobo, Hoogland, wat de afkorting is van bourgeois-bohème. Ik was de Amsterdamse Patrick Bateman, eleganter dan Ted Bundy. Inmiddels ben ik een lili-bobo, een libéral-libertaire bourgeois-bohème, maar dat dondert verder niet want mijn modegrillen zijn irrelevant voor de strekking van onze briefwisseling.

Ik woonde op stand in Amsterdam-Zuid, om de hoek van flatgebouw het Nieuwe Huis aan het Roelof Hartplein. De dichter Jan Arends sprong zich daar te pletter. Het toeval wil dat hij een uur voor zijn zelfdoding een brief schreef aan Rudy Kousbroek en dat is de ouwe heer van ons aller Gabriel Kousbroek. Die brief is in mijn bezit en je mag hem kopen.

Leest en huivert:

“Lieve Rudy, je wenste mij veel schrijversroem in het komende nieuwjaar. Dat had ik wel gewild toen ik twintig was maar nu niet meer. Schrijvers worden getrapt altijd en overal. Ik ga zo springen, doe de hartelijke groeten aan Ethel en je zoon Gaap!”

Jan besluit met een ontroerend gedicht:

Je leeft met een strop om je nek

Enfin, genoeg geluld. Amsterdam was een vieze gore anarchistische puinzooi maar ik bewoonde met vrouw en koters een zeer luxueuze loft, waar drie keer week de schoonmaakster kwam poetsen. Onze woonst was een eiland van properheid in het Amsterdam van jaren tachtig, dat qua hygiëne niet onderdeed voor Calcutta.

Alles kon in die tijd. De Zeedijk was geweldig! Je kon overal harde drugs kopen want de hermandad was in geen velden of wegen te bekennen. Die zaten gratis te smikkelen bij de Chinees of waren lekker aan het badderen in een sekshuis op de Wallen.

Inmiddels is de Zeedijk een walhalla voor, excusez les mots, kankeryuppen, nimby’s en andere bakfietsvrouwtjes. Wat mij nog het meest stoort aan Caracas aan de Amstel zijn de exorbitante prijzen. Laatst bestelde ik een dubbele expresso in een ordinair koffiehuis op de Albert Cuyp. Die kostte zeven euro. Dat is 15,43 gulden, oom Rob. In de Algarve kost zo’n bakkie pleur 1,20 euro. Gisteren bezorgde postbode Rui mij de The Knight Frank Global Affordability Monitor 2019. Amsterdam is door Knight Frank uitgeroepen tot de minst betaalbare stad van de wereld. Daarmee laat Mokum metropolen als Hong Kong, Los Angeles, Londen, New York, Moskou, Parijs, Brussel en Dubai achter zich. Die monitor is niet alleen gebaseerd op de buitenproportionele stijging van woonlasten, maar bijvoorbeeld ook op het aandeel van hun salaris dat Amsterdammers moeten besteden aan huur.

Maar goed, jij wilt weten wat ik mis van Amsterdam. Nou, eigenlijk alleen dodenakker Zorgvlied vanwege de rust. Maar volgens Knight Frank is Zorgvlied inmiddels de duurste begraafplaats ter wereld en moet je zelfs entree betalen. Over GroenLinks gesproken: ik zit ‘s nachts vaak te chatten met kameraad Rutger Groot Wassink. De valt in het echt reuze mee! Ken je hem?


Dit is een revival van de Stasi

U moest eens weten hoezeer deze laatste onthulling, te midden van de modieuze, ijdele prietpraat waarmee u uw eigen persoon weer wat al te centraal stelt, mij pijn doet. Ofschoon ik gezien onze onmiskenbare klasseverschillen altijd een zekere distantie tot u zal blijven bewaren, was ik u dankzij onze jarenlange journalistieke en literaire samenwerking zo langzamerhand gaan beschouwen als een… tja… hoe zeg je dat… vriend is wellicht iets te sterk uitgedrukt… nou ja, vooruit… als een collega voor wie ik een zekere genegenheid heb opgebouwd.

En nu komt u hiermee, mijnheer Van Amerongen. U zit ‘s nachts vaak te chatten met ‘kameraad’ Rutger Groot Wassink. Uw reputatie als allemansvriend heeft hier werkelijk een beschamend dieptepunt mee bereikt. U chat ‘s nachts nota bene soms ook met mij! Heeft u, als ware multitasker, de heer Groot Wassink dan wel eens gelijktijdig aan de lijn? En geeft u wat ik dan te melden heb op die momenten meteen maar even aan hem door? Weet u wel wat daar bij deze opper-stasi de gevolgen van kunnen zijn?

Ik heb wel eens, half voor de grap, geopperd om bij de Telegraaf een dagelijkse serie onder de titel Stop de Stopera te beginnen. Dag in dag uit, letterlijk, bereiken de redactie berichten, waaruit kan worden opgemaakt dat iedereen die man is, blank, legaal, autorijdend en modaal of daarboven dankzij het beleid van het door GroenLinks geleide college de sjaak is in Amsterdam. Recent haalde hij nog het nieuws met het lanceren van het schandelijke plan om zogeheten mysteryguests of undercoversin te zetten bij Amsterdamse ondernemingen, teneinde deze bedrijven te kunnen controleren op discriminatie op de werkvloer. Ik citeer met grote instemming briefschrijver Frits Bosch in Het Parool: “Dit is een revival van de Stasi, de gevreesde informatiedienst van de DDR. Mensen vertrouwen elkaar niet meer, durven niets meer te zeggen. Angst gaat regeren. Het is te walgelijk voor woorden. Dit is geen cultuurmarxisme, dit is puur communisme.”

Het gaat momenteel van kwaad tot erger in Amsterdam. En met zo’n man zit u dus ‘s nachts te chatten. Ik scheur mijn kleren en ween in de wetenschap dat ik straks niet eens meer vergetelheid kan zoeken in het American Hotel, dat vanaf april 2020 het Hard Rock Hotel gaat heten. Niet alleen extreemlinks heeft in Amsterdam de macht gegrepen, ook die ordinaire popcultuur doet dat in steeds grotere mate. Waar kunnen inwoners van mijn niveau nog terecht voor een zaak met een leuk strijkje in de hoek? Nergens, mijnheer Van Amerongen! Ik heb eigenlijk niets meer in Pyongyang aan de Amstel te zoeken en zal mij vermoedelijk steeds nadrukkelijker terugtrekken in mijn stulpje aan de kust, totdat Magere Hein voor verlossing zorgt, als Rutger Groot Wassink dat tenminste al niet eerder heeft gedaan. Ik voorzie mijn hele leven immers al in mijn eigen onderhoud. Dan is in zijn geval de stap naar standrechtelijk executeren al snel gemaakt.


Toen bleef het stil in Huize Groot Wassink

Vanwaar toch die hetze tegen Rutger Groot Wassink, oom Rob? Hij is een mens van vlees en bloed, zo bleek tijdens onze nachtelijke chats die overigens keurig in het nette bleven al weet ik niet of mijn kameraad zijn CCCP-pyama aan had of dat hij zich in zijn adamskostuum had verhuld. We babbelden over hiphop (een muziekstroming), høken en bökken tijdens een concert van Normaal, de superboeren van F.C. de Graafschap en eindigden vrijwel elke chat bij de Achterhoek en Doetinchem, waar RGW dus geboren en getogen is.

In de Achterhoek woont onze gemeenschappelijke held A.L. Snijders, oom Rob, dus je zou best wel eens wat minder cynisch en schamperend mogen doen over de mooiste plek van Nederland, na Ede uiteraard. Voor de leken onder onze lezers: A.L. Snijders is de uitvinder van het Zeer Korte Verhaal.

Ik heb Rutger natuurlijk eerlijk verteld dat er tijdens het bewind van de Duitse bezetter meer mocht dan momenteel onder het GroenLinkse schrikbewind in de DDR aan de Amstel. Verder verklapte ik hem dat al mijn ex-vriendinnen op GroenLinks stemden en stemmen. Om Reve maar even te parafraseren: GroenLinks neukt lekker (al ben ik verder niet ingegaan op mijn flirt met Marijke Vos op naaktcamping Domaine de Bellevue in de Franse streek Côtes de la Malepère).

Kameraad RGW schreef mij toen: “Don Arturo, ik kan jouw mening nog zo abject vinden, maar net als mijn idool Voltaire zal ik jouw recht verdedigen om die te uiten.”

Rut, je bent een toffe peer, reageerde ik, maar je komt met de meest versleten en vertrapte dooddoener aankakken die ik ken en je citeert de verkeerde. Het correcte citaat is “Ik ben het niet eens met wat u zegt, maar ik zal uw recht om het te zeggen tot mijn dood verdedigen’ en het citaat is de ouwe Voltaire in de mond gepropt door de schrijfster Evelyn Beatrice Hall in haar boek The Friends of Voltaire uit 1906. Dat valse kreng ken je wellicht wel onder haar pseudoniem S. G. Tallentyre.

Ik voegde daar aan toe: Rutger, ik word onmiddellijk door jouw Stasi in de boeien geslagen als ik uit de trein stap op het Centraal Station dus bespaar met die filosofische kletskoek.

Toen bleef het stil in Huize Groot Wassink.

Ach, Hoogland, mij overkomt hetzelfde als W.F. Hermans en Gerard Reve. Ook zij werden personae non gratae in ons ooit zo vrije Mokum. Ik ben blij dat jij mij, als laatste der Mohikanen, vanuit je kot op de Prinsengracht op de hoogte houdt van de laatste stuiptrekkingen van Amsterdam.

Als ik jou was, zou ik toiletpapier met daarop de tekst Heldhaftig Vastberaden Barmhartig laten drukken. Gouden handel, ouwe!