HP/De Tijd 08 - 2021

Haviken graag, geen schapen

U mag het gerust weten, mijnheer Van Amerongen: ik ben de afgelopen maanden bepaald niet overvallen door de onbedwingbare neiging om midden op straat fier en onverschrokken het Wilhelmus te gaan staan zingen. Er zijn tijden geweest dat mijn gevoelens aangaande ons vaderland patriottischer van aard waren, en dat heeft vooral van doen met de wijze waarop de laatste overlevenden van het kabinet-Rutte III de Afghanistan-problematiek benaderden.

Plaatsvervangende schaamte hier.

Met name de dames Kaag en Bijleveld – sorry, het zijn dames, ik kan er ook niks aan doen – waren met de taak belast om de Nederlanders ter plekke, alsmede de Afghanen die voor hen werkten, te evacueren. Welnu, ze bakten er niks van. Ank Bijleveld liet op de avond dat de Taliban Kaboel binnenraasden weten dat zij gezellig naar de film was geweest en durfde een dag later, in een reactie op die ‘onverwachte’ inname, zelfs te verklaren dat de militaire missie wel degelijk zin had gehad omdat ‘de Afghanen nu weten dat het anders kan’.

Kon het typerender?

Nee.

Ook het departement dat toen nog onder mevrouw Kaag viel, dat van Buitenlandse Zaken, faalde in alle opzichten. Het ambassadepersoneel in Kaboel sloeg zelfs onaangekondigd op de vlucht en liet de Afghanen die hun lot met dat van de Nederlanders hadden verbonden daarmee snoeihard vallen. En dat terwijl de Fransen en Britten wél al weken van tevoren begonnen waren met evacueren. Het Nederlandse beleid werd andermaal gekenmerkt door angst, lafheid en daaruit voortvloeiende traagheid. Resultaat, nadat de eerste rookwolken waren opgetrokken: minstens dertig Afghaanse tolken moesten achterblijven. Wat hun wacht laat zich raden.

Enfin, de dames zijn inmiddels opgestapt en vervangen.

We hebben haviken in de regering nodig, mijnheer Van Amerongen.

Geen schapen.

Gelukkig is daar dan altijd nog mijn hondenliefde, waarvan ik dankzij onze gezamenlijke avonturen op dat terrein weet dat-ie van harte door u wordt gedeeld. “Wat is dát nou weer voor een bruggetje?” hoor ik u roepen. Ik verstrek u meteen het antwoord: op het moment dat op de luchthaven van Kaboel duizenden mensen, onder wie Nederlandse Afghanen, de vluchtmogelijkheid keihard werd ontnomen, slaagde de Britse ex-marinier Paul ‘Pen’ Farthing erin bijna honderd honden en zeventig katten met een privécharter wél naar Engeland te evacueren.

Was er dus toch nog iets om blij over te zijn.

Operation Ark heette zijn actie. Veteraan Paul Farthing – ik ken uw ordinaire grapjes, dus de h graag handhaven – had nadat hij zijn contract met het Britse leger had opgezegd vlak buiten Kaboel een asiel geopend, genaamd Nowzad, en weigerde zijn dieren in de steek te laten toen de Taliban het weer voor het zeggen kregen.

En hoe regelde hij de evacuatie? Naar eigen zeggen niet door de Britse overheid in te schakelen, maar via de Taliban. Jazeker, hij onderhandelde zichzelf en zijn 170 dieren het vliegveld op. Op die extreem-islamitische plek, waar een hondenleven doorgaans helemaal niks waard is! Dat ontroerde mij, mijnheer Van Amerongen. Geef die man een Nederlands paspoort, zou ik zeggen. En benoem ’m subiet tot zowel minister van Defensie als minister van BZ. Dan komt het toch nog goed.


Ganz anderer Kuchen, Freundchen!

Lieve vriend, laat mij allereerst een ongemakkelijk misverstand uit de weg ruimen. Ik ben namelijk helemaal niet anaal gefixeerd. Ik ga dan ook niet in op de naam van onze held mr. Farting. Mijn vieze grapjes maak ik alleen maar om jou te plezieren want ik ben reeds vroeg in mijn tweede levensjaar schadevrij uit het innerlijke conflict tussen mijn Es, Ich en Über-ich gekomen en bevind mij nu al bijna zestig jaar in de fallische fase. Dat is ganz anderer Kuchen, Freundchen!

Kan jij je trouwens nog die mislukte stunt van DierenPark Amersfoort herinneren, toen iedereen met een poepgerelateerde achternaam gratis naar binnen mocht?

“Tijdens Poep & Zoo doorbreken wij het poeptaboe,” vertelde projectleider Carlijn Flatulence-Franchimont. “Kinderen kunnen bijvoorbeeld olifantendrollen uitpluizen, scheten meten in de scheetzone en alles leren over de spijsvertering terwijl ze door een darm kruipen.”

Volgens huispedomaan Flatulence-Franchimont van de dierentuin woonden er 281 mensen met de naam Poepjes in Nederland. Het geestige is dat er niemand kwam opdagen! Dus de naamschaamte bleek groter dan de typisch Hollandse zucht naar alles wat gratis is.

Om even terug te komen op mijn held Paul Farthing: ik twitterde dat die man de Nobelprijs moest krijgen en toen kreeg ik me toch een bak stront over me heen. Ik was een vuile gore misantroop en erger en ze moesten mij opsluiten in dierentuin van Kaboel, waar inmiddels de regenboogvlag is weggehaald en twee resusaapjes zijn geëxecuteerd wegens homoseksueel gedrag.

Ik weet alles van dierentuinen, met name van de dierentuinen in de Arabische en de islamitische wereld. In Kaboel hadden ze een blinde beer, stokoud, en die Afghaantjes zaten dat zielige beestje de hele dag met scherpe stokjes te prikken, ik werd er echt kotsmisselijk van. En de enige leeuw was ook blind, omdat ze voor de lol een handgranaat in zijn kooi hadden gesmeten. Tot zover de mohammedaanse beschaving.

In de zoölogische tuin van Caïro, in Giza, hebben ze hoofdzakelijk kooien met honden. Honden! En dan zie je die kleine Gippo’s die honden treiteren en pesten; dat mag van de Grote Baas, want het zijn onreine dieren.

Een gouden huwelijk hoor, islam en dieren.

Ik heb in Nederland een keer meegemaakt dat kansenkliertjes een zwaan en haar kroost aan het mishandelen waren. Toen scheurde ik het oor van kleine Mo af en schreeuwde ik dat hij zijn papa moest gaan neuken (nik bebek in takkietakkie) en toen piepte dat knulletje van amper twee dat ik een ongelovige hond was! Heb je het ooit zo zout gegeten? Vroeger had de jeugd nog manieren.

Burak, het gevleugelde paard van Mohammed, dat is eigenlijk het enige beest dat ze lief vinden. En alles wat eetbaar is en op de grill past, mits halal uiteraard. Trouwens, ik zie net deze kop in de Halsemabode: de lage vaccinatiegraad bij mensen met een niet-westerse migratieachtergrond in Amsterdam past bij eerdere ervaringen.

Ik ben al een uur aan het piekeren wie dat dan zijn. Japanners wellicht?


Géén hond in mijn auto!

Daar vraagt u mij iets, mijnheer Van Amerongen. Inca’s misschien? Inuit? Maori’s? Mijn Filipijnse hulp in Amsterdam – alles in het nette, hoor – vertelde mij eens dat de inwoners van het eiland Mindanao in haar geboorteland dankzij hun opvoeding in de nabijheid van de mysterieuze Pacifische Ring van Vuur zo bijgelovig zijn geworden, dat zij de injectienaald als een instrument van de duivel zijn gaan beschouwen, waarmee de mens een diabolisch slechtheids-serum krijgt ingespoten.

Zouden het dus Filipino’s zijn?

Of toch gewoon Nederlandse antivaxers?

Die redeneren immers minstens net zo dwaas.

Ik weiger in elk geval te aanvaarden dat zich veel moslims onder de vaccinweigeraars bevinden. Tussen de regels door wordt dat zoals gebruikelijk met de nodige gemakzucht door u gesuggereerd met enkele niet te checken voorbeelden in verre islamitische oorden. Als hartstochtelijk bewonderaar van het huidige gemeentebestuur van onze geliefde hoofdstad weiger ik aan deze vorm van stigmatisering mee te werken.

Al moet ik toegeven dat ik ooit, heel even, op andere gedachten kwam, nadat Bavink – mijn hond, die eigenlijk Ruby heet terwijl er Snoopy in haar paspoort staat en voorbijgangers die haar van mijn columns menen te herkennen haar vaak Bavo plegen te noemen – in de Amsterdamse Utrechtsestraat door een vertegenwoordiger van het fietstuig was aangereden. Het gevolg was dat zij niet meer kon lopen en ik met gezwinde spoed met haar in de eerste de beste taxi wilde stappen om naar de dierenkliniek in Amsterdam-West te snellen.

Bavink jankte van de pijn.

“Géén hond in mijn auto!” riep de chauffeur echter, waarna hij vol gas richting het Frederiksplein scheurde.

Hij had geen blauwe ogen, zal ik maar zeggen.

Enfin, Paul ‘Pen’ Farthing dus. In mijn ogen is de man een held, ofschoon zijn actie ook een felle discussie in zijn geboorteland deed losbarsten. Is een dierenleven meer waard dan een mensenleven? Die laatste vraag werd opgeworpen. De verantwoordelijke Britse autoriteiten beantwoordden ’m onmiddellijk met een volmondig ‘nee’. Maar intussen gebeurde het wel. Intussen moesten mensen op het vliegveld van Kaboel achterblijven omdat een groep asielhonden en -katten voorrang kreeg. Hoeveel levens kostte dat uiteindelijk?

Ik dacht ook terug aan een legendarische aflevering van het praatprogramma van Sonja Barend uit 1987, waarin de Haagse eigenaar van een verlengde Mercedes 450 SEL en zijn echtgenote te gast waren. Op een gegeven moment vroeg Sonja hem wat hij zou doen wanneer hij voor de keuze werd gesteld: zijn auto of zijn vrouw. Hij dacht niet eens lang na en zei: “Een 450 SEL, daar moet je naar zoeken. En vrouwen zijn er zat.” En zijn eega zat dus pal naast hem.

Zo ziet u maar weer dat iedereen zijn voorkeuren heeft, mijnheer Van Amerongen. Paul Farthing, die Haagse Mercedes-eigenaar, de dames Kaag en Bijleveld, u, ik, wij allemaal. “Waar zou jij voor kiezen, ouwe: je hond of je vrouw?” Ik hoor deze vraag al aan uw valse lippen ontsnappen en de impertinentie ervan ergert mij nu reeds mateloos. Hoe durft u!


Wat als zo’n geschubde vriend een voorbips binnenzwemt?

Achtung! Feind liest mit! Je weet dat ik heel erg van het vrije woord ben, maar ik stel voor dat wij dit brandende dilemma – kiezen voor je hond of je spouse – in de beslotenheid van een bruine kroeg bespreken. Ik ben niet bijgelovig en dien slechts Mammon, Satan en Bacchus, maar met de Mercedes-eigenaar liep het slecht af.

Ik weet zeker dat zijn toenmalige vrouw voodoo heeft toegepast, want in 2014 werd John Vinck – want zo heette-ie – gevonden in een steeg tussen twee bedrijfspanden in het Gelderse Bemmel. Het is niet duidelijk waarom hij zo ver van zijn woonst in ’s-Gravenhage was. Nader onderzoek wees wel uit dat Vinck foto’s van vuurwapens op zijn telefoon had staan. Toen de Haagse politie op verzoek van het Gelderse korps zijn woning doorzocht, troffen agenten drie blaffers aan.

Geen kwaad woord verder over de beste man, want hij was net zo’n fanatieke dierenvriend als jij en ik. Zo was hij oprichter van de Haagsche Piranha Opvang en in zijn woonkamer had Vinck een aquarium boordevol met die overbodig geworden vrolijke knagers. Wat zou hij ze gevoerd hebben?

Vinck was ook hobby-ornitholoog, want in zijn huis fladderden kerkuilen en oehoes rond. Ach, wat is raar? Ik heb een poosje geprobeerd candiru’s te kweken, met als bedoeling die in de privé-zwembaden van de apparatsjiks van GroenLinks en D66 uit te zetten. Je kent het beessie vast wel uit het aangrijpende Tussen Orinoco en Amazone van Redmond O’Hanlon: “Wat echter het hardnekkigst in onrustige nachten door mijn dromen zwom was de candiru – een minieme meerval die een parasitair bestaan leidt in kieuwen en cloaca van grotere vissen. (–)"

“In het Amazonegebied zou de candiru, gesteld dat je te veel gedronken hebt en zo onverstandig bent om onder het zwemmen te urineren, je door die geur aanzien voor een grote vis en opgewonden tegen je stroom urinezuur opzwemmen, je urethra binnendringen als een worm in zijn holletje, en hij zou, door zijn kieuwdeksels op te zetten, een krans van naar beneden gerichte stekels vormen. Er kan niets tegen worden gedaan. De pijn schijnt opzienbarend te zijn. Je moet naar een ziekenhuis voordat je blaas springt; je moet een chirurg verzoeken je penis af te snijden.”

In Rio de Janeiro heb ik ze een poosje in mijn siervijver gehad, met als bedoeling ze mede te nemen naar Nederland. In het Portugees heet-ie trouwens vampiervis (peixe-vampiro). Ik ben net als Paul Farthing, Pistolen Paultje en Frans van Assisi een dierenliefhebber en heb mijn vampiervisjes finalmente in de Amazone uitgezet. Ik dacht: die Klaver richt zichzelf wel te gronde, er hoeft geen visje in zijn flipje. Wel ben ik benieuwd wat er gebeurt als zo’n geschubde vriend een voorbips binnenzwemt. Nee, ik zeg niet wier voorbips. Vooruit, ik geef je een hint: peixe talibano aeroportus kabulensis.