Peter R. is dan toch nog gaan slapen, zoals dat in het hedendaagse vakjargon van het tuig heet. Het is onverteerbaar, maar misschien kunnen we af en toe nog zijn stelligheid gebruiken, zijn onbeschroomdheid, zijn toon, zijn dictie. Het helpt denk ik. Zo blijft-ie bovendien een beetje onder ons.

Ik keek en luisterde naar de aflevering van de toenmalige AT5-serie Niets Nieuws waarin Peter R. de Vries in 1997 door Theo van Gogh werd geïnterviewd. Inmiddels is dat in de eerste plaats een opmerkelijk gesprek omdat ze daarna allebei met fatale gevolgen ten prooi vielen aan haat en onverdraagzaamheid. Maar het was ook om andere redenen opmerkelijk. De scherpe, ironische vragensteller bleek zoals bij elk interview dat hij deed erudiet en eloquent, zijn gesprekspartner presenteerde zichzelf toen al zonder met zijn ogen te knipperen als het toppunt van zelfverzekerdheid.

Vierentwintig jaar later had ik Peter R. de Vries bijvoorbeeld graag net als in deze conversatie horen redeneren over de aarzelende manier waarop in de randstad in den beginne werd gereageerd op de zondvloed die Limburg onder water deed lopen: “Beetje ver weg hè, Limburg. Als dit Amsterdam was overkomen, had het kabinet het metéén tot een nationale ramp uitgeroepen. Nu gebeurde het pas na twee dagen. Ik vind dit een grote schande.”

Zoiets?

Ach, laat ik verder geen imitatiepogingen ondernemen. Ik voeg alleen nog één anekdote toe aan de reeks die collega’s vrijdag in de krant over hem vertelden.

In mijn verslag gaf ik alle deelnemers een tweede initiaal, behalve Peter

Er was ooit een tijd dat hij zich, in dienst van de Telegraaf, slechts Peter de Vries noemde. En toen kwam ineens die R erbij. Wij gniffelden erover, op de redactie. Toen ik voor ons interne orgaan de Buizenpost een verslag schreef over het jaarlijkse Tien Over Rood-biljartkampioenschap om de Jan van der Pol Wisselregenjas, genoemd naar een fameuze archivaris die altijd een lange regenjas droeg, gaf ik mede om die reden alle deelnemers een tweede initiaal, behalve Peter. Nog zie ik hem schaterend het stiltehok binnenstormen waar ik zat te werken nadat de Buizenpost was uitgekomen.

“Hahaha, een goeie!” riep hij.

Sportief was-ie dus óók nog.

Over toon gesproken. Schrijver Joris van Os luchtte na de dood van Peter zijn hart op Facebook.

Hieronder een ingekorte versie.

“Gefeliciteerd, tuig. Gefeliciteerd, dom, laag, smerig, ziekelijk, afstotend, weerzinwekkend uitschot. Er is niets interessants aan jullie. Niets avontuurlijks. Er is geen romantiek aan jullie bestaan. Geen heroïek van de straat.

NPO, Videoland, wie dan ook, hou op met die Mocro Maffia. Hou ermee op om Holleeder een column in de Nieuwe Revu te geven. Hou ermee op dit geteisem op een schild te hijsen. Hou ermee op dit ondergekruipsel de glans van heldhaftigheid te verlenen.

Jullie hebben ons niets te leren. Jullie zijn geen nobele wilden, geen Robin Hoods, geen schoffies, geen knuffelcriminelen die een plekje verdienen in de praatprogramma’s.

Jullie verdienen geen ‘respect’.

Jullie zijn niets. Alleen maar gespuis.”

De enige juiste toon.

Mijn Telegraaf-stukjes worden enkele dagen na publicatie op dit blog geplaatst. Abonneer je op de krant wanneer je ze direct wil lezen. Klik op het logo voor meer info.