Golfers Magazine 01 - 2021
Wij mogen tenminste nog

Klein leed, ik weet ‘t. De opofferingen die de vrijetijdsgolfer zich in deze coronatijd moet getroosten kunnen niet worden vergeleken met het leed van andere deelnemers aan de maatschappij.

De horeca-exploitanten en andere middenstanders die hun zaken dankzij de lockdown zien omvallen, de ouders die zich in allerlei bochten moeten draaien wanneer hun kroost thuis dient te worden onderwezen, de senioren die vereenzamen: ze hebben er allemaal veel meer last van.

Wij moeten daarom niet zeuren.

Wij mogen tenminste nog. Wij mogen gewoon nog golfen omdat wij onze sport niet in een anderhalvemeter- maar in een tweehonderdmetersamenleving beoefenen. In het voorjaar, tijdens de eerste lockdown, kostte het nog enige moeite om de autoriteiten daarvan te overtuigen. Nu kunnen wij gewoon de baan in, enigszins aangepast: negen holes per reservering en slechts met tweeballen. Dat heeft echter ook z’n voordelen. Die ene chagrijn die altijd zijn Stableford-punten bij elkaar jat kun je nu bijvoorbeeld zonder smoes uitsluiten: “Sorry, kerel, twee man slechts. Probeer het bij een ander!”

Maar hé, we zitten nu toch met z’n allen in het hoekje van Golfers Magazine bij elkaar. We vormen hier een welhaast ondoordringbare bubbel, Feind hört daardoor niet of nauwelijks mit. Daarom zeg ik het toch, voor alle zekerheid op fluistertoon: ik heb behoorlijk de pest in over het feit dat we na afloop niet eens even op de geijkte manier kunnen nababbelen.

De lezer die deze rubriek vaker tot zich neemt weet dat ik niet golf om te golfen, maar voor de gezelligheid erna. Een of twee keer per jaar slaag ik er zowaar in de ballen 4 ½ uur achtereen de richting op te slaan en de lengte mee te geven die ik in gedachten heb. Alle andere keren denk ik achttien holes lang aan één ding: de negentiende hole. En die is mij nu ontnomen, al worden er hier en daar pogingen ontnomen om de pijn te verzachten.

Hoe?

Voor het beantwoorden van die vraag neem ik u mee naar een plek waar ik regelmatig vertoef: de heerlijke Texelse Golfclub. Daar zijn de bar en het terras van ‘t Hanenhuus, zoals het clubhuis heet, uiteraard ook gesloten. En wat zie je dáár nu, als het niet te hard stormt en/of regent? Dat de leden na hun ronde hun consumpties op de parkeerplaats tot zich nemen. Die arme ober loopt zich het heen en weer met glazen Skuumkoppe en broodjes kroket. En ik denk dan bij mezelf: hallo, als we op het terras gaan zitten is het risico op besmetting toch net zo klein?

Maar ja, klein leed inderdaad.

Op naar de verlossing!


Golfers Magazine 02 - 2021
Ik val op verkeerde mannen

Duidelijk nu: ik val op verkeerde mannen. Zo. Dat is nog eens een beginzin. Voordat de lezer een conclusie trekt die toch wel enigszins bezijden de waarheid is - als golfer verblijf ik te vaak in herenkleedkamers om mij verleid te voelen eens een andere gendervariant uit te proberen - haast ik mij te verklaren dat ik ‘m heb gejat van mijn zoon.

Zo trots op die jongen. Hij bracht ooit een avond door met een bloedmooie Braziliaanse, die hem halverwege fles numero 3 opbiechtte dat zij altijd op de verkeerde mannen viel. En wat zei zoonlief? “Dan ben je bij mij aan het goeie adres.”

Kijk, dát is pas opvoeden!

Maar goed, ik schrijf dit stukje niet voor Ouders van Nu, maar voor Golfers Magazine. Er moet derhalve een draai naar de edele golfsport worden gemaakt, hetgeen in dit geval overigens vrij gemakkelijk is: ik was altijd een fan van Angel Cabrera, bijgenaamd El Pato, oftewel De Eend. Een foute man, zoals nu blijkt.

Geweldige, lome swing, fenomenaal kort spel, jaloersmakend relaxed op de baan, señor Cabrera. Hij loopt inderdaad als een eend en hij is een volksjongen: hij begon als tienjarig jochie als caddy op de Cordoba Country Club, mocht daar af en toe geleende clubs ter hand nemen en won jaren later twee Majors, het US Open van 2007 en de Masters van 2009.

En nu is de Argentijn opgepakt. In Brazilië, waar hij als foute man misschien wel op dezelfde juffrouw joeg als mijn zoon destijds, wie zal het zeggen. Beschuldigd van ‘mishandeling, diefstal, intimidatie en herhaaldelijk gebrek aan respect voor de Argentijnse autoriteiten’, zoals de officiële verklaring luidde, was hij op verzoek van het openbaar ministerie van zijn geboorteland op Interpol’s Red Notice List geplaatst.

Wat is dat toch met mij?

Ik vond Thorbjörn Olesen ook al zo’n toffe peer. Welnu, die misdroeg zich in een vliegtuig dusdanig, dat hij wegens aanranding en drankmisbruik werd aangeklaagd en door de European Tour werd geschorst. Wat bovendien te denken van John Daly? Ik hield echt van die branie, maar hij kwam bijkans vaker met de politie in aanraking dan met de fles - en dat wil wat zeggen.

En nu blijk ik dus jaren gecharmeerd te zijn geweest van een golfer tegen wie door zijn ex Silva Rivadero twee aanklachten wegens geweld zijn ingediend, terwijl Cecilia Torres, weer een andere ex, beweert dat Cabrera haar niet alleen heeft geslagen en bedreigd, maar ook heeft geprobeerd om haar in 2016 met zijn auto omver te rijden.

En zo schijnt Angel nog het een en ander te hebben geflikt.

O, Heer, leer mij toch eens van sááie golfers te houden!


Golfers Magazine 03 - 2021
Woman is the caddy of the world

Er staat een onuitwisbaar beeld in mijn oude-witte-mannengeheugen gegrift. Een Afrikaans stel loopt over een stoffige weg. Hij oogt ontspannen, op slippers en in korte broek. Zij is zwaar bepakt en bezakt en draagt zelfs een overvolle waterzak op haar hoofd. Niet helemáál conform de hedendaagse westerse mores, zal ik maar zeggen.

Ik denk er weleens aan als ik de Brit Lee Westwood (bijna 48 jaar alweer) en zijn huidige vriendin op de kwelbuis ontwaar. Ooit was Lee getrouwd met de zus van de Schotse Tourspeler Andrew Coltart. Ze kregen twee kinderen. Nu is hij alweer enkele jaren innig met zijn landgenote Helen Storey, tegenwoordig zelfs op de golfcourse. Drie jaar terug liet hij Helen zijn tas dragen toen zijn vaste caddy - de befaamde Billy Foster, die vroeger ook een tandem met Seve vormde - tijdelijk niet beschikbaar was. Hij won voor het eerst in vier jaar (de Nedbank Challenge). De samenwerking bleek zo succesvol dat Lee besloot zijn vriendin tot zijn vaste caddy te benoemen.

Billy Foster lozen voor een vrouw!

Dat is pas lef hebben!

'Westy' is dit jaar met name op de PGA Tour aan een imponerende comeback bezig. Hij laat de Amerikanen weer versteld staan met zijn loepzuivere drives en ijzerspel en lijkt op de greens beter dan ooit. Maar wat míj vooral opvalt is dat de fragiele Helen Storey zijn tas rondsjouwt.

Het is potdorie net de scene op die stoffige Afrikaanse weg, dacht ik ook tijdens The Players, waar Lee uiteindelijk, net als de week daarvoor, tweede werd. Meneer deinst zo te zien nog steeds niet terug voor een stevige pint lager: zijn BMI lijkt mij aan de hoge kant. Hij loopt lekker ontspannen zijn rondje en zij huppelt er zwaar bepakt en bezakt achteraan.

Er zijn meer spelers die hun tas door hun wederhelft laten of lieten dragen. Ik noem er enkelen: Steve Stricker, Patrick Reed in het begin van zijn professionele carrière, Thomas Aiken toen hij in 2014 het Zuid-Afrikaanse Open won, laatstelijk Darius van Driel.

Ik neem mijn golfpet af voor de dames. Zo’n tas weegt niet niks en moet toch een uurtje of vijf worden meegesleept. Maar om de een of andere reden maakt Helen Storey - zij was ooit Lee’s fitnessinstructeur - pas echt indruk op mij, misschien wel omdat zij zijn golfbag met een nauwelijks van haar gezicht verdwijnende vrolijke lach draagt alsof het een ultralight handtasje is. Bovendien verklaarde zij desgevraagd al dat zij er geen problemen mee heeft dat die krent haar géén 10% caddyfee uitkeert.

"Woman is the caddy of the world", neuriede ik toen, naar dat liedje van John Lennon.

“Ze krijgt een nieuwe keuken”, zei Lee destijds, na zijn zege in de Nedbank Challenge.

Oók niet helemaal conform de hedendaagse westerse mores, als je het mij vraagt.