Hee mop! Dat riep ze, midden in een live gesprek met Bert Maalderink na haar zege op de 5000 meter. Achter de tv-camera die het registreerde toonde iemand haar een smartphone waarop haar vriend Dirk Jan via FaceTime contact met haar zocht. Toen Irene Schouten dat zag - en nóg meer begon te stralen - riep ze zwaaiend ’Hee mop!’

Voor het oog van de natie.

„Ik heb effe interview met de NOS.”

Ik smolt.

Hoe nu, als man, wat ik volgens mij nog steeds ben (there, I said it!), hoe nu fatsoenlijk over Irene Schouten schrijven zonder dat je jezelf meteen in de problemen brengt? Ik geef het u te doen, reizigers (de onstuitbare genderdiversifiëring van de hedendaagse maatschappij respecterend zal ik u voortaan, daartoe geïnspireerd door de NS, niet meer als dames en heren aanspreken maar als reizigers, waarmee de vlag de lading in mijn ogen redelijk dekt aangezien wij allemaal op reis zijn, onverbiddelijk op de weg naar het einde).

Menig manspersoon is de afgelopen dagen van zijn voetstuk gevallen wegens ongepaste bejegening, op tal van manieren, van zijn biologische counterparts. In de herfst van mijn carrière moet mij dat hoe dan ook bespaard blijven en daarom dien ik de woorden die ik aan Irene Schouten wil besteden zorgvuldig te wegen.

Even dacht ik zelfs: man, laat die meid lekker zitten, daar in Peking, sla haar over, krijs gewoon risicoloos mee met de schreeuwlelijken die van Ernst Kuipers nu al onze nieuwe nationale kop van jut hebben gemaakt, dan krijg je je vergoeding ook netjes overgemaakt. Maar gelukkig drong het toen andermaal tot mij door dat ik uit dezelfde Noord-Hollandse klei ben getrokken als Irene, al is haar geboortegrond nóg vettiger, nóg West-Frieser.

Onverschrokkenheid is ons kenmerk!

Daar, onder de dijk, leeft een apart slag volk, wars van uitsloverij

Ik ken Zwaagdijk-Oost, waar zij het levenslicht zag. Ik ken het iets verderop gelegen Andijk, waar zij woonde totdat ze zich met Dirk Jan in Hoogkarspel vestigde, dat ik trouwens óók ken. Ik ken het soort mensen waartoe zij behoort. Daar, onder de IJsselmeerdijk, leeft een apart slag volk, wars van uitsloverij, best wel luidruchtig nu en dan, behoorlijk dorstig zoals zoveel West-Friezen, maar werklustig als mieren en niet te beroerd om elkaar in mindere tijden de helpende hand te bieden. De tv-docu die liet zien hoe de familie Schouten de aan een beroerte ten prooi gevallen moeder van Irene opvangt sprak boekdelen.

Een prachtvolk, die Andoikers.

Die onbevangenheid!

Hee mop! Ze riep het, tijdens dat interview, ik lachte net als zijzelf van oor tot oor en ik dacht: als ik 104 jaar jonger was zou ik best Dirk Jan willen heten. Maar ik prentte mezelf ook direct in dat ik bij het uitspreken van mijn genegenheid en bewondering voor Irene Schouten de valkuilen waarin allerlei BN’ers nu zijn gevallen moest zien te vermijden omdat er nog strenger op mij zou worden gelet.

„O, heb ik ook een nieuw Nederlands record!?”

Dat riep ze óók, totaal verbaasd, tegen Bert Maalderink.

Hoe mij uit te drukken?

Laat ik het voor één keer als een Vlaming zeggen.

Hee mop, ik zie u graag.

Mijn Telegraaf-stukjes worden enkele dagen na publicatie op dit blog geplaatst. Abonneer je op de krant wanneer je ze direct wil lezen. Klik op het logo voor meer info.