Kijk eens aan, een mail van good old dr. Herbert M. Adler MD, een gerenommeerde Amerikaanse psychiater die ik jaren terug al eens citeerde nadat ons veel te ver doorgevoerde bestuurlijke gedoogbeleid ter sprake was gekomen.

„Jullie Nederlanders zijn zo ruimdenkend dat jullie hersens eruit vallen”, zei hij destijds, als schoonvader van twee Nederlanders. Dat vond ik er eentje om in te lijsten en daarom las ik ook deze mail met interesse.

Bijna 94 jaar oud nu, onze Herb.

En hij knijpt nog steeds zielen.

Ook Herbert Adler was ter ore gekomen dat het abstracte schilderij New York City I van Piet Mondriaan, in 1941 door deze befaamde Nederlandse kunstenaar gecreëerd, 75 jaar lang op z’n kop aan het publiek was getoond: eerst in het MoMa in New York en vanaf 1980 in het Museum Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen in Düsseldorf, waar men de fout onlangs ontdekte en concludeerde dat het doek zo moest blijven hangen. Reden van dat besluit: omkering zou een verwoestende uitwerking hebben op het hier en daar toch al losgeraakte plakband waarmee Mondriaan de strakke lijnen had gevormd.

Herb las het allemaal, nam plaats achter zijn pc en richtte zich toen tot de vrouw die voor hem de dichtstbijzijnde expert was: zijn nicht Joan Weinstein, directeur van het gerespecteerde J. Paul Getty Museum in Los Angeles.

Waarom hebben de kunstexperts deze fout de afgelopen 75 jaar niet opgepikt?

„Beste Joan”, schreef hij (mij is toestemming verleend te citeren en in te korten). „Ik heb geen aangeleerde kennis van kunst en zou het op prijs stellen als je mij enig inzicht verschaft in de wijze waarop kunstexperts moderne kunst beoordelen. Er is onlangs gemeld dat een werk van Mondriaan al 75 jaar ondersteboven hangt. Twee vragen: 1. heeft een kunstwerk een grotere artistieke waarde wanneer het correct wordt opgehangen? 2. Waarom hebben de kunstexperts deze fout de afgelopen 75 jaar niet opgepikt?”

Ik zie de grimlach voor mij waarmee die ouwe Herb dit schreef.

Zou Piet Mondriaan zich er zelf druk over hebben gemaakt? Hij was nogal een pietje-precies, begrijp ik uit de overlevering, het zou dus best kunnen, maar ik weet het niet zeker. Ik denk wel te weten hoe Karel Appel in een soortgelijk geval zou hebben gereageerd en neem u ter onderbouwing van dit vermoeden mee terug naar een tentoonstelling die het Haags Gemeentemuseum, nu Kunstmuseum Den Haag, begin jaren negentig aan Appels werk besteedde.

Toen de tentoonstelling werd ingericht kwam Karel Appel zelf even een kijkje nemen. Hij beende langs zijn werken en werd toen aangesproken door een paar medewerkers die net bezig waren een abstract doek van hem op te hangen.

„Goed dat u er bent, meneer Appel. Welke kant moet boven? Daar bestaat hier enige onduidelijkheid over.”

„Wat maakt het uit, jongens”, antwoordde de kunstenaar. „Het is in beide gevallen prima.”

Waarna Karel doorliep.

Zonder enige twijfel werd het doek daarna goed opgehangen, maar zei hij het wel, die ouwe provocateur.

Voor alle duidelijkheid: ik ben en blijf een bewonderaar van Karel Appel.

Help, mijn hersens vallen eruit!

Mijn Telegraaf-stukjes worden enkele dagen na publicatie op dit blog geplaatst. Abonneer je op de krant wanneer je ze direct wil lezen. Klik op het logo voor meer info.