Goed nieuws en slecht nieuws, mijnheer Van Amerongen. Ik begin met het goede: mijn dichtbundel Het Ravijn Waarin Wij Tuimelen is af. Het is een aanklacht tegen het hedendaagse blanke lemmingengedrag en de uitgevers Mai Spijkers en Otto Wollring vechten om de rechten. Zelfs in Oeganda bestaat grote interesse. Waarmee ik automatisch bij het slechte nieuws beland: ik acht niemand met Oegandese roots geschikt om mijn bundel in het Swahili te vertalen.

Naar ik heb vernomen zou Jennifer Nansubuga Makumbi de vertaalklus op zich willen nemen. Zij is een succesvolle, in Manchester woonachtige schrijfster. Maar zij zag het levenslicht in Kampala en is een vrouw. Sterker nog: zij is een zwarte vrouw. En dus kan zij zich nooit ten volle inleven in wat een 2.04 meter lange mannelijke, roomblanke, autochtone polderlander met flaporen en schoenmaat 49 op papier heeft gezet, een klassieke hetero bovendien met - schande! - dezelfde achternaam als M.T. Hoogland, die volgens het Slavenregister Suriname van 1851 tot 1863 dertien slaven hield.

Het zou mij niet verbazen als Jennifer, indien ik met haar in zee zou gaan, stiekem een zin als Mshairi ni chafu, mzee, mweupe cisgender anayeshikilia ubaguzi wa rangi tussen de regels door aan de Oegandese vertaling van Het Ravijn Waarin Wij Tuimelen zou toevoegen. Mijn Swahili is wat roestig, maar toevallig weet ik dat dit ‘De schrijver is een vieze, oude, witte cisgender die van racisme aan elkaar hangt’ betekent.

Ik bedoel maar.

Ook u weet wat er speelde toen het gedicht The Hill We Climb dat Amanda Gorman tijdens de inauguratie van Joe Biden en Kamela Harris voorlas in het Nederlands moest worden vertaald. Lucas Marieke Rijneveld zou het doen. “In de eerste plaats is hij/zij een literair wonder omdat hij/zij qua wokeness aan negen van de tien voorwaarden voldoet (voor de tiende voorwaarde volstaan zelfs honderd zonnenbanksessies niet”), schreef ik onlangs over Lucas Marieke. Buigend als een madeliefje in een gure noordooster gaf hij/zij de opdracht subiet terug toen men in BLM-kringen zijn/haar huidskleur als ongeschikt verklaarde.

Zo diep zijn wij gezakt, anno 2021. In hun op zich meer dan terechte gevecht tegen het beoordelen van mensen op hun huidskleur, doen Black Lives Matter en aanverwante bewegingen een opvallende move: zij beoordelen mensen op hun huidskleur. Om als schrijver van Het Ravijn Waarin Wij Tuimelen te overleven neem ik er noodgedwongen aan deel. Toch wil ik u het commentaar van mijn dorpsgenote en dichteres Elly de Waard op het alhier zo orgastisch bejubelde The Hill We Climb niet onthouden.

“De tekst van Gorman heeft heel weinig met poëzie te maken, tenzij je het wilt vergelijken met de tekst van bijvoorbeeld de Internationale of andere liedteksten die een propagandistische bedoeling hebben. Het bestaat bij de gratie van een aantal bijeengeraapte clichés. Dat zoveel mensen er zo enthousiast over zijn heeft mijns inziens te maken met a. de schattigheidsfactor van het meisje, b. dat het meiske zwart is en tevens zo glamoureus aangekleed, c. de overwinning van Biden op Trump die gevierd moest worden en d. dat Black Lives Matter ook helemaal bij hoorde”, aldus Elly toen ik haar om een reactie vroeg.

Au!


Je moet een Dolezalletje doen

Je zult het niet geloven, ouwe, maar ik was jarenlang een stille aanbidder van Elly de Waard. Het zit zo: toen ik een jaar of negen was, bezorgde ik het Vrije Volk in Ede (14 abonnees, waaronder Hans Dorrestijn, Arthur van Schendel, Gerdo Hazelhekke, Cornelis van Geelkerken en Jan Siebelink), en daarin schreef De Waard op een verfrissende en vernieuwende wijze over popmuziek.

Op de Veluwe werd popmuziek toentertijd - net als de televisie en de stoomtrein - als een uitvinding van de duivel beschouwd. Als je bijvoorbeeld het plaatje van Rain and Tears van Aphrodite's Child achterstevoren draaide, hoorde je de notoire satanist Demis Roussous zingen: Lucifer zal je er op zijn Grieks van langs geven zodat je een week niet kan lopen, bastaardkind van de valse Christus!

Deze exegese heb ik niet verzonnen maar komt van dominee Johannes van der Poel, bijgenaamd De Gesel van de Schaapweg. Elly schreef toen al in het Vrije Volk dat we nog veel ging horen van Aphrodite’s Child en dat hun muziek erg verfrissend klonk mede door het toetsenspel van Evángelos Odysséas Papathanassíou die jij wellicht beter kent als Vangelis en in het bijzonder zijn herkenningsdeuntje voor het Wereldkampioenschap voetbal 2002.

De Waard schreef toen ook dat Demis Roussos een getalenteerde knaap was maar dat hij beter op zijn gewicht moest letten en geen kruiwagens tsatski, souvlaki en galaktoboureko (alles door elkaar geprakt) moest verorberen gelijk Gargantua. Nou hoor ik jou brommen: “Dit verzin je allemaal ter plekke, huichelachtige Veluwse vlerk, want laatst schreef je nog dat je de Telegraaf bezorgde, en bovendien was je toen pas negen en had je nog geeneens haar op de balzak, laat staan dat je erotische gedachten koesterde over Elly, die toen overigens nog niet de Griekse beginselen was toegedaan en in zonde leefde met de dichter Chris van Geel.”

Dat zal allemaal wel, Hoogland, maar het frappeert mij dat jij nu ineens heel hoogdravend doet over poëzie en achteloos uit het werk van je lieve buuf Elly citeert, terwijl de enige rijmelarij bij jou thuis bestaat uit Liggen in ‘t gras van Toon Hermans en de volledige serie verzamelde poëzie (vijftien delen) uit het succesvolle radioprogramma Candlelight van Jan van Veen.

Maar goed, gepensioneerde slavendrijver, ik snap dat je een dichtbundel in de lade hebt liggen, net als onze gewaardeerde vakbroeders Sybren Kooistra en Bab Bah Tarawally, en ik heb een veel beter idee dan het onzalige plan jouw geesteskind/hersenscheet in het Luganda te vertalen: je moet een Dolezalletje doen. Je weet wel, die Rachel Dolezal die uit een roomblanke mormonen-familie uit de negorij van Montana kwam en toen besloot een zwarte kerel te worden want dat was handig voor subsidies.

Als jij jezelf nou Nkechi Amare Diallo-Hoogland noemt, maak je veel meer kans op een literaire doorbraak in Oeganda. Maar nog beter is natuurlijk als je De Goddelijke Komedie van Dante Alighieri ontsluit voor je inheemse dorpsgenoten en hertaalt in het Egmonds dialect. Elly wil je vast wel bij helpen met deze passage uit Canto XXVII: Vedi come storpiato è Maometto! Dinanzi a me sen va piangendo Alì, fesso nel volto dal mento al ciuffetto.


Mijn hemel, wat een lafbekken

Nu even zonder gekkigheid, mijnheer Van Amerongen. Dat u over Dante’s Goddelijke Komedie begint is u ongetwijfeld ingegeven door een andere vertalingsrel: het besluit van de Vlaamse vertaalster Lies Lavrijsen van uitgeverij Blossom Books om in in een aan deze tijd aangepaste versie van De hel, het eerste deel van het belangrijkste werk van Dante, de naam van de profeet Mohammed te schrappen.

Dante had het niet zo op de islam en wees er inderdaad op dat Mohammed (Maometto) een kreupele was en dat zijn neef Ali - tegelijkertijd zijn schoonzoon, de islamitische gewoonten ontstonden dus reeds vroeg - daar met een gebarsten gezicht van kin tot plukje om moest wenen. De vertaalster oordeelde met instemming van de uitgever dat zulks anno 2021 niet meer kon en liet daarmee blijken dat Michel Houellebecq een vooruitziende blik had toen hij Soumission schreef.

Dat ravijn waarin wij tuimelen?

Het is oneindig diep, mijnheer Van Amerongen.

Mijn hemel, wat een lafbekken.

Het is een minuscuul stel idioten dat ons aangaande racisme, genderproblematiek en islam tracht op te voeden. Bewijs van die vaststelling: één ternauwernood binnengesleept kamerzeteltje voor mevrouw S. Simons van Bij1. Op numero 2 stond overigens de heer Q. Gario, dus ergens is het ook wel weer jammer dat het bij deze electorale score bleef: ik had Quinsy’s Zwarte Piet-discussies met de heer M. Bosma van de PVV graag willen aanhoren.

Eén zetel!

Van de 150!

Mevrouw Simons en haar volgelingen gedragen zich zo agressief en weten zich daarbij in publicitair opzicht zo ruimhartig ondersteund, dat zij hun bizarre woke-eisen  toch vaak ingewilligd zien. Onze musea zijn dientengevolge bolwerken van politieke correctheid geworden en onze geliefde hoofdstad heeft ook al een paar jaar, in de persoon van de heer Gershwin Bonevacia, een stadsdichter die regels verzint als: “We leven in een pauzestand / zodat we even op adem kunnen komen / Misschien is dat wel het mooiste.”

Heel benieuwd wat zijn voorganger K. Schippers daar diep in zijn hart van vindt.

O zeker, over de grens kunnen ze er ook wat van. In de VS en Groot-Brittannië ondermijnt deze wokeness de maatschappij nog veel nadrukkelijker. En in Catalonië was de vertaling van The Hill We Climb zelfs al af, maar verdween zij alsnog in de prullenbak toen mevrouw Gorman en haar gevolg ontdekten dat zij door een witmang was gemaakt.

Ik beperk mij echter tot mijn vaderland. Graag had ik u daarom ook op de hoogte gesteld van de bijdrage die ik zelf, begin jaren zeventig, tijdens mijn nachtdienst bij het Haarlems Dagblad aan het door u genoemde Candlelight van de heer Jan van Veen leverde. Helaas ontbreekt mij daartoe de ruimte. Ik beperk mij daarom tot de onthulling dat de heer Van Veen pas halverwege het voorlezen doorhad dat hij in de maling werd genomen. Toen bleek namelijk dat een jongetje van zes zogenaamd de aanbedene was.

Ja ja, mijnheer Van Amerongen, ik was mij er vroeger eentje!


Er was eens een bakker in Petten

Da’s toevallig! De reden dat ik niet de geschiedenis in ben gegaan als de Edesche Rimbaud, is geheel te wijten aan Jan van Veen en wel omdat hij mijn allereerste en enige gedicht volkomen genegeerd heeft. Ik was nog maar een knaapje maar had de rijmkunst al volledig onder de knie.

Op de Willem van Oranje School met de Bijbel aan de Nachtegaallaan - nu een Vrije School waar de kindertjes met hun eigen poep moeten boetseren - kreeg ik altijd een tien voor het uit het blote hoofd opdreunen van een psalm op maandagochtend. Jij bent van het houtje dus enige bijbelkennis is je vreemd en vermoedelijk heb je daarom geen benul van mnemotechniek. Goed, de kortste psalm is 117 en die heeft maar 2 versen. Dat was een fluitje van een cent. Maar dan de langste psalm is 119 met maar liefst 176 versen! Dan was ik wel effe bezig hoor.

Goed, mijn eerste en enige gedicht luidde als volgt:

Er was eens een bakker in Petten
Die liet zich zijn lust niet beletten
Hij kneedde zich leeg
Elke dag in het deeg
Maar vooral in de verse kadetten

Maar laat ik serieus worden. Je maakt je terecht druk over het minuscuul stel idioten dat ons aangaande racisme, genderproblematiek en islam tracht op te voeden. De gifbeker is nog lang niet leeg want van de week ontving ik de handleiding Waarden Voor Een Nieuwe Taal. Een veilige, inclusieve en toegankelijke taal voor iedereen in de kunst- en cultuursector en op ministeries.

De schrijver is niemand minder dan staatsruivenier Mounir Samuels en dan weet jij voldoende. Het is te hilarisch voor woorden. Sta mij een hilarisch voorproefje van de dwingende aanbevelingen van de voormalige tafeldanseres toe:

• ‘We moeten het witte perspectief niet vergeten’ in plaats van ‘Ik zoek nog een witte man’.

• ‘Kennen we wellicht een maker met een islamitische achtergrond die een andere zienswijze in kan brengen?’, in plaats van ‘Ken jij nog een moslim die hier iets zinnigs over kan zeggen?’.

• Zeg niet ‘We hebben eigenlijk nog wel een homo nodig’, maar ‘Het zou wellicht goed zijn een queer narratief aan onze verhalen toe te voegen.’

• Zeg niet ‘De expositie gaat dus over het slavernijverleden (spreker kijkt naar de zwarte medewerker aan tafel): Wat denk jij ervan?’, maar ‘De expositie gaat dus over het slavernijverleden (spreker kijkt rond naar alle aanwezigen aan tafel): Wat denken wij hiervan?’

Ik zie net dat je de handleiding gewoon gratis kunt krijgen via het politbureau van D66! Snel downloaden nou, vieze, oude, van racisme aan elkaar hangende witte cisgender, want ik heb niet meer zo gelachen sinds de sketch Het is niet mijn broer van Snip en Snap.