Genoeg van het jongensvoetbal? Dan maken we gezellig een overstapje naar het meisjesvoetbal: de UEFA heeft het vrouwenteam van Ierland van de Nederlandse bondscoach Vera Pauw een boete van 20.000 euro opgelegd omdat de speelsters zich na plaatsing voor het komende wk aan het zingen van een IRA-strijdlied in de kleedkamer bezondigden.

In dat lied, getiteld ‘Ohh Ah Up The RA’, wordt de zogeheten SAM-missile bezongen, een luchtdoelraket waarover de IRA tijdens The Troubles na verloop van tijd zomaar beschikte. Zo smaakvol was het dus inderdaad niet van die Ierse voetbalsters. Ik kan mij om die reden voorstellen dat u nu ook alweer genoeg heeft van het meisjesvoetbal en voer u daarom ditmaal mee terug naar dinsdag 14 september 1976, om precies te zijn naar een pub in Dundalk, een Ierse stadje op de grens met Noord-Ierland. Ik dacht eraan toen ik dat bericht over het nationale Ierse vrouwenelftal tot mij nam omdat ook toen een lied centraal stond.

Ik verbleef destijds in die plaats om er de Europa Cup-wedstrijd FC Dundalk - PSV (1-1) te verslaan en ging de avond tevoren met enkele collega’s aan de zwier. Dat was op zich niet van gevaar ontbloot: Dundalk was, als grensstad, een bekend toevluchtsoord voor IRA-leden. Maar we waren jong, hadden dorst en klopten aan bij een pub waarvan de deur op slot was.

„Wie zijn jullie?” vroeg een norse man nadat hij met de nodige argwaan het patrijspoortje van die deur had geopend.

„Nederlandse sportjournalisten”, zei ik. „We willen graag iets drinken.”

Wij hebben ook heel erg te lijden gehad onder die verdomde protestanten!

Het duurde even voordat we werden binnengelaten, en toen dat eenmaal het geval was begrepen we waarom: het was een IRA-pub. Aan de muur achter de bar hingen verscheidene posters van gesneuvelde comrades en toen de kastelein ons ook nog liet weten dat het hem moeite kostte om ons te bedienen omdat wij Nederlanders de schuld van alles waren, met onze King Billy (koning William III, die met Mary II was getrouwd, was als Prince of Orange van Nederlandse afkomst en hakte als protestantse veldheer de katholieke Ieren in de pan bij de Battle of the Boyne in 1690), werd de sfeer zelfs grimmig. Die koppen werden steeds bozer.

„Kom Rob, we gaan”, zei een collega.

Maar ik gaf het nog niet op.

„Wij zijn katholiek!” riep ik luidkeels in het Engels. „Wij hebben ook heel erg te lijden gehad onder die verdomde protestanten en ik zou voor jullie dolgraag een typisch katholiek Nederlands strijdlied willen zingen!”

Tsja, ik moest íets, en het bracht nog redding ook. Ik kreeg zelfs een half dronken accordeonist als muzikaal begeleider toegewezen, waarna ik, op het podium, die typical Dutch Catholic battle song ten gehore bracht, driemaal achtereen met deze tekst: „Ik zag twee beren / Broodjes smeren / O, het was een wonder / ‘t Was een wonder, boven wonder / Dat die beren smeren konden / Hi hi hi / Ha ha ha / ‘k Stond erbij en ik keek ernaar.”

Vooral dat ’Hi hi hi / Ha ha ha’ werd de derde keer enthousiast door de aanwezige republikeinen meegezongen.

Ik kreeg er geen boete voor, maar vijf pinten Guinness.

Mijn Telegraaf-stukjes worden enkele dagen na publicatie op dit blog geplaatst. Abonneer je op de krant wanneer je ze direct wil lezen. Klik op het logo voor meer info.