Wat mij het meest aangreep? Toch wel de innige dans van Klukkluk met Janneke, die van Jip. Ze deden het op het nummer Heyah Mamah van K3 en onze oude Pipo de Clown-indiaan gaf grif toe dat hij hier na al die anonieme celibataire jaren hard aan toe was. „Ik zijn niet zo van de droogstaanderige”, zei hij. Janneke was bovendien dolblij dat zij eindelijk eens van Jip was verlost.

Neem deze strofe van dat lied: „Ik weet een plekje waar ze ons niet vinden, jij mag me verslinden. Doe het heel zachtjes, geen kreetjes en geen lachjes”. De immer meeloerende en -luisterende cancelgestapo zette dit nummer op de zwarte lijst omdat er ook kleine meisjes naar luisterden. Om die reden werd het juist gedraaid, en toen die woorden uit de speakers schalden was Klukkluk inderdaad bijna niet meer te houden.

„Dit lied is mooi”, riep Janneke daarnaast. „Het is mooi omdat het mij op een idee brengt. Dit idee ga ik nu uitvoeren. Ik ga het uitvoeren omdat ik iets wil bewijzen. Ik wil bewijzen dat ik helemáál niet ouderwets, stereotyperend en rolbevestigend ben.”

„Dit zijn van de gekke!” riep Klukkluk terstond verrukt. Hij wilde zijn broek al laten zakken en het was daarom maar goed dat Old Shatterhand ingreep.

Waar dit zich afspeelde?

Donald Duck kwaakte dat hij weer eens lekker met Kwik, Kwek en Kwak zou gaan ravotten

Helaas kan de locatie niet worden prijsgegeven. Black Lives Matter, KOZP, de letterbakmisjpoge, de hen van harte ondersteunende media, kortom: de steeds meer uitdijende deug- en correctheidsgemeenschap is overal. Feind hört mit, en zeker nu er barre financieel-economische tijden dreigen aan te breken zijn Nederlanders wellicht nóg eerder bereid om de boel in ruil voor een beetje kopgeld te verraaien.

Wat ik wel kan onthullen is dat het een reünie van het GVSTL betrof. GVSTL staat voor Genootschap Verboden Strip-, TV- en Leesboekhelden en geloof me: ze waren bijna allemaal komen opdagen om gezellig weer eens onder elkaar te zijn op een plek waar ze zich niet door al die oervervelende wokisten gehinderd wisten.

Sjors en Sjimmie, al behoorlijk op leeftijd inmiddels, vermaakten zich opperbest. Tup en Joep slingerden als vanouds langs het plafond. De tien kleine negertjes slaagden erin het hele gezelschap „Tien kleine negertjes / Die dansten in de regen / Eentje viel er in een plas / Toen waren het er nog maar negen” te laten meezingen. Donald Duck kwaakte uitdagend dat hij binnenkort, als tante Katrien de deur uit was, weer eens lekker met Kwik, Kwek en Kwak zou gaan ravotten. En iedereen approprieerde er intussen in cultureel opzicht op los. Die blonde dreadlocks van fatshamer Billie Turf! Hilarisch!

„Join the club, Winnetou!” riepen ze ook allemaal naar Karl May’s Apache-opperhoofd, het meest recente slachtoffer van de wereldwijde cancelcultuur.

Toen wilde Witte Veder, de vriend van Arendsoog, iets zeggen.

Maar ja, die had zich ooit tot het christendom laten bekeren.

„Bek houden jij, want dat kan natuurlijk helemáál niet!” jende iedereen gierend van het lachen.

Toen ik na afloop weer buiten stond vond ik het daar behoorlijk saai.