Voor één keer worden op deze plek de wereldproblemen niet opgelost, excuses. Met name Donald J. Trump moet dankbaar zijn. Naar aanleiding van zijn criminele rol op 6 januari 2021 wilde ik The Donald eerst Rikers Island in schrijven. Maar toen won Jonas Vingegaard de mooiste Tour-etappe ooit en veranderde het plan.

O, u bent geen wielerliefhebber!

Bent u wel goed bij uw hoofd?

Nou ja, waar bemoei ik me ook mee, u moet het zelf weten, ga maar even buiten spelen of zoiets, want ik wil hier nu uitleggen dat de overwinning van Jonas Vingegaard in de rit van Lourdes naar de top van de Hautacam - en daarmee ook zijn eindzege in de Tour - niet zo verrassend is als menigeen beweert.

Comfortabel in het wiel van onze toenmalige wielerverslaggever Ron Couwenhoven, volgde ik dik veertig jaar terug enkele keren de Tour de France. Sindsdien bewijzen de jaarlijkse drie Tour-weken telkens weer dat ik een ware zoon van mijn vader ben. Hij was accountant, die ouwe. Dat lijk ik dan warempel ook wel, hetgeen degenen die nog weten welke cijfers ik voor het vak boekhouden haalde moet verbijsteren.

Zo fanatiek volg ik de Tour, jaar in jaar uit: tot de seconde nauwkeurig allerlei prestaties en klassementen noterend in een van de 25 Calidad Superior Scribe-notitieblokken, met spiraal uiteraard, die ik diep in de vorige eeuw in Mexico aanschafte (tic van mij tijdens buitenlandse trips, vermoedelijk heb ik nog zo’n 150 lege notitieblokken van alle soorten en maten liggen).

Waarom zou Pogi anders steeds zo fanatiek hebben meegesprint voor de bonificaties?

Wat stelde ik daarin aan het einde van de Tour van 2021 vast? Dat Tadej Pogacar er na de negende etappe niet meer in geslaagd was om Jonas Vingegaard in de bergen eraf te rijden (één keer twee, één keer vier seconden in sprintjes bergop). Sterker nog, in Parijs bleek hij sindsdien dankzij een slechtere tijdrit zelfs een aantal seconden op hem te hebben verloren, waarbij ik er graag op wil wijzen dat de frêle Deen pas na die negende etappe serieus voor zijn eigen klassement was gaan fietsen, en niet meer voor dat van zijn ploeggenoot Primoz Roglic.

Vingegaard is in zware rondes de betere van de twee, concludeerde ik toen al. Volgens mij besefte Pogacar dat ook. Waarom zou hij in de volgende Tour anders steeds zo fanatiek hebben meegesprint voor de bonificatieseconden? Ik noem maar iets. Ik denk zomaar dat de sympathieke Sloveen al het ergste vreesde toen de karavaan aan de Alpen begon. En dat hij vooral bang was voor de elfde rit naar de Col du Granon, waarin hij inderdaad bijna drie minuten aan zijn koersbroek kreeg.

Klopt, het hielp óók dat Vingegaard zo’n geweldige ploeg heeft.

Je zult maar een alleskunner als Wout van Aert als knecht hebben.

Maar onder de volgende conclusie kunnen we mede gezien de totale kansloosheid van de talloze demarragepogingen van Tadej Pogacar domweg niet uit: Jonas Vingegaard is de allerbeste ronderenner zodra er ook hoge bergen dienen te worden bedwongen.

En dat was hij dus al, zoals de cijfers lieten zien.

Daar wilde ik toch even op wijzen.

Rikers Island is overigens een gevangenis.

Mijn Telegraaf-stukjes worden enkele dagen na publicatie op dit blog geplaatst. Abonneer je op de krant wanneer je ze direct wil lezen. Klik op het logo voor meer info.