Zal ik het dan maar zeggen? Iemand moet het doen. Dat patjepeëersgedoe in Qatar is gelukkig voorbij, het is ook in sportief opzicht niet geworden wat wij Nederlanders ervan hoopten, maar het gaat me te ver om de bondscoach om die reden roemloos te laten vertrekken.

Komt-ie.

Dank, Louis van Gaal!

Duizendmaal dank!

Nee, Louis zal zelf ook niet innig tevreden terugkijken op het meest recente WK Voetbal. Het spel was vaak niet om aan te gluren en er zullen vast momenten zijn dat hij zich realiseert dat het 5-3-2 spelsysteem dat hij Oranje had opgelegd tegen teams die hetzelfde systeem hanteerden niet naar behoren werkte: klitskletsklandere, plots stuitte de ene wingback op de andere.

Leunde hij bovendien niet te veel op Memphis Depay, de lang niet door alle coaches bewierookte spits die nota bene nog niet eens volledig van een blessure was hersteld toen het toernooi begon? Door hem net als Frenkie de Jong, die evenmin in grootste vorm bleek te steken, openlijk als onmisbaar te verklaren voor een ploeg die de wereldtitel wilde halen, legde hij in de voorbeschouwingen wel héél veel druk op Memphis’ schouders.

Maar kom op zeg, ‘t is wel Louis van Gaal. Die geef je geen laatste duwtje door de achterdeur. Dat verdient hij niet. Hij is 71 jaar, hij heeft gezondheidsproblemen, het was wellicht opa’s laatste kunstje en ook daarom hecht ik er belang aan nogmaals te benadrukken dat hij een erelijst heeft om van te smullen, als clubtrainer, als bondscoach en, jazeker, als mens.

Van Gaal is en blijft - veel spelers zullen het beamen - een grote voetbalcoach

Ja, hij had een grote Amsterdamse bek. Ja, hij sloeg soms op hol, zoals toen hij bij de huldiging van Ajax na het winnen van wereldbeker in 1995 als een ware volksmenner „Wij zijn de beste! En niet alleen van de wereld! Maar ook van Rotterdam! En ook van Eindhoven!” riep. Daar toonde hij in mijn ogen mee aan dat hij zich niet altijd bewust was van zijn voorbeeldfunctie.

En ja, met zijn grote ego máákte hij er, waar ook ter wereld, iets te vaak een Louis van Gaal-show van. Daarbij schrok hij er vaak niet voor terug om zijn vrienden van de pers genadeloos aan te pakken, ofschoon ik wel vind dat journalisten daar tegen moeten kunnen (als speler was hij al zo: ik interviewde hem toen hij als 25-jarige bij Telstar ging voetballen en zat toen met een korzelige Louis van Gaal aan tafel, waar ik nu, achteraf, best begrip voor heb omdat ik hem ook vragen stelde waaruit bleek dat ik mij niet goed genoeg op dat gesprek had voorbereid).

Maar hij is en blijft - veel spelers zullen het beamen - een grote voetbalcoach met enorme didactische kwaliteiten, waar de Nederlandse voetbalwereld veel aan heeft te danken.

Waartoe hij daarnaast als empathisch medemens in staat is weet iedereen die hem weleens voor de Stichting Spieren voor Spieren met kinderen in de weer heeft gezien.

Mij bezorgde hij daar in elk geval kippenvel mee.

Weet je wat, we zingen het gewoon even met z’n allen.

Louis bedankt, Louis bedankt, Louis, Louis, Louis bedankt, hoi!

Mijn Telegraaf-stukjes worden enkele dagen na publicatie op dit blog geplaatst. Abonneer je op de krant wanneer je ze direct wil lezen. Klik op het logo voor meer info.