Welja, toe maar, de espresso-martini-oliebol. Die kan er ook nog wel bij, zucht. Bij mij dringt zich dankzij dit nieuws vooral deze vraag op: wanneer wordt er nu eindelijk eens serieus werk gemaakt van de bouw van een tijdmachine?

Dat ik als een wandelend anachronisme door het leven ga kan niet worden ontkend. Ik ben gewoon niet van deze tijd. „Doe mij maar een koffie”, is na mijn binnenkomst in een van die ontelbare hippe randstedelijke espressozaken mijn favoriete openingszin. Als mij dan gevraagd wordt welke, is mijn antwoord kortaf: „Zwart.”

Ach, het is ongevaarlijk, moet je maar denken, al zijn er momenten dat ik mij afvraag of dat gezien de reactie van de aangesproken barista wel klopt. Soms lijkt een identiteitscrisis nabij. Zo’n broodmager knotje met een vlasbaard weet namelijk precies hoe hij, indien mogelijk met een hartje in het melkschuim, een cappuccino moet maken, een flat white, een espresso, een doppio, een lungo, een americano, een latte, een latte macchiato, een affogato, een cortado, een espresso macchiato, een cold brew, een ice cappucino, een nitro coffee en een ice coffee, tegenwoordig regelmatig in combinatie met havermelk omdat dergelijke etablissementen verbijsterend vaak worden bemenst - ‘bemand’ zou ik in dit geval niet durven zeggen - door lijkbleke wezentjes van veganistische aard. Vergis je niet: daar heeft hij, inclusief acht SCA-cursussen, twaalf dagen lang het Training Master Barista Program voor gevolgd. Daar heeft hij zelfs een officieel erkend certificaat mee in de wacht gesleept. En dan komt er ineens een vieze oude okéboomer binnen die zoiets ordinairs als een koffie bestelt.

Dan moesten wij op Oudejaarsavond onze tanden in veredelde biljartballen zetten

Datzelfde heb ik dus met de traditionele oudejaarsavondhap. Eigenlijk vind ik een appelbeignet al niet kunnen. Ik ben opgegroeid met twee varianten: de oliebol en de appelflap. Meer keuze was er niet, wat soms best jammer was, met name wanneer mijn moeder was gezwicht voor het aanbod van tante Heleen om het bakken der oliebollen voor haar rekening te nemen. Dat bood tante Heleen ieder jaar aan. Aangezien het welzijn van het kroost bij mijn moeder voorop stond, slaagde zij er meestal in om dat met een smoes te voorkomen, maar soms lukte dat niet. Dan moesten wij op Oudejaarsavond onze tanden in veredelde biljartballen zetten en beleefde de tandarts een financieel aantrekkelijke kickstart van het nieuwe jaar.

Moet je nu zien.

Berlinerbollen zijn er inmiddels, amandelbollen, kersenbollen, rumbollen, stoofperenbollen en, echt waar, Nutellabollen. Zelfs daar zou ik eventueel nog mee kunnen leven, zolang ik ze zelf niet hoef te consumeren, maar donderdag las ik in de T dat thans ook, dankzij een of andere handige Haagse gozert, de ‘razend populaire’ espresso-martini-oliebol op de markt is gebracht (kortweg de esma), net als de caramelzeezoutoliebol, de disco-oliebol en de sinaasappel-limoncello-oliebol.

Help!

Zo, nu brood halen.

Een halfje wit en een halfje bruin, want meer smaken bestaan er niet voor mij.

Wist je trouwens dat zo’n tijdmachine wiskundig al mogelijk is?

Mijn Telegraaf-stukjes worden enkele dagen na publicatie op dit blog geplaatst. Abonneer je op de krant wanneer je ze direct wil lezen. Klik op het logo voor meer info.