U wordt bedankt, mijnheer Rutte, voor uw dienstmededeling, tijdens uw nu reeds roemruchte slavernijexcusesrede, dat er geen punt maar een komma is gezet, niet alleen omdat u daarmee in weerwil van eerdere uitlatingen de omstreden herstelbetalingsmogelijkheid nadrukkelijk openhield, maar ook omdat u mijn schrijversbestaan er met deze uitspraak bepaald niet gemakkelijker op heeft gemaakt, want wie ben ik om een dergelijke ordonnantie van onze almachtige minister-president naast mij neer te leggen, ofschoon ik mij wél het recht voorbehoud om de puntkomma bij tijd en wijle te blijven gebruiken;

de puntkomma houdt volgens Onze Taal het midden tussen een punt en een komma, waardoor men al snel geneigd zou kunnen zijn te denken dat dit leesteken, zijnde het resultaat van een doorwrocht gevalletje polderen, een typisch Nederlands fenomeen is, maar wellicht verdient het aanbeveling die conclusie naar het rijk der fabelen te verwijzen en doe ik er verstandiger aan mij te beperken tot de vaststelling dat de zin vóór een puntkomma en de zin erna in de optiek van het taalgenootschap zo nauw met elkaar samenhangen dat een punt een te sterke scheiding zou uitdrukken;

ik wil volgens de nieuwste taalrichtlijn zoals door de premier zelf uitgevaardigd reageren

men zou daaruit kunnen opmaken dat ik er, als beroepscursivist, voortaan altíjd naar zou moeten streven om geen punt te gebruiken, omdat voor scribenten in mijn functie een zo sterk mogelijke samenhang tussen de zinnen die bij elk stukje weer op papier worden gezet een eerste vereiste behoort te zijn, doch ook daar zal ik met uitzondering van vandaag tot nader order vanaf zien, niet in de laatste plaats in verband met een andere taalkundige opdracht waarmee ik mijzelf voorlopig heb belast, namelijk de zo spoedig mogelijke afschaffing van de in mijn ogen totaal overbodige hoofdletter, waarvoor ik enige jaren geleden zelfs een vereniging heb opgericht waarvan ik zelf voorzitter, secretaris/penningmeester, conciërge én enig lid ben, genaamd de nvah;

maar goed, dit doet er verder niet toe, ik wil op deze plek volgens de nieuwste taalrichtlijn zoals door de premier zelf uitgevaardigd reageren op de toespraak die hij in het Nationaal Archief te ‘s-Gravenhage hield, met een stukje zonder punt, in de eerste plaats omdat ik er moeite mee blijf houden dat er namens mensen die in dit geval geen blaam treft verontschuldigingen werden aangeboden aan mensen die geen slachtoffers van de slavernij zijn, en dat het argument dat Mark Rutte namens de staat sprak mijns inziens niet deugt, bijvoorbeeld omdat alles in zijn speech op één hoop werd gegooid en omdat de staat van nu in geen enkel opzicht is te vergelijken met de staat van toen, hetgeen ook uit andere stuitende maatschappelijke ongelijkheid van destijds blijkt, waarbij ik er wél op wens te wijzen dat de slavernij een onmenselijk, weerzinwekkend verschijnsel was en dat het ook ruim anderhalve eeuw na dato nut heeft om haar in al haar vormen, met de nadruk op de hedendaagse omdat we nu eenmaal in het hier en nu leven, te betreuren en te veroordelen;

geen zorgen, lezer;

morgen zet ik er gewoon weer een punt achter;

Mijn Telegraaf-stukjes worden enkele dagen na publicatie op dit blog geplaatst. Abonneer je op de krant wanneer je ze direct wil lezen. Klik op het logo voor meer info.