Bossen bloemen van alle soorten en maten op de plaats delict, camerateams van alle soorten en maten die voorbijgangers quootjes trachten te ontfutselen. Verder een bijna serene rust bij die parkeergarage in de Lange Leidsedwarsstraat. Honderd meter verderop worden op de terrassen aan weerszijden alweer grappen gemaakt. Hoe hedendaags Amsterdams wil je het hebben.

Het gejeremieer zat, ben ik naar de plek waar Peter R. de Vries werd neergeschoten gewandeld. Ik kende hem al, als Telegraaf-collega, toen hij zich nog slechts Peter de Vries noemde, zonder de R. Dat spoorde mij óók aan. Maar ik heb vooral genoeg van dat geouwehoer op zowel radio & tv als op de sociale media waarbij om de hete brij wordt heen gedraaid. Voorbeeld: de eindeloze discussie over de vraag of dit nu een aanslag op de rechtsstaat was, zoals de koning en de premier benadrukten, of op de journalistiek.

Is dat echt het belangrijkste nu?

Volgens mij was het in de eerste plaats een aanslag op die arme Peter R. de Vries.

Trouwens, is een aanslag op de journalistiek dan géén aanslag op de rechtsstaat?

Erkennende dat Peter R. de Vries inmiddels veel meer is dan misdaadverslaggever, wijs ik al die schamperende journalistenhaters er bovendien op dat er naast de aanslag op de Telegraaf, op 26 juni 2018, alsmede die op het Panoramagebouw vijf dagen eerder, allang meer aanslagen op de journalistiek zouden zijn gepleegd als John van den Heuvel en Paul Vugts niet zo zwaar zouden zijn beveiligd.

De persvrijheid wordt al veel langer bedreigd.

Geef dat gewoon toe.

Toen de IQ’s werden uitgedeeld stonden die fans niet echt in de voorste rij

Ik wil er ver weg van zijn, vandaag. Ik wil er niets meer over horen en/of lezen. Daarom ben ik nu hier, op deze plek in de Lange Leidsedwarsstraat, om met eigen ogen te kunnen aanschouwen wat dit was: een keiharde liquidatiepoging als onderdeel van een oorlog die al jaren woedt maar door tal van beleidsmakers nog altijd niet wordt erkend.

Dát is de hete brij, die oorlog, die ons reeds jaren geleden werd verklaard door meedogenloze drugscriminelen, meestal Marokkaans van origine en schrikbarend populair onder een groot aantal jongeren met vaak dezelfde roots en hetzelfde gebrek aan empathisch vermogen.

Meester Theo heeft gelijk. Toen de IQ’s werden uitgedeeld stonden die fans niet echt in de voorste rij en daarom kost het Taghi c.s. nooit moeite om ze voor een paar duizend euro een moordaanslag te laten plegen, zoals de nabestaanden van de broer van Nabil B. en van advocaat Derk Wiersum net als de familie van Peter R. de Vries nu weten.

Ze worden er helden mee.

Verder denken ze niet.

Of beter: kunnen ze niet denken.

Ook oud-burgemeester Jan Boelhouwer (Gilze-Rijen) heeft overigens gelijk: Nederland is een narcostaat geworden. En al die cokesnuivers en pillenslikkers in de Zuidas, in de nachtclubs, op de festivals of op welke plek ook in dit land, moeten eindelijk maar eens gaan beseffen dat zij aanslagen zoals die op Peter R. de Vries in feite mede financieren. Met andere woorden: dat zij collaborateurs zijn.

Ik loop terug richting Spiegelgracht.

Ook daar wordt alweer gelachen.

Mijn Telegraaf-stukjes worden enkele dagen na publicatie op dit blog geplaatst. Abonneer je op de krant wanneer je ze direct wil lezen. Klik op het logo voor meer info.