Kan iemand even op het knopje ‘Ernst’ drukken bij de robot die nu al twaalf jaar Mark Rutte speelt? Ik beschik jammer genoeg niet over de gebruiksaanwijzing, maar vermoedelijk zit het links, in de buurt van de plek waar bij een normaal mens het hart zit.

Het knopje moet al dan niet per ongeluk uit zijn gezet. Anders had onze minister-president na de nucleaire dreigementen die Vladimir Poetin onbeschaamd uitte - „Geen bluf”, voegde Mad Vlad er in de apocalyptische toespraak waarin hij meteen ook maar 300.000 stuks kanonnenvlees mobiliseerde aan toe - nooit deze woorden over zijn lippen gekregen: „Het laat ons redelijk Siberisch, om in Russische termen te blijven.”

Ik beaam onmiddellijk dat ik zelf ook vaak geneigd ben te denken dat het zo’n vaart niet zal lopen. Als ik in de lift van de Burj Khalifa zit waarvan op de 163ste etage de ophangkabel breekt, denk ik tijdens de val ter hoogte van de tweede etage nog steeds dat het allemaal wel zal meevallen. Maar ik ben een malle stukjesschrijver, geen premier. Met andere woorden: ik kan mij zo’n houding permitteren, hij niet.

Gezien hun commentaren beseften Rutte’s Europese collega’s gelukkig wél dat Vladimir Poetin weliswaar een loser is, zoals de Oekraïense schermutselingen tot nu toe duidelijk maken, maar als gevolg daarvan vooral een kat in het nauw. En wat het nog enger maakt: hij weet zich daarbij omringd door een stel ongelikte, in angstaanjagend veel gevallen alcoholistische en bizar diep in een das-war-einmal-verleden levende Sovjet-beren die de mening zijn toegedaan - debatprogramma’s op de nationale tv bewijzen het vrijwel dagelijks - dat de ondergang van Moedertje Rusland maar één ding kan betekenen: de ondergang van de wereld.

Er is voorshands nog geen enkele reden om werkelijk ongerust te zijn

Als historicus zal Mark Rutte zich ongetwijfeld herinneren wat Hendrik Colijn op 11 maart 1936, toen de Duitsers met de bezetting van het Rijnland en de opzegging van het Pact van Locarno daadwerkelijk van veroveringsdrang blijkt begonnen te geven, in zijn roemruchte radiotoespraak zei: „Ik verzoek den luisteraars dan ook om wanneer zij straks hunne legersteden opzoeken, even rustig te gaan slapen als ze dat ook andere nachten doen. Er is voorshands nog geen enkele reden om werkelijk ongerust te zijn.”

Rutte leidde vier kabinetten, Colijn zelfs vijf.

Het zal wel toeval zijn.

Wat een dag, die van woensdag. Prinsjesdag was voorbij en iedereen in Den Haag maakte zich naar aanleiding van de Troonrede traditiegetrouw druk over het ene detail na het andere, waarbij opnieuw de harde toon van het debat opviel - en zoals altijd geen enkel effect sorteerde. Maar over de harde toon van de toespraak van Vladimir Poetin zei vrijwel niemand iets, terwijl onze toekomst daarin veel nadrukkelijker op het spel werd gezet dan met de resultaten van al die ingewikkelde rekensommetjes van het kabinet Kaag 1.

Alleen Mark Rutte zei er dus iets over.

Het leek verdacht veel op „Er is voorshands nog geen enkele reden om werkelijk ongerust te zijn.”

Zit dat knopje soms op zijn hoofd?

Mijn Telegraaf-stukjes worden enkele dagen na publicatie op dit blog geplaatst. Abonneer je op de krant wanneer je ze direct wil lezen. Klik op het logo voor meer info.