2 april 2020
Hoe houd je de vooroordelen onbevestigd?

Best lang overwogen om dit stukje in de Salzburger Nachrichten te laten publiceren. Oostenrijk is een buurland van Italië en aangezien een groep Italiaanse politici een krant van een van ónze buren, te weten de Frankfurter Allgemeine Zeutung, heeft uitgekozen om Nederland te beschimpen, dacht ik: dan antwoord ik ze toch óók op die manier?

Slechts het feit dat premier Guiseppe Conte zich een dag later door Maarten van Aalderen, onze correspondent in Rome, voor de Telegraaf liet interviewen, weerhield mij van dit plan.

"Onze vriendschap blijft intact", zei Guiseppe woensdag al zoete broodjes bakkend tegen Maarten.

Mamma mia.

Eerst een bondgenoot verrot laten schelden en dan dit soort slijmtaal: je moet het maar durven.

Ik weet 't niet hoor, met die Italianen. Hoe laat ik de vooroordelen nu in vredesnaam nog onbevestigd? Ik heb het volk innig lief, ik kom graag in dat land, la vita is er inderdaad buitengewoon bella, vorig jaar nog bezorgde mijn huismeester Pino mij onder de rook van Polignano a Mare de slappe lach omdat hij tijdens een onaangekondigd bezoek aan onze vakantiewoning mijn verontschuldiging dat ik nog in mijn onderbroek rondliep reposteerde met 'Butte Robbe, I'm a nudist you know. Wijntje?' Laten wij bovendien nooit vergeten, landgenoten, dat Monica Bellucci het levenslicht in Città di Castello zag. Dat de Italianen nu zo vreselijk door de coronacatastrofe worden getroffen doet mij om al die redenen extra veel verdriet.

Maar wat was dit voor een achterbaks gedoe? Het leek wel of Francis Ford Coppola de regie voerde. Wie kwam er bijvoorbeeld op het idee om een paginagrote advertentie met een klaagzang vergeleken waarbij die van Puccini’s Tosca in het niet viel, over Nederland in een DUITS dagblad te plaatsen? De consigliere wellicht? En ging hij daarbij van de gedachte uit dat je beter de Godmother van de EU direct kunt benaderen, oftewel Angela Merkel, dan haar picciotto Mark Rutte? Erg smaakvol gebeurde het ook al niet. In één adem door erop wijzen dat andere Europese landen in 1953 de helft van de Duitse schulden van na de oorlog overnamen (met andere woorden: dat zou nu ook kunnen): je moet het maar durven.

Jammer dat Wopke Hoekstra later met zijn excuses de misplaatste woede van Italië - en van Portugal niet te vergeten - min of meer legitimeerde. De Italianen grijpen de humanitaire ramp waaraan ze nu ten prooi vallen - en waarbij ze uiteraard wél zoveel mogelijk moeten worden geholpen - aan voor een gênante poging om hun falende financieel-economische beleid van de laatste decennia met gratis andermans geld bij te sturen, of beter gezegd: voor weer een paar jaar toe te dekken. En dat terwijl het zwarte geld er tegen de plinten klotst. Ondanks dat zij nu in een ongekende crisis verkeren mogen degenen die volgens hen de portemonnee moeten trekken - goed gevuld omdat hun financieel-economische beleid wél deugde - daar best iets over zeggen.

Wat jij, Pino?

Jazeker, ik vraag je dat gewoon in de Telegraaf.


4 april 2020
Ik ga je niet missen, Jessias

Lees ik nu dat de coronacrisis het einde van het populisme kan inluiden? Jazeker, het staat zelfs in Trouw, en ook nog in Humo, hetzelfde artikel weliswaar, van dezelfde scriberende mejoffer, maar toch.

Dan moet je wel van heel goede huize komen als je er iets tegenin wilt brengen. En ik kom niet van goede huize: de ene opa visboer, de andere smid, ze hielden allebei danig van jajem, volksjongens waren het - maar aardige volksjongens.

Ik ben dus van ordinaire komaf, net als Jort Kelder, ofschoon ik normaal ben blijven praten, mezelf niet als vijf jaar jonger voordoe, geen tweede huis op Terschelling heb, mijn broekspijpen tot op mijn schoenen laat hangen en een zin als "We betalen wel een erg hoge prijs om te dikke 80-plussers te redden" niet snel aan mijn lippen zal laten ontsnappen. Iets met fatsoen vermoedelijk, dat laatste. Bij de ene middleclasser ontwikkelt zich dat tijdens het opstoten in de vaart der volkeren kennelijk wél door, bij de andere niet. Al moet ik toegeven dat een Telegraaf-kop als 'Stikstofwinst 100 km/u al weg door één hondendrol' mij blijft bekoren.

Helemáál kwijt raak je dat platte derhalve nooit, maar wat dat betreft bevind ik mij dan wel weer in goed gezelschap: vorig jaar werd ik tijdens een borrel aangesproken door de heer M. Rutte, inmiddels staatsman en stomtoevallig ook innig bevriend met de heer J. Kelder, met de mededeling dat hij zo genoten had van mijn rubriek van die ochtend. Onderwerp: drijvende drollen in de Friese wateren.

Enfin, het einde van het populisme dus, excuses voor de omweg, maar het moest even. Zowel in Trouw als in Humo wordt ons dat einde met verwijzing naar de coronacrisis in het vooruitzicht gesteld en omdat ik niet van goede huize kom ga ik dat hier driftig beamen en wijs ik tegelijkertijd op een van de meest verstrekkende gevolgen ervan: de politieke dood van de Jessias.

Is er een grotere populist in de polderlandse politiek dan Jesse Klaver?

Nee.

't Is onderbelicht, dat klopt. Sterker nog, de indruk wordt vaak gewekt dat Geert Wilders en Thierry Baudet onze enige populisten zijn, hetgeen voornamelijk van doen heeft met het feit dat GroenLinks bijkans meer volgers in de Nederlandse journalistiek heeft dan binnen het volk.

Ik houd het vandaag bij één voorbeeld.

De afgelopen jaren heeft Jesse Klaver, ons nationale taal- en rekenwonder, geen mogelijkheid onbenut gelaten om te pleiten voor een - daar kwamen zijn woorden althans op neer - verkleining van de luchtvaart. Klimaat, milieu, de mensheid, noem maar op: alles en iedereen zou daar beter van worden.

En welke tweet verstuurt meneer, dondersgoed wetende dat de vork anders in de steel zit maar dat maakt een ware populist niet uit, nadat de KLM 2.000 medewerkers de wacht heeft aangezegd?

"Overal zien we solidariteit en zorgzaamheid. Maar één van de grootste bedrijven van Nederland vraagt miljoenen van de belastingbetaler en ontslaat 2.000 mensen. Dit kan het kabinet niet accepteren. Rutte moet dit weekend nog KLM op het matje roepen."

Mama, waar liggen de kotszakken?

Ik ga je helaas niet missen, Jessias.


7 april 2020
Open de golfbanen dan ook maar

Vandaag, lieve vrienden en vriendinnen, breek ik een lans voor de polderlandse golfsport. Nee, nee, niet afhaken nu, dit stukje is niet slechts voor de gegoede burgerij bestemd, of beter geformuleerd: voor hen die tot de gegoede burgerij menen te behoren. Ook het plebs dient te worden bereikt. Het is bovendien wel degelijk corona-gerelateerd en voldoet daarmee aan de journalistieke eisen van deze buitenissige tijden.

Het idee ervoor ontstond in het afgelopen weekeinde, toen ik mijn thuisquarantaine had onderbroken voor een wandeling met Bavink, aan wie de huidige maatschappelijke perikelen overigens geheel voorbij gaan. De vrolijkheid waarmee die hond het bestaan ook nu nog 24 uur per dag tegemoet treedt betekent keer op keer weer een levensles. Al moet ik toegeven dat het even géén effect op mijn gemoedstoestand had toen ik tijdens die wandeling om mij heen keek.

Deze krant bracht een verhaal met de kop 'Goed gedrag op zonnige dag'. Er werd gesproken over 'enkele incidenten', waarna werd vastgesteld dat Nederland zich over de hele linie keurig had gehouden aan de corona-maatregelen. Helaas kon ik deze conclusie die dag niet delen. Op de stranden en in de parken was het over het algemeen wellicht wat rustiger, hoewel ik ook andere verhalen hoorde en las. Maar de veelal groepsgewijs (!) acterende hardlopers, wielrenners, mountainbikers en motorrijders die voorbij raasden wekten bepaald niet de indruk dat zij zich volledig wensten te schikken in de beperkende maatregelen die een intellectuele lockdown met zich meebrengt.

Was dit goed gedrag?

Werd de coronadreiging hiermee voldoende het hoofd geboden?

Open de golfbanen dan ook maar.

Golfen is wandelen. En wandelen wordt zelfs door het RIVM aanbevolen, mits er voldoende social distance in acht kan worden genomen. Maar de golfbanen, ruim vijftig hectare meestal, zijn net als verreweg de meeste sportaccommodaties dicht. Als al dat andere wél mag, ik bedoel: als al die andere sporters en recreanten op de openbare weg gewoon mogen blijven doen waar zij zin in hebben, zoals zij die zondag lieten zien, dan is de sluiting van de golfcourses onterecht.

Het clubhuis dicht? Vanzelfsprekend. Geen wedstrijden en toernooien? Uiteraard. Andere opdrachten die in deze speciale situatie in het leven zouden kunnen worden geroepen: laat het terras links liggen, vermijd contacten op het parkeerterrein en speel met niet meer dan twee mensen in een flight. Die twee mensen kunnen desnoods wel tien, twintig of dertig meter afstand van elkaar bewaren en daarnaast wijs ik er graag op dat het in de golfsport uit veiligheidsoverwegingen de gewoonte is om de spelers vóór je een voorsprong van minstens 200 meter te geven.

Doen al die hardlopers en wielrenners en mountainbikers en motorrijders dat?

Dacht het niet.

Golf is nu eenmaal geen contactsport en de beoefenaars ervan spelen ook nog eens, in tegenstelling tot de tennissers die nu ook steeds harder beginnen te piepen, met hun eigen bal.

Dat levert dus ook al geen besmettingsgevaar op.

Er bestaat een Binnenhof Cricket & Golf Club, waarvan veel politici lid zijn.

Doe je plicht, Ankie Broekers-Knol!


9 april 2020
John Jorritsma for UEFA-President!

Hij is 63 jaar, John Jorritsma. Helaas kan het dus niet uitgesloten worden geacht dat hij na zijn afscheid als burgemeester van Eindhoven van zijn ouwe dag gaat genieten. Jorritsma heeft twee hobby’s die vroeger gemakkelijker te verenigen waren dan nu: hij is PSV-fan en voetballiefhebber. Dat wetende, heb ik een verzoek voor hem als hij níet op zijn lauweren gaat rusten: grijp de macht bij de UEFA. Daar kunnen ze wel een fatsoenlijke leider gebruiken.

Zo goed, wat John Jorritsma, een Fries wiens doortastendheid mij al jaren bevalt, in deze krant zei. Zo helder. Zo luid en duidelijk. „Het hervatten van de Eredivisie is uitgesloten”, zei hij samengevat. „Trainingen zijn een samenscholing. We treden op tegen partijtjes op pleintjes en zullen dat dus ook bij de trainingen van PSV doen als die werkelijk half mei weer van start gaan.”

Dat is nog eens andere koek dan „Dit is zó niet Eindhoven”, zoals een andere burgemeester het waarschijnlijk had geformuleerd.

Misschien dat u nu suggereert dat John Jorritsma – oké, hij ambieert het vast niet, maar ik droom nog even lekker door – beter KNVB-directeur Eric Gudde kan opvolgen. Heel het land valt op het ogenblik ten prooi aan het coronavirus, overal ligt de maatschappij stil, steeds meer sportbonden trekken daaruit de enige juiste conclusie: sluiten die tent. Dat is nu eenmaal het nieuwe normaal in de anderhalvemetersamenleving. En wat doet Eric Gudde? Een Ramsesje. „We zullen doorgaan!” roept hij, er ijskoud bij fantaserend dat zelfs Ajax, net als AZ en PSV faliekant tegen hervatting, bereid zou zijn om de competitie af te maken, hetgeen niet zo is.

Toch zeg ik: nee, John Jorritsma moet niet voor de hoogste KNVB-functie gaan, maar voor de hoofdprijs, namelijk het UEFA-voorzitterschap. Eric Gudde papegaait alleen maar lafjes Aleksander Ceferin na, de Sloveen die nu de hoogste positie binnen de UEFA bekleedt. Die hork is nog veel harder aan vervanging toe. Waar haalt hij de lef vandaan om met maatregelen te dreigen als de Europese voetbalbonden hun zo ruw onderbroken competities half juni niet weer aanvangen? Klopt, sponsorcontracten worden nu geschonden. Dat kost de UEFA honderden miljoenen. Maar het lijkt wel alsof hij vergeten is wat er op woensdag 19 februari in het San Siro-stadion in Milaan gebeurde.

Atalanta Bergamo speelde daar die avond tegen Valencia. Een duel voor de Champions League, onder auspiciën van de UEFA (!). En die wedstrijd, zo weten wij nu dankzij tal van wetenschappers, betekende de biologische bom. De 40.000 toeschouwers uit Bergamo, Milaan en Valencia mengden zich zowel in als buiten het stadion dolenthousiast met elkaar en besmetten elkaar vervolgens massaal met het coronavirus. Een groot deel van wat de wereld nu dankzij Covid-19 moet doormaken, vond daar zijn oorsprong. Nogmaals: tijdens een voetbalwedstrijd onder auspiciën van de UEFA.

Dan zou ik zelf toch echt even, heel schuldbewust, mijn grote bek houden.

Ik hoor John Jorritsma al zeggen wat hij daarvan vindt.

Heel helder.

Heel luid en duidelijk.


11 april 2020
Ontspannend hoor, zo'n film

De berichtgeving over Corona helemaal zat, koos ik eindelijk eens voor verstrooiing in de vorm van een film. De huurprijs bij Ziggo bedroeg € 2,99. Hoewel de economische vooruitzichten in slechts een paar weken tijd zo beroerd zijn geworden dat m'n pensioentje de komende jaren wellicht zal worden gehalveerd, telde ik het er ijskoud voor neer.

Wat kon mij het schelen!

Na mij de zondvloed!

Roel Coutinho (74) bracht mij op het idee. U kent hem nog? Als er vroeger een pandemie uitbrak was hij, de voorganger van Jaap van Dissel, zo'n beetje de enige expert op wie journalistiek Nederland vertrouwde. Inmiddels lijkt het wel alsof we in dit land meer infectiedeskundigen dan bondscoaches hebben, met allemaal hun eigen inzichten. Terwijl iedereen er jarenlang voor heeft doorgeleerd - daar ga ik althans maar van uit - houdt de een vol dat de corona-uitbraak niet meer dan een stevige griep is, roept de ander dat we er nooit meer vanaf komen en laveert de rest tussen die twee standpunten. Het wordt er, met andere woorden, niet duidelijker op. Daarom besloot ik de wijze raad van Roel Coutinho, zoals door De Groene Amsterdammer uit zijn mond opgetekend, op te volgen.

Hier, iets ingekort, Coutinho's uitspraak: "Wij tweeën hebben hier thuis de afspraak dat we 's avonds na het eten geen enkel nieuwsprogramma meer kijken. Omdat het niets toevoegt en alleen maar onrust geeft. De media hebben sterk de neiging om extremen te zoeken, net als een aantal experts. Dat geeft verwarring en dat is heel nadelig. Je zou af en toe wat terughoudender moeten zijn."

Voor het eerst in dit Covid 19-tijdperk was ik het met een deskundige eens.

Sla de kranten van de afgelopen weken er maar op na, kijk de ontelbare tv-programma's die eraan zijn besteed nog maar eens terug, luister nogmaals naar wat er op de radio allemaal is geroepen. Minstens de helft van wat er in deze overigens nog steeds voortdurende periode van totale overexposure werd beweerd, voorspeld en geconcludeerd, bleek bij nadere beschouwing complete onzin, waarmee de angst en de onrust alleen maar werd gevoed.

Niet gedacht dat ik dit na 48 jaar journalistiek zou zeggen: soms word je er wijzer van als je je níet laat informeren.

Ontspannend hoor, zo'n film.

Of toch niet?

"Oké, hij is negen jaar oud", zei mijn vrouw nadat ze 'm had uitgezocht. "Maar Gwyneth Paltrow speelt erin. Matt Damon, Kate Winslet. Stuk voor stuk toppers, dus het moet wel een goeie zijn."

"Hoe heet-ie?"

"Contagion."

Zat ik potdorie een uur en drie kwartier lang te kijken naar een film, van Steven Soderbergh, waarin het verhaal wordt verteld over een pandemie met miljoenen doden, die van het begin tot het eind tot in de kleinste details, inclusief de schuldige vleermuis, op de Covid 19-plaag lijkt.

Wat riep die andere expert ook alweer?

O ja: we komen er nooit meer vanaf.

Ik begin het nu ook te vrezen.


14 april 2020
We noemen het oliedomme onverschilligheid

Aaah, Desi! Eindelijk een regeringsleider die het goede voorbeeld geeft. Daar kan BoJo nog wat van leren. Boris Johnson, bedoel ik, coronavrij uit het ziekenhuis met dat dankwoord van 'm vanuit 10 Downingstreet, uitgerekend op Eerste Paasdag. Volgelingen, ik ben óók herrezen. Dat noem ik lef hebben.

Nee, dan Desi. Een paar dagen terug nog verlengde hij de maatregelen om het virus in Suriname te bestrijden met twee weken. "We moeten deze situatie met de hoogste staat van paraatheid benaderen", sprak meneer de president gewichtig. "Ons zorgsysteem kan een verspreiding niet aan." Zo fatsoenlijk.

En wat voor een filmpje floepte enkele etmalen later op de sociale media tevoorschijn? Eentje waarop Desi Bouterse knus zat te paaspilsen met een stel landgenoten, gezellig dicht tegen elkaar aan terwijl de ademtochten van de aanwezigen zich naar hartenlust met elkaar vermengen.

Attentie, de ironieknop gaat nu weer op off.

"Yu mofo na grasnefi: yu koti na, getui ala tu sei", zegt een Surinaams spreekwoord.

Vertaling: "Je bent dubbelhartig, je praat met twee monden."

Zo zie je maar weer dat niet alleen het coronavirus zich wereldwijd verspreidt. De domheid doet dat ook, of de onverschilligheid zo je wilt. Weet je wat? Laten we het op oliedomme onverschilligheid houden. En laten we vaststellen dat deze actie van de enige president ter wereld die in eigen land een langdurige celstraf wegens betrokkenheid bij moord aan z'n broek heeft, daaronder met stip kan worden gerangschikt.

Nu we het toch over domheid hebben zou ik op deze plek ook kunnen verwijzen naar dat filmpje, overal verspreid, waarop een stel jonge mocro's zich in Amsterdam weer eens ouderwets homofoob en haatdragend misdraagt tegenover twee hand in hand lopende nichten. Woordenschat: hooguit 50, inclusief dat ene woord, verwijzend naar een ziekte, waarop zij zo langzamerhand het alleenrecht hebben verworven. IQ: nog lager, zoals gewoonlijk.

Ik laat die affaire echter voor wat het is, al is er een overeenkomst met wat ik nog te melden heb: het is het zoveelste bewijs dat de maatschappelijke teugels de afgelopen decennia veel te nadrukkelijk zijn losgelaten, niet alleen in dit land maar ook elders. Het blijkt immers ook uit het achterlijke gedrag van al die mensen die zich niet aan een lockdown, of-ie nou intellectueel was of niet, wensten te onderwerpen.

Zie wat er Eerste Paasdag tot verbijstering van burgervader Arie van Erk van Hillegom in de bollenstreek geschiedde. Zie wat er aan de Nederlands/Duitse grens geschiedde (over het loslaten van de teugels gesproken: de marechaussee aldaar was niet bevoegd de oosterburen tegen te houden, maar mocht ze wel waarschuwen). Zie wat er in België geschiedde, waar her en der, vooral door lichtzinnige jongeren, gewoon op z'n Desi's werd gefeest.

"Als twintig procent lak aan de maatregelen heeft, betekent dat voor honderd procent een nieuwe corona-uitbraak", zei een Belgisch expert.

Eigenlijk is oliedomme onverschilligheid nog veel te zwak uitgedrukt.


16 april 2020
Verkeerde mening? Krijg de corona!

Koester je er een onwelgevallige mening, dan kun je de corona krijgen (vroeger zei je dan ’de kolere’, een afgeleide van cholera, maar het is 2020, cholera heeft plaatsgemaakt voor een nieuwe dodelijke ziekte). Daar komt het toch echt op neer.

Diefstal of inbraak? Soit.

Oplichting? Kniesoor.

Verkrachting? Zand erover.

Afwijkende gedachten hebben, standpunten huldigen die de machthebbers niet delen: dát is pas misdadig. Dan blijf je achter de tralies, in tegenstelling tot het gajes dat wél wordt vrijgelaten om het Covid-19-monster te beteugelen. En hoe is het achter die tralies? Nog steeds zo hutjemutje vol en zo onhygiënisch dat het slechts een kwestie van tijd is voordat de gevangenen door het virus te pakken worden genomen.

Mag ik aannemen dat u al geraden heeft over welk land het hier gaat? Juist, over Turkije, onze NAVO-bondgenoot, de trouwe EU-vriend die als dank voor de miljarden Europese euro’s die zijn overgemaakt bijvoorbeeld vele duizenden vluchtelingen met geweld over de Griekse grens tracht te jagen, oftewel: Europa in.

In het kader van de coronabestrijding is de maatregel om zo’n 100.000 Turkse gevangenen vervroegd vrij te laten inderdaad aan het brein van tiran Reçep Erdogan ontsnapt. Wie weet is dat voor vele Nederturken het sein om de Erasmusbrug weer eens te bezetten, met de armen innig om elkaars schouders geslagen omdat het nieuwe normaal in de anderhalvemetersamenleving alleen iets voor Nederlandse mietjes is. En met spandoeken waarop een tekst als ’Opgeruimd staat netjes’ staat.

Want zo is het: in feite veroordeelt hij zijn politieke tegenstanders, onder wie veel collega’s van mij, alsnog tot de doodstraf die zijn rechters niet wilden of konden geven. Niet dat het verbazing wekt. Tweeëntwintig jaar terug al ging hij voor tien maanden de cel in nadat hij op een bijeenkomst een religieus gedicht van Ziya Gökalp had voorgelezen, afgesloten met de inmiddels welbekende uitspraak: „Minaretten zijn onze bajonetten, koepels onze helmen, moskeeën onze kazernes en gelovigen onze soldaten.” Hij had het er in zijn zucht naar een orthodox-islamitische overheersing allemaal voor over en was daarna niet meer te stoppen.

Vrijheid van meningsuiting? Alleen als de mening strookt met die van de held der Nederturken. Wat een achterlijkheid, wat een wreedheid ook. Ik citeer Amnesty International: „De nieuwe Turkse wet geldt niet voor mensen in voorarrest, die dus nog niet zijn veroordeeld. Ook geldt de wet niet voor gevangenen die zijn veroordeeld onder de wel erg ruim geformuleerde anti-terrorismewetgeving. Die wetgeving is misbruikt om mensen die uitkwamen voor hun mening te veroordelen, zoals journalisten, advocaten en mensenrechtenactivisten.”

Amnesty heeft gelijk: dit kan niet, dit mag niet.

Op YouTube is een oud filmpje te vinden waarop een paard zijn berijder ruw van zich afwerpt.

Naam van de berijder: Reçep Erdogan.

De naam van het paard is onbekend, maar mensenkennis had-ie.


18 april 2020
Ethische Commissie Oudjesruiming een idee?

Godsammekrake, nu pas besef ik ten volle dat er landgenoten bestaan wier profileringsdrang zelfs door de coronaperikelen wordt gestimuleerd. Is het, gezien de ontelbare bizarre conclusies die zij eruit durven te trekken, geen tijd voor een Staatscommissie Ethiek?

Het is een vraag die een liberaal eigenlijk niet zou mogen stellen, maar wat maakt het nog uit nu we plots in de nadagen van het mensdom terecht zijn gekomen. Bovendien hebben we ons met deze mondkapjesloze, intelligente lockdown (kuch) al ondergeschikt aan de wil van onze overheid verklaard.

Onze zuiderburen hebben 'm reeds, zo'n commissie. Uiteraard heeft-ie twee namen. Volgens de Vlamingen heet-ie de Staatscommissie voor de Ethische Problemen. Voor de Walen is het La Commission Nationale pour les Problèmes Éthiques, wat op mij al veel ethischer overkomt. Geen taal zo zwierig als die der Fransozen. ‘Je t'aime' klinkt ook veel beter dan 'Ik hou van jou'. Doorslaggevend is voor mij dat ik Jane Birkin - dat wil zeggen: de Jane Birkin van de jaren zeventig - de Franse woorden in mijn oor hoor fluisteren ('Je vais et je viens', olala) en Maribelle, met dat liedje van haar, de Nederlandse. Maribelle komt uit het palingdorp. Wij weten allemaal dat een beetje Volendammer de h niet uitspreekt, waardoor je dus ‘Ik ou van jou' hoort. Om die reden ben ik eens, angstaanjagend lang geleden, midden in de nacht jammerend de in alle haast geboekte bruidssuite van hotel Spaander uit gevlucht.

Enfin, die Staatscommissie Ethiek dus. De vraag is wie daar zitting in moeten krijgen. Iedereen denkt natuurlijk aan de welhaast onvermijdelijke prof. dr. Heleen Dupuis, of aan andere leden van het peloton hoogleraren ethiek dat dit land rijk is. Maar omdat er dankzij de coronacatastrofe her en der toch al steeds minder versluierd voor oudjesruiming wordt gepleit, prefereer ik een verfrissende approach onder leiding van Marianne Zwagerman. Voor mij is zij een uitstekende kandidaat nu ik weet dat zij de bewoners van verpleeghuizen en andersoortige bejaarden die in de laatste fase van hun leven zijn aanbeland, vergelijkt met 'dor hout' dat hoognodig gesnoeid moet worden.

Marianne Zwagerman, voor al uw ethische vraagstukken. En naast haar zie ik graag Jort Kelder aan de commissietafel. Kennelijk een toekomst zonder sloep of zelfs zonder een tweede woning op Terschelling vrezend, vroeg hij zich openlijk af of het zin heeft om zoveel economische offers voor te dikke tachtigplussers te brengen. Verder zou ik voor GroenLinks-jonkvrouwe Corinne de Jonge van Ellemeet en D66-coryfee Pia Dijkstra kiezen. Zij hebben óók zo hun gedachten over de zorgaanpak van senioren. Steeds maar weer uit alle macht dat levenseinde uitstellen: das hat keinen Zweck!

Zal ik zelf, tenslotte, ook maar in de Staatscommissie Ethiek plaatsnemen?

Schrik niet, mijn rol wordt simpel: ik wil mijn collega’s alleen maar bij elke vergadering voorlezen uit de essaybundel 'Beschaving, of wat ervan over is' van Theodore Dalrymple.


21 april 2020
Erbarme dich, mein Gott

Als er ooit dagen waren, beminde gelovigen, waarin wij het doen en laten van onze medemens met erbarmen behoren te beschouwen, dan beleven wij ze thans. Meer dan ooit moeten wij in dit coronatijdperk het besef tot ons laten doordringen dat geen enkele persoonlijkheid volmaakt is.

Sloeg paus Franciscus, wiens heilige opdracht het is om zijn volgelingen erop te wijzen dat zij hun tegenstanders altijd de andere wang moeten toekeren, onlangs niet boos de hand van een aanbidster weg die zich naar zijn zin te lang aan hem vastklampte?

Ik bedoel maar.

Wij hebben allemaal onze fouten, niemand uitgezonderd.

Heb dus erbarmen.

Jazeker, dat wordt ons soms moeilijk gemaakt. Ik verwijs naar de lockdown waaraan de inwoners van Nederland zich momenteel dienen te onderwerpen. Die wordt inmiddels zo massaal aan de laars gelapt, dat het begrijpelijk is dat zich gevoelens van woede meester maken van de brave burgers die zich wél keurig voegen naar het nieuwe normaal van de anderhalvemetersamenleving.

En deze lockdown moet dan voor intelligent doorgaan?! Laat me niet lachen! Het is goed voorstelbaar dat men dergelijke cynische kreten slaakt wanneer men getuige wordt gemaakt van beelden van openbare parken die met chillende landgenoten zijn volgepakt, waarbij ik in het bijzonder wijs op de barbecueënde Hagenezen in het Zuiderpark die hun middelvinger naar Rutte opsteken en slechts twee machthebbers erkennen: Allah en Erdogan.

Om gek van te worden, inderdaad.

Toch zeg ik het zelfs hier: heb erbarmen.

Wilt u het ultieme voorbeeld?

Dan neem ik u graag mee naar het perfide Albion, waar de lockdown zo streng is dat men niet voor elk akkefietje de weg op mag, zoals bij ons. Wat geschiedde op de A30 ter hoogte van Launceston in het wonderschone Cornwall? Daar werd een man in een BMW X5 aangehouden, die desgevraagd opbiechtte dat hij de hem opgelegde quarantaine niet langer had volgehouden en zijn vrouw en kinderen was ontvlucht. Bij controle bleek dat hij al 270 kilometer onderweg was.

270 kilometer!

Dat is van Steenwijk naar Maastricht!

Laten wij trachten, parochianen, ons een voorstelling te maken van wat deze arme ziel doormaakte voordat hij in zijn wagen stapte. Hoe hij 24 uur per dag werd getart door zijn dreinende kroost, welke vernederingen hij moest ondergaan als zijn wederhelft, van wie hij anders tien uur per dag verlost was, hem toesprak. Linksboven zie ik nog een vlekje! Dat soort verstikkende opmerkingen als hij weer, voor de goede vrede, een wandje had gewit dat in zijn ogen toch al hartstikke wit was. Onder die omstandigheden, waardoor de muren nog nadrukkelijker op hem afkwamen.

Eruit moest hij, eruit!

En hup, daar ging hij, in zijn X5, zo ver weg mogelijk.

Erbarme dich, mein Gott.

Verplaats u eens in deze man en vraag u voor één keer af wat u zelf had gedaan. Daar gaat het nu om. Dat is het belangrijkste. En laat het meteen een levensles zijn. Al mag u hem ook onmiddellijk uitroepen tot held van de week.


23 april 2020
Na 57 jaar haar hand losgelaten

Die ene anekdote. Dat kleine verhaal, door hem met een paar simpele woorden verteld. Zo kort als een zkv van A.L. Snijders, een schrijver die hij net als F. B. Hotz en Herman Pieter de Boer bewonderde. En toch een complete roman. „Kippenhuid”, zei Tomislav Ivic ooit, toen hij trainer van Ajax was en kippenvel bedoelde. Dat was wat ik voelde: kippenhuid.

„Het was de winter van ’63, die van de Elfstedentocht van Reinier Paping”, vertelde Rob. „Het IJsselmeer lag onder een dik pak ijs, ik had Truus net leren kennen en ging voor het eerst met haar schaatsen. Een stevige rit, vanuit Enkhuizen naar Urk en Staveren en weer terug. Op het laatst werd ze moe en ik zei: probeer in mijn slag met me mee te schaatsen, ik maak ’m wel wat korter, kom geef me je hand. Ik wist meteen dat ik die hand nooit meer zou loslaten.”

Ze kregen een dochter en een zoon.

Ik zat tegenover Rob van den Dobbelsteen in het Schoorlse hospice waar hij op het einde wachtte. Hij lag drie meter verderop in zijn bed, dichterbij mocht niet in dit coronatijdperk, mijn stoel stond in de deuropening, het was lekker weer. Hij was 78 jaar en ik kende hem precies een halve eeuw, vanaf de jaren dat wij lid waren van dezelfde zwem- en waterpoloclub. Hij was toen al sportverslaggever voor Het Parool, las de stukken waarmee ik onder melige pseudoniemen als Marc O’Polo en De Zwemmende Zwammer ons clubblad De Waterrat vol kliederde en zei: jij moet journalist worden.

Hij lag op sterven en hij wist het. Uitgezaaide darmkanker, geen behandeling die nog hielp. Toch was hij monter. We stelden vast dat de journalistiek steeds minder echte stilisten kent en we haalden herinneringen op uit de tijden dat we in het eerste team speelden, door hem aangevuld met vertellingen over de periode dat we elkaar uit het oog waren verloren. Hij reed de Elfstedentocht, was een gepassioneerd wielrenner - we versloegen beiden de Tour de France - en reisde tien keer de wereld rond. En toen kwamen we elkaar ineens weer tegen, wederom als leden van dezelfde sportvereniging, nu eentje voor journalistieke beoefenaars van de golfsport.

Hij genoot, ik genoot.

Voor zover mogelijk, daar in die omgebouwde Schoorlse boerderij.

Toch lag er ook een grote schaduw over mijn bezoek.

Over ieders bezoek, moet ik zeggen.

Onvermijdelijk was telkens de vraag hoe het met haar was, met Truus. En dan moest hij het vertellen. Dat hij haar al vijf weken niet had gezien. Want tja, corona. Het verpleeghuis waarin zij al jaren geleden was opgenomen was hermetisch afgesloten. Niet dat het voor haar veel uitmaakte. Ze herkende hem niet eens meer en leidde er haar eigen leventje, niet eens ongelukkig zo leek het. Maar hem maakte het wél uit. Het besef dat hij haar waarschijnlijk nooit meer zou zien knaagde aan hem en hij maakte daar geen geheim van.

Hij had na 57 jaar haar hand moeten loslaten.

Maandag stierf hij, zes weken nadat hij Truus voor het laatst had gezien.

Fuck corona.


25 april 2020
Gated communities vol onrendabele senioren

Toegegeven, normaal zijn mijn uitlatingen zo ongeveer van het niveau Pol Pot, maar... wacht even, voordat iedereen nu gretig 'Zie je wel!' begint te roepen leg ik dat toch maar eerst uit: Pol Pot stelde bijvoorbeeld dat honger "de meest effectieve ziekte" is.

Niet echt doordacht als je het mij vraagt. Ik denk met u mee: net als veel van mijn uitspraken. En toch voel ik de behoefte te herinneren aan een zin die een maand terug, op donderdag 26 maart, te midden van het rumoer over een andere effectieve ziekte, op deze plek werd neergepend.

Komt-ie, enigszins ingekort: "Langzamerhand worden tijdens deze coronacatastrofe de geesten rijp gemaakt voor een realiteit waarin niet meer op Magere Hein hoeft te worden gewacht."

Zie hoe de zaken zich sindsdien ontwikkelden. En lees daarom ook dat verhaal in deze krant van vrijdag, over de verwaarlozing van de veiligheidsmaatregelen voor verpleeghuizen, met alle coronagevolgen van dien. Verpleeg- en zorginstellingen hebben een 'suffig imago', concludeerde het hoofdredactioneel commentaar. Het speelt wel degelijk een rol.

Het zijn maar zieke oudjes, is inmiddels de tendens. Ze vormen dor hout dat gesnoeid moet worden. We mogen onze economie niet opofferen aan pogingen om het leven van te dikke tachtigplussers te verlengen. Hoe groter de dreiging dat hun bestaan er minder luxe of zo u wilt minder decadent op wordt, hoe meer mensen dit soort huiveringwekkende verzuchtingen durven te slaken. Steeds meer vooral jongere landgenoten lijken zich verder openlijk te scharen - ga maar eens op Facebook struinen - achter de voorstellen om de risicogroepen, de gezonde leden ervan niet uitgezonderd (!), te isoleren. De gated communities vol onrendabele senioren doemen reeds op. Misschien kun je ze beter concentratiekampen noemen.

Hoe kil, hoe empathieloos, hoe onmenselijk wil je het hebben?

Laat ik de voorstanders van dit beleid meteen ook maar op hun wenken bedienen door hen in gedachten mee te nemen naar het land van de massamoordenaar die natuurlijk niet voor niets in de aanhef van dit stuk werd genoemd.

"In Cambodja overleed tot nu toe niemand aan COVID-19. Cambodja is een arm land. Hoe is dit te verklaren?" Docent economische geschiedenis Alfons van der Kraan vroeg zich dat af op de website Trefpunt Azië en noemde daarna zelf direct een van de belangrijkste redenen.

"De bevolking", aldus Van der Kraan, "bestaat grotendeels uit kinderen en jongeren. Als gevolg van de verwoestende burgeroorlog en de oorlog die erop volgde (1965-1998) zijn er heel weinig oude mensen. Slechts 4,6 procent van de 17 miljoen Cambodjanen is 65 jaar of ouder. In Italië is dat 22 procent."

Ideetje, wellicht?

Doe anno 2020 wat Pol Pot in 1975 in Cambodja deed: roep het jaar nul uit en jaag de oudjes over de kling. Kost een paar dooien (zo'n twee miljoen in het geval van Cambodja destijds), maar dan heb je ook wat.

Ik citeer nog één keer Broeder Nummer 1: "Hij die protesteert is een vijand, hij die verzet biedt een lijk.”


28 april 2020
Mijn strijd is er eentje zonder franje

Nee, ik ga hier absoluut niet vertellen welke variant van het Wilhelmus maandagochtend even voor 10.00 uur in huize Golfzang ten gehore werd gebracht. Laten wij ‘m tot het zestiende couplet benoemen. Daar houd ik het bij. Ik heb ook mijn privacy en daarnaast voel ik er niets voor om mijn moeder, die de tekst van de Internationale vrijwel uit haar hoofd kende maar toch zo koningsgezind was dat zij de Lockheed-affaire afdeed als nare verzinsels van de linkse pers, postuum te shockeren.

O zeker, ik vond die Oranje-aanbidding van haar merkwaardig. Een atheïstische, rooie vrouw avant la lettre die het zesde Wilhelmus-couplet "Mijn schild ende betrouwen / zijt Gij, o God mijn Heer, / op U zo wil ik bouwen, / Verlaat mij nimmermeer" minstens zo innig omarmde als "De staat verdrukt; de wet is logen / De rijkaard leeft zelfzuchtig voort / Tot 't merg wordt d'arme uitgezogen / En zijn recht is een ijdel woord": ik kon daar als haar buitengewoon maatschappijkritische zoon geen verklaring voor vinden. En als ik haar om uitleg vroeg, antwoordde zij steevast met een wedervraag: "Wanneer zoek jij nou eens een fatsoenlijke baan?"

Mijn puberjaren?

Zo liefdeloos, dames en heren.

Mag ik aannemen dat u massaal gehoor heeft gegeven aan de oproep om op de merkwaardigste Koningsdag aller tijden thuis het Wilhelmus met het Concertgebouw mee te zingen?

Of was uw gehoorzaamheid in dezen vergelijkbaar met die van de vier studentikoze knapen die ik op de ochtend van Koningsdag in weerwil van de opdracht van de premier - "Blijf thuis!" - een kratje of tien Heineken in de SUV van een van hun vaders zag laden nadat zij gezamenlijk, allemaal met hun eigen winkelwagentje, boodschappen bij de Appie had gedaan?

"Shit, we zijn de burgers vergeten!" riep een van hen vlak voor het vertrek op het parkeerterrein.

En huppekee, toen werden ook nog een paar dozen hamburgers ingeslagen.

Iets zegt mij dat de quarantainemaatregelen steeds minder fanatiek worden gerespecteerd.

Zelf deed ik dat wel hoor, reken maar. Ik behoor zo ongeveer tot 17.999 van de 18.000 risicogroepen en binnenkort mag ik als onrendabel dorhoutmens mijn streng bewaakte gated community toch niet meer uit, dus ik dacht: laat ik er dan maar alvast aan wennen.

Ik bleef keurig thuis en toostte om 16.00 uur onderdanig, precies zoals voorzien in het RVD-draaiboek, met een glaasje oranjebitter op de Majesteit. Nou ja, dat werden uiteraard twee glaasjes. Nee, laat ik voor één keer eerlijk zijn: ik sloeg in no time vijf oranjebitters naar binnen, waarna ik in al mijn daarmee opgewekte overmoed besloot om het zestiende couplet van het Wilhelmus alsnog aan mijn lezers te gunnen.

"Wilhelmus van Nassouwe
Ben ik voor virusvrij bloed
Van corona nooit gehouwe
Bevecht ik ’t tot in den dood
Een Prinse van Oranje
Ben ik, vrij, onverveerd
Mijn strijd is er eentje zonder franje
Maar mijn volk moet ongedeerd"

Leve de Koning!


30 april 2020
Wat?! Iemand wil weten of hij gezond is?!

Sapperloot, ik ben negatief. En dat terwijl ik mij te pletter hoest. Al sinds januari voelt mijn luchtpijp aan alsof er een dot poetskatoen in verstopt zit en toch heb ik geen carola, zoals buuf Geertruida het tot mijn grote enthousiasme noemt.

Ik heb het zelfs niet eens gehad!

"Hoesten, te zwaar en dor hout: do the math", zei ik tegen mijn wederhelft, nadat de ernst van de coronacatastrofe tot mij was doorgedrongen. "Liever geen bloemen, draai in de aula alleen Opgeruimd staat netjes van Bassie & Adriaan en richt na de plechtigheid voor het bezoek een bacchanaal in café Het Vroege Uur aan, met pas na afloop de volgende mededeling, die zeker in journalistieke kringen hard zal aankomen: surprise, jullie mogen de consumpties zelf afrekenen."

Het is een raadsel waarom, maar ze wil me nog niet kwijt en sloeg aan het bellen. En verdomd, een dag later reeds diende ik mij te vervoegen bij een medische persoon van mannelijke dan wel vrouwelijke kunne - geen zorgen, ik beperk mij tot deze twee mogelijkheden - om mij aan een Covid-19 test te onderwerpen die vooral voor zorgmedewerkers was bedoeld. Laten we het erop houden dat ik via de neef van de kolenboer van de maitresse van buurman d'Armanville du Truton Auberge bij deze meneer/mevrouw belandde. En daar dan weer de accountant van. Niet dat ik een buurman heb die d'Armanville du Truton Auberge heet, maar ik moet mijn sporen nu eenmaal zo uitgebreid mogelijk wissen.

Wie weet leest Hugo de Jonge dit.

"Wat!? Iemand die wil weten of-ie gezond is? Maar dát kunnen we niet hebben!"

Jazeker, oom Rob heeft zich laten testen, testen, testen. Dat moet je tegenwoordig drie keer achter elkaar zeggen, ik weet ook niet waarom. Het geschiedde via een prikje in de wijsvinger, waarna tien spannende minuten aanbraken die door de medische persoon van mannelijke dan wel vrouwelijke kunne als volgt werden benut: hij/zij sprak zijn/haar verbazing uit over de gang van zaken in het Nederlandse testbeleid. Geen Covid-19 test was tot nu toe goedgekeurd, deze test hoorde daar trouwens nadrukkelijk niet bij, en hij/zij vroeg zich daarom af wat er zou gebeuren als Roche - hé, dat is ook toevallig, daar heb je dat bedrijf weer - in mei met een test op de markt komt.

Stel, die wordt wél meteen goedgekeurd.

Olala.

Enfin, deze test had een betrouwbaarheidspercentage van 92,6%, vertelde hij/zij, en hij/zij was net zo benieuwd als ik naar de uitslag, die duidelijk zou maken of het virus mij te pakken had genomen. Was-ie positief en had ik de aanval bovendien reeds achter de rug, dan bevonden zich voldoende antistoffen in mijn lichaam en kon ik alles en iedereen weer naar hartelust omarmen en knuffelen omdat ik immuniteit had verworven.

Nou, mooi niet.

Geen carola gehad, en de dokter om die reden níet blij.

Hoe nu het quarantaine-niveau nog meer te verhogen?

Ik denk dat ik mij maar in de wijnkelder terugtrek.