2 april 2022

Irma Neijman heilig verklaard

Een flipperkastdag, dat was het. Ter nadere duiding zet ik de gebeurtenissen zoals die zich aan mij openbaarden in chronologische volgorde op een rijtje.

3. Nieuw Portugees hondje in voortuin door eerste sneeuw van haar tweejarige leven zien dartelen.

4. Uit meest recente inflatiecijfers de conclusie getrokken dat de prijs van een kop koffie in 2025 net zo hoog zal zijn als de prijs van een grachtengordelhuis in 2022.

5. Frontale botsing der jaargetijden in het Noord-Hollandse duingebied waargenomen, andermaal in het gezelschap van Bobbie.

In de slaapkamer van zoonlief, die al een kwart eeuw het huis uit is terwijl zijn bed er dag in dag uit keurig opgemaakt bijstaat („Moederliefde berust op een instinct”, aldus Jan Greshoff), staat een 50 jaar oude Fireball-flipperkast van Bally. Ook omdat-ie in Frankrijk op de kop is getikt herdoop ik ’m bij dezen tot Flipper des Émotions, want als ik de zilveren kogels in die prachtkast nu heen en weer laat schieten denk ik vooral aan de wijd uiteenlopende gemoedstoestanden waardoor ik zomaar op een en dezelfde dag werd overvallen.

Neem het rijtje nogmaals door en begrijp dan dat ik van bewondering naar verdriet stuiterde, van verdriet naar vertedering, van vertedering naar cynisme, van cynisme naar ontroering.

Irma Neijman bewonder ik al jaren. Zij is voorzitster van Animal in Need, oftewel de Second Chance Foundation die een dierenasiel in het Spaanse La Linea de la Concepcion beheert. Gemiddeld wachten daar circa 500 honden op een baas. Toen de fameuze Peter Koekebakker overleed nam Irma de leiding over. Zij werkt bij de politie en heeft het hart op de tong. Wie woensdagavond Op1 heeft gezien - zij zat daar aan tafel - weet dat dat hart ook op de goede plaats zit: niets doen is nooit een optie voor haar en dus organiseerde zij een konvooi naar de grens van Polen en Oekraïne, waar zij zich niet alleen ontfermde over een stel Oekraïense huisdieren, maar ook over een aantal oorlogsvluchtelingen, onder wie de zestienjarige Sacha en zijn moeder. Sacha is een been kwijtgeraakt bij een Russisch bombardement. Voor het andere been, vol granaatscherven, wordt gevreesd. Uiteraard neemt Irma het tweetal in haar toch al overvolle huis zodra de jongen (hobby: volksdansen...) uit zijn Nederlandse ziekenhuis is ontslagen.

Irma deed haar verhaal terwijl zij haar tranen nauwelijks kon bedwingen.

Ik keek en luisterde ernaar terwijl ik mijn tranen níet kon bedwingen.

Toen besloot ik haar per appje heilig te verklaren.

Zo’n dag dus, met zo’n begin en met zo’n daaropvolgend verloop waarin ik heen en weer werd geslingerd tussen totaal verschillende emoties. Gelukkig was er een happy end: de wandeling met blijhartige Bobbie, die trouwens óók eerst bij Irma Neijman logeerde. Een adembenemende tocht door de besneeuwde duinen, waar de fluitende vogels, in de ban van de lente, ondanks deze even barre als fraaie laatste stuiptrekking van Koning Winter van geen wijken wilden weten.

Na al wat de revue had gepasseerd, beschouwde ik het als een levensles.


5 april 2022

Gederfde levensvreugde

Zeker, het valt buiten het strafrecht, hetgeen reeds een eeuwigheid zijn pakkie-an is, maar nu meester Theo weer wat meer tijd heeft, overweeg ik hem toch in te schakelen voor mijn rechtszaak tegen de NS. Wie weet smelt hij ook als hij mij ziet.

Hoe moet de emotionele schade worden gecompenseerd die ik, als wielerliefhebber, heb opgelopen door het missen van het live televisieverslag van de Ronde van Vlaanderen? Dit is gederfde levensvreugde pur sang! En hoe zit het onder de huidige inflatoire druk met de kilometervergoeding bij een rit Amsterdam-Weert v.v., 2 x 152,8 km = 305,6 km?

Zeg het mij, Theo Hiddema!

U heeft ervoor doorgeleerd!

Hierbij geef ik u een overzicht van de eerste zeven handelingen van mijn ideale zondag, zoals zorgvuldig door mij gepland voor 3 april 2022. 1. Bobbie uitlaten. 2. Ontbijten. 3. Echtgenote en zoonlief bij Amstel Station afzetten, alwaar zij aan boord van de intercity naar Weert stappen. 4. Aangifte inkomstenbelasting afronden. 5. Bobbie uitlaten. 6. de laatste drie uur van de Vlaamse Hoogmis rechtstreeks op de tv volgen. 7. Fles Moet et Chandon ontkurken op de zege van Matthieu van der Poel, want die gaat natuurlijk winnen.

Welnu, de punten 1 t/m 3 verliepen zoals gepland. Maar toen ik halverwege punt 4 was, zo ongeveer op het tijdstip dat ik een dijk van een smoes bedacht waarmee de verbouwing van mijn slaapkamer als een zakelijke onkostenpost kon worden opgevoerd, schalde plots Gymnopedie no. 1 van Erik Satie door mijn kantoor, oftewel de ringtone die uitsluitend op mijn telefoon wordt geactiveerd wanneer mijn vrouw mij belt.

„Wij zijn in Eindhoven wegens een landelijke technische storing uit de trein gezet”, hoorde ik. „Zoals het er nu naar uitziet rijdt er tot vanavond geen enkele trein meer en er worden ook geen bussen ingeschakeld. Wat nu, lieverd?”

Het huwelijk is een kwestie van geven en nemen, zoals wij allen weten, al vat mijn vrouw dat soms nogal alternatief op, namelijk op de momenten dat ik in haar verleidelijke ogen het geven voor mijn rekening dien te nemen, en zij het nemen. Dus u begrijpt het al: nadat ik voor alle zekerheid punt 5 vervroegd had afgewerkt stapte ik in mijn auto op mij naar Weert te spoeden, waarheen het tweetal zich vanaf station Eindhoven per taxi zou begeven om hun afspraak na te komen.

Wegens het grotendeels ontbreken van vrachtverkeer is die rit vanuit onze geliefde hoofdstad op een normale zondag best te doen, maar ditmaal werd-ie vloekend en tierend door mij ondernomen, en niet alleen omdat ik dankzij de huidige brandstofprijzen in de verte ineens een faillissement zag opdoemen. Het ging mij vooral om de Ronde van Vlaanderen. Gio Lippens lijkt mij een aardige vent, maar dat ik op de autoradio naar zijn verslag moest luisteren en de race dus niet op de tv kon volgen betekende zo’n inbreuk op mijn persoonlijke levenssfeer dat ik reeds vóór de laatste beklimming van de Oude Kwaremont besloot om de NS wegens het aanbrengen van ernstige emotionele schade gerechtelijk aan te pakken.

Oké, punt 7 verliep uiteindelijk, na mijn thuiskomst, óók zoals gepland.

Toch reken ik op een tonnetje of drie, vier.

Eén ding, maître: no cure no pay.


7 april 2022

Het hoeft allemaal niet zo moeilijk

Bij mij moet je eigenlijk niet wezen als het om mooie zinnen gaat. Ik ben maar een stukkiesschrijver, en hoewel een concullega van een andere krant, binnenkort een ochtendblad, enkele jaren terug niet eens in geschater uitbarstte toen een interviewster van Kunststof hem vroeg of hij literatuur maakte (ik was er op de A9 ter hoogte van het Rottepolderplein via de autoradio getuige van), voel ik mij geroepen te benadrukken dat columnpjes breien andere koek is dan het schrijven van boeken van het kaliber Cannery Row van John Steinbeck of alle korte verhalen van James Salter.

Waarom ik mij dan toch een oordeel aanmatig over de mooiste Nederlandstalige liefdeszin, bekendgemaakt na een peiling onder de genodigden voor het Boekenbal door het CPNB?

De aard van het beessie, mevrouw.

Eerst die winnende zin, van Arthur Japin in Een schitterend gebrek. „Dit is het enige wat telt, lieverd, dat iemand meer in je ziet dan je wist dat er te zien was.” Het deed mij deugd te vernemen dat de auteur zelf moest opzoeken waar hij dat ook alweer had geschreven, want op mij had de zin óók al geen onuitwisbare indruk gemaakt.

Er moeten betere liefdeszinnen zijn.

Wat bijvoorbeeld te denken van die ene van Herman Finkers?

„Een vrouw als jou heb ik nooit gekend, sterker nog: ik zou niet weten wie je bent.”

De andere liefdeszin waarop ik de aandacht wil vestigen is hier volgens mij al eens eerder gepubliceerd, maar wat kan mij het schelen. Weemoedigheid dwingt mij om de vrouw voor wie de woorden waren bestemd – ’Once we were lovers, but somehow things have changed’, zong Jim Croce ooit – met respect te behandelen. Zij was de dochter van een caféhouder en ik citeer de zin die een voor haar vader werkende kelner in haar poesiealbum noteerde alsof hij snel even een bonnetje voor een klant uitschreef: „Lieve Riet / Als ik jou niet ziet / Dan geniet ik niet.”

Taalkundig is er best iets op aan te merken, dat klopt. Toch vergeet ik ’m nooit meer, hetgeen ongetwijfeld ook iets zegt over mijn opvatting van romantiek. Bovendien blijf ik van mening dat het in feite onmogelijk is de mooiste zinnen van wat dan ook uit te roepen.

Neem de beste literaire zin van 2010 volgens Tzum, van Tom Lanoye in Sprakeloos: „Vijftien jaar had de badkamer met de caravanafmetingen probleemloos dienstgedaan, de sporadisch gekneusde knie niet te na gesproken van wie zich, zijn toilet makend of zich scherend voor het lavabootje, te bruusk omdraaide en aan den lijve moest ervaren hoe gering de speling was gebleven tussen rand en wand.”

Mijn hemel.

Nee, dan die van 2005 van Ilja Leonard Pfeijffer in Het grote baggerboek: „Trekt ie daaropvervolgend z’n broek naar omlaag, gaat met die harige aars van hem boven de chili hangen en zet ie me daar toch z’n dikke darm open dat Noach kon fluiten naar berg Ararat.”

Now we’re talking!

De beste openingszin ooit?

Drie woorden, wat mij betreft: ’Noem mij Ismael’ (Moby Dick).

Het hoeft echt niet zo moeilijk.


9 april 2022

Geen leukere klojo dan BoJo

Hij heeft lak aan de mores

Zijn stijl is vaak zot

En toch kan die Boris

Bij mij niet kapot

Excuses, jongens en meisjes, dat ik aan het rijmelen sla, maar ze noemen me niet voor niks de Willy Alfredo van de geestgronden. Zo werd van de week mijn achternichtje Daantje 13 jaar. Dan ligt het voor de hand dat lied van Paul van Vliet voor haar te zingen, maar ik kon mij weer niet inhouden op de familie-app.

Was ik Pappie

Die van Kraantje

Rapte ik wappie

’n ode aan Daantje

Het is een obsessief-compulsieve stoornis die de gezinspsychiater in dit speciale geval gelukkig als vrij onschuldig diagnosticeerde, reden voor mijn naasten om in overleg met hem te besluiten om mij gewoon maar mijn gang te laten gaan en zelfs dus van ingrijpen af te zien wanneer ik Boris Johnson in een kwatrijn lof wil toezwaaien.

Ik heb er trouwens wel alle reden toe.

Niet om te rijmelen, bedoel ik, maar om de Britse premier te complimenteren.

„Transvrouwen zouden niet mogen deelnemen aan sportwedstrijden voor vrouwen”, verklaarde hij van de week. „Verder zouden vrouwen plekken moeten hebben die alleen voor vrouwen zijn. Of dat nou in ziekenhuizen, kleedkamers of gevangenissen is.”

Hear, hear!

Hij is en blijft een vreemde snoeshaan, Boris Johnson, die een paar dagen later overigens ook alom bewondering oogstte toen hij samen met Volodomir Zelenski door de straten van Kiev wandelde. Onlangs zag ik een foto waarop een hele rits politieke hotemetoten poseerde en Boris stond er met zijn slonzige haardos, belachelijk lange stropdas, wijd open jasje en afgezakte broek weer eens tussen als een notoire dakloze die speciaal voor deze gelegenheid tegen zijn zin bij de nachtopvang het Leger des Heils was weggesleept. Dat-ie er verder zijn eigen definitie van het begrip voorbeeldfunctie op nahoudt bleek uit de ruige Number 10-party’s tijdens die ultrastrenge Britse lockdowns, die hem bijna zijn premierschap kostten. Toch mag ik hem graag, ook overigens omdat hij een mooi boek over Winston Churchill heeft geschreven.

En nu mag ik hem helemáál.

Want Boris Johnson heeft ditmaal groot gelijk. De affaires rond de Engelse transwielrenner Emily Bridges (vroeger Zach) en de boomlange Amerikaanse transzwemmer Lia Thomas (vroeger William) bewijzen voor de zoveelste maal dat er sprake is van veel te ver gaande oneerlijkheid als voormalige mannen tot sportwedstrijden voor vrouwen worden toegelaten.

De kwestie speelt al jaren, ook in andere sporten. Er zijn inmiddels talloze getuigenissen over verstrekt, maar de enige echte oplossing durft men, bijvoorbeeld binnen de hevig geïnfiltreerde Democraten-gemeenschap in de VS, uit angst voor de agressieve wokegemeenschap nog steeds niet aan. Het is te mal voor woorden dat de transgenderlobby zo sterk is geworden dat zij sportbonden daartoe kan verplichten. Zoals het inderdaad ook bezopen is dat van vrouwen kan worden geëist om hun privacy in ziekenhuizen, kleedkamers en gevangenissen ervoor op te geven.

Er is zóveel mis in de transgenderwereld en het is daarom zó goed dat een belangrijke regeringsleider als Boris Johnson daar eens op wijst.

Geen leukere klojo

Dan onze BoJo

Zie je wel, daar ga ik weer.


12 april 2022

De starre hufters van Shanghai

O ja, dat is er ook nog: Covid-19. Je zou het bijna vergeten door de oorlogsmisère, zoals dag in dag uit met ijzingwekkende grimmigheid door Thierry’s lievelingsdespoot aan ons opgediend. Al is er nog een reden: het feit dat we ons leven van vóór de lockdowns in no time weer hebben opgepikt. We blaffen elkanders longen fanatieker dan ooit vol met grote wolken aerosolen.

Ook op het Boekenbal krioelden de vertegenwoordigers der polderlandse literatuur heviger dan de maden die mij diep in de vorige eeuw tot het besef brachten dat mijn tussentijdse vrijgezellenbestaan van toen zich iets te vaak door verwaarlozing en bijbehorende nonchalance liet typeren. Laat ik dat toch maar uitleggen. Oorspronkelijk vormden die maden, in een plastic zak, twee kilo ribeye, maar helaas had ik dat vlees drie maanden lang in de kofferbak van mijn oude, gedeukte Fort Taunus laten liggen. Een met de apk-keuring belaste garagemonteur trof de zak aan en aanvaardde niet kort daarna een betrekking als nachtportier bij een nette assurantiemaatschappij.

Goed, dat heb ik ook weer van mij afgeschreven.

Snel terug naar het thema.

Even dacht ik, de beelden en getuigenissen van dat overbevolkte schrijversfestijn in de Escape verwerkend: ach, was de deltavariant nog maar dominant, al hoopte ik uiteraard wel dat vooral de auteurs die niet aan die verschrikkelijke Nederlandse navelstaarderij doen maar gewoon een goed verhaal willen vertellen de slachting zouden overleven. Inmiddels, echter, maakt omicron de dienst uit, met name BA2, al zijn er daar ook alweer subvarianten van. Daar gaan we weliswaar nóg sneller van niezen, hoesten, snotteren en weet ik veel wat allemaal nog meer, maar van omicron worden we tot nu toe nauwelijks nog ernstig ziek.

Groepsimmuniteit forever!

Althans, dat roepen wij.

Zouden de Chinezen soms meer weten?

Of zijn er daar gewoon starre hufters aan het bewind?

Met name via de sociale media nam ik de afgelopen dagen beelden, met begeleidend commentaar, vanuit Shanghai tot mij. De ruim 26 miljoen (!) inwoners van dat grote financiële centrum zitten in een complete lockdown. Oorzaak: Omicron BA2. De Nederlanders die klaagden - en nog steeds klagen - over de inperking van hun vrijheden zouden daar eens een kijkje moeten gaan nemen.

Behalve voor coronatests mag helemaal niemand in Shanghai de deur uit, hongersnood dreigt er nadrukkelijk, drones registreren zo’n beetje iedere afwijkende beweging, loslopende huisdieren worden ijskoud afgemaakt, de politie beschikt nu zelfs over helmen met camera’s waarmee burgers die koorts hebben kunnen worden herkend, de protesten worden steeds luidruchtiger maar ook steeds harder onderdrukt.

Jammer dat er nog geen manier is om de inwoners van Shanghai buiten de verstikkende overheidscontrole om beelden van het straatbeeld van Amsterdam te laten zien, waar Omicron BA2 zelfs voor nog veel meer besmettingen zorgt dan daar, maar waar iedereen toch kan doen wat-ie wil (en dat terwijl de ziekenhuiscijfers er teruglopen). Het zou de opstand danig bespoedigen.

En Xi intussen maar, met Taiwan in het achterhoofd, met Poetin overleggen.

De schoften.


14 april 2022

Sorry, Lilianne, het was hooguit een 3-

De mooiste was, zoals zo vaak, van de satirische site De Speld. Ze plaatsten een foto van Lilianne Ploumen waarop zij in gesprek was met Mark Rutte en Hugo de Jonge in vak K. De heren grijnsden en het bijschrift was: „Rutte en De Jonge snappen niet wat Ploumen bedoelt met ‘vertrekken’ en zeggen ‘tot morgen’.”

Waren er ook lelijke reacties op het plotselinge vertrek van Lilianne?

“Haben Sie ein Stunde?” zou Leo Beenhakker nu vragen.

Zo’n humoristische benadering als die door De Speld is verre te prefereren boven de eensluidende strekking van tal van andere beschouwingen die ons aangaande het politieke verscheiden van Lilianne Ploumen werden gegund. Wat bijvoorbeeld te denken van die ene analyse in dat inmiddels schrikbarend verwookte Nederlandse dagblad waarin de auteur, zelf van mannelijke kunne, zich afvroeg of een man óók in staat zou zijn geweest om deze stap te zetten?

Ploumen gaf zichzelf als politiek leider een zesje, constateerde hij bovendien bedroefd, nadat hij haar zelf in zijn eerste alinea’s alleen maar achten en negens had toebedeeld. Waarna hij in totale verliefdheid eindigde met: „In haar vertrek is Lilianne Ploumen een tien.”

Wat een geslijm.

Het was dapper, het was bewonderenswaardig, het was voorbeeldig. Dat was, ook op de sociale media, de teneur. Iedereen was even lovend en bewierokend en op een gegeven moment werd ik zelfs, ervan uitgaande dat die ontelbare hagiografische bespiegelingen haar niet zouden ontgaan, gekieteld door de gedachte dat Ploumploum, tot tranen toe geroerd door het massale eerbetoon, als de wiedeweerga op haar schreden zou terugkeren: „Had dan meteen gezegd dat jullie zo van mij houden!” Daarmee zou De Speld óók wel raad hebben geweten, maar al die opiniërende pluimstrijkers niet.

Wat zegt u?

Deze benadering zegt iets over de kleur van een groot deel van de polderlandse pers?

Eeehh… uw woorden.

Ik heb weleens, bij een radiouitzending van BNR, met Lilianne Ploumen zitten bomen. Vrolijk en gezellig mens inderdaad, met wie het vast goed toeven is in café De Pieter in haar geboortestad. Ze beschikt over een aangename hoeveelheid zuidelijke warmte. Maar ze had natuurlijk nooit Lodewijk Asscher als fractievoorzitter van de PvdA moeten opvolgen.

Dat had iemand moeten zijn die eindelijk eens erkent dat het sociaal-democratische schip (ooit 53 zetels, nu negen) in de eerste plaats een totaal verkeerde koers is ingeslagen. De oorspronkelijke achterban is in de loop der jaren volledig in de steek gelaten, maar ook Lilianne Ploumen weigerde het roer om te gooien en deinsde er vervolgens zelfs niet voor terug om openlijk te gaan flirten met Jesse Klaver, aan wie zo’n beetje elke Nederlandse arbeider een hekel heeft omdat de Jessias het gezicht is van een partij die arbeiders veracht.

Intussen werd de ijsberg steeds dichter genaderd.

Een zesje?

Een drie min, hooguit.


16 april 2022

Iedereen een woning? Hahaha!

Dat wij in de loop der jaren slecht in rekenen zijn geworden, zoals de Onderwijsinspectie driftig aan de touwen der noodklokken trekkend stelt, zie je ook aan de plannen van Rutte IV.

O, u kent dat malle circus niet?

De dikke deur is de heer M. Rutte, die dusdanig aan de ketting van de politieke leider van zijn grootste coalitiegenoot D66 ligt dat hij zich gedwongen zag ons persoonlijk belastingverhogingen in het vooruitzicht te stellen omdat de dompteuse wier taak het is om haar burgers zelfs met dit soort bevelen door haar brandende hoepels te laten springen, mevrouw S. Kaagmens van het departement van financiën, daar geen tijd voor had: zij was even te druk met het complimenteren van ABN AMRO, die bank die tot haar grote ideologische vreugde zijn excuses voor het slavernijverleden heeft aangeboden.

Tevens is er plaats voor een klimaatclown, de heer Roboflop J., die achteloos 35 miljard van onze euro’s mag besteden aan doelen die niet te verwezenlijken zijn omdat zulks slechts multilateraal kan worden bewerkstelligd. En verder functioneert er binnen dat bonte gezelschap ook zomaar een heuse stikstofacrobate, namelijk mevrouw C. van der Wal, die op haar beurt 25 miljard mag stukgooien ten behoeve van een kwestie die ten oosten van Lobith gek genoeg ineens ophoudt te bestaan („Es herrscht Stickstoffmangel in der Natur”, meldde Die Welt deze week zelfs, oftewel: „Er is een gebrek aan stikstof in de natuur”).

En dat terwijl de boeren hier massaal worden uitgeroeid omdat zij zogenaamd te véél stikstof produceren.

Ja, zo mal is dat circus.

De achteruitgang van het rekenonderwijs is - net als die van het taalonderwijs - al twintig jaar gaande, zegt de Onderwijsinspectie. Nee, zeg ik op mijn beurt, het duurt reeds veel langer, en dat zie je ook aan de rekenmethodes die Rutte IV hanteert.

Ga maar na. We kwamen vorig jaar in Nederland zo’n 300.000 woningen tekort. Dat probleem wil het circus Rutte IV, in de persoon van stalknecht H. de Jonge, te lijf gaan door 100.000 huizen per jaar te gaan bouwen. Dat klinkt prima, maar het gaat bij lange na niet lukken.

Ten eerste is de stikstofwetgeving onder druk van allerlei lobbygroeperingen zo krankzinnig streng gemaakt (vergelijk het inderdaad maar met Duitsland), dat er voortdurend bouwprojecten moeten worden stilgelegd. Ten tweede komen er maandelijks, mede maar zeker niet alleen dankzij de oorlog in Oekraïne, duizenden nieuwe inwoners bij, hetgeen de asielzakenjongleur van het circus, de heer E. van der Burg, ertoe heeft genoopt om gemeenten te dwingen asielzoekers te huisvesten.

Dit land stroomt momenteel vol. Zoiets - en nog veel meer - calculeer je toch in? Rekenen is niet alleen optellen. Rekenen is ook aftrekken. Maar aan dergelijke ontwikkelingen is men bij de begroting gewoon voorbij gegaan.

Of denken jullie nog steeds dat het lukt, Rutte IV? Krijgt iedereen de komende jaren onder de huidige omstandigheden nog steeds een woning? Vooruit, het mag eigenlijk niet, maar pak voor één keertje de zakjap erbij en kom dan met mij tot de slotsom dat één plus één inderdaad nog altijd twee is, maar dat het weer één wordt zodra je er om welke reden ook een één moet aftrekken.

Hoe is het mogelijk, hè?


19 april 2022

Ik kaag, jij kaag, hij/zij/het kaagt

Joehoe, Dikke Van Dale! Tijd voor enkele nieuwe werkwoorden. Ik denk vooral aan drimmelen en aan kagen.

Een woord wordt in het woordenboek opgenomen als de redactie het ‘gedurende langere tijd regelmatig aantreft in kranten, tijdschriften, boeken en op internet’, lees ik op de Van Dale-site. Met verwijzing naar de grenzeloze aanbidding die het Kaagmens en haar partij in de zelfbenoemde journalistieke bovenlaag van Nederland ten deel vallen besef ik daarom dat het een zinloze exercitie is. Liever nog legen ze tot en met de allerlaatste druppel de gifbeker dan dat ze die engerd van de T napraten. Maar wat kan mij het bommen.

Ik drimmel, jij drimmelt, hij/zij/het drimmelt, wij/jullie/zij drimmelen. Het is geen lelijk woord, al zeg ik het zelf. De officiële betekenis moet Van Dale-hoofdredacteur Ton den Boon maar formuleren. Hoe dan ook weet u vast wat ik ermee bedoel.

Wat zegt u?

Je zou het daarom ook pechtolden kunnen noemen?

Dat is bepaald geen gekaag van u!

Ik kaag, jij kaagt, hij/zij/het kaagt, wij/jullie/zij kagen. Er zijn ontelbare situaties denkbaar waarbij dit werkwoord van stal kan worden gehaald. Ik vertel u graag waaraan ik nu zelf denk: de ontmoeting, in de Amsterdamse grachtengordel, met een aldaar woonachtige, schrikbarend keurige mevrouw die in verkiezingstijden reeds jarenlang een D66-poster aan haar raam hangt en mij onlangs kapittelde toen ik niet onmiddellijk een poepzakje tevoorschijn toverde nadat Bobbie daar haar behoefte had gedaan. „U weet wat u te doen staat, meneer!” riep zij streng. Dat wist ik heel goed, ik kon alleen het benodigde zakje niet zo snel vinden (uiteindelijk zat het in mijn jaszak). En wie zag ik vervolgens ‘s avonds laat, bij de volgende uitlaatronde, de drol van haar eigen hond glashard niet opruimen?

Juist.

Dat is kagen, wat mij betreft: anderen met zoveel mogelijk dédain de maat nemen, maar zelf overal schijt aan hebben. Je zou er dus ook het werkwoord deezesenzestigen voor kunnen introduceren, ten eerste omdat de manier waarop de D66-spinners het Kaagmens nu buiten de MeToo-orkaan trachten te houden die hele partij typeert, ten tweede omdat men ook in die zogenaamd o zo fatsoenlijke sociaalliberale hoek maar niet uitverontwaardigd raakte over die ordinaire John de Mol toen een soortgelijke MeToo-affaire bij The Voice speelde.

Toch houd ik het op kagen, met name omdat haar valsheid in dit geval alles overheerst: natúúrlijk was zij al op de hoogte van wat Frans van Drimmelen had uitgehaald. Haar wachtswellust verhinderde echter openbaarmaking. Over Nieuw Leiderschap gesproken: zelfs het lot van het voornaamste slachtoffer van het gedrimmel maakte zij, op de verkiezingsdag (!), eraan ondergeschikt. Ik herinner mij bovendien het campagnefilmpje waarin zij het heel gedreven opnam voor vrouwen die het slachtoffer zijn van onderdrukking en seksueel geweld.

Wie ís dat mens?

Laat ik eerst maar eens De Naakte Aap van Desmond Morris herlezen.


21 april 2022

Dit moeten papa en mama oplossen

Laatst op deze plek al een lijstje opgesteld van vette snacks die ik die dag uit wraak zou willen verorberen. Het was in feite de 3.0 versie van het aloude Holle Bolle Gijs-vers en het spijt mij nog steeds dat de kapsalon er niet tussen stond: 1.800 calorieën, zo’n grote bak friet met shoarma, afgetopt met een dikke laag gesmolten kaas.

Heerlijk!

Ik ben een recalcitrantie-eter, onthulde ik toen. Mijn misnoegen werd veroorzaakt door het voornemen van Henk Staghouwer, minister van Landbouw, om een vleestaks in te voeren. We moesten ‘consuminderen’, zei hij. Wat een vreselijk woord. Welnu, als ik ergens een broertje dood aan heb, dan is het aan een overheid die haar onderdanen middels dwangmaatregelen een bepaalde levensstijl tracht op te dringen en in het verlengde daarvan zelfs meent te kunnen decreteren wat zij eten.

Ik ben een vrij mens, ziet u.

Ik wel.

Adviseren mag hoor. Geen enkel probleem als men er van hogerhand op wil wijzen wat volgens de laatste wetenschappelijke bevindingen gezond is en wat niet. Maar ik moet niks, dat wil zeggen: op dit terrein (ik ga er van harte mee akkoord dat ik op andere gebieden wél verplichtingen heb). Juist zíj moeten iets: ons dienen, en niet betuttelen of opvoeden. Daar huren wij als burgers de overheid voor in. Het heet hier Nederland, geen China (ik begrijp dat ik inmiddels ook Italië zou kunnen noemen, waar ze eveneens het begin hebben gemaakt met - de horror! - een social credit system).

Vandaar mijn reactie, eind maart, vandaar ook dat ik ineens heel veel zin heb om al mijn achterneefjes en -nichtjes naar de dichtstbijzijnde snackbar mee te slepen zodat ik ze daar vol kan proppen met triple whoppers, double quarterpounders en big tasty’s.

Het CDA heeft namelijk gesproken.

Hoe klein die partij anno 2022 ook is geworden, het zit nog steeds in haar christelijke genen om te trachten zoveel mogelijk grip op onze levens te krijgen. Vroeger, toen de dominee en meneer pastoor er nog de hoofdlijnen mochten uitzetten, meenden ze ons zelfs te kunnen voorschrijven hoe, met wie en met welk doel wij van wippenstein dienden te gaan - een bespottelijke vorm van bemoeizucht die daarna, bij het CDA althans, gelukkig verwaterde.

Nu, decennia later, stelt het wetenschappelijk bureau van het CDA plotseling dat kinderen tot achttien jaar geen fastfood meer zouden mogen kopen. In het rapport ‘Gezond leven, de zorg voor het lichaam als gemeenschappelijk goed’ concludeert men dat die leeftijdsgrens moet worden gesteld omdat vetzucht en obesitas onder de jeugd een te snel groeiend probleem is.

Klopt helemaal, daar niet van.

Ik zeg het ten tweede male: tijdens mijn vakantie op Lanzarote vorige maand keek ik dagelijks, bij het zwembad van mijn hotel, hoofdschuddend om mij heen.

Maar hé, dat moeten papa en mama oplossen!

Ouders behoren hun kinderen op te voeden, niet de regering!

Begrepen?!

Zo, nu eerst maar eens een pikanto.


23 april 2022

"Je reputatie is je cv" (Madeleine Albright)

Wat nu? Ik betwijfel of die vraag de Kaagcasus zelf bezighoudt. Ze verwoordde het nog net niet, maar je zag het haar denken, terwijl ze het journaille met nauwelijks verholen minachting aanschouwde: dit is much ado about nothing.

Mij zou de vraag, als ik haar was, wél voortdurend plagen. Kan ik in de toekomst nog wel iets zeggen over het leed dat vrouwen wordt aangedaan? Ben ik nog geloofwaardig? Kan ik überhaupt nog een morele kwestie van welke aard dan ook aankaarten of becommentariëren? Dat - en veel meer - zou ik mij afvragen.

Waarna ik alsnog zou opstappen.

Maar ja.

She ain’t me, om het maar eens in haar favoriete taal te zeggen.

Het grootste paard ter wereld was Big Jake, een Belgische ruin van 2,10 meter en dik 1100 kilo die in de zomer van vorig jaar in Wisconsin overleed. Ik vermeld dat omdat het moral high horse dat door de Kaagcasus was bestegen Big Jake’s formaat moet hebben benaderd. Wie de moraliteit in pacht meent te hebben, zoals zij, wie de leiding van de bewaking der vrouwenrechten zo hautain op zich neemt, wie daarbij zelfs Madeleine Albright’s befaamde uitspraak „Er is een speciale plaats in de hel voor vrouwen die andere vrouwen niet helpen” durft te citeren, loopt veel meer risico op blijvend letsel wanneer ze van zo’n reuzenknol af flikkert.

En zo geschiedde.

Dat is ook mijn antwoord aan de D66-diehards die haar ondanks alles blijven verdedigen - dat gebeurde her en der - wanneer zij er bijvoorbeeld op wijzen dat er binnen elke organisatie vrouwen ongewenst worden bepoteld en gestalkt. Op zich klopt dat. Er wordt overal op los gedrimmeld. Maar als je er zo’n grote mond over hebt, veeg dan in elk geval je eigen straatje schoon en wees bereid te erkennen dat je domweg hebt gefaald wanneer je zelfs daar niet aan bent begonnen. Doe je dat niet, dan krijg je de hoon driedubbel voor je kanis en in het geval van de Kaagcasus - o, die verkiezingsslogan: ‘Laat iedereen vrij, maar niemand vallen’ - tiendubbel omdat zij zelfs tijdens die rampzalige persco, óók toen het slachtoffer dat zij in de stront had laten zakken ter sprake werd gebracht, de vleesgeworden ongevoeligheid dan wel arrogantie bleef.

„Het is een bijzondere casus.”

„Ik trek mij deze casus aan.”

Brrr.

Laat ik dan ook maar eens diep door het stof gaan: hierbij bied ik mijn oprechte excuses aan de blonde casus van de postkamer aan. Dat ik haar hier, op deze plek, al die tijd de blonde stoot van de postkamer noemde had nooit mogen gebeuren. Ik begon er weliswaar al onder een ander hoofdredactioneel bewind mee, ik ben in feite dus onschuldig, maar ik wil nog wel een tijdje doorschrijven, ja!?

Ik geef u tenslotte, ter overpeinzing, twee citaten mee.

„Voor iedereen die een moral high horse berijdt, ligt ergens, uit het zicht, een dood paard dat niet goed genoeg is gevoed” (Zack W. Van).

„Voor wat voor werk je ook wordt gevraagd, op welk niveau dan ook, doe het goed, want je reputatie is je cv” (Madeleine Albright).


25 april 2022

Eerlijkheid bestraft: Nederland anno nu

Het wordt al een beetje rafelig, dat biljet. Geen wonder, het steekt zoals alle bankbiljetten een paar millimeter boven mijn portefeuille uit. Het enige verschil is dat die andere briefjes er steeds weer snel uit verdwijnen omdat er allerlei aankopen mee worden afgerekend. Met dit bankbiljet gebeurt dat niet. Het zit er reeds maanden. Het is een biljet van 200 euro.

Hoe ik eraan kwam? Het was het gevolg van een volstrekt legale particuliere handeling. Nou ja, oké, één tipje van de sluier dan: het betrof een Marktplaats-transactie waarvan een beginnende Rotterdamse high-end audiofreak heel erg blij werd. Belangrijker in dit verband is de vraag wat ik met dat biljet zal doen. Inwisselen bij de bank? Alleen de gedachte al wakkert mijn balsturigheid aan.

Ik begrijp veel, hoor. Ik begrijp zelfs al die pogingen om het contante betaalverkeer te ontmoedigen. Ze moeten toch wat. Biljetten van 200 euro zijn echter wel een wettig betaalmiddel. Net als die van 500 euro worden ze weliswaar al drie jaar niet meer bijgedrukt, maar er circuleren er in Europa nog altijd 757 miljoen van, die een waarde van dik 151 miljard vertegenwoordigen. Toch wordt iedereen die zijn bank laat weten dat hij een of meerdere 200-eurobiljetten in bezit heeft door die bank - en door de overheid! - gewantrouwd.

Dat weiger ik te begrijpen.

U weet toch wat onschuldpresumptie inhoudt?

Welnu, de bank rekt dat grondrechtbeginsel zoveel mogelijk op.

Een andere conclusie kan ik niet trekken, getuige ook die brief van de Rabobank waarin wordt uiteengezet dat briefjes van 500 en 200 tegenwoordig vaak bij witwaspraktijken en andere criminele activiteiten worden gebruikt, dat de bank om die reden wettelijk verplicht is gebruik en herkomst te onderzoeken, dat dit kosten met zich meebrengt en dat de cliënt daarom voortaan een tarief van 5 euro per biljet in rekening zal worden gebracht.

Heb ik die biljetten van 200 en 500 euro bedacht? Nee. Heeft u ze bedacht? Nee. De hotemetoten hebben ze bedacht. Ik maak er bovendien geen misbruik van, u maakt er geen misbruik van, anderen maken er misbruik van. Daar moeten u en ik voor lijden. Dat biljet in mijn portefeuille staat voor een bedrag dat ik op eerlijke wijze heb verkregen, maar ik kan het niet bij mijn bank kwijt zonder dat ik daar een boete voor krijg.

Noem het inderdaad maar balsturigheid van mij, maar ik stort het daarom niet.

Mijn trouwe lezer Ad van Ekeren, een handelaar in trucks in Vuren, doet dat wel. Hij moet het zelfs omdat de overeenkomsten die hij sluit zakelijk van aard zijn. En hij wil de boel nu eenmaal niet bedotten. „Vandaag van een Roemeense klant 40 briefjes van 200 euro ontvangen”, schreef hij mij. „Kosten 40 x 5 euro = 200 euro, puur en alleen omdat ik het bedrag op mijn bankrekening moest storten. Lekker dinertje misgelopen met m’n vrouw.”

Eerlijkheid bestraft.

In Nederland kan dat.

Ik hang dat biljet wel ingelijst aan de muur.


26 april 2022

Weg met de anoniempjes

Als Twitter definitief door Tesla-baas Elon Musk is overgenomen, wordt de eerste tweet die er namens mij uitgaat meteen een testcase. Tekst: ’Wat nu, Mister Duurzaam?’. Link: een onthullend Protocol-artikel van 8 april jongstleden onder de kop ’Gigafabriek Tesla in Austin kan uitdraaien op milieucatastrofe’.

De rijkste persoon op aarde noemt zichzelf toch een ’free speech absolutist’?

Nou dan.

Begrijp me niet verkeerd: als ik er 44 miljard dollar voor had kunnen ophoesten - nog een paar jaar polderlandse inflatie en het is al zover - zou ik Twitter óók hebben gekocht.

Mijn eerste plan: de mogelijkheid om anoniem te tweeten ongedaan maken. Weg met die lafbekken, weg met de trollen ook. Ik ken alle tegenargumenten, maar ze wegen niet op tegen de voordelen. Het zou buitengewoon veel mensen buitengewoon veel ergernis schelen. Mijn tweede plan (net als Elon Musk blijkbaar): de beperkingen die dat sociaal medium aan tal van al dan niet beroemde gebruikers heeft opgelegd onder de loep nemen. Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat de algoritmes er, net als bij Facebook trouwens, wel héél strak zijn afgesteld en bovendien nogal selectief.

Dat ze de verspreiding van fakenews trachten te verhinderen: prima. Kijk maar eens wat de Russen sinds hun invasie in Oekraïne qua informatieverstrekking, laatst bijvoorbeeld weer met die video waarin Zelensky en cocaïnehandel aan elkaar werden gelinkt, allemaal flikken. Maar gek genoeg doet Twitter soms hetzelfde met de verspreiding van de waarheid.

Zo schorsten ze laatst Geert Wilders. Die zoekt inderdaad graag de grenzen op en gaat er soms zelfs ook overheen, zoals met zijn roemruchte Marokkanen-uitspraak (hij kan ontkennen wat hij wil, maar dat was discriminerend). Ditmaal, echter, had hij gewoon de waarheid verkondigd, waarna hem toch de toegang tot het platform werd ontzegd.

Wilders richtte zich in het Engels tot de nieuwe Pakistaanse premier Shehbaz Sharif en zei: „Weet u wat pijn doet, premier @CMShehbaz? Het geweld van de intolerante ideologie genaamd islam, de fatwa’s en doodsbedreigingen door mensen uit Pakistan, die zich laten inspireren door de nepprofeet Mohammed. Wij verkiezen altijd vrijheid boven het mohammedanisme. U zult nooit winnen.”

Hoe je het ook wendt of keert, dat is de waarheid, de gehele waarheid en niets dan de waarheid. Elk woord klopt, al zullen sommigen misschien de wenkbrauwen fronsen over het feit dat hij de term ’nepprofeet’ gebruikte. Dan zeg ik, op mijn beurt: alle profeten zijn nep, bewijs maar eens wettig en overtuigend dat het niet zo is. Verder herinner ik er graag aan dat Geert Wilders in dit geval de ervaringsdeskundige bij uitstek is omdat hij dagelijks, opvallend vaak vanuit Pakistan nota bene, tientallen doodsbedreigingen ontvangt, de ene nog gruwelijker dan de andere.

Hoe komen die bedreigingen tot hem?

Meestal via Twitter, van mensen die dus NIET zijn geschorst.

Doe daar ook iets aan, Elon Musk.

Veel plezier met je nieuwe speeltje.


28 april 2022

Gij zult slechts lauw bier drinken

Zelfs toen zich, om 08.10 uur in de ochtend, in een WhatsApp-filmpje een geheel in het oranje uitgedoste saxofoonspeler genaamd Woutje aan mij openbaarde, die het op dat ongehoord vroege tijdstip waagde om nabij de Magere Brug het Wilhelmus ten gehore te brengen (stel, je was zijn buurman en je nachtdienst zat er net op), zelfs toen kreeg ik dat ene zinnetje mijn kop niet uit.

Ik had het net gelezen, in de T.

„Het drankje mag van de gemeente niet gekoeld zijn.”

De avond tevoren had de Koningsborrel plaatsgevonden, een onder auspiciën van de hoofdredactie van de T en het management van hotel De L’Europe georganiseerde bijeenkomst voorafgaand aan Koningsdag, waar hotemetoten als Mark Rutte acte de présence gaven. Dat ik eveneens was uitgenodigd zal derhalve geen verbazing wekken. Ik raakte er in gesprek met Frank Paauw, politiechef van Amsterdam, die ik uiteraard die ene vraag stelde: „Hoe gaan jullie morgen in vredesnaam die 1-blikje-regel handhaven?”

„Er gaat een signaalwerking van uit”, antwoordde Paauw.

Mm. Tja. Goh. Eeehh. Dat was zo ongeveer mijn antwoord. Ik bleef het een mal besluit vinden: typisch Amsterdams, want schrikbarend betuttelend en niet te handhaven. Bizar om van de Koningsdagvierders te eisen niet meer dan één consumptie bij zich te dragen, zoals de gemeente in haar strijd tegen het alcoholmisbruik had bekendgemaakt. Maar ik bevond mij nu eenmaal op een T-feestje, waar je je als vertegenwoordiger van de T hebt te gedragen. Ik deed er daarom verder maar het zwijgen toe. Al betwijfel ik of mij dat ook was gelukt als ik toen al had geweten dat men van gemeentewege zelfs stelde dat dat ene blikje niet koud mocht zijn.

Dat las ik woensdagochtend pas: „Het drankje mag van de gemeente niet gekoeld zijn.”

Brrr.

Veel nieuws hield mij bezig, op Koningsdag. Polen en Bulgarije door Rusland van het gas afgesloten: de volgende stap op weg naar de apotheose van het duel Poetin/Baudet versus de rest van de wereld. De Maastrichtse plichtplegingen van de koninklijke familie, die mij, als ik Willem-Alexander was geweest, ertoe zouden hebben verleid om hoogstpersoonlijk, midden op het Vrijthof, de republiek uit te roepen. En de teloorgang van Johan Derksen uiteraard, die zich inmiddels zo onaantastbaar achtte dat hij dinsdagavond zomaar zijn rol in een bizarre scene in zijn jonge jaren onthulde, waarin een jonge naakte vrouw en een kaars de hoofdrol speelden. Einde VI vrees ik (update: dat bleek later ook). En dat een paar uurtjes na het einde van De Mol jr. Dat er Hilversumse krachten zijn die Talpa om zeep willen helpen kan ik mij voorstellen, maar inmiddels gebeurt het ook onstuitbaar van binnenuit.

En toch hield dat ene zinnetje mij meer bezig.

„Het drankje mag van de gemeente niet gekoeld zijn.”

Gij zult slechts lauw bier drinken.

Waar halen ze de lef vandaan.

Met uw welnemen wend ik mij toch nog even tot die saxofoonspeler.

Hee Woutje, zou je de volgende keer The Last Post voor de gemeente Amsterdam kunnen spelen?


30 april 2022

Lang leve de overstromingen

Laatste EU-nieuws: de ongekozen Brusselse almacht heeft contact opgenomen met de nazaten van de Amerikaanse schrijfster Mary Mapes Dodge. U kent haar wellicht. Zij schreef in 1866 de beroemde sage over Hansje Brinker, het achtjarige sluiswachterszoontje dat een overstroming voorkomt door bijna een etmaal lang zijn vinger in een dijk te houden.

De Europese Commissie is van mening dat overstromingen mede daardoor in een te kwaad daglicht zijn komen te staan. Met name de belangrijke passage waarin Dodge beschrijft wat Hansje, met een zojuist geplukt bosje paardenbloemen in zijn knuistje, besluit te ondernemen zodra hij, al wandelend door de outskirts van Haarlem, de straal water die uit de dijk stroomt heeft ontdekt, moet om die reden worden herschreven.

Ursula von der Leyen en de haren hopen de erven Dodge daarvan te kunnen overtuigen. Zoals bekend heeft het Brusselse politburo een maatschappelijke ommekeer zonder weerga voor ogen, die een rigoureuze heropvoeding vereist. Zelfs de verhalen die de Europese volkeren cultureel hebben gevormd, zoals deze sage, moeten worden aangepast. De Europese neuzen moeten één kant op en daarom wensen Ursula c.s. voortaan dit te lezen: „Hij smeet de bloemen weg en klom omhoog totdat hij het gat had bereikt. Hij duwde zijn vinger erin en daarna zijn hele hand om het gat verder uit te graven. De straal werd steeds krachtiger. Zo, dacht hij met jongensachtig plezier, nu zal Haarlem spoedig onderlopen en daar worden we alleen maar beter van.”

U gelooft het niet?

Dan hoop ik dat u zich realiseert dat Brussel op migratiegebied iets soortgelijks van plan is.

Ze kunnen veel zeggen over de instroom, in het Europa van de afgelopen vijftig jaar, vanuit Noord-Afrikaanse landen. Maar niet dat het een doorslaggevend succes was. De instroom draaide inderdaad uit op een overstroming. Armoede en misdaad tieren daarnaast welig binnen die bevolkingsgroep. Met angstaanjagende hardnekkigheid wordt verder, ook door de autoriteiten, een orthodox-religieus beïnvloede, middeleeuwse cultuur in stand gehouden die segregatie een nog altijd groeiend probleem maakt. Lees ‘Het multiculturele drama’ van Paul Scheffer. Sla anders de werken van Pim Fortuyn erop na, of lees de column van Ronald Plasterk van vrijdag. De Europese en de Noord-Afrikaanse leefwijzes zijn net zo compatibel als die van een zwerm kieviten en een school garnalen. De werkloosheid onder Noord-Afrikaanse migranten is bovendien torenhoog.

En wat roepen ze nu in Brussel?

„Nog dit jaar moeten de poorten open gaan voor arbeidsmigranten uit Marokko, Egypte en Tunesië.”

We moeten dus nóg een keer worden overstroomd.

Laat ik dan ook maar de samenvatting van de Hansje Brinker-saga op de geschiedenissite historiek.net hier en daar alvast herijken: „Pas de volgende ochtend werd de jongen gevonden door de dominee. Hij was verdronken, maar wel als held. Hij had zijn leven gegeven voor een Haarlem dat in één keer klaar was voor de wederopbouw.”