1 augustus 2020
Vaarwel wereldtop, welkom beschaving

Kom, ik gooi er eens een boude stelling tegenaan: als voor tirannieke sportcoaches geen plaats meer is, zoals nu bij de turnbond, verkleint dat de kansen van hun pupillen op aansluiting bij de wereldtop.

Oei, wat roept meneer de columnist nu weer. Heeft hij die NPO-turndocu met pijnlijdende en huilende kinderen soms niet gezien? Die interviews in zijn eigen krant niet gelezen? Keurt hij zomaar het mishandelen en vernederen van minderjarigen goed?

No worries, ik voorspel slechts het resultaat van deze vermenselijking van een topsportaanpak, die voor mij het zoveelste bewijs is van het feit dat de beschaving zich blijft doorontwikkelen.

Al zou je dat soms niet zeggen.

In andere landen - China, Oost-Europa, de VS ook - voltrekt dat proces zich, om verschillende redenen (roem, eer, geld), veel trager. Daarom zal Sanne Wevers, olympisch kampioene op de evenwichtsbalk, wier vader/trainer eveneens op non-actief is gezet, voorlopig geen Nederlandse opvolgster krijgen.

De medailles gaan straks naar vertegenwoordigers van de landen waar (nog) níet wordt ingegrepen. Zeker bij een sport als turnen wordt op het hoogste niveau krankzinnig veel, té veel zoals later vaak blijkt, van de lichamen van jonge kinderen gevraagd. De vereiste lenigheid wordt alleen verkregen met oefeningen, of martelingen zo u wilt, waarbij de grenzen steeds worden verlegd. Wie op Olympisch niveau de concurrentie wil overtreffen kan niet zonder. De coaches in die andere landen zullen dan ook het uiterste van hun sporters blijven vergen, desnoods met verbaal en/of fysiek geweld. In veel gevallen zullen die sporters er ondanks de tranen mee akkoord blijven gaan.

Ik keur het niet goed.

Ik stel het slechts vast.

Topsport is ongezond, trainen bovendien vaak onaangenaam. Het is onvergelijkbaar met wat sommige jonge turners hebben moeten doormaken, maar ik heb die wereld zelf ook een jaartje, bescheiden, van binnen mogen bekijken, als waterpolokeeper bij de centrale jeugdtraining van de KNZB. Mijn vader zag mij al als de opvolger van Evert Kroon en liet zelfs grote boomstammen in de tuin droppen om mij als fulltime houthakker aan kracht te laten winnen. Daar liet hij het het bij. Gelukkig was hij alleen maar trots. Heel wat andere vaders, tennisvaders bijvoorbeeld, sloegen en slaan nog steeds door.

Harry Vriend (82 nu) was de bondscoach. Hij sloeg en vernederde je niet, maar matte je wel compleet af. Een doelman moet bij waterpolo zo hoog mogelijk uit het water kunnen komen. Een van Vriends oefeningen om die reden: acht banen voorwaarts watertrappelen in een vijftigmeterbad met een belt van tien kilo lood om je middel en je handen boven je hoofd. Na afloop kon je nauwelijks nog lopen. Ik vervloekte de coach keer op keer.

Het mooie is: al vele decennia kijk ik er minzaam op terug, in 1984 zelfs samen met Harry Vriend, toen wij tijdens en rondom de Spelen in Los Angeles drie weken lang als verslaggevers in het Ramada Inn in Beverly Hills bivakkeerden.

Ik denk eerlijk gezegd dat veel ex-turners en -turnsters dat, ondanks alles, ook doen.


4 augustus 2020
Er is maar één goeroe: André van Duin

Geef het nou maar toe, ook u tast voortdurend naar die laatste strohalm. Dat doen we allemaal. Sommigen laten zich daarbij door het boeddhisme of de Tao leiden, anderen door Sri Sri Ravi Shankar, ik noem maar enkele mogelijkheden. En volgens mij heeft God, in al Zijn gedaanten, ook best nog wel veel volgelingen.

Wie volg ik?

André van Duin natuurlijk!

Er is al een boek dat The Art of Simplicity heet, geschreven door Dominique Loreau (schrik niet, ik wist het niet, gewoon gegoogeld). Anders zou het de titel van de biografie van André kunnen zijn. Een kwart eeuw terug deed ik redactionele klusjes voor de André van Duin Show. Sindsdien weet ik zeker wat ik voordien al vermoedde: eenvoud voor alles bij die man. Geen gesnoef, geen kapsones. Hij is de enige echte WYSIWYG-komiek van Nederland. What You See Is What You Get. Heerlijk.

Maandag zei André iets heel belangrijks in de Telegraaf: “Je moet het leven niet zo serieus nemen.”

Die woorden vielen er bij mij in als Gods woord in een ouderling. Ik benoemde ze subiet tot mijn lijfspreuk en kon dientengevolge - ik houd het bij één voorbeeld - nog net dat CNN-bericht aan waarin, in volle ernst, over ‘personen met een baarmoederhals’ werd gesproken.

Vrouwen vrouwen noemen is niet meer divers genoeg. Of niet meer inclusief genoeg, daar wil ik vanaf wezen. De LHBTI+-wereld is die mening nu eenmaal toegedaan. En je weet hoe dat gaat tegenwoordig: elke scheet die men in de LHBTI+-wereld laat wordt door angstaanjagend veel media jubelend verwelkomd met kreten als - vrij naar Gerard Reve - “Sjonge, sjonge, wat ruikt het hier lekker, net of iemand lever met uien staat te bakken”.

Net BLM’ers, die LHBTI+’ers. Ze krijgen in alles hun zin, zelfs als ze zichzelf herroepen. De omschrijving ‘menstruerend mens’ voor de vrouw was dientengevolge slechts een kort leven beschoren. Van de weeromstuit wilde ik mezelf al - toegegeven: de tijd dringt - niet meer als man, maar als een persoon met een prostaat voorstellen. Met al het cynisme dat zij in zich heeft - en dat is heel veel - wees mijn echtgenote mij er toen op dat transseksuelen die geen man meer zijn óók nog steeds een prostaat kunnen hebben.

Die heeft ballen hoor, die vrouw van mij. O nee, sorry, dat moet ik anders zeggen: die heeft ballen hoor, die persoon met een baarmoederhals van mij. Binnen een paar weken van vrouw tot menstruerend mens tot persoon met een baarmoederhals met ballen, zij verwerkt dergelijke spoedtransformaties met het grootste gemak. Ik zweer het u, als André er niet was geweest, had ik háár tot mijn goeroe benoemd.

Laat ik het nogmaals benadrukken. Er is maar één manier om de hedendaagse terreur van alledag te lijf te gaan: toetreden tot de kudde van André van Duin. Ik doe het ook en neem het leven vanaf nu dus niet meer zo serieus. Alleen dan kan ik hier mijn beste beentje blijven voorzetten.

Hoewel…

Is dat niet heel discriminerend voor mijn andere beentje?


6 augustus 2020
Gerard Cox roept iets namens René Froger

Wie hoor ik dáár ineens? “De Amsterdamse bevolking is op dit moment veel te laks”, klinkt het. Belerend, bestraffend bijna, de stem als altijd hees. Ze móet het zijn.

Verdomd, ze functioneert nog, ons Fem. Daar had ik de afgelopen dagen serieus mijn twijfels over. De hoogedelachtbare vrouwe F. Halsema, burgermoeder van onze geliefde hoofdstad, hield zich naar haar onderdanen toe dusdanig op de vlakte dat ik er zomaar het mijne van begon te denken.

Ik las dat het coronavirus weer oplaait in de horeca, onder studenten en in Nieuw-West onder allochtonen. Bronnen van besmetting: het Offerfeest, bruiloften en andersoortige familiebijeenkomsten. Hevige paniek maakte zich van mij meester. Maar toen nam, de hemel zij dank, Femke plots weer eens het woord: “Ik leg deze week diverse lasten onder bestuursdwang op omdat er niet goed wordt geluisterd.”

Man, er gebeurde zó iets raars laatst.

Ahmed Aboutaleb, de burgemeester van 010, riep óók iets over corona. Dit, bijvoorbeeld, terwijl hij benadrukte dat het dragen van mondkapjes hier en daar zal worden verplicht: “De wetenschappers kunnen van alles zeggen. Maar zij bestuderen, ik bestuur. Wij zijn Rotterdammers. Wij zoeken de grens op. Wij vinden dat de bal op de lijn in is.” Tamelijk verwarrend, me dunkt, maar goed, doet er verder niet toe, het gaat mij vooral om deze kreet: “Ik spreek ook namens de burgemeester van Amsterdam.”

Nou ja zeg!

Gerard Cox roept iets namens René Froger! Dat kan helemaal niet! Ter verduidelijking citeer ik nog één keer Jules Deelder (moge zijn herinnering tot zegen zijn): “Niet dat ik wat tegen Amsterdammers heb. ‘t Zijn beste mensen, met een goed hart. ’t Moest alleen gekookt op hun rug hangen, en dan zo laag dat de honden erbij kenne.”

Was dit het dan, dacht ik zelfs even. Zou madam de benen hebben genomen en heeft Mark Rutte toen de noodtoestand uitgeroepen en per decreet beslist dat Ahmed Aboutaleb de zaken voorlopig ook in 020 voor zijn rekening moet nemen omdat de premier de loco’s Simone Kukenheim en Rutger Groot Wassink daar totaal ongeschikt voor acht?

Heeft ze het hoofd in de schoot geworpen omdat het nu ook eindelijk tot háár is doorgedrongen dat ze op 2 juni jongstleden hoogstpersoonlijk de fles met de geest heeft ontkurkt? Na die BLM-demo op de Dam, waar ze, ondanks dat ze de coronacatastrofe als 'de grootste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog' omschreef (!), trots glunderend toestond dat tienduizend mensen de anderhalvemetersamenleving aan hun laars lapten, gingen de remmen in gansch het land los. Als het daar kan, vond Nederland, kan het overal. En huppekee: feesten geblazen. Na ons de zondvloed, geen uithoek waar de druppels en aerosolen niet hartstochtelijk van luchtweg naar luchtweg sprongen. Zou mevrouw Halsema dat nu zelf ook erkennen en heeft ze daarom de pleiterik gemaakt?

Wens, vader, gedachte.

Nou, mooi niet dus.

Als ik straks een vissie ga halen bij Klaas Steur op de Albert Cuyp, moet ik van Femke een mondkapje om.

Zou ze daar zelf nou óók de hypocrisie van inzien?


8 augustus 2020
Als naam zou ik Lange Frans opgeven

Legitimeren hoeft dan weer níet, begrijp ik van het front. Privacydingetje. Je moet bij de ingang van het etablissement alleen maar een naam en een telefoonnummer opgeven en hoppa: schransen maar. En dansen, bovenop de vulkaan.

Ziedaar het grote nieuwe offer dat de burgers, jong en oud, in de hernieuwde strijd tegen Covid-19 moeten brengen. ’t Is niet te doen. We moesten verdorie al anderhalve meter van elkaar verwijderd blijven, hier en daar een mondkapje omgespen en onze reislust even begrenzen. We moesten ons dus zomaar een ietsiepietsie áánpassen! Nou ja zeg! En dan komt dit daar ook nog eens bij.

Arme jongeren, vooral. Kregen ze keihard billenkoek van de premier.

Arme studenten, ook. Kunnen ze niet eens meer, met een trechter, een liter jenever in een feut gieten.

Geen wonder dat er protestgroepen ontstaan als Viruswaanzin, sorry, Viruswáárheid sinds kort, dat zo heldhaftig strijdt voor „het behoud van een democratische rechtsstaat waarin ook onze kinderen nog de mogelijkheid hebben om zich in vrijheid te ontplooien en een leven te leiden met hun eigen overtuigingen en meningen.”

Zucht.

Héél, héél diepe zucht.

Het is dat ik er te beschaafd voor ben (al zullen er lezers zijn, met name de trouwe volgelingen van wappies als Lange Frans, Janet Ossebaard, Robert Jensen en Willem Engel, die daar hun vraagtekens bij plaatsen). Anders zou ik de gedachten die zich na de laatste persco van Rutte en De Jonge in mij ontwikkelden, in daden omzetten.

Als naam zou ik Lange Frans opgeven en als telefoonnummer dat van het dichtstbijzijnde dolhuis. En na de tweede fles rosé zou ik op mijn tafel klimmen en een alternatieve tekst rappen van ’Dit is het land van…’, het lied dat Lange Frans, toen al erkend 9/11 complotdenker, op een FvD Landdag ten gehore mocht brengen terwijl hij door Thierry Baudet op de piano werd begeleid. Hoewel ze dat bij het Forum ineens niet meer willen weten.

Ik denk bijvoorbeeld aan deze lyrics: „Dit is het land waar je ongans / Mag gieren en brullen, toen en thans / Ga daarom naar YouTube, pak je kans / Jochem Myjer geeft er het leven glans / Schater om zijn versie van Lange Frans, oeh!”

„Trouwens”, zou ik dan verder gaan. „Volgens de laatste wetenschappelijke inzichten verspreid je géén druppels en aerosolen wanneer je je lippen op elkaar houdt. Hierbij roep ik de overheid daarom op om Frans, Janet, Robert en Willem dusdanig te knevelen dat er geen woord meer uitkomt. Veiligheid voor alles, landgenoten! Ze zijn toch blank, dus geen probleem.”

Geintje!

Excuses, lezer, voor deze in feite zo overbodige toevoeging. Maar ik heb geen zin om wéér dagenlang op Twitter aan al die gekkies te moeten uitleggen wat een hyperbool is.

Tenslotte zeg ik dit: wanneer je, in al je 21ste-eeuwse decadentie, al moeite hebt met de huidige coronabeperkingen, bedenk dan hoe je zou functioneren wanneer we een regering zouden hebben die zich, qua coronabeleid, niet door halfslachtigheid en gebrek aan lef liet kenmerken, maar door daadkracht.


11 augustus 2020
Schrijf het, roept het, maar niet op de Dam

Een demo op de Dam? Niet doen. Verdring alsjeblieft, al is het maar voor één keer, die eeuwige verongelijktheid. Hier en daar weerklinkt reeds ‘Ja maar hunnie dan’. Een zwaktebod. Net als: ‘Waarom wel Nederland op z’n kop vanwege de dood van een Amerikaanse crimineel en niet vanwege de laffe moord op een onschuldige landgenoot’.

Zo shabby, man.

Wie postume gerechtigheid voor Bas van Wijk wil, moet dat op andere manieren trachten te bewerkstelligen. Of de vermoedens over de achtergrond van de dader(s) van de moord waarvan hij het slachtoffer werd juist blijken of niet: maak niet de fout die op 2 juni met die beschamende Black Lives Matter-bijeenkomst op de Dam werd gemaakt.

Het effect zou averechts zijn.

Geholpen door de agressie en domheid van figuren als Akwasi, die nu ineens weer, de duistere rol van zijn eigen voorvaderen bij de slavenhandel nota bene glashard weglachend, met de oprichting van een Partij voor Gekleurden de apartheid wil herinvoeren, prikte iedereen met een hang naar onafhankelijkheid direct door het zogenaamde belang van dergelijke protestacties heen.

Waarom afzakken naar dit Sylvana-niveau? Bovendien zijn aan het volk van overheidswege niet voor niets, net als destijds trouwens, om gezondheidsredenen beperkingen opgelegd. Wie zich wél aan de regels houdt, verspeelt veel minder krediet.

Er zijn andere middelen beschikbaar om bijvoorbeeld de verantwoordelijke burgermoeder erop te wijzen dat haar wanbeleid niet alleen ten grondslag ligt aan het feit dat het Nederlandse volk na 2 juni de coronamaatregelen massaal aan zijn laars ging lappen, maar tevens aan de ontwikkeling die inhoudt dat zwaar bewapende gangs frank en vrij door Amsterdam kunnen laveren. Om het minste of geringste schieten en steken zij erop los.

Laatste slachtoffer: Bas van Wijk.

Omdat hij er iets van zei toen zo’n gangster een horloge wilde jatten.

Preventief fouilleren mag niet van de burgemeester van onze geliefde hoofdstad. Het resulteert al snel in etnisch profileren, vindt zij. Daarom is het haar te racistisch. Iedere diender kan haar vertellen dat het de grootst mogelijke kul is. Dat het, om het anders te zeggen, niet echt van een bovenmatig speurtalent zou getuigen wanneer je, nadat een oud vrouwtje in Amsterdam Nieuw-West van haar tasje is beroofd, de dader eerst onder de inwoners van de Valeriusstraat gaat zoeken.

Dit is het gevolg.

In de GroenLinks-kringen waarvan de burgermoeder het boegbeeld is sluit men de ogen voor deze werkelijkheid al heel lang. En is men dus mede verantwoordelijk voor het feit dat er waarschijnlijk meerdere inwoners van Amsterdam zijn die precies weten door wie Bas van Wijk daar in de Nieuwe Meer in koelen bloede werd vermoord, maar daarover lekker hun mond houden. Wie maakt ze immers wat?

o2o is doodziek.

Schrijf het, roep het, waar ook maar mogelijk.

Maar please, niet tijdens een demonstratie op de Dam.


13 augustus 2020
Ophitsend sloppenwijkgewauwel

Het moment is daar. Ik ben mevrouw Van der Wende geworden. Rina van der Wende. Mijn man heet Rinus, is net zo toegewijd en zegt altijd hiero en daro.

Prachtstel, Rinus en Rina. Een en al zelfopoffering. Vrijwillig bestierden ze ons zwemzomerkamp in een boerderij in het Waalre van 1967. Als we niet trainden draaiden wij, de jonge zwemmers die zouden meedoen aan de Nederlandse kampioenschappen in De Tongelreep in Eindhoven, de godganse dag ‘All you need is love’ in de koeienstal die als slaapzaal fungeerde. Dat nummer was die zomer door The Beatles uitgebracht. Mevrouw Van der Wende werd er hoorndol van. Op een gegeven moment riep zij: “Lof, lof, lof, lof, lof! Ik kan het niet meer horen!”

En nu sta ík, als de nieuwe mevrouw Van der Wende, aan de andere kant van de generatiekloof. Een paar uur terug heb ik het Telegraaf-verhaal tot mij genomen waarin terdege wordt uitgelegd wat drillrap is. Ik heb ook, op Spotify, naar enkele nummers uit dat hiphop-genre geluisterd. Het is verschrikkelijk. Geweld wordt openlijk verheerlijkt, alle eisen die vroeger aan het schrijven van teksten werden gesteld lappen ze aan hun laars. “Ik kan het niet meer horen!” roep ik.

Domheid en agressie voeren de boventoon. Niet gehinderd door enige kennis van taal, stijl, spelling, rijm, melodie en ritmiek, laten drillrappers ophitsend sloppenwijkgewauwel op monotoon gribusgebeuk horen. Maar BnnVara blijft het draaien. Ze blijven proberen winners van losers te maken. Het is de belabberdste verheffingspoging aller tijden. In tegenstelling tot een grote gangstermuil, is vakmanschap geen vereiste. Al wordt het nu, lijkt mij, zelfs voor die omroep moeilijk om voorbij te gaan aan wat drillrap óók te weeg kan brengen: moord.

“Moord en verderf zijn bijna vanzelfsprekend in de teksten”, meldde de Telegraaf woensdag. Het resultaat op straat: de dood van ‘Chuchu’, een negentienjarige drillrapper uit 010, lid van de groep Blacka 24. Twee zwaar bewapende bendes zochten elkaar op in Scheveningen. De Rotterdammer werd neergestoken. Er zijn twee verdachten aangehouden, leden van 73 De Pijp uit Amsterdam. Het is de derde Nederlandse drillrap-moord in nog geen jaar tijd. Escalatie dreigt.

Daar zit-ie, de mevrouw Van der Wende van 2020. Opgegroeid met de perfect lopende teksten van Lennaert Nijgh, de onnavolgbare poëet die de mensen tot elkaar bracht. Nu luisterend naar de barbaarse, kwaadaardige ‘muziek’ van drillrappers, die de mensen tegen elkaar opstoken.

En de leraar die mij altijd placht te dreigen / ‘Jongen, jij komt nog op het verkeerde pad’ / Kan tevreden zijn en hoeft niets meer te krijgen / Dat wil zeggen: hij heeft toch gelijk gehad.

Strofe uit Testament van Nijgh, gezongen door Boudewijn de Groot.

Dat was toen rebels.

Nee, teksten hoeven mij niet al te glad te zijn, net zo lang gepolijst tot ze glimmen. Er mogen barstjes in zitten, rauwheid is ook niet erg. Als ze maar leven. Liever Tom Waits dan John Denver.

U ziet, ik ben lang met de tijd meegegaan.

Nu houdt het op.


15 augustus 2020
Niets behoeft duiding op dit moment

Hoe nu, zonder dat er meteen ergens ’OK Boomer’ wordt geroepen, een opmerking overigens die wegens een onthutsend gebrek aan originaliteit tot onmiddellijke ontneming van alle burgerrechten zou moeten leiden, hoe nu te reageren op zo’n interview met Chris van den Berg?

75 jaar, opa Chris uit Lemmer. Vrijdag liet hij in De Telegraaf weten wat hij vindt van het gedrag van zijn feestende kleinzoon en diens generatiegenoten, die op Terschelling maling aan de corona-beperkingen hadden. Opa overweegt nu de bruiloft van een andere kleinzoon wegens besmettingsgevaar over te slaan: „Ze hebben genoeg geleden, zeggen ze. Vergelijk dat eens met Anne Frank! Dan stelt een paar maanden even niet feesten toch niks voor?!”

Moet ik daar wel op reageren?

Is dat nog nodig?

Nee, ik laat het er bij nader inzien bij. Deze eerste twee alinea’s behoeven geen nadere duiding. Ze vertellen het verhaal van de heropleving van het virus zelf, in een notendop. De kans is weliswaar reëel dat het schamperend wordt ontvangen door naar erkenning hunkerende middelbare dames die in hun eeuwige, als altijd vergeefse strijd met Vadertje Tijd wanhopig dezelfde oogkleppen opzetten als Chris’ kleinzoon en zijn makkers. Dat gebeurt weleens, maar daar wordt het alleen maar sterker van.

Niets behoeft duiding op dit moment, zo lijkt het wel.

Alle verhalen vertellen zichzelf.

Dat rode Coca Cola-doek, ook zoiets. Het hing aan een bouwsteiger in de Ferdinand Bolstraat in Amsterdam. ’Ik zeg niet meer: er zijn te veel toeristen in de stad’, stond er uitdagend op. Het resultaat, zoals steeds vaker in 020: woedende omwonenden. Het resultaat dáárvan: doek eerder weg. Zo werkt dat tegenwoordig. Daarom werd Hilton- en Waldorf-directeur Roberto Payer ook bedolven onder verwensingen toen hij op Facebook verklaarde dat hij de tekst als een steun in de rug beschouwde van de duizenden horecamedewerkers die dankzij de crisis hun baan zijn kwijtgeraakt.

Ik kan het nu ook uitschreeuwen.

Maar ik doe het niet.

Op het verhaal van de weglopende Kamerleden hoeft eveneens slechts te worden gewezen, net als op het verhaal van de heertjes die deze zomer niet naar Marokko konden afreizen en hun vertier daarom op de stranden en in buurten als de Schilderswijk zoeken. Het is te veel van het goede om er opiniërende woorden aan te besteden. Het zou dubbelop zijn.

Er zijn ook andere verhalen.

Jongen meldt zich op terras strandpaviljoen in Egmond aan Zee. Serveerster overhandigt hem briefje waarop hij – tja, corona, hè – zijn persoonlijke gegevens moet invullen. Jongen vindt serveerster leuk. Hij vult niet alleen zijn naam, e-mailadres en telefoonnummer in, maar zet ook dit erbij: „Je mag me vanavond nog bellen.”

Vervolgens wordt het briefje niet door de serveerster opgehaald, maar door haar baas, een generatiegenoot van opa Chris.

Commentaar ook hier overbodig.

Ik geloof dat ik even ben uitgeduid, vrienden.

Marcel neemt een weekje waar.


25 augustus 2020
Ik had Ilja best even willen omhelzen

Of er verschillen zijn? Nou en of, maar anders dan vroeger. 1. Het Nederlands koninklijk paar moet door het stof omdat ze zich op een Grieks eiland vlak naast een restauranthouder hebben laten fotograferen. 2. De spelers van Bayern München mogen elkaar na afloop van de eindstrijd van de Champions League in Lissabon ten overstaan van honderden miljoenen kijkers straffeloos aflebberen.

Benieuwd of Wim-Lex en Máxima dat deerniswekkende voetbalgedoe met neppubliek eveneens hebben aanschouwd. Pas daarna, immers, moesten zij akkoord gaan met deze RVD-tekst: “In media verscheen een foto waarop we te weinig afstand houden. In de spontaniteit van het moment hebben we daar niet goed op gelet. Dat hadden we natuurlijk wel moeten doen. Want ook op vakantie is naleven van coronaregels essentieel om het virus eronder te krijgen.”

Die woorden moeten het stel dan toch op z’n minst enige moeite hebben gekost?

Als ík Zijne Majesteit was geweest, had ik er hoogstpersoonlijk nog een alinea onder gezet: “Benieuwd waar Hansi Flick und seine Jungs vaker vertoeven in München: in het Bayern-trainingscomplex aan de Säbener Strasse, of in de Herrensauna am Hauptbahnhof. De UEFA-bobo’s te midden van wie ik zo vaak verkeer keken nota bene goedkeurend toe en verleenden in een enkel geval zelfs al handenschuddend hun medewerking. Bij nader inzien stel ik daarom toch deze vraag: waarom moeten mijn vrouw en ik de vernedering van een excuusbrief ondergaan, terwijl de Bayern-selectie de coronabeperkingen voor het oog van de hele wereld, waarbij geen enkel Nederlands protest te horen is, aan de laars mag lappen? Iets met afgunst, misschien? In dat geval heb ik nieuws voor u, landgenoten: wij stappen zo weer aan boord van de Alma voor een ontspannende vaartocht naar het volgende Griekse eiland. Prima schippie, hoor. Dank voor de financiering en lang leve de Mediacode - WA & Máxima.”

Ik ben echter Zijne Majesteit niet, ik ben een simpele kopijslaaf, net terug van een week vakantie in eigen land, in Zeeland om precies zijn, waar de anderhalvemetersamenleving her en der hartstochtelijker werd uitgedaagd dan op welk Grieks eiland ook. De enige boten waar ik aan boord stapte waren de rondvaartboten in Veere en Middelburg en tegen beter weten in hoopte ik dat er na mijn weekje afwezigheid een maatschappelijke reset zou hebben plaatsgevonden.

Welnu, niet dus.

Iedereen, van Marokkaans straattuig tot virusidioten, nog steeds even wappie, en de handhaving nog steeds niet op orde.

Eén keer, na de 11.297ste schwalbe van Neymar, zapte ik tijdens Bayern-PSG naar VPRO-Zomergast Michiel Adriaanszoon Pfeiffer op NPO2.

Juist op dat moment sprak Ilja over “het verbergen van de waarheid onder zoveel waarheden dat niemand meer weet wat de waarheid is.”

Dat had-ie natuurlijk twintig keer voor de spiegel geoefend.

Toch had ik ‘m toen best even willen omhelzen.

Maar ja, mocht niet.


27 augustus 2020
In de greep van de regeltjesfetisjisten

Hoor ik dat nou goed? De agrariërs en tuinhobbyisten in de provincie Utrecht mogen vanaf dinsdag geen reclame meer voor hun groente, fruit of eieren langs de weg maken? En dat wordt zomaar aanvaard?

Zo ja, dan weet ik het zeker.

Dit land is de ondergang nabij.

Zeker, daar hebben we zelf ook schuld aan. In de laatste halve eeuw hebben we ons tot een stel eigengereide, egocentrische dikke-ikkers ontwikkeld, die bijvoorbeeld, zoals woensdag in deze krant, bij terugkeer vanuit een code oranje-land op het vliegveld van Eindhoven het volgende commentaar durven af te leveren: “Ik in quarantaine? Mooi niet!”

De burger die in moreel opzicht op een aanvaardbaar niveau wil blijven functioneren dient over enige zelfdiscipline te beschikken, alsmede over een zekere mate van opofferingsgezindheid. “Vrijheid kan alleen vrijheid zijn als je bij alles wat je doet eerst aan de ander denkt”, zei Ilja Leonard Pfeiffer als Zomergast. Ik knikte en deel nog iets met hem: ik heb bepaald niet de indruk dat iedereen daarvan is doordrongen.

Maar laten we wel wezen: de regeltjesfetisjisten die de dienst bij onze verschillende overheden uitmaken voeren wat dat betreft een hevig ontmoedigingsbeleid. Keer op keer zadelen ze ons op met besluiten waarvan het nut totaal ontbreekt. Dat wekt wrevel. Dat schept verzet. Dat zorgt voor opgestoken middelvingers en dientengevolge voor maatschappelijke desinteresse.

Wist u dat er een RUD Utrecht bestaat? Ik ook niet. RUD staat voor Regionale Uitvoeringsdienst en die club heeft van de provincie Utrecht de opdracht gekregen het toezicht op de borden langs de weg met reclame voor groente, fruit of eieren per 1 september 2020 te verscherpen. “Wij hechten aan een open, net landschap zonder wildgroei aan borden, en hopen dat ondernemers inmiddels andere (digitale) vormen hebben gevonden om klanten te vinden en te binden.” aldus het persbericht.

“Wij hechten aan een open, net landschap zonder wildgroei aan borden.”

Maar mét wildgroei aan spuuglelijke, onrendabele windmolens blijkbaar.

Ik weet niet hoe het nu met uw burgerzin is gesteld. Die van mij is er tijdens het overtikken van bovenstaande woorden niet beter op geworden. Als er één ding is dat mij telkens tevreden doet vaststellen dat Nederland best wel een aardig land is, dan is het deze onschuldige, verre van gelikte, soms aandoenlijk amateuristische aanprijzing van eigen waren, die geen boer, boerin of hobbyist ooit zal vervangen door een ‘digitale vorm’ ervan. Kom op zeg.

Ze ontroeren me zelfs, die borden. Ik stop er regelmatig voor en ontdek dan steeds dat de mensen erachter zo ontzettend hun best doen. Ik koop hun spullen vaak, met als resultaat dat onze voorraadkast nu uitpuilt van home made potjes jam. De groenten zijn vers en goedkoop en prima te hachelen, de eieren eveneens. Er staan soms ook onbemande kraampjes bij die borden. En in die kraampjes staan busjes waarin je het onbeheerde geld moet doen.

Eerlijkheid voor alles.

Dat mag straks niet meer van Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht.

Bah.


29 augustus 2020
Dit is code dieprood, Ferd

De T is nu eenmaal de T, onze minister van Justitie appte dat zelf ooit naar de burgermoeder van 020, dus ik vraag het gewoon: welke kleurcode zou voor dat bruiloftsgeblunder van Ferdinand Grapperhaus in aanmerking komen?

Ja, klopt. Het heeft iets kleuterigs, maar het is een feit: hoe erg iets is, of hoe alarmerend, wordt tegenwoordig van overheidswege met het toekennen van de kleuren geel, oranje of rood uitgedrukt. En guess what? De eenheid wordt er wederom niet mee bevorderd.

Ga maar na: 21 provincies in Frankrijk zijn daar inmiddels, met verwijzing naar het toenemende aantal coronagevallen, door premier Jean Castex als rood aangemerkt, terwijl Nederland ze in de meeste gevallen nog steeds geel noemt (ernaartoe reizen is verantwoord, maar brengt enige veiligheidsrisico’s met zich mee). Zo helder als een prutslootje. Mijn ergernis daarover voorzie ik van code blauw.

Maar goed, Ferd dus. Uit zijn verklaringen maak ik op dat hij het in zijn antwoord op mijn vraag wellicht op RAL-nummer 2000 zou houden, een kleur tussen geel en oranje in. Dat getuigt van weinig realiteitsbesef, ofschoon ik wel een verzachtende omstandigheid wil aanvoeren: hij zit nog midden in zijn wittebroodsweken en weet zich daarbij verzekerd van het gezelschap van een bruid met wie ik zelf ooit twee uur lang, aan de tafel van mijn huiskamer, een tweepersoonshalvemetersamenleving vormde. Die vrouw doet iets met je, zoals de Elsevier-lezer later merkte. Ik begon ook ineens wartaal uit te slaan. Al maakte ik het nog niet zo bont als Ferd vrijdag. Niet alleen transfereerde hij, als ware katholiek, bij wijze van aflaat 2 x 390 euro naar het Rode Kruis (zo’n lekker geloof, dat van Rome), ook beweerde zomaar dat hij als bewindspersoon nog geloofwaardig is. Nou ja zeg!

Hoe dan ook kunnen we nu gansch het land met onmiddellijke ingang, volgens welke definitie in welk Europees land dan ook, code rood geven. Slechts weinig Nederlanders zullen zich immers nog iets aantrekken van de coronabeperkingen nu niet alleen Femke Halsema met die BLM-demo op 1 juni, maar ook Ferdinand Grapperhaus met z’n huwelijksfeest een grote dikke middelvinger naar het gepeupel heeft opgestoken. Naar de Nederlanders dus, die hun stervende moeder of opa in het verpleeghuis niet mochten bezoeken en de teraardebestelling daarna slechts in beperkte mate mochten bijwonen. Naar de kroegbazen en restauranthouders die zich bij de herindeling van hun zaken en terrassen aan de grillen der ambtelijke mierenneukers moesten onderwerpen. Naar degenen, al dan niet zwaar beboet (!), die uitgerekend door deze minister van Justitie ’aso’s’ werden genoemd als zij de regels niet of onvoldoende respecteerden.

Naar iederéén, zo’n beetje.

Goed voorbeeld doet goed volgen, vond Jezus, zonder wie Ferds partij niet eens had bestaan. Ik vrees dat het tegenovergestelde ook waar is. Dat slecht voorbeeld slecht doet volgen, bedoel ik.

Dit is rood, Ferd.

Code dieprood.

Net als voor je appmaatje in Amsterdam.


31 augustus 2020
Een lied voor wijkagent Wijnen

Zin om een variant op ‘Gee, Officer Krupke’ te schrijven: ‘O, wijkagent Wijnen’, als steun in de rug van een Alkmaarse diender. Maar kan dat nog? Ik mag de West Side Story dan een keer of vijftien gezien hebben, ‘t is wél Omroep Max-materiaal. Alleen op de bejaardensoos weten ze nog welke liederen er in die film werden gezongen.

Bij nader inzien zie ik dus maar vanaf. Wie oud is, dient te worden gezwagermand, zoals wij allen weten. Ik doe daarom zo jong mogelijk. Voor je het weet roepen ze: hee, is dat geen dorhoutgekraak, wat opa in dat stukkie poneert? Oftewel: is dat geen boomergebral? Laten we even checken of zijn maatschappelijke kosten-batenanalyse een negatieve tendens vertoont. Aha, twee nieuwe knieën vorig jaar. Snoeien, die rimpelkikker! Daarom zeg ik het zo leeftijdloos mogelijk: wijkagent Bas Wijnen van bureau De Mare in Alkmaar verdient ons aller steun.

Sluit je aan bij #teambas!

’t Is vet, wat hij doet!

Wijkagent Wijnen liet vorige week niet alleen zijn verstand, maar ook zijn hart spreken. Op Twitter, waar hij, met instemming van zijn superieuren, vaker actief is. En zo kon het gebeuren dat hij dit sociale medium óók even opzocht nadat hij in zijn wijk een illegaal had opgepakt die hij wel vaker was tegengekomen.

Nou ja, wel vaker…

Dat is zo ongeveer het understatement van de eeuw.

Ik lijm de eerste twee tweets die wijkagent Wijnen er op 27 augustus aan besteedde enigszins ingekort aan elkaar: “Gisteren een collega opgehaald van de vreemdelingendienst en samen met twee politiestudenten naar de Mare gegaan. Daar een ongewenste vreemdeling opgehaald. Deze Marokkaanse man, een bekende van ons (579 registraties & 155 antecedenten!), was net vrij (twee jaar detentie (ISD) en ging meteen weer de fout in (diefstal, bedreiging met de dood en intimidatie) in winkelcentrum de Mare. Ik blijf het bijzonder vinden dat wij zo iemand niet op het vliegtuig kunnen zetten naar land van herkomst.”

Je raadt het al: heibel in de tent. Wij leven immers in Nederland. Hier zijn de slachtoffers verdachten en de verdachten slachtoffers. Met andere woorden: Bas Wijnen had het nooit mogen zeggen. “De politie volgt de extreemrechtse ideologie en beschouwt nazi-milities als bondgenoten.” Dat soort commentaar kreeg-ie. Terwijl ik zeg: die arme diender was het gewoon even zat om zoveel werktijd te besteden (bijna 600 overtredingen) aan een stuk tuig aan wie het recht om hier te verblijven allang door de rechter is ontzegd. En gelukkig namen ook zijn leidinggevenden het, na enige aarzeling overigens, voor hem op.

Het is niet domweg meer uit te leggen.

Lang leve de man die het wanbeleid in dit geval aan de kaak stelde! Doe ons duizend wijkagenten Wijnen!

Ach, wat kan mij het ook bommen. Ik verzin toch een variant op ‘Gee, Officer Krupke’, en wel op het refrein.

O, wijkagent Wijnen
I’m very upset
You never had the love that you oughta get
You are a hero
You’re misunderstood
Everybody knows that you are just good!