1 december 2020
Op zoek naar een geopend café

Komt er een moment dat we eraan gewend zijn geraakt, aan al die gesloten cafés en restaurants? Accepteren we dat ooit als het nieuwe normaal? Ik kan mij bij een horecaloos bestaan niets voorstellen.

Een zoenloos bestaan went wél, althans voor mij. Houen zo, denk ik zelfs in toenemende mate, behalve opvallend vaak bij dames die míj niet willen zoenen (een karaktertrekje, vermoedelijk). Niet meer handen geven went ook. Met die anderhalve meter heb ik evenmin veel moeite.

Maar al die dichte kroegen en eetzaken?

Ik gruw er inmiddels van.

Ik stuiter nu, gewoon even voor de gezelligheid die wij node missen, veertig jaar terug, om met een beroemde anekdote te benadrukken dat ik dus geen Antoine Blondin ben, de Franse schrijver, columnist en alcoholist die al 29 jaar niet meer onder ons is.

Jarenlang volgde Blondin de Tour de France voor L’Equipe. Op een dag leverde hij zijn verhaal niet in. De vraag van hoofdredacteur Jacques Goddet, de volgende ochtend, waarom hij had verzaakt, beantwoordde Antoine met: “U kunt dat lezen in mijn volgende bijdrage.”

Eerste zin van dat stuk: “Gisteren was ik vergeefs op zoek naar een gesloten café.”

Ik ben vergeefs op zoek naar een geopend café.

Oké, dit is slechts ten dele waar. Maar het bruggetje moest nu eenmaal worden gemaakt. Eerlijk gezegd zie ik het liefst met name de restaurants weer geopend. Mijn voornaamste drijfveer is van altruïstische aard. En dat komt door de brieven. De meerdere brieven van restaurantuitbaters die ik in mijn postvak aantrof. De paniek is dankzij de coronabeperkingen groot. Ze vrezen dat hun zaken, in een enkel geval ruim honderd jaar oud, gaan omvallen. En ze hebben daar vooral de pest over in omdat ze dat als een onrecht beschouwen. Hun restaurants hadden niet dicht gehoeven, vinden ze.

Ik geef ze gelijk.

Er zijn meerdere begripsbepalingen, dus ik houd het simpel: onder natte horeca worden de kroegen en bars verstaan, onder droge horeca de restaurants. Tegen Mark Rutte en Hugo de Jonge zeg ik: heropen de droge horeca, hoe moeilijk dat volgens de wet, waarin dat onderscheid niet of nauwelijks wordt gemaakt, misschien ook is. Het OMT heeft de mogelijkheid niet voor niets geopperd. Ik voeg eraan toe dat ten minste een deel van de Nederlandse horeca dan nog kan worden gered.

Toen ze nog open waren heb ik met eigen ogen aanschouwd hoe voorbeeldig men zich in verreweg de meeste eettenten aan de restricties hield. En toch moesten ze weer dicht, terwijl de restaurants van hotels wel open konden blijven (over de krankzinnige uitzonderingspositie van de kerken zal ik het maar niet eens hebben). Zeker nu de feestdagen eraan komen is dat onrechtvaardig. Het is ook nergens voor nodig, weten we nu. Simpel kan worden aangetoond dat men in restaurants geen, of in elk geval heel weinig besmettingen oploopt indien de maatregelen in acht worden genomen.

Ik wil zo snel mogelijk vergeefs op zoek gaan naar een gesloten restaurant.


3 december 2020
Vulvabezitters en peniseigenaren

Dit is een advies voor alle ouderwetse peniseigenaren met hoge bloeddruk en dito vulvabezitters die onder dezelfde kwaal gebukt gaan: ga af en toe bij deze website op bezoek. Maar doe het ook weer niet te vaak, voeg ik daar onmiddellijk aan toe. Uw gemoedstoestand zou in dat geval weleens een drastische verandering kunnen ondergaan, met alle nare gevolgen van dien.

„Overal waar te voor staat is niet goed, behalve tevreden”, placht mijn wijze moeder niet voor niets te zeggen. In mijn jeugdige onbezonnenheid wierp ik haar dan soms tegen dat te veel geld mij evenmin een groot probleem leek. Maar goed, dat doet er verder niet toe, in dit stukje staat niet mama zaliger of ik centraal maar Healthline.

Logisch dat advies van mij, denkt u wellicht. De naam zegt het immers al: Healthline gáát over gezondheid. Maar ik beveel de site in de eerste plaats aan omdat je er af en toe zo heerlijk kunt lachen. En wat verlaagt de bloeddruk meer dan de bevrijdende lach? Niets, lezer, niets. Weg die bètablokker en ivabradine. Weg die plaspil en knoflookextracten. Schater erop los.

Healthline is niet alleen een gezondheidssite, het is ook uitermate inclusief, divers en genderbewust. Twee jaar geleden vervingen ze in hun Safe Sex Guide de term vagina al door voorgat, „een genderinclusieve uitdrukking waarmee ook aan transseksuelen tegemoet wordt gekomen”, zoals ze verklaarden. Aangezien ik destijds al zo’n oerconservatieve, de moderniteiten hardnekkig ontkennende, genderneutrale toiletten bespottende, manspreading cisgendercolumnist was, besteedde ik een uitgebreide knipoogbeschouwing aan dat nieuws. En nu geef ik Healthline potdorie wéér een beurt.

Oeps!

Mag ik dat nog wel zo zeggen?

Ach, wat kan mij het schelen, ze zijn onlangs zelf komen aanzetten met de termen die in de openingsalinea van dit stukje zijn vervat, zij het in het Engels: de vulva owner en de penis owner. Die mensen werden vroeger vrouw en man genoemd, maar ook deze beschrijvingen zijn niet meer genderinclusief genoeg. Zeker wanneer het een artikel betreft onder de kop: “Houden vulvabezitters van seks? Dat is de verkeerde vraag. Hier volgt wat je in plaats daarvan moet vragen.” Waarna de peniseigenaren en vulvabezitters onder ons dwingend worden onderwezen over de Tien Geboden van de All Inclusive Sex.

Hahahahaha!

Snel mijn bloeddruk checken nu.

Zie je wel: 120-70, ideaal.

Elif Isitman, rijzende ster aan het parlementaire Telegraaf-firmament en desondanks een juffrouw die met beide benen op de grond is blijven staan, gooide er als reactie op het Healthline-artikel deze tweet tegenaan: “Heeft iemand nog een leuk online adresje met goedkope vulva's? Liefst nieuw maar tweedehands mag ook, mits niet al te versleten.”

Nu zou ik - bijvoorbeeld omdat ik een Volvo-bezitter ben, de woordspeling ligt dus voor de hand - nog kunnen proberen om hier overheen te gaan (oeps, mag ik dat nog wel zo zeggen, ach, wat kan mij het schelen). Nog steeds schaterlachend, gun ik alle eer ditmaal echter aan Elif. Al doe ik op de valreep nog wel een voorspelling: de wereld gaat niet aan een verschrikkelijk virus ten onder, maar aan decadentie.


5 december 2020
Geweld loont. Gaat goed met dit land

Gordelroos bezorgt het mij. Haaruitval, duizelingen, tremor- en zweetaanvallen. Dat zo’n klein groepje soms zelfs ronduit gewelddadige zeikzanikende profiteurs zo’n grote maatschappelijke verandering teweeg kan brengen, blijft voor mij verdomd moeilijk te accepteren.

“This land is your land”, zong Woody Guthrie.

Ik heb meer met de tweede regel van dat lied.

“This land is my land”, inderdaad.

Geen oikofoob, deze jongen. Dat u dat wel weet. Ik besef ten volle dat ik hiermee voor velen in Nederland, Deugland definitief in de Vallei van het Onfatsoen ben gesodemieterd. Welnu, ik heb nieuws voor ze: ik klim er nooit meer uit.

Geen zorgen, ik blijf gewoon mijn belasting betalen. Ik wel. En als ik in de bus in Zuidoost een oude donkere mevrouw ontwaar die slecht ter been is bied ik haar direct mijn stoel aan. Nooit meer Rosa Parks.

Maar ik heb zojuist wél, zoals de gewoonte wil, de datum van publicatie boven dit stukje getikt: ‘Zaterdag 5 december 2020’. En ik dacht: krijg nou wat, 5 december. Het Heerlijk Avondje is gekomen en vrijwel niemand heeft het er nog over.

Man, wat een jeuk ineens. Plukken haar liggen plots naast mij op mijn bureau, mijn wereld tolt en ik tril en transpireer erop los. Bedankt, BLM en KOZP. Al moet ik toegeven dat jullie het uitstekend hebben aangepakt. Onder het volk was en is de support nog steeds niet overweldigend, maar de powers that be zijn door jullie afdoende bewerkt, c.q. geïntimideerd. Zwaar beoogklepte overheidsdienaren en dito media ondersteunen jullie tegenwoordig van harte. Ook het NOS Journaal kon daardoor in de 8 uur-uitzending van 5 december constateren dat het feest aan belang heeft ingeboet.

Gelukkig vind ik nog lezers als R.F. Meihuizen uit Driebergen aan mijn zijde. Hij stuurde mij naar aanleiding van mijn vorige bijdrage een Sinterklaas-gedicht, waarvan ik de eerste regels hier deel.

Sinterklaas moest heel hard schaat’ren
Om jouw column, beste Rob
Al dat diversieve taat’ren
Man, je zat er bovenop!

Kijk, daar doe je het nog voor. Dankzij dergelijke reacties blijf ik doorademen, zij het hortend en stotend, als ik bijvoorbeeld lees dat Black Lives Matter door ArtReview tot de meest invloedrijke instantie van de internationale kunstscene is uitgeroepen.

Niet je artistieke talent, maar je huidskleur is doorslaggevend geworden. Hoe racistisch wil je het hebben. Er zijn inmiddels ontelbare voorbeelden van, hier ook regelmatig genoemd. Het meest recente in Nederland: de Turks-Nederlandse balletdanser Rutkay Ozpinar is ten faveure van een zwarte danser van een project gehaald. ‘Doorgeslagen diversiteitsdenken’, zei zelfs de Volkskrant.

Vandaag is de dag van het Sinterklaas-feest, maar de populariteit is sterk tanende. Het heeft minder met Covid-19 te maken dan menigeen beweert: angstaanjagend veel Nederlandse huishoudens zijn al in kerstsfeer gebracht. Met pure terreur is ons het belangrijkste nationale kinderfeest ontnomen, op valse gronden aangaande Zwarte Piet bovendien. Omdat we de dreigementen en de agressie zat zijn, zijn we gezwicht.

Geweld loont.

Gaat heel goed met dit land.


8 december 2020
Ik blijf het roepen: open die hap!

Alwéér een poging? Jazeker. Je bent influencer of je bent ’t niet. En ik wil sowieso mijn stinkende best doen voor al die arme horecamensen die mij wanhopig benaderden.

Zojuist nam ik de meest recente coronacijfers tot mij. De overheidsaanpak van het probleem kennende en derhalve vrezende dat de Snip & Snap van het kabinet op het punt staan onze ketenen nog eens goed aan te snoeren, schreeuw ik het ditmaal zelfs maar van de daken.

Open! Die! Restaurants!

Zag u het?

Ik maakte er expres Irma Sluis-bewegingen bij om extra op te vallen.

Ware ik een restauranthouder, dan slikte ik inmiddels én oxazepam én diazepam én lorazepam. Wacht, laat ik de eerste woorden exacter formuleren: ware ik een restauranthouder zonder hotel. Want als je er een hotel bij runt heb je van al die kalmeringsmiddelen maar een fractie nodig.

Je moest dicht, van Snip & Snap. Je hield je voorbeeldig aan de coronamaatregelen. Desinfecteringspompje en temperatuurmeter bij de entree, tafels twee meter van elkaar, nooit meer dan dertig gasten tegelijk, dat werk. Aantoonbaar was er ten gevolge daarvan nauwelijks besmettingsgevaar, ook al doordat je niet tot de natte, maar tot de droge horeca behoort. En toch moest je dicht, ondanks een positief OMT-advies.

En dan kijk je, gedwongen werkloos terwijl je kosten doorlopen, om je heen en/of leg je je oor hier en daar te luister. Je weet dientengevolge hoe het er in overdekte tuin- en winkelcentra en bij megazaken als Ikea aan toegaat (het Intratuin-filiaal dat ik zaterdag bezocht bleek overvol en ik vluchtte dus in een wolk van aerosolen de winkel uit). Bovendien lees je in De Telegraaf dat de luxe levensmiddelentak een recordomzet verwacht en dat er bijvoorbeeld veel sliptong zal worden besteld (slechts € 12,50 per kilo in mijn dorp op het ogenblik, verklaring van de visboer: de restaurants kunnen ze niet afnemen).

Jouw sliptong, nota bene!

Maar al te goed realiseer je je dat dat tijdens de feestdagen bij de mensen thuis moeilijkheden gaat opleveren, en niet alleen omdat ze niet weten hoe ze sliptong moeten bakken. Want dat kruipt daar straks bovenop elkaar, let maar op. De Nederlander pleegt nu eenmaal een wel héél eenzijdige definitie aan het begrip urgentiebesef te geven. Verreweg de meeste besmettingen vinden nu al in die omgeving plaats.

En dan weet je dus óók dat de restaurants in landen als Portugal en Spanje wél open zijn, en nog frustrerender: dat je polderlandse collega’s die er kamers bij verhuren de danse macabre ontspringen. Sterker nog, dat hun restaurants in veel gevallen dag in dag uit met hotelgasten volstromen - leuke pianist erbij, lang leve de lol.

Dan doe je toch vanzelf een greep in de pillendoos?

Ik herinner mij ineens een liedje.

Snap snapt niet wat Snip snapt
Snip snapt niet wat Snap snapt
Als Snap Snip snapt en Snip snapt Snap
Doen Snip en Snap geen klap

Ik vrees dat die legendarische tekst de horeca-approach van Rutte-III behoorlijk benadert.

Desondanks blijf ik het roepen: open die hap!


10 december 2020
Immuun voor zo'n beetje alles

Uitsluitend bij jezelf groepsimmuniteit opbouwen: zou dat ook kunnen? Zo ja, dan boek ik binnenkort een all in-vakantie in Tsjernobyl of Fukushima. Ik ben volgens mij immuun voor zo’n beetje alles geworden en denk bovendien dat ik lang niet de enige ben.

Ik merkte dat dinsdag bij de persconferentie waarin Mark Rutte en Hugo de Jonge voor de 119.297ste keer lieten weten dat ze geen gemakkelijke boodschap voor ons hadden. Dat we er, qua corona, ondanks dat vaccinlichtje aan het eind van de tunnel nog lang niet waren. Dat we dit, dat we dat, dat we zus, dat we zo. De hele waslijst aan waarschuwingen werd weer afgewerkt en uiteraard dreigden ze met nóg zwaardere maatregelen tijdens kerst en oud & nieuw als de cijfers zouden blijven oplopen. Als je een taart bakt, moet er natuurlijk wel een kers op.

Mocht er ooit ook een vaccin tegen bewindslieden in de repeteerstand worden ontwikkeld kan ik er in elk geval vanaf zien: niets raakte mij nog, voor niets bleek ik meer bevattelijk, ook daar heb ik dus immuniteit tegen ontwikkeld, vermoedelijk heb ik inmiddels een recordhoeveelheid antistoffen in mijn lijf. Ik hoorde de heren na verloop van tijd niet eens meer en had de volgende ochtend de Rijksoverheid-site nodig om mij ervan te vergewissen wat er tijdens de komende feestdagen zoal van mij wordt verlangd.

“Thuis, zowel in huis als in de tuin of op het balkon, ontvangt u één groep van maximaal drie personen per dag (exclusief kinderen t/m twaalf jaar)”, las ik. “Hierbij dient u er altijd voor te zorgen dat mensen anderhalve meter afstand tot elkaar kunnen houden en ook de hygiënemaatregelen naleven. Als een samenkomst leidt tot overlast, of een gevaar vormt voor de publieke gezondheid, kan er gehandhaafd worden.”

Daar komt dus óók niks van terecht.

Dat is toch wel een probleempje voor Rutte en De Jonge: ze zijn in dezen hun geloofwaardigheid kwijt. Ik geef onmiddellijk toe dat wij Nederlanders er zelf ook verantwoordelijk voor zijn dat wij ons de laatste maanden nog eens extra tot het meest eigengereide, egocentrische en toch ook wel hufterige volk ter wereld hebben ontwikkeld. Maar we hebben er niet alléén schuld aan.

Het komt tevens door het hapsnapbeleid van Snip & Snap.

Velen beseffen dat nu. En volgens mij weet met name Mark Rutte het zelf ook, met z’n pleidooi voor groepsimmuniteit in maart, z’n ontkenning daarna dat groepsimmuniteit het doel was en de suggestie van z’n onderknuppel Jaap van Dissel onlangs dat groepsimmuniteit nog steeds wordt nagestreefd. Wat vermoedelijk ook gewoon het geval is, maar blijkbaar niet te veel mag worden benadrukt.

En dat is dan slechts één van de voorbeelden die tot burgerlijke ongehoorzaamheid leiden.

Willen alle Nederlanders die tijdens de feestdagen meer dan drie bezoekers per dag gaan ontvangen nu hun hand opsteken?

Nee, die vraag wil ik bij nader inzien liever anders formuleren.

Willen alle Nederlanders die tijdens de feestdagen níet meer dan drie bezoekers per dag gaan ontvangen nu hun hand opsteken?

Zo ben je toch sneller klaar met tellen.


12 december 2020
NPO ontroert met docu Wilders

Eerlijk is eerlijk, het is een bewonderenswaardig NPO-initiatief. Het getuigt ook van lef om de documentaire vlak voor de verkiezingen uit te zenden. De titel is helemáál geweldig: Geert Wilders, van toen hij zijn hoofd nog had.

Ik heb een voorvertoning bijgewoond en ben geroerd. Het leven van de PVV-leider wordt in al zijn facetten belicht. De impact, zowel op Wilders als op zijn vrouw, van de beveiliging waaraan hij zich 24 uur per dag dient te onderwerpen, is groot en huiveringwekkend.

Dat moment, bovendien, waarop hij indringend vertelt dat hij als Venlose adolescent voor de verschrikkelijke keuze tussen een opleiding aan de School voor Praktijkonderwijs Witveld en het Thomascollege kwam te staan.

Kippenvel!

Klopt, dit is ijskoud ontleend aan de nu al legendarische Instagram-post waarmee Sigrid Kaag, lijst- c.q. trekletter van D66, zichzelf ridiculiseerde. Totaal over het hoofd ziende dat zij een extreem geprivilegieerde vrouw neerzette, wilde zij haar kiezers ter aanmoediging duidelijk maken dat zij óók best voor hartstikke moeilijke beslissingen heeft gestaan, bijvoorbeeld toen zij na een studie in Caïro voor een vervolgstudie tussen Oxford, Cambridge en Exeter moest kiezen.

Dat durfde ze werkelijk te vertellen, in al haar kenmerkende D66-arrogantie.

Kent u dat verhaal over die terdoodveroordeelde die zelf moest bepalen of hij middels ophanging, op de elektrische stoel dan wel in de gaskamer naar gene zijde werd geholpen, en maar niet kon besluiten wat hij moest doen?

Daar lijkt dit niet echt op, hè?

Het is vanzelfsprekend ook helemaal niet wáár, wat ik in de eerste alinea’s meldde: natuurlijk gaan ze bij de NPO geen bewonderend portret van Geert Wilders uitzenden.

Wie dat voor mogelijk houdt, denkt ook dat er ijsberen in de Sahara leven. Martin Bosma heeft keer op keer gelijk met zijn heerlijke media-rants in de Kamer: het is, van de top tot en met de toiletjuffrouw, één grote links-liberale, hypercorrecte kliek bij de NPO.

Op ieder publiek net vindt avond aan avond een urenlange heiligverklaring van D66 in het kader van de zendtijd voor politieke partijen plaats. En daarom zenden ze er wél, in de aanloop naar de verkiezingen, glashard een documentaire uit over Sigrid Kaag, wier partijtje in de peilingen op zo’n dertien zetels staat.

Wat wordt het voor D66, op 17 maart?

Vierde partij? Vijfde?

Zoiets, zeker gezien de amateuristische wijze waarop madam de nieuwste MeToo-affaire in haar clubje aanpakt. Dat deze minister van hoop (tsss) desondanks de ruimte krijgt, op 3 januari, om zichzelf in een film getiteld Sigrid Kaag, van Beiroet tot het Binnenhof als de eerste vrouwelijke premier van Nederland te presenteren, is de gotspe van de eeuw. Het is inderdaad nog schaamtelozer dan de mislukte poging van vier jaar terug om een door GroenLinksers zelf vervaardigde, volkomen hagiografische docu over Jesse Klaver aan den volke te tonen.

Wat jij, Geert?

O, sorry, ik moet eerst langs al je beveiligers.

Best een docu waard, eigenlijk.


15 december 2020
Nu even niet, Frenske

Waag het niet, Frenske. Nu even niet. Gewoon je mond houden, in elk geval tot en met 19 januari. Is dat te veel gevraagd, vijf weken? Ik smeek het je zelfs: geen oeverloos gewauwel, ditmaal, over die megalomane, onuitvoerbare Green Deal.

Hoe maak ik dit inzichtelijk in jouw wel heel speciale geval? Wacht, ik heb al een idee: probeer ons eens als Jan Hoekstra te zien, de doelman van Roda JC. Jouw favoriete voetbalclub, toch? Zie ons als Jan Hoekstra terwijl hij geblesseerd op de grond ligt en de wedstrijd volop gaande is.

Wij, het Nederlandse volk, liggen óók geblesseerd op de grond. We hebben zojuist een optater van jewelste van de spits van het kabinet gekregen. Boem: Nederland op slot met de feestdagen in het verschiet. Dankzij een elleboogstoot van heb ik jou daar gingen we volledig gestrekt. Dan probeer je niet te scoren, klaar. Dan wacht je keurig tot de keeper weer is opgelapt.

Dat heet fair play, Frenske.

Voor wie het nog niet doorhad: Frenske is Frans Timmermans, de Eurocommissaris. Hij durfde tijdens de eerste lockdown de coronacrisis te misbruiken door erop te wijzen dat de Green Deal snel moest worden doorgevoerd. Later had hij het er wéér over, meerdere malen, waar ook ter wereld, kort geleden nog. Hij laat geen kans onbenut.

Kosten 1000 miljard.

En wij liggen financieel dus al op apegapen.

De Covid-19-pandemie en de Green Deal gaan hand in hand. Dat stelt Frenske glashard. En: “De coronacrisis heeft aangetoond hoe kwetsbaar we zijn en hoe belangrijk het is om het evenwicht te herstellen tussen menselijke activiteit en natuur. De Green Deal is cruciaal voor de preventie en opbouw van weerstand voor toekomstige uitbraken.”

Ik wist al dat Frenske pathetiek en grote woorden niet uit de weg gaat.

Maar dat hij dít zou durven?

Het past in een internationaal patroon, dat wel. Niet alleen Timmermans’ EU, ook de VN tracht de burger op deze wijze in een keurslijf te persen. “De pandemie heeft een kans gecreëerd voor een wereldwijde reset. Die moeten we grijpen.” Dat soort teksten, waarmee ook nog andere grote organisaties likkebaardend op de proppen komen. Ze getuigen van een angstaanjagende machtswellust.

Laat ons alsjeblieft met rust. Gun ons eerst de kans op iets van een herstel tijdens de komende, toch al zo aangetaste feestdagen. Ik hoorde zaterdag, op de roeptoeter, iemand over ‘emotionele beschikbaarheid’ reppen en haal die term nu zelf ook van stal: ik ben op dit moment emotioneel niet beschikbaar voor gezeikzanik over een betere, groenere wereld. Ik kom híer al niet eens meer uit. De weigering van de regering om out-of-the-box te denken getuigt inmiddels wel van héél grote angst en houdt mij zeer bezig.

Trouwens, aan welke club is het ook alweer te danken dat we nog niet kunnen worden gevaccineerd?

Juist, diezelfde EU.

Doe dáár eens iets aan, Frenske.

Een wereldwijde reset...

Waar halen jullie de lef vandaan.


17 december 2020
Mannen als Robbie worden schaars

Over essentieel gesproken: voor mij was dat tot voor kort de wetenschap dat Robbie kon bellen. Soms hoorde ik wekenlang niks van hem, maar dat maakte niet uit. Alleen al het feit dat hij ertoe in staat was stelde mij gerust.

Nu kan Robbie niet meer bellen.

Robbie is dood.

Ik heb het over Robbie van Ervens Dorens, die zaterdag op 83-jarige leeftijd in zijn badkamer in elkaar zakte en donderdag in besloten kring op Zorgvlied wordt gecremeerd. Dekselse, slimme, charmante Robbie, met die mooie oudgeldkop van ‘m. Van 4 juli 1937 tot 12 december 2020 een kwajongen, maar wel zo eentje op wie je nooit boos kunt worden. Een stijlvolle levensgenieter, bevriend met prins Bernhard en met vele andere groten der aarde, onder wie talloze topgolfers. Hij was altijd bereid het etiquettespel van de oude chic mee te spelen, nam soms het voortouw, maar kon er ook geweldig mee spotten.

En we weten het: die met zelfspot, dat zijn de waren.

Ze noemden hem Mister Golf. Het stond woensdag zelfs in de overlijdensannonce, zoals door de familie opgesteld. De oom van Beau en van Dominique van der Heyde verdiende die bijnaam. Dat de golfsport in Nederland zo’n grote vlucht kon nemen, is voor een groot deel aan hem te danken. Drieëntwintig jaar lang organiseerde hij ook de Dutch Open, totdat sportbureau TIG de boel tegen zijn zin overnam.

“Dit is de man aan wie de Nederlandse golfsport zoveel verschuldigd is en om die reden met alle mogelijke egards zou moeten worden ontvangen”, schreef ik vijf jaar terug, nadat ik hem ietwat verloren in de menigte op de golfbaan The Dutch had zien staan. Het internationale kampioenschap van Nederland werd daar destijds al door TIG georganiseerd en ik vond het een onaangenaam, respectloos beeld.

In datzelfde stuk schreef ik: “We bellen weleens met elkaar. Ongevraagd deelt hij dan zijn standpunten aangaande de politiek, het migrantenprobleem en de man/vrouwrelatie met mij. En telkens weer denk ik na zo'n telefoontje: wat ben ik toch een mild mens.”

Hij zei wat hij dacht en hij was wat hij zei, ook als hij mij belde. Zijn mening gaf hij bij voorkeur ongezouten en liet hij meestal volgen door een eveneens kenmerkende schaterlach. Velen, onder wie vaak mensen die totaal andere gedachten over de inrichting van de maatschappij koesterden, nam Robbie daarmee telkens weer voor zich in.

Die lockdown van nu?

Ik weet zeker dat Robbie mij daar ook over zou hebben gebeld.

“Luister eens, ze kunnen toch eindelijk weleens op maatwerk overgaan, daar in Den Haag? Allerlei winkels moeten nu dicht die helemaal niet dicht hóeven, omdat zij totaal geen gevaar voor de volksgezondheid vormen. Wat ís dit voor onzin?”

Ik hoor het hem zeggen en betrap mezelf erop dat ik zelfs nu nog geneigd ben de heerlijke incorrectheid waarmee hij zijn uitspraken doorspekte buiten beschouwing te laten.

Dat deed je gewoon, bij Robbie.

Ze worden schaars, dit soort mannen, over wie 1001 anekdotes zijn te vertellen.

Dat is heel erg jammer.


19 december 2020
Natuurlijk is het beschamend

Soms bekruipt mij het gevoel dat die ouwe Heine gelijk had, over Holland en een halve eeuw later. Bijvoorbeeld wanneer Hugo de Jonge in de Kamer het onverdedigbare tracht te verdedigen - natúúrlijk is het beschamend dat wij hier pas weken na de oosterburen met vaccineren beginnen.

Meestal volstaan bij een vehikel een voet- en/of een handrem. Dat van het bureaucratische polderlandse coronabeleid heeft er veel meer en komt dientengevolge steeds weer schokkend tot stilstand. Te veel instanties met beslissingsbevoegdheid mogen achter het stuur plaatsnemen. Hun draaiboeken verhouden zich bovendien tot elkaar zoals de Bijbel tot de Koran. Hun archaïsche it-systemen verdragen elkaar evenmin. De enige gemeenschappelijke eigenschap is incompetentie. Dat Hugo de Jonge, allang wetende dat de vaccins eraan kwamen, de boel zo lang heeft laten dooretteren, is een grote faal.

Intussen wordt in Duitsland de ene sporthal na de andere gymzaal tot vaccinatiecentrum omgebouwd.

Hoeveel staan er hier?

Nul.

Welkom in het bijzondere land dat Nederland heet, waar inderdaad veel met grote vertraging plaatsvindt, maar ook weer niet alles: donderdag bezocht ik de begrafenis van een lieve buurvrouw, waarbij de rooms-katholieke dienst werd geleid door een pastor die nuchter over het scheppingsverhaal repte. In de natuurwetenschappelijke bevindingen wordt anders geoordeeld, stelde hij vast. We moesten het verhaal daarom meer als het aanreiken van visioenen zien en toen ik ‘m tussen de bedrijven door even aansprak vertelde hij dat hij getrouwd was met een vrouw die als priester bij de OUD-katholieke kerk functioneerde.

Twee geloven op één kussen, en dat op herdersniveau: daarmee lopen wij dus wél ver voor de troepen uit.

Enfin.

Hoe nu verder, qua vaccinatie?

Zullen we dat ook maar oecumenisch regelen of geef ik voor één keer het woord aan dr. Robert Evenwel uit Uden, voormalig hoofddocent Sociale Farmacologie aan de Rijksuniversiteit Groningen? Toch maar dat laatste. Reeds toen de coronacrisis zich nog niet eens in Nederland had aangediend begon hij uit voorzorg hydroxychloroquine te slikken. Hij bleef gezond en schrijft mij nu dit:

“Waarom wachten tot januari? Antwoord van minister De Jonge: de GGD’s hebben dat geadviseerd. Ze zijn er nog niet klaar voor! Nu is het bekend dat ambtelijke molens traag malen en dat het belangrijk is dat er een goede administratie komt van de personen die gevaccineerd zijn. Beter een extra crematie dan een slechte administratie, nietwaar.”

“Waarom geven we het niet aan de huisartsen en de verpleeghuizen? Antwoord: logistieke problemen. Wat een onzin! Na ontdooiing van –70 gr is het vaccin in de koelkast nog vijf dagen houdbaar. Mijn advies: geef onze voorraad Covid-19 vaccinaties aan Duitsland en België en laten zíj onze onderdanen vaccineren. Hebben wij de tijd om er uitgebreid over te vergaderen.”

Heerlijk Nederlands cynisme.

Gelukkig is dat wél van alle tijden.


22 december 2020
Ontwoke, Nederland!

Kijk, Joke21 is nog vrij. Leg onmiddellijk vast, dokter Koerselman. En zet onder die naam vervolgens een beweging op waarbij ik mij als eerste zal aansluiten. Joke op z’n Engels, daar heb ik het over. Joke als tegenhanger van Woke.

Eindelijk is er, vlak voor de Kerst nota bene, weer een Verlosser onder ons. Zijn naam is Frank Koerselman, zijn beroep is psychiater en hij veegt met onweerlegbare argumenten de vloer aan met zowel de hedendaagse opvoeders als de inclusiviteitsmaffia.

Het komt zelden voor dat ik, een vraaggesprek tot mij nemend, letterlijk ieder woord van de geïnterviewde onderschrijf. Nu overkwam het mij tijdens het lezen van het interview met Frank Koerselman dat de Telegraaf zaterdag 19 december publiceerde.

Alleen die kop al.

‘ZEG EENS NEE!’

Kinderen? Het zíjn geen prinsjes en prinsesjes. Maak ze weerbaar. Vermijd empathieverkramping. Tegengas is broodnodig. Leer ze met ongeluk om te gaan. Pesten hoort erbij. Dat las ik toen opvoeding het onderwerp vormde. Ik heb toen toch even gecheckt of Frank Koerselman misschien een halfbroer van mij was. Ik roep het namelijk ook zo vaak. Mijn motto op opvoedterrein: méér eelt op de kinderziel.

Was ons dna gelijk?

Helaas niet.

Ontvadering noemt Koerselman deze ontwikkeling, die tevens tot wildgroei van de zogenaamd inclusieve en hiërarchieloze, maar in werkelijkheid schrikbarend onverdraagzame wokesamenleving leidt, met al haar bizarre beknotting van het vrije denken, zoals de psychiater het noemt.

De gedwongen vervanging van woorden omdat zij anderen misschien wel kwetsen? Woke. Dat net zo verplichte gebruik van nieuwe gendertermen voor mannen die zich geen man voelen en vrouwen die menen dat zij geen vrouw zijn? Woke. Die al even verplichte excuses voor iets waar je part noch deel aan hebt gehad? Woke. De wil van Black Lives Matter? Woke. En zo zou ik nog twintig voorbeelden met daarmee gepaard gaande eisen kunnen noemen, de ene nog onredelijker dan de andere.

“Het is een totalitaire ideologie”, zegt Koerselman, “waarin allerlei dingen die berusten op hoe je toevallig bent, en niet op basis van wat je presteert, bepalend zijn voor de mate waarin je wordt geaccepteerd.”

Zelf noem ik het liever nog een kankergezwel. Zie maar eens hoe de musea ermee omspringen. Kijk maar eens naar de Ster-spotjes van nu en naar de filmwereld. Ik doe slechts een greep. De angst voor de intolerantie van de wokebeweging en de fascistische cancelculture die ermee verbonden is, is zo groot dat keer op keer overstag wordt gegaan.

Het laat zich raden hoe de ideeën van Frank Koerselman zullen worden ontvangen. Hem overkomt binnenkort hetzelfde als de Canadese hoogleraar Jordan Peterson, schrijfster JK Rowling en komiek Andrew Doyle, die de wokecultuur onder het pseudoniem Titania McGrath briljant op de hak neemt: verachting, verstoting en als het even kan uitschakeling.

Toch versaagt Koerselman niet.

Ontwoke, Nederland!

Woke is a joke!


23 december 2020
Daar rol ik weer, over de vloer

Nee, ik laat de lezer niet de feestdagen ingaan zonder een paar onversneden staaltjes hoofdstedelijk nieuws. Overal hangen donkere wolken boven de kerstboom. Velen worden door het Covid-19 spook tot eenzaamheid gedwongen. Algehele weedom dreigt en we weten allemaal wat de beste remedie is: een bevrijdende schaterlach.

We hebben het nodig!

Klopt, een uurtje Jochem Myjer is dan vaak afdoende. Persoonlijk zou ik zelfs zorgeloos richting guillotine kuieren als ik kort tevoren op YouTube zijn Lange Frans-ode aan de dieren heb mogen aanschouwen. Maar je kunt ook gewoon, indien zich een grote coronasomberheid van je meester heeft gemaakt, de nieuwsberichten aangaande de gemeente Amsterdam doorbladeren.

De slappe lach, man.

Echt de slappe lach.

Twee voorbeelden.

In het eerste geval citeer ik een post op de website van Amsterdam: “Als u toch vuurwerk afsteekt, loopt u het risico op een boete. Heeft u al vuurwerk in huis, dan kunt u dat zonder consequenties inleveren op donderdag 24 of zondag 27 december.”

Zie je die lange kerel daar over de vloer kronkelen?

C’est moi.

Het gaat mij om de zinsnede ‘zonder consequenties’. Onder normale omstandigheden symboliseert vuurwerk nota bene hoop en plezier. Verder is het in dit geval inderdaad al vaak voordat het verbod werd ingesteld aangeschaft. Maar wat mij vooral onbedaarlijk doet schateren is de wetenschap dat écht wangedrag in 020 al jarenlang zonder consequenties blijft. Er wordt vaker geskied in de Sahara dan gehandhaafd in Amsterdam. Zo zal het, let maar op, Oudejaarsavond overal oorverdovend knallen. En er zal nauwelijks worden opgetreden.

En dan toch deze stoere woorden.

Priceless.

Voorbeeld 2 betreft uiteraard een mededeling in het kader van de strijd voor een beter klimaat & milieu. Zoals wij allen weten is met name de afdeling Amsterdam van GroenLinks ervan overtuigd dat het gehucht dat zij besturen de wereld van de ondergang dient te redden. De website verbiedfossielereclame.nl kon daardoor deze week zomaar het volgende bericht publiceren.

“Amsterdam is de eerste stad ter wereld die advertenties uit de fossiele brandstofindustrie en advertenties voor vliegreizen vanuit de stad wil verbieden. Dat stelt onder meer een motie van GroenLinks. Het is de eerste politieke stap op weg naar een landelijk verbod op reclame voor fossielen.”

Amsterdam verpaupert, en lang niet alleen dankzij de coronacrisis. Overal storten de kades in, her en der verzakken complete wijken. Talloze winkels en café-restaurants staan op omvallen, de hotelbranche heeft het moeilijker dan ooit, de stad stevent mede dankzij een klassiek ultralinks uitgavebeleid op een faillissement af.

En wat doet de sekte van GroenLinks?

Op Twitter toegejuicht door Greta Thunberg advertenties van Shell en KLM verbieden.

Alsof dat ook maar enig effect sorteert.

En ja hoor, daar rol ik weer, over de vloer.


24 december 2020
Een niet zo essentiële Magic Jinn

Waar ik ‘m bemachtigde nu slechts de essentiële winkels open mogen? Hint: ze verkopen er paracetamol. Daarom hoeven ze niet dicht. Maar ze verkopen er niet alléén paracetamol. Ze verkopen er ook Magic Jinn, die van Goliath.

Ik zocht een essentiële nagelschaar en vond een niet zo essentiële Magic Jinn. Zo gaat het altijd in mijn leven. Lang geleden wilde ik een essentiële negerin en kwam ik met een blondine thuis. Ik noem maar een voorbeeld. Uit veiligheidsoverwegingen haast ik mij te verklaren dat die blondine óók essentieel is. Ik ben al 34 jaar met haar getrouwd. Magic Jinn had achteraf beschouwd nog geen 34 seconden in mijn nabijheid mogen verblijven. Hij heeft mij onherstelbare reputatieschade opgeleverd.

Ik viste Magic Jinn uit de schappen, bekeek het slimme koppie van deze sprekende pop, las de beschrijving en dacht: aardig kerstcadeautje voor de tweeling. Even later stapte ik in op lijn 14 en daar, in de tram, geschiedde het.

Magic Jinn bleek niet goed afgesteld. Iedere beweging die het krakende, piepende en schuddende GVB-voertuig maakte zette een mechanisme in werking dat hem spontaan, vanuit mijn Aldi-tas op de vloer, liet praten. Tot overmaat van ramp deed hij dat niet à la Daniël Boissevain („Je douche houdt van zacht”), maar met een stemmetje dat mij aan die shabby nachtclub, diep in de vorige eeuw, in Hannover herinnerde. Een dame verrichtte daar enige opvallende handelingen op het podium en toen weerklonk ineens ingeblikt vanuit de speakers: “Und onanierendeweise geht’s weiter.”

Zo’n stemmetje was het.

De tram zat behoorlijk vol. Iedereen droeg een mondkapje en staarde mij meewarig aan toen vanuit die tas plots, met dat stemmetje, na de eerste onverhoedse beweging van de tram, het volgende werd gezegd.

“Hee daar, wil je spelen?”

Wat óók een groot nadeel is van mondkapjes: je kunt niet slechts met een grimas van hulpeloosheid te kennen geven dat zich iets buiten je macht voltrekt. Niemand ziet dat en dus graaide ik, in een poging Magic Jinn tot bedaren te brengen, in paniek naar de tas, die daardoor andermaal in beweging kwam en het stemmetje direct tot een nieuwe uitspraak dwong.

“Hallo vriend, ik ben Jinn. Neem een dier in gedachten. Zeg ja als je er klaar voor bent.”

“Ja!” schaterde de jongeman tegenover mij gretig.

“Mooi”, zei Magic Jinn. “Ik ga je een vraag stellen. Je kunt met ja of nee antwoorden. Kan het zwemmen?”

“Nee!” riep de jongen.

U begrijpt het wellicht: de hele tram lag binnen no time in een deuk, mijn hoofd werd steeds roder en voordat ik eindelijk op het Rembrandtplein kon uitstappen, hetgeen mij pas na zeven lange minuten werd gegund, werkte Magic Jinn - “Is het een roze olifantje?” - zijn hele repertoire af. Ik stond legendarisch voor joker.

“Hee”, riep de jongen toen ik de tram verliet. “Je kunt met ja of nee antwoorden. Ben je blij dat je weg kunt?”

Magic Jinn ligt inmiddels in de Amstel.

Ik wens u prettige feestdagen.


28 december 2020
De waanwijzen van de nitwitbrigade

Bekt lekker, manische meningenmachine. Allitereert goed. Zijn moeder had de uitdrukking vast niet gebezigd, maar Willem-Alexander deed het wel. Hoewel hij protocol en mores bleef respecteren liet hij ook hiermee blijken dat hij zich minder hoog boven zijn onderdanen verheven voelt dan Beatrix.

Manische meningenmachine. Voor mij waren het dé woorden van de kersttoespraak van de koning, en niet slechts vanwege het stafrijm. Want het is inderdaad een manische meningenmachine, die hier te lande steeds luider brullend tegen van alles en nog wat van leer trekt. Met name op de sociale media is het daardoor soms niet meer prettig toeven.

Hij bouwde het goed op, Willem-Alexander. Meer op zijn gemak dan bij zijn vorige kersttoespraken, beschreef hij de gevolgen van de coronapandemie, die in zijn ogen in velen het beste wakker heeft gemaakt: “Verantwoordelijkheidsgevoel. Medeleven. Kameraadschap. Hulpvaardigheid. Solidariteit.” Het virus confronteerde ons volgens de vorst echter ook met onze ‘scherpe en ongemakkelijke kanten’. En hoe uitte zich dat? In ‘houvast zoeken in ferme ideeën, beelden en standpunten’.

Dat zei hij dus heel netjes, net als dit: “Misschien bent u moe van opwinding, argwaan en fanatisme. Moe van de manische meningenmachine. Misschien snakt u stilletjes naar een beetje onderling begrip. Ontspanning. Doodgewone vriendelijkheid. En denkt u: ik ben blijkbaar een buitenbeentje. Laat me u geruststellen: dat bent u niet. U bent onmisbaar. Ook de zachte stemmen verdienen het om gehoord te worden.”

Wat de koning onvermeld liet - bewust natuurlijk, zijn approach mag dan losser zijn dan die van Beatrix, ook hij kent zijn grenzen - is dat die manische meningenmachine zich vooral kenmerkt door domheid en hufterigheid, zoals onlangs tijdens die speech van Mark Rutte bij het Torentje bleek. Zeker aangaande de coronaproblematiek is het gebrek aan kennis stuitend. Toch weerhoudt dat de machine er niet van om zo’n beetje al het Covid-19-beleid dat nota bene op basis van jarenlang opgebouwde wetenschappelijke expertise is bepaald, onderuit te schoffelen.

En waarom?

Omdat ze zich als gevolg van dat beleid even moeten aanpassen.

Dat zint ze niet.

De deskundigheid is massaal de oorlog verklaard. Facebook, dát is pas een bron van kennis! Google! YouTube! Het darkweb! Met de knowhow die de waanwijzen van de nitwitbrigade daar opdoen nemen ze experts die hun geleerdheid niet alleen via een studie van tien jaar hebben opgebouwd, maar daarna ook voortdurend met het verrichten van diepgaande, gemeenschappelijke, internationale wetenschappelijke onderzoeken hebben uitgebreid, de maat. Sterker nog: ze bedreigen ze, zoals het Telegraaf-interview met virologe Marion Koopmans weer eens pijnlijk duidelijk maakte.

Dit volk… Deze manische meningenmachine… Ik ben er weleens trotser op geweest.

U kon het niet zeggen, Majesteit.

Ik wel.

Ik deed het met zachte stem.


29 december 2020
Vrede op aarde? Niet in duin en bos

Het geschiedde ditmaal bij onze zuiderburen: veldrijder schopt vijfjarig kind in de besneeuwde heuvels van Baraque Michel. Hoe krijgt diejen zot het in z’n hersenloze harses. Maar neem van mij aan, lotgenoten, dat de oorlog tussen veldrijders en wandelaars geen exclusief Ardennen-verschijnsel is: ook hier te lande leven deze twee bevolkingsgroepen in onrustbarende onmin met elkaar.

Graag wijs ik erop dat ik géén hekel heb aan veldrijders, of mountainbikers, of mtb’ers, of hoe die gasten zichzelf ook noemen. Ze ontroeren me soms zelfs, met hun saamhorigheid en enthousiasme. ’t Is goed volk over het algemeen. Als hun fiets schoongespoten in de schuur staat, dragen ze volgens mij keurig hun steentje bij aan de maatschappij. Het lijkt mij ook een prachtige hobby, dat ragfietsen in de vrije natuur.

Maar ja, ik heb wél last van ze.

En zij van mij.

Het duinbos waar ik regelmatig met Bavink wandel, is de enige plek in het dorp waar honden van de riem mogen. Dat het losloopverbod er niet geldt staat keurig op de PWN-bordjes vermeld en mijn dorpsgenoten en ik laten onze honden daarom daar uit. Tot enkele jaren geleden leverde dat geen problemen op, maar nu is dat anders.

Ook het nog altijd dramatisch groeiende peloton der mountainbikers heeft het bos met z’n talloze kleine hellinkjes en smalle en bochtige paden ontdekt. Het resultaat is dat veel hondenuitlaters inmiddels, noodgedwongen, een grote behendigheid hebben ontwikkeld in het ontwijken van die telkens uit het lover opduikende fietsers.

Aan hun honden is die ontwikkeling vaak voorbijgegaan.

Daar gaat het dan ook het vaak mis.

Voortdurend kreten slakend als ’Sorry!’, ’Excuses!’ en ’Dank u!’ – wanneer ze op hun rijwielen stappen, beseffen ze maar al te goed dat ze niet louter liefdesverklaringen naar hun hoofd geslingerd zullen krijgen – snellen de mtb’ers je steeds weer voorbij alsof de duivel hen op de hielen zit.

Of moet ik hier Magere Hein in plaats van duivel zeggen? Ook veel ouderen klimmen tegenwoordig, uitgedost als ware professionals, op die meestal peperdure mountainbikes. Misschien denken zij hun dood op deze wijze nog enige tijd te kunnen uitstellen. Aan de andere kant lijkt de eerste moord op een veldrijder niet meer ver weg, hetgeen het gemiddelde sterftecijfer wellicht juist omhoog zou krikken.

Zelf pas ik liever het Ramses Shaffy-principe toe (al was de tekst van dat prachtlied van Herman Pieter de Boer): ik láát ze. Leven en laten leven, dan komt het goed, althans: wanneer er geen misbruik van wordt gemaakt. Ik doe dus meestal rustig een stapje opzij en heb de mazzel dat Bavink intussen zo oud is geworden dat zij ze eveneens hun eigen gang laat gaan. Maar er loopt in het bos ook zeker één dorpeling rond die het niet langer pikt: overal waar hij loopt hij legt dag in dag grote takken dwars over de paden. Het heeft, als ik goed ben ingelicht, nog niet tot ernstige ongevallen geleid, maar wat niet is kan nog komen.

Vrede op aarde?

Niet daar.


30 december 2020
Oversterfte: 13.000. Nog niet genoeg

Niet bijten in de hand die je voedt, zei mama altijd. Haar levenslessen bepalen nog altijd mijn bestaan, maar deze leg ik vandaag naast mij neer. De Rijksoverheid-advertentie waarin paginagroot het Nederlandse vaccinatieplan werd uitgelegd leverde de krant ongetwijfeld veel centjes op. U raadt het al: mij kon-ie niet bekoren.

O, zeker, keurig werd op een rijtje gezet hoe het Pfizer-vaccin werkt en wie op 8 januari als eersten in aanmerking komen. Dat kon geen kwaad, met name voor al die wel heel luidruchtige antivaxxers onder ons. Maar het gaat mij vooral om deze zin: “We mogen dus onze mouwen opstropen.”

Joh! Nu al?

“Ierland vaccineert dinsdag zijn eerste inwoners tegen het coronavirus, als 26ste van de 27 landen in de Europese Unie”, twitterde de Telegraaf dezelfde ochtend fijntjes. Wij zijn dus dat 27ste land en hebben geen achterstand van een of twee dagen op de Ieren, welnee, we lopen er elf achter en moeten volgens de experts niet vreemd opkijken als het er 21 worden.

Zie het in schaatstermen: zelfs de op een na slechtste deelnemer aan de 10 kilometer heeft de slechtste op drie ronden gereden. En die slechtste, dat zijn wij. Wij zijn de clown uit Andorra op roestige kunstrijschaatsen die om vier uur ‘s nachts met 25 pils in z’n mik heeft besloten om zich in te schrijven en bij de start nog denkt dat hij de bochten rechtsom moet rijden.

Zelfs de anders zo voorzichtig formulerende voormalige RIVM-baas Roel Countinho maakte zich er boos over, en ook ik kan mij dankzij een grondige Volkskrant-analyse geen andere emotie voorstellen.

Al lezende betrad ik het zompige moeras van de polderlandse bureaucratie. Van langdurige ambtelijke voorgesprekken dus. Van ontelbare afstemmingsbijeenkomsten. Van digitale overlegtafels. Van onafzienbare rijen belangenbehartigingclubs en zorginstellingen van alle soorten en maten die natuurlijk ook allemaal mochten meepraten. Van potentiële uitvoeringspartijen. Van nog niet werkende ict-systemen. Van falende vangnetfuncties. Van de verlammende decentralisatie waarmee emmers zand in de raderen werden gekieperd. Van weet ik veel wat allemaal nog meer. En dat terwijl een VWS-draaiboek al die tijd ontbrak.

Op 19 november, 5 ½ maand nadat Hugo de Jonge erom had gevraagd (!), werd het rapport ‘Strategieën voor COVID-19-vaccinatie’ gepresenteerd, een 66 pagina’s dik boekwerk waarin uiteindelijk de conclusie werd getrokken die u en ik binnen vijf seconden op een half A4’tje zouden hebben gezet: eerst de groepen vaccineren die het meest van het virus te lijden hebben, daarna de zorgmedewerkers, dan de rest.

De RAI? De Jaarbeurs? Het MECC? Leeg, leeg en nog eens leeg. Helemaal niks te doen daar, maar begin deze maand was er van overheidswege zelfs nog geen gymzaaltje geboekt, terwijl in Duitsland (Hugo de Jonge triomfantelijk: “Ja, maar daar kennen ze de fijnmazige infrastructuur van ons griepvaccinatiesysteem niet”) maanden geleden al tal van sport- en fabriekshallen werden ingericht, waarvan daar nu volop gebruik wordt gemaakt.

Oversterfte dit jaar: 13.000.

Het zijn er blijkbaar nog niet genoeg.


31 december 2020
Liefdesverklaringen op de valreep

Hup, de spuit erin – en rap een beetje. Desnoods speld ik Hugo op de mouw dat ik én een hoogbejaarde met onderliggend lijden én een overbelaste zorgmedewerker ben. En als de vaccins op zijn, hetgeen gezien het beleid niet geheel en al valt uit te sluiten, vul dan die injectienaald maar met kaliumcyanide.

Klopt, daar ga je dood van. Maar dood betekent eeuwige rust. De enige reden waarom ik voorlopig nog een vaccinatie boven actieve euthanasie prefereer wordt gevormd door de gedachte dat ik na mijn verscheiden nooit meer in die betoverende groene ogen van háár zal kunnen kijken, nooit meer die euforische siddering in mijn lijf zal voelen wanneer zij mij een glimlach gunt, nooit meer aan vertedering ten prooi zal vallen wanneer zij aan tafel haar hand zomaar op de mijne legt: twee inmiddels al oudere handen die elkaar ook na 34 jaar steeds weer vastpakken.

Dat idee krijg ik zelfs niet weggemoffeld met de toch tamelijk onweerlegbare redenering dat, wat er ook vanaf de kansel wordt geroepen, met mijn heengaan tevens mijn besef in het niets zal verdwijnen (jazeker, vrienden, ik ben een nietsist).

Maar ontegenzeggelijk heeft de dood óók een groot voordeel: voor altijd zou ik verlost zijn van de schreeuwende, krijsende en gillende mesjoggenen die mij – en mij niet alleen – zelfs nu nog, met welke nuchtere feiten en cijfers je hun uitspraken ook weerlegt, onophoudelijk allerlei bizarre complottheorieën over zowel Covid-19 als de vaccinatieplannen gunnen.

Blééf het maar bij de fans van profeet c.q. proleet Willem Engel.

Dan was het nog te overzien.

Al zitten er wél pareltjes tussen.

Van de week riep ik ook al iets over deze snel groeiende, schrikbarend gefrustreerde bevolkingsgroep en ontving ik deze reactie van ene Jeroen (ik laat alles staan, maar vermeld voor zijn eigen bestwil zijn volledige naam niet):

„Hypocriet dat je er bent, je bent ook een landverrader. Als je nieuws brengt doe dat objectief!!! Je zou kunnen vragen wat er in het vaccin zit, tegen het kabinetvirus!! Je vraagt helemaal niks, alleen maar mee lullen met de elite. Je zou je onsterfelijk kunnen maken door kritische vragen stellen, maar nee, alleen maar eenzijdige informatie naar het volk!!! Duivel!!!!”

Leuk hè, deze onvoorwaardelijke liefdesverklaringen op de valreep, eerst van mij aan mijn vrouw, dan van Jeroen aan mij. Ik ben zijn duiveltje! Spannend! Als ik moest kiezen tussen haar en hem zou ik het toch even moeilijk hebben.

Ik zou er nog veel meer kunnen laten lezen, maar laat het hierbij. Een ons ijdelheid bederft meer dan honderd pond verdienste, zei de zeventiende-eeuwse Britse dichter George Herbert. Ik volsta daarom met het uitspreken van de hoop dat minnebrieven zoals die van Jeroen in het nieuwe jaar ook mijn kant op zullen blijven komen, ofschoon ik er een hard hoofd in heb omdat de vaccins in 2021 een einde aan de pandemie zullen maken.

Kom op met die spuit!

Nu!

Ik wens u alvast een gelukkig nieuwjaar.

Ja hoor, jou ook, Jeroen.