2 december 2021

Nexit nee, EC weg ermee

Helena Dalli, ditmaal. Sorry, ik moest haar googelen. Gelukkig was het mij snel duidelijk: weer een op hol geslagen Eurocommissaris. In de Brusselse top verspreidt de betuttelwaanzin zich sneller dan virusvariant B.1.1.529.

De meest recente handelingen van mevrouw Dalli, een voormalige schoonheidskoningin die het levenslicht in Malta zag, verleidden mij spontaan tot het bedenken van de volgende slogan: ‘Nexit nee, EC weg ermee’. Ondanks alles zeg ik ja tegen een Europese Unie, op één voorwaarde: dat ze er een lightversie van maken, waarbij de gemakken voor de Europese burgers, om wier welzijn het volgens mij toch echt zou behoren te gaan, ruimschoots tegen de ongemakken blijven opwegen.

Maar ik wil niet worden geleid door een stel ongekozen bureaucraten die zich als Europese Commissie hoog boven het gepeupel verheven voelen. In de loop der jaren eigenden zij zichzelf meer macht toe dan de Opperste Sovjet in het Moskou van voor de val van het IJzeren Gordijn. Gaandeweg zijn zij van de werkelijkheid losgezongen. Op tal van terreinen proberen zij ons de laatste tijd zelfs in richtingen te duwen waar geen normaal denkende Europeaan die iets van zijn leven wil maken wat te zoeken heeft.

Omdat de malle, want kernenergieloze klimaatcapriolen van Frans Timmermans hier voldoende zijn toegelicht, richt ik de schijnwerpers nu op zijn collega Helena Dalli, die de portefeuille ‘Gelijkheid’ beheert.

Is Helena she/her?

Aan de Europese cv van Frenske werd laatst immers zomaar he/him toegevoegd.

Zo benieuwd!

Haastig beloofde Helena van de week haar handleiding voor ‘inclusief taalgebruik’, zoals onlangs door haar aan de openbaarheid prijsgegeven, te zullen herschrijven. Dat was terecht, al zou ik het stuk zelf definitief in de prullenbak hebben gegooid. Nooit eerder kende een overheidsdocument zo’n hoog weg-met-ons-gehalte. Werkelijk geen enkel Europees land waar de wokewensen buiten enkele stadshaarden worden gekoesterd. Toch was het genderneutraliteit all over. Erger nog: alle termen die ook maar enigszins een christelijke oorsprong zouden kunnen doen vermoeden wilde madam schrappen. Dieptepunt (ik citeer de Telegraaf): „Zelfs de kerstgroet zou uit het rijtje gebruikelijke beleefdheden moeten worden geschrapt. De richtlijn adviseerde om het te hebben over the holiday season.”

Heibel dus, vooral dankzij de Italianen.

En toen trok zij haar voorstel schielijk in.

Intussen had ze het wel geprobeerd.

Weet je wat, ik citeer ook Zihni Özdil even, vroeger GroenLinks-kamerlid, tegenwoordig een publicitaire schenenschopper die mij vaak instemmend doet grijnzen: „Deze mensen zijn van God los. Ze stoppen niet voordat ze de christelijke cultuur vernietigd hebben. Ondertussen is de EU het fascistische Moslimbroederschap aan het stutten. Ik altijd pro-EU geweest. Nog steeds wel. Maar ga me nu toch maar eens rustig inlezen over Nexit.”

Doe dat laatste maar niet, Zihni.

Ik heb hierboven uitgelegd waarom.

Maar als je mijn stoelpotenzaag wilt lenen ben je welkom.


4 december 2021

Hij die zal sterven, groet u!

Welke handelingen op het matras werden verricht laat ik in het midden. U kent mij, fatsoen is my middle name. Laat ik een tipje van de sluier oplichten: mijn knieën gingen eraan. Het was net alsof een en ander zich niet in bed afspeelde, maar op zoab. Dat kwam toch echt door dat matras.

Het is Europa’s meest bekroonde matras, zeggen ze bij fabrikant Emma zelf. Koudschuim, 25 centimeter dik, veerkrachtig, geen pijnlijke drukpunten. Welnu, toen de klus in de sponde was geklaard sprak slechts één van de twee betrokken partijen haar/zijn tevredenheid uit. Ik was het niet. Mijn knieën zaten onder de schaafwonden.

Ik moet u daarom de aanschaf van een Emma-matras ernstig ontraden.

Nivea: zelfde verhaal.

Mijn moeder zwoer erbij. Zelfs de zalfjes en nachtcrèmes van Biodermal gunde zij geen plek in haar badkamerkastje, net als ’die troep’ van Clinique. Ooit vertelde ik haar dat ik in Dallas, tijdens een WCT-tennistoernooi in dat zondige Texaanse oord, samen met een stel Britse collega’s anderhalf uur in de rij had gestaan bij een parfumerie, omdat in de VS de dramatically different moisturizing lotion van Clinique zo goedkoop was. Stakkers waren wij – maar gehoorzame stakkers. Wij volgden trouw de bevelen onzer eega’s op. Mijn moeder schoot gierend in de lach toen ik haar deze knieval opbiechtte en zei andermaal dat een potje Nivea voor alle huidproblemen volstond.

„Ammehoela, mama!”, roep ik haar nu postuum toe. „Niet Clinique, maar Nivea is troep. Je krijgt er de schurft van. Als je het gebruikt keert de acne binnen no time terug op je wangen. En de levervlekken melden zich een kwart eeuw eerder!”

Zal ik Hallmark ook nog even onder handen nemen?

Of is het nu wel duidelijk?

Ik heb het niet alleen gehad met het aan fascisme grenzende wokisme, uitmondend in ordinaire chantage, van die piepkleine, gillende en krijsende, uitbundig van oogkleppen voorziene minderheden die zich niet eens zozeer door haat laten leiden, als wel door machtswellust. Ik heb het ook gehad met de ondernemingen die bibberend voor de intimidaties van die clubjes door de knieën gaan en personen die eerder ter promotie door hen waren ingehuurd als gevolg daarvan subiet hun congé geven.

Het is de hoogste tijd voor tegenacties.

Toegegeven, er zijn weleens momenten dat ik denk: mag het misschien een onsje minder met de Meilandjes? Maar nu bind ik namens hen als een ware gladiator de strijd aan met hun verraders. Mevrouw Meiland riep iets over de islam dat driekwart van de Nederlanders enthousiast ’Wat goeeeeed!’ deed roepen. Haar dochter weigerde haar moeder daarna desgevraagd te veroordelen. Sindsdien zijn beide (!) dames de klos. Bazelend over inclusie en diversiteit, maar in werkelijkheid doodsbang voor de cancelacties van het handjevol wokisten onder ons, lieten Emma, Nivea en Hallmark weten dat zij de samenwerking met de Meilandjes met onmiddellijke ingang stopzetten.

Zullen we nu eindelijk eens met z’n allen terug gaan schoppen?

Ik begin wel.

Ave Caesar, hij die zal sterven, groet u!

Au, mijn knieën!


7 december 2021

Word ik toch weer een optimist

Heb ik weer. Wil ik eindelijk eens, deftig naar Schopenhauer verwijzend, een pessimistische boodschap over de staat van het mensdom aan dit dagelijkse prikbord hangen, gloort er plots licht aan de horizon.

„Het ziet er goed uit”, zegt dr. John Campbell, een Britse Covid-19 kenner die zijn analyses via zijn YouTube-kanaal deelt. Soms trekt hij conclusies die niet parallel lopen met die van de autoriteiten. Mede om die reden neem ik zijn oordelen net als 1.7 miljoen andere abonnees gretig tot mij. En nu is dr. John zomaar tot de slotsom gekomen dat het einde van de pandemie weleens in zicht zou kunnen zijn.

Het zit mij ook nooit eens mee.

Afijn, ik overpeinsde dus de toestand van de mensheid.

Hoe moeten wij overleven?

Ten eerste dienen wij ons voort te planten. Best te doen, over het algemeen. Persoonlijk haalde ik er soms zelfs de vreemdste capriolen voor uit. Maar als jij of je partner even niet oplet dringt daarbij een virus je bloed binnen en kan de doodgraver gevoeglijk worden besteld.

Ten tweede moeten wij onszelf van voedsel voorzien. Daar hebben wij in de loop der jaren een behoorlijk zooitje van gemaakt. Het aandeel van de bio-industrie, met al haar ziektekiemen, is krankzinnig hoog. Bovendien eten we zoveel vette en zoete troep dat obesitas een van de grote hedendaagse problemen is geworden.

Ten derde kunnen we ons niet eens meer zonder risico naar buiten begeven: bij gebroken wolkendek biedt slechts een dikke laag zonnenbrandolie van factor 30 of hoger voldoende bescherming. En ten vierde - eigenlijk is dat het belangrijkste - moeten we kunnen ademhalen. Zelfs dat is linke boel geworden. Je ademt één coronadruppeltje in en in de verte luiden de klokken reeds.

Let wel, ik heb het over de meest essentiële dingen voor het mensdom.

Dat wilde ik ditmaal in al mijn al dan niet tijdelijke pessimisme aan u kwijt, helaas niet helemaal in de sombere bewoordingen die Arthur Schopenhauer doorgaans koos, maar veel meer popiejopie. That’s me, accepteer het of niet. Daarnaast wilde ik benadrukken dat ik er vooral toe werd aangezet door de ontwikkelingen die het coronavirus doormaakte.

Toen ik de naam Omicron voor het eerst hoorde, dacht ik: huh, alwéér een nieuw Mac-besturingssysteem? Omicron staat echter voor iets heel anders: de meest recente virusvariant. Veel alarmerender kon de berichtgeving erover niet zijn. Ik zag de lijken al opgestapeld in de gangen van de Nederlandse ziekenhuizen liggen. Maar nu beginnen dr. John Campbell en ook een groeiend aantal andere wetenschappers steeds minder voorzichtig te concluderen dat deze krachtige mutant ten eerste alle andere zal verdringen en ten tweede zo mild is, dat de kans op het einde van de coronacrisis reëel is.

Word ik potdorie toch weer een optimist.

Was jetzt, dr. Schopenhauer?

„Wat de mensen hun noodlot noemen, bestaat meestal uit hun eigen stommiteiten.”

Danke schön!


9 december 2021

De boete die geen boete is

Laat ik het dan gewoon maar toegeven: ik snap iets niet. Om die reden is dit geschreven in ongekende zwaarmoedigheid en immer toenemende wanhoop. Jarenlang is op deze plek - vooral met behulp van Wikipedia, maar dat zeg ik er vanzelfsprekend niet bij - nauwgezet, zorgvuldig én consciëntieus gebouwd aan mijn imago van veelweter. Wellicht loopt dat nu ernstige schade op.

Het is niet anders. Ik móet hierover worden ingelicht. Anders wordt het een obsessie. Ik zal niet rusten voordat ik antwoord krijg op de vraag in hoeverre de Belastingdienst eronder lijdt - en wij er als burgers dus beter van worden - dat zij van de Autoriteit Persoonsgegevens een boete van 2,75 miljoen euro opgelegd heeft gekregen omdat zij ‘jarenlang de (dubbele) nationaliteit van aanvragers van kinderopvangtoeslag op onrechtmatige, discriminerende en daarmee onbehoorlijke wijze heeft verwerkt’.

Dat laatste klopt, daarover geen misverstand.

Weliswaar meen ik heel af en toe te kunnen concluderen dat er in deze affaire in een enkel geval een zekere georgefloydisering dreigt, oftewel een heiligverklaring die in verband met het eerdere doen en laten van de desbetreffende persoon wellicht niet helemaal op haar plaats is. Niet alle aanvragers waren lieve, schattige, snoezige, onschuldige engeltjes, wil ik ermee zeggen. Toch werden ze onder druk van de grote publieke verontwaardiging zonder uitzondering tot de slachtoffers gerekend. Iedereen deugde plots, dus iedereen verdiende die financiële compensatie van € 30.000. Daar denk ik soms, net als de Belastingdienst, het mijne van. Ging dat niet wat al te gemakkelijk?

Maar hé, ik ben geen partypooper!

Waar was ik ook alweer?

O ja, ik vroeg mij af wat de gevolgen van die boete van 2,75 miljoen euro zoals door de privacywaakhond van de overheid aan de fiscus opgelegd voor het Nederlandse volk zijn. Voor boekhouden kreeg ik op school een 2 omdat de leraar om principiële redenen geen 1 gaf, dat klopt. Ik weet alleen wat een dubieuze debiteur is. En dat leerde ik níet op school. Maar ik ben wél zowel de zoon van een belastingconsulent als de broer van een accountant en daarom eigen ik mijzelf toch het recht toe de vraag te stellen of hier goedbeschouwd geen sprake is van een vestzak-broekzak-constructie.

De belastingdienst, dat is de staat. De Autoriteit Persoonsgegevens, dat is de staat. De pot waaruit die 2,75 miljoen wordt betaald, behoort toe tot de staat. De pot waarin die 2,75 miljoen euro wordt gestort, behoort toe tot de staat. En de staat, dat zijn wij, hoe je het ook wendt of keert. U, ik, wij allemaal vormen de staat.

„Het goede nieuws voor de belastingbetaler is dat het geld uiteindelijk ten goede komt aan de algemene middelen. De boete gaat namelijk naar de schatkist”, meldde een AP-woordvoerder geestdriftig.

Sure.

Maar die boete wordt uiteindelijk toch ook vanuit diezelfde schatkist betááld?

Ik begrijp het nog steeds niet.

Dat doet een veelweter heel veel pijn.


11 december 2021

Dag lieve ouwe bedelaar

Toen dit geschreven werd was ze er nog, als u dit leest is haar leven voorbij. Dat is/was Bavink. Ik weiger haar verscheiden onopgemerkt te laten passeren. Een van de redenen: wanneer het mijn beurt was om dat gezegende hoekje in de courant te vullen, vertolkte ze vaker dan welke grote der aarde ook een bijrol. Als het niet de hoofdrol was.

Even wachten, Rutte IV.

Even wachten, omicron.

Vandaag is al het andere van ondergeschikt belang.

Alleen in mijn rubriek werd ze Bavink genoemd. Thuis heette ze anders. Ze kwam 14 jaar terug als een turco ter wereld, als een Spaanse bastaard, hoofdzakelijk waterhond. Geen idee welke naam haar toenmalige baas voor haar had bedacht. Rocinante misschien wel, naar het paard van Doc Quichotte. Of Rafaela Álvarez Carrillo de Albornoz. Een heel enkele keer - meestal niet, moet ik hieraan toevoegen - deed haar optreden een adellijke afkomst vermoeden.

Het werd Snoopy, ten behoeve van de administratie, nadat Peter Koekebakker, de helaas overleden beheerder van het SCF-asiel in La Línea de la Concepción, haar samen met haar broer vastgebonden aan een paal in Algeciras had aangetroffen. Het werd Ruby toen zij 12 ½ jaar geleden door ons werd geadopteerd. Het werd Bavink als ik haar in mijn columns liet figureren, naar Nescio’s kunstschilder die gek werd omdat hij er niet in slaagde de zon goed genoeg op het doek te zetten (die hond werd óók gek als ze de zon zag, vandaar). Vervolgens verzonnen derden nog andere namen. Dat bleek bijvoorbeeld toen een van de hoofdstedelijke taxichauffeurs haar in het voorbijgaan iets toeriep.

„Hee Bavo! Wat een wijsneus, die baas van jou!”

Man, wat een beest. Als ik lollig deed in mijn stukje, kwam het hoofdzakelijk door haar. Achttien kilo vrolijkheid, dat aandoenlijke mormel. Die staart zwaaide alleen maar. Dat deed-ie zelfs toen de dierenarts bijna een half jaar terug, nadat er een kwaadaardig gezwel uit een poot was verwijderd, constateerde dat er nóg een tumor was gevonden, die alarmerend snel groeide: in haar endeldarm. „Inoperabel”, zei de arts, „behalve als u een volledig incontinente hond wil. Ik waarschuw u alvast: op een gegeven moment zal ze niet meer kunnen poepen.”

Het ging steeds moeizamer en vijf maanden later, afgelopen donderdag, was het moment daar. Wat ze ook probeerde, trillend op haar hurken, er kwam niets meer uit.

Ik belde de jonge vrouw die tegenwoordig onze dierenarts is en zei: „Ik wil het graag thuis.”

„In de namiddag kom ik langs”, zei zij.

's Ochtends maakten we nog een wandeling op het strand, waar we duizenden keren wandelden. Ze zat vol met de pijnstillers die haar uit voorzorg waren voorgeschreven. Maar ze wilde wél dolgraag, zoals altijd, met de andere honden spelen. Toen ik hun baasjes vertelde dat het de laatste keer was geloofden ze het niet.

Dag ouwe bedelaar. Dag ouwe kuilengraver. Dag ouwe vuilniszakkenopenscheurder.

Je was mijn licht en mijn heil.


14 december 2021

Blijft een pooierbak, zo'n Mercedes

Hoe nu Mercedes-Benz AG ervan te overtuigen dat het voor het imago van het merk beter is dat zij zich bij het wereldkampioenschap van Max Verstappen neerleggen? Vergis je niet: als het moet maak ik, als influencer, van Mercedes een tweede Opel. Dat is nog erger dan verliezen van een energiedrankjesfabrikant.

O, ik ben zo machtig.

Zal ik het eerst voorzichtig bij de top proberen?

Ola Källenius, hotemetoot aller hotemetoten in Stuttgart, heet daar geen ceo, zoals de functie die hij bekleedt bij andere ondernemingen wordt genoemd, maar Chairman of the Board of Management. Spreek die Engelse term met een Duitse tongval uit, zeg maar op z’n Herr Flick’s in Allo Allo, en zijn baan verliest subiet de helft van zijn gewichtigheid. Ook die dingen zijn van belang.

Graag wijs ik er verder op dat Ola, die in hoogsteigen persoon bij de allesbeslissende race in Abu Dhabi aanwezig was, zichzelf de allereerste niet-Duitse baas mag noemen. Hij zag het levenslicht in het land van Volvo en Saab en dat alleen al biedt een mogelijkheid. De ervaring heeft mij geleerd dat Zweedse mannen, behalve wanneer zij zich tax free klem zuipen, weliswaar het saaiste volk ter wereld vormen maar over het algemeen toch - en misschien wel juist daardoor - de redelijkheid en de nuance zelve zijn. Wie weet kan hij dus, nadat ik netjes met hem heb overlegd, toch nog even rustig met Toto Wolff bellen.

„Hallo, Toto, nogmaals Ola hier. Nog steeds driftig met koptelefoons aan het smijten? Jammer hoor, van Lewis. Al moeten we het maar niet over die race eerder dit jaar in Imola hebben. Maar luister eens: jij bent toch een Oostenrijker? Nu word ik ineens gebeld door een Hollander die mij erop wijst dat de geschiedenis heeft bewezen dat wij ons in Duitsland beter niet door Oostenrijkers kunnen laten leiden.”

Tuut-tuut-tuut.

Heb ik ook een plan B? Ik lees het bovenstaande terug en verzucht: gelukkig wel. Als er door Red Bull eentje voor Checo Perez kan worden bedacht, zoals zondag toen hij het in Abu Dhabi tot in de perfectie uitvoerde, dan lukt dat mij ook voor mezelf. En dan denk ik bijvoorbeeld aan het vertellen, op deze plek, van een anekdote over een gebeurtenis waarbij twee hoge pr-functionarissen van de gezworen vijanden BMW en Mercedes als golfspelers betrokken waren.

Op de baan van Toxandria vormden wij gedrieën een flight. Daarbij vurig aangemoedigd door mij, liepen de heren elkaar bij voortduring te jennen. De ene schimpscheut na de andere weerklonk over de fairways en tot winnaar werd door mij tenslotte de BMW-man uitgeroepen, niet omdat hij voor onze ronde het minste aantal slagen nodig had, integendeel, maar omdat hij opmerkte dat het aanschaffen van een nieuwe Mercedes één groot voordeel had: je kreeg er gratis een blauw nummerbord bij.

Toch nog in hoger beroep, Toto?

Dan beloof ik je dat dit slechts een van de vele anekdotes zal zijn.

De volgende, waarmee definitief wordt aangetoond dat Mercedessen in de eerste plaats pooierbakken zijn, ligt zelfs al klaar.

Max ist Weltmeister!

-

UPDATE - Mercedes heeft inmiddels inderdaad besloten om niet in hoger beroep te gaan.


16 december 2021

Een oerkreet op de Drentse heide

Bij de Belgen lopen de coronacijfers óók terug, op dit moment althans. Uiteraard gaat omicron daar met z’n duizelingwekkende r-getal ook bij onze zuiderburen razendsnel verandering in brengen.

Ware ik een polderlandse horekaffer, dan spoedde ik mij in elk geval, met de Belgische cijfers in het achterhoofd, naar het Dwingelderveld, het nationaal park dat door de Nederlandse Stichting Geluidshinder (mét s) is uitgeroepen tot het stilste gebied van ons land.

In stiltegebieden geldt voor geluid, gemiddeld over 24 uur, een streefwaarde van maximaal 40 decibel. Dat is in de Wet Geluidhinder (zónder s) vastgelegd en ik zou daar met de oorverdovende oerkreten die ik op die unieke Drentse heide wil uitstoten minstens 1000 decibel van maken. Weliswaar zou ik er de kuddes schapen, de ruigpootbuizerds, de mestkevers en de adders die er in alle rust huizen de schrik van hun leven mee bezorgen. Maar je moet toch iets met je grenzeloze woede, onpeilbare teleurstelling en immense frustratie. En het lucht ongetwijfeld op.

Al die tijd moest de horeca om vijf ‘s middags de deur sluiten. Al die tijd was de horeca bij onze zuiderburen tot elf uur ‘s avonds open. En er waren géén verschillen in de resultaten. Daar moeten degenen die hun brood in de Nederlandse horeca verdienen - en inmiddels, sinds de laatste persconferentie van Rutte, De Jonge en Van Dissel, de poorten dus zelfs 24 uur per dag moeten sluiten - krankjorem van zijn geworden.

Ik heb de wijsheid niet in pacht. Zeker op dit onontgonnen terrein zouden meer opiniemakers - en politici - er verstandig aan doen om zichzelf dat in te prenten, omdat de gevolgen van hun soms wel heel stevige uitspraken verstrekkender dan ooit blijken te zijn: de ontspoorden onder ons voelen zich erdoor gesterkt. Vraag maar aan Marion Koopmans. Maar goed, ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is. En dit vogeltje zingt nu toch maar eens een lied waaruit enige onvrede blijkt.

O jee, OMT

Jullie horecabeleid

Kan door de plee

Zoiets.

Het heeft er alle schijn van dat de horecamaatregelen die tot de lockdown golden géén extra positief effect op de coronacijfers hebben gehad. Ik vermoed daarom zomaar dat het geen enkel verschil zou hebben gemaakt wanneer met name de droge horeca - de restaurants waar men zich zeer coöperatief aan de beperkingen van de anderhalvemetersamenleving houdt - net als in België tot 23.00 uur geopend zou zijn gebleven.

Hetzelfde geldt voor de theaters.

Zeker, omicron is er nu.

Dat zal, zoals gezegd, alles weer veranderen, al is het niet uitgesloten dat het een blessing in disguise zal blijken te zijn omdat het er steeds meer op lijkt dat die variant aanmerkelijk minder ziekmakend is en volgens met name Zuid-Afrikaanse experts, wier land meer dan waar ook reeds door omicron is overspoeld, weleens het einde van de pandemie zou kunnen betekenen.

„Nog een paar zware maanden”, zeggen zij.

Ondertussen is een complete economische sector wél onnoemlijk veel schade toegebracht.


18 december 2021

Iets nieuws: een ghostpremier

Vakkundig gedaan, in de T, door de collegaatjes Lengton en Rigter. In de eerste alinea over ‘prettige seks’ reppen, in de laatste over de ‘Wet Ruige Seks’: zo houd je de zaak zelfs lezenswaardig indien de totstandkoming van het kabinet-Kaagmens I aan een journalistieke analyse dient te worden onderworpen.

Les 1B van mijn mentor mr. Johan Poepjes: ‘Zodra saaiheid dreigt, introduceer je Van Wippenstein.’

Niets dan lof dus, voor de collegae.

Al blijft er in het geval van de reconstructie van de vorming van onze nieuwe regering, die anderen hardnekkig Rutte IV blijven noemen, toch wel één dingetje bij mij hangen: er klopt niets van. Ik heb een Doutzentje gedaan, moet u weten. Ik ben, met andere woorden, een paar uur intensief gaan googelen, zoals diepgaand onderzoek doen tegenwoordig heet.

In het volledige besef dat er in opdracht van het WEF een Great Elite Reset plaatsvindt waarmee op basis van Stakeholders Capitalism een Society 4.0 onder leiding van Klaus Schwab, George Soros en Bill Gates wordt gevormd, oftewel een nieuwe door Big Tech, Climate Industrials en Big Pharma gecontroleerde wereldorde met een Social Credit System waarvan het motto ‘You’ll own nothing and you’ll be happy’ zal zijn, heb ik de 273 dagen lange formatie minutieus onder de loep genomen en kan ik niets anders concluderen dan dat ze er na een half uurtje al uit waren.

Hou toch op over de moeizaamheid der gesprekken, in den beginne. Hou toch op over die ’legendarische uitbarsting’ van Johan Remkes tegen het Kaagmens en de daaropvolgende Jenevergate. Hou toch op over de grote verschillen van toen, de aanvankelijke tegenstellingen, de haat en nijd van de eerste maanden, de toenmalige rituelen zonder visie, het initiële gebrek aan samenwerking.

Ik weet wel beter.

In werkelijkheid ging het als volgt, op dag 1, tussen de onderhandelaars Jetten en Hermans, terwijl Remkes en Koolmees werkeloos toekeken.

„Eerst het klimaat, Sophie.”

„Wij vinden alles goed, Rob. Als Mark maar mag aanblijven.”

„Genoteerd. Dan de kinderopvang en het rekeningrijden.”

„Prima, wat ons betreft. Als Mark maar mag aanblijven.”

„Nu iets moeilijks: de hervorming van het onderwijs.”

„Ook daar gaan wij helemaal in mee. Als Mark maar mag aanblijven.”

„Verder…”

„Begrijp je het nou nog niet, Rob? Hoe gek jullie het bij D66 ook bedenken, wij gaan overal akkoord mee, voor de bühne in ruil voor dingetjes als meer geld voor defensie en straffer optreden tegen overlastgevende illegalen. Als Mark maar mag aanblijven.”

Zo kreeg Kaagmens I, het eerste kabinet dat door een ghostpremier zal worden geleid, niet in 273 dagen, maar in een half uurtje gestalte. In de resterende 272 dagen en 23 ½ uur hebben ze vermoedelijk, daar in De Zwaluwenberg, gezellig zitten rummikuppen. Dat hoop ik althans maar, want om in deze laatste alinea óók veelbetekenend naar de Wet Ruige Seks te verwijzen gaat zelfs mij te ver.


21 december 2021

Tasten naar de laatste strohalm

Dat ik mijn strandwandelingen nu zonder hond moet doen en sinds enkele dagen ook niet eens meer kan afsluiten met een paar koppen koffie in een van de paviljoens waar ik dan net zo lang over de Noordzee kan gaan zitten turen totdat de ingrediënten voor het stukje van die dag aan mijn inktpot zijn toegevoegd: hallo, Grote Regelaar, ik ben best bereid om voor mijn zonden te boeten, maar dit heb ik toch óók weer niet verdiend?

Ik mis Bavink, ik mis de traditionele drukte in mijn kustdorp. Dubbel leed, wilde ik daarom schrijven. Maar ten eerste zei Marnix Gijsen ooit dat het diepste leed stil wordt gedragen. Ten tweede dacht ik net op tijd weer aan het leed van de anderen in mijn woonplaats. Aan dat van de uitbaters van die strandtenten bijvoorbeeld, die hun zaken andermaal wegens virusgevaar hebben moeten sluiten. En aan dat van de andere middenstanders, voor wie het A4’tje dat zij om dezelfde reden achter het glas van hun deur hebben gehangen misschien wel het enige redmiddel is dat nog rest. Hun 06-nummer staat erop. En waarom? Omdat telefonisch bestelde waren wél mogen worden afgehaald.

Note to myself.

Dát is pas leed, meneer de stukjesschrijver.

En wees eens eerlijk: met die hond ging het niet langer zo.

Duidelijk?

Ik haal even diep adem en citeer een Facebook-post van een jongedame die zondagavond per rijwiel door 020 doolde en zich toen plots realiseerde dat haar voorraadkast aanvulling behoefde.

„Ik fiets langs een avondwinkel die z'n lichten nog aan heeft. „Ben je nog open?”, vraag ik zo luid mogelijk omdat z'n deur op slot zit, terwijl de winkel toch niet verlaten lijkt. Hij wijst naar een bord voor de deur waar zijn mobiele nummer op staat vermeld. Dus ik bel. Hij neemt op alsof hij geen idee heeft wie hem belt, maar ik mag mijn bestelling doorgeven. „Je moet alleen wel even aan de overkant van de straat staan”, luidt zijn boodschap. Hij pakt mijn bestelling, doet zijn deur op slot, loopt met een vriendelijke glimlach naar me toe en reikt mijn boodschap met een lang gestrekte arm aan. „Sorry, maar als je geen vijftien meter verder staat valt dit onder winkelen.” En we lopen samen, op anderhalve meter afstand van elkaar, weer terug. Want mijn fiets staat naast zijn deur.”

Welkom in het Nederland van de week voor Kerstmis 2021.

Ik zie al die winkeliers in mijn dorp eveneens op die manier naar de laatste strohalmen tasten. Ik herinner mij bovendien hoe een van de strandpaviljoenexploitanten vorige week, toen hij nog geopend was, samen met enkele personeelsleden de voorzaal van zijn toch al zo sfeervolle etablissement met lampen en slingers en ballen en sterren en zelfs een grote blauwe spar in kerstsfeer trachtte te brengen - door het raam zag ik zojuist dat het er allemaal nog stond en hing. Ik denk ook aan de Hollandse invasie van zondag in Antwerpen, een half uurtje over de grens, waar het wél bal was.

Ik vloek.

En dat komt echt niet alleen door die hond.


23 december 2021

De grote bek wint terrein

Niet het lelijke prikspijt had het Woord van het Jaar moeten worden, maar omgangsvormenverval. Toen ik het voor alle zekerheid googelde kwam ik het niet tegen en ik geef onmiddellijk toe dat het óók een lelijk woord is. Maar dat interesseert me niet. Het is míjn Woord van het Jaar, basta.

Zeker, de afbrokkeling der omgangsvormen, of van de etiquette zo u wilt, is al een tijdje aan de gang. Dit jaar is de ruïne definitief ingestort. Je kunt van mening verschillen over de oorzaken ervan. Ik ga er niet eentje uit de weg. Voor de jongste acht ik ontspoorde types als Thierry Baudet verantwoordelijk, die zijn voorbeeldfunctie als volksvertegenwoordiger met zijn krankzinnige wangedrag negeert. Voor de oudste moet je pakweg een halve eeuw terug zijn, toen het alles-moet-kunnen-tijdperk z’n intrede deed en je op de lagere school bijvoorbeeld ineens Eugène tegen de onderwijzer mocht zeggen.

Het feit ligt er. De grote bek wint in de hedendaagse polderlandse beschaving meer en meer terrein, het respect voor de ander kalft juist meer en meer af. Dat er een wezenlijk verschil bestaat met wat een satiricus kan roepen dringt tot steeds minder mensen door en de ironie is daardoor nagenoeg dood. Nooit eerder beenden er zoveel korte lontjes rond in onze samenleving - ik gebruik die laatste term niet voor niets. Nooit eerder ook was de agressie die er blijkbaar onlosmakelijk mee is verbonden zo groot.

Van de week belt mijn vrouw met een poli van het hoofdstedelijke OLVG, lokatie Oost. Veel afspraken moeten momenteel worden verzet in verband met de coronacrisis. Zij wil over de hare overleggen met een assistente.

„Neem rustig de tijd”, zegt mijn vrouw tegen haar. En: „Ik heb er alle begrip voor als u de telefoon nu even moet neerleggen.” Na een paar minuten stelt zij voor om later terug te bellen en tenslotte zegt zij dat zij grote bewondering heeft voor de ziekenhuismedewerkers van nu. En wat geschiedt? De assistente raakt door ontroering overmand. „U bent de eerste vandaag die aardig tegen mij doet”, stamelt zij. „Ik krijg zoveel woede en agressie over mij heen. Iedereen scheldt mij uit.”

Mijn vrouw vertelde mij het later.

Ik voelde plaatsvervangende schaamte.

Dinsdag verscheen er een nieuwsbericht waarin werd beweerd dat 99,4% van de met de omicron-variant besmette Denen tot nu toe niet in het ziekenhuis belandde. Kort samengevat maakte ik toen, op Twitter, een rekensommetje waarmee ik duidelijk wilde maken dat 0,6% weinig kan zijn, maar ook veel (0,6% van alle Nederlanders is 100.000 mensen). Ik kreeg meteen weer een shitstorm over mij heen.

Om het vrolijk te houden citeer ik de fraaiste reactie (vanzelfsprekend anoniem, hoewel in dit geval vergeefs), gepubliceerd naast een portret van mij: „Wanneer je heel je leven jezelf verwaarloosd hebt, maar als er een griepje komt de gezonde mensen voor je wilt opofferen. Zo gaan we het niet doen, ontzettend seniel vies opgewarmd boomerlijk, maak plaats.”

Fijn dat de kerstgedachte zo dichtbij is.


24 december 2021

Keer nu al terug op aarde, Heer

Eigenlijk is deze periode van het jaar er niet geschikt voor. We vieren de geboorte van het kindeke, niet diens wederopstanding. Dat doen we pas op 17 april.

Toch zou Jezus zelfs mij, als hardcore infidel, de zo bij Kerst passende hoop en warmte bieden wanneer hij nu, op dit moment, zou terugkeren. Alom vrede zou hij ermee brengen, dat weet ik zeker. Ongebreideld optimisme en een rotsvast vertrouwen in de toekomst. Ja, hij zou er de kerstboodschap in al haar glorie mee verspreiden, halleluja.

Hij kan zich daarbij overigens tot dit vlekje achter de duinen beperken. Zijn vader schiep de aarde, behalve Nederland, want de Nederlanders deden het zelf, zeg ik vrij naar Voltaire. Ik begrijp de Franse vrijdenker meer dan ooit. Wij hebben hulp nodig. Wij redden het echt niet meer in ons eentje. Ik besef dat terdege sinds de T heeft onthuld dat onze beleidsmakers ons een andere manier van leven willen opdringen ‘omdat corona veel langer blijft’.

Opening van de krant van donderdag: „Achter de schermen werkt Den Haag aan een langetermijnplan: hoe gaan we leven met corona? In brainstormsessies denken 150 creatieve en kritische geesten mee. Familiereünies in de zomer, kleine theatervoorstellingen in de winter, thuisonderwijs bij een nieuwe lockdown.”

Als ik u niet ontrief zoek ik nu even, uit eerbied voor de hoofdpersoon bij het naderende feest, naar een kreet van verbazing waarmee de Heer níet wordt aangesproken. Sapperloot dan maar? Verbijsterd ben ik, dat staat in elk geval vast. Eerst geeft Den Haag het volk een uppercut van jewelste met die lompe lockdown, vervolgens schoppen ze ons met dit plan, pal voor Kerst, keihard tussen de benen.

150 creatieve en kritische geesten…

Ik weet uit welke kaartenbak hun namen worden getrokken en scheur mijn kleren en ween.

Glashard gaan ze er vanuit dat geen enkel nieuw vaccin of medicijn nog zal helpen. IJskoud suggereren ze dat de maatschappij dientengevolge ‘s winters nog jaren op slot gaat. Harteloos willen ze ons duidelijk maken dat dit dus géén Spaanse Griep is, de pandemie die een eeuw geleden spontaan uitdoofde, en dat er daarom werkgroepen en overlegorganen en weet-ik-veel wat voor ambtelijke platformen en comité’s dienen te worden gevormd - daar word ik helemáál droefgeestig van - die ons aan de hand van hun Verkenningssessies Langetermijnstrategie Covid-19 gaan leren hoe wij ‘s zomers moeten kroeglopen, voetballen en carnaval vieren.

Ze hebben er, kortom, geen fiducie meer in. Leuk nieuws hè, zo vlak voor de feestdagen?

Ik zie nog slechts drie mogelijkheden.

1. Geen boosters meer, maar een pil van Drion.

2. Pfizer vragen om in plaats van een coronapil een slaappil te ontwikkelen die ons van oktober tot april in een winterslaap houdt.

3. Jezus inderdaad smeken of hij nu alvast wil wederopstaan omdat we aan doemdenken ten prooi zijn gevallen.

Ik kies toch voor mogelijkheid 3.

Doe het maar, Heer, ‘t is effe nodig.


27 december 2021

Mijn ideale tv-avondje

Geen discussie hoor, op zich is gemiddeld 281.000 kijkers niet buitensporig veel. Aan de andere kant zochten 1,6 miljoen Nederlanders de zender op een gegeven moment toch even op. Een eenvoudige kosten-batenanalyse leert bovendien dat zich, hoe je het ook wendt of keer, grote mogelijkheden openbaren. Je kunt het, als zender, bijvoorbeeld met twee man af: jijzelf plus een spetter van een secretaresse (v, uiteraard, want van dat gendergedoe op de kwelbuis ben je ook meteen af).

Wat denk je dat dát alleen al scheelt?

Ik heb het over het feit dat SBS6 op eerste kerstdag de avond vulde met beelden van een gezellig brandende open haard. John de Mol had ook even op YouTube kunnen grasduinen. Ik tikte er de zoekwoorden ‘open haard, kerstmuziek’ in en kreeg subiet een pracht van een haard voorgeschoteld met Last Christmas van Wham op de achtergrond. Stream dat naar je tv-kanaal en je hoeft verder slechts contact op te nemen met de erven-George Michael. Hetgeen je gemakkelijk aan die secretaresse kunt ooverlaten. Daar vindt ze best tijd voor, tussen het bedrijven door.

Ik schets u mijn ideale televisieavondje. NPO1: haardvuur. NPO2: haardvuur. NPO3: haardvuur. RTL4: haardvuur. Enzovoorts. De hele reutemeteut alleen maar haardvuur. Voor Net5 (doelgroep: jongere, hoger opgeleide vrouwen) ga ik akkoord met de beschaafd likkende vlammetjes van een sophisticated Sparterm Linear Triple met S-Thermatik Neo app-bediening. Dat mannenzender RTL7 daar dan een woest knetterend inferno in een gigantische middeleeuwse kasteelhaard tegenover wenst te zetten, met immense naaldhoutvlammen die soms zelfs tot buiten de schoorsteenmantel reiken: soit.

Daar dient het wel bij te blijven.

Geen M meer, dus geen knieval voor de deugdoctrine. Geen Journaal meer, dus geen wokeness, klimaatalarmisme en wittemensenhaat. Geen BnnVara meer, dus geen cabaretiers met eenheidsworsthumor. Geen Zomergasten meer die niemand kent, geen ordinaire shit als Hotter Than My Daughter, geen Ongehoord Nederland, geen Meilandjes, Hazes jr. en Gordon, geen Maarten van Rossem, geen All You Need Is Love, geen tokkieprogramma’s, helemaal niks meer. Gewoon op elke zender de godganse avond haardvuur, punt. Dat is niet alleen mijn ideale televisieavondje, dat is mijn ideale wereld. Laten we dit niet vergeten: van de miljard euro die tegenwoordig jaarlijks vanuit Den Haag naar de publieke omroep wordt overgemaakt kun je drieduizend extra huizen bouwen.

Beroepsmatig dool ik weleens door het Mediapark. Omdat de kans dat je er verdwaald raakt levensgroot is, neem ik dan altijd voor twee weken brood mee. Zelfs in dit land is een zekere overlevingsdrang mij niet vreemd. Eén ding staat vast: als je op al onze zenders voortaan alleen nog beelden van haardvuren laat zien, scheelt dat zoveel omroepmedewerkers dat het probleem van de asielzoekersinstroom voor de komende kwart eeuw ermee is opgelost. Ze kunnen allemaal dáár worden gehuisvest.

Kom aan, Rutte IV.

Durf het!


28 december 2021

Het zal me een Robzorg zijn

Uiteraard overweeg ik nu zelf ook om in de zorg te gaan. Je bent een handige jongen of je bent het niet. Ik heb zelfs al enkele namen voor mijn onderneming verzonnen, waaronder Highland Care en Gentle Giant Home Nursing.

‘t Is zo makkelijk, man. Businessplannetje opstellen, even bij de Kamer van Koophandel langs en je bankrekening vertoont binnen de kortste keren een gelijkenis met die van Dagobert Duck.

De zorg?

Gouden handel!

Laat ik eerst, ter illustratie, iets citeren uit een twee maanden oud verhaal van de RTL Nieuws-onderzoeksredactie, gepubliceerd nadat die stevig aan de publicitaire weg timmerende club ontdekt had dat er in Nederland minstens 567 dubieuze zorgbedrijven actief zijn.

„Zo is er een flinke winsten boekende thuiszorgaanbieder in Noord-Holland die eerder een schoonmaakbedrijf had en een horecazaak”, meldde RTL toen. „En er is een Amsterdamse zorgverlener die kwetsbare jongeren opvangt, maar tegelijkertijd torenhoge winsten maakt terwijl twee van de drie bestuurders ook een taxibedrijf runnen.”

Witwassen, fraude en ook andere uitingen van flessentrekkerij zijn in de zorg schering en inslag, zo bleek eruit. De miljoenen liggen er voor het oprapen. Ongetwijfeld snapt u daarom dat het ook míjn wereld is, vooral nu vaststaat dat er nagenoeg niets tegen deze onthutsende vorm van criminaliteit wordt ondernomen. Deze week kon dezelfde RTL Nieuws-onderzoekredactie dientengevolge andermaal verpletterend toeslaan, ditmaal met de onthulling dat er op grote schaal is gefraudeerd - er zijn echt tientallen voorbeelden - met de bonus van 1000 euro die het kabinet vorig jaar per persoon aan de overbelaste zorgmedewerkers ‘in de frontlinie van de coronacrisis’ gunde.

Dat geld werd naar hun bazen overgemaakt en vooral dáárdoor pakte de geste 800 miljoen duurder uit dan ingeschat. Om maar eens iets te noemen: die ‘zorgdirecteuren’ gaven glashard op dat ze geen vijf medewerkers in dienst hadden, maar tien. Ze staken de vijf ruggen voor de niet bestaande medewerkers lekker in hun eigen zak en dat werd dan zonder noemenswaardige controle geaccepteerd.

„Naïef te blijven is, meer dan men denkt, een bewijs van kracht”, zei de Franse schrijver en psycholoog Lucien Arréat ooit. Het zou mij niet verbazen als de spreuk aan zo’n beetje alle muren van zo’n beetje alle werkkamers van zo’n beetje alle Haagse functionarissen hangt die verantwoordelijk zijn voor dit beleid. Naïever dan dit kan het in elk geval niet en daarom ga ik er nu zelf ook als de wiederweerga misbruik van maken.

Het is dit jaar vijftien jaar geleden dat de marktwerking in de zorg werd geïntroduceerd. Dat betekent óók dat het dit jaar vijftien jaar geleden is dat de fraude in de zorg werd geïntroduceerd. Mede om die reden wil ik niet langer achterblijven.

Zou Robzorg misschien een leuke naam voor mijn bedrijfje zijn?

Jottum!

De slogan heb ik ook al: „Het zal me een Robzorg zijn.”


29 december 2021

Zo wordt het een zooitje

Waar liggen, bij zo’n lockdown, de grenzen van goed burgerschap? Zelf vroeg ik mij dat tweede kerstdag al af bij dat ene Noord-Hollandse strandpaviljoen, buiten het gezichtsveld der koddebeiers, waar de glühwein, warme chocolademelk en erwtensoep - slechts to go verkrijgbaar - desgewenst konden worden genuttigd op speciaal daartoe met comfortabele rug- en zitkussentjes klaar gezette rieten stoelen.

Ik maakte van de gelegenheid gebruik, maar dacht wel: „Mag dit?”

Is de anarcho-liberaal in mij voorgoed weggekwijnd?

Zeker nu ik aan bovenstaande toevoeg dat ik op dit moment nog geen nanoseconde zou overwegen om gezellig in Antwerpen te gaan shoppen, eten en drinken, zullen de Baudetiers en Engelachtigen onder ons - inmiddels tot één klont blinde haat & onverdraagzaamheid samengesmolten - er ongetwijfeld op los schamperen.

Hier mag het niet, in België mag het wel. Dat was voor zoveel ‘wie-doet-mij-wat’ Nederlanders zonder urgentie- en/of verantwoordelijkheidsbesef het sein om in een lange stoet naar de Sinjorenstad te trekken, dat de Antwerpse gouverneur Cathy Berx zich geroepen voelde hun gedrag gegeven de corona-omstandigheden als asociaal te kenmerken. Ofschoon in iets minder sterke bewoordingen, zei Mark Rutte zoiets ook al. Uiteraard riep hij daarmee weer, bij dezelfde klont landgenoten, grote weerstand op. Dat zal tot het einde van zijn regentschap zijn lot zijn.

Maar gelijk hebben ze, die twee.

Je doet dit niet, punt.

Ik heb ook zo mijn gedachten over de huidige polderlandse lockdown. Verwijzend naar de berekeningen waaruit bleek dat Nederland mét de avondklok voorafgaande aan deze lockdown dezelfde dalende besmettingscijfers scoorde als België zónder, heb ik ze op deze plek al geuit. Mijn twijfels werden zelfs versterkt toen Diederik Gommers dinsdag op BNR toegaf dat de omicronvariant inderdaad - tal van met name Zuid-Afrikaanse medische  ervaringsdeskundingen voorspelden dit reeds - tot ‘veel minder’ ziekenhuisopnames lijkt te leiden dan eerst door het OMT werd aangenomen.

De lockdown werd vooral op basis van die veronderstelling ingevoerd, dus dat steekt mij vanzelfsprekend óók.

Maar ja, dat burgerschap, hè?

Ik heb daar toch iets mee.

We kunnen domweg niet zonder. Als iedereen gewoon maar z’n eigen gang gaat - en daar begint het bij dit ontzuilde, door en door verwende en egocentrische volk steeds meer op te lijken - wordt het een zooitje. Noem mij een dominee, een zedenprediker of weet ik veel wat, maar ik zeg het toch: met name bij dit soort crises moeten we in de eerste plaats proberen een SAMENleving te vormen. En dus houd je je desnoods ook aan al dan niet tijdelijke maatschappelijke spelregels die je zelf, als jij het voor het zeggen had, heel anders zou opstellen. Geloof me, er zijn ergere dingen.

Krijg je het verzoek jezelf te beperken?

Beperk jezelf dan, want zeker in dit geval kun je er pas achteraf definitief over oordelen.

Duidelijk, beminde gelovigen?

Gaat dan heen en vermenigvuldigt u.


30 december 2021

Waarom toch die bel, Majesteit?

Bestaat er een hogere macht? Is er leven na de dood? Heeft elke gebeurtenis een betekenis? Grasduinend door de levensvragen kwam ik onder andere deze voorbeelden tegen. Maar nergens, echt nergens stuitte ik op ‘Waarom wordt bij het langebaanschaatsen ook bij de 500 meter de bel voor de laatste ronde geluid?’

Dat is míjn belangrijkste levensvraag van dit moment.

Niemand heeft mij tot nu toe het antwoord kunnen verstrekken.

Op Twitter, waar ik de kwestie voorzichtig aanhangig maakte, herinnerden allerlei lolbroeken mij aan het wereldkampioenschap allround van 1981 in Oslo, toen Hilbert van der Duim een van zijn ritten een ronde te vroeg als voltooid beschouwde. Sindsdien doet men het, grapten ze.

Dat was echter op de vijf kilometer, sportvrienden, niet op de 500 meter. Op de 500 meter leg je eerst een recht stuk van 100 meter af en daarna nog één ronde van 400 meter. That’s it. Wie dan nóg een keertje een rondje afraast, laten we veronderstellen in Thialf, staat niet alleen volledig voor joker, maar doet er tevens verstandig zich nadien zo spoedig mogelijk te vervoegen bij dr. A.I. Douma, wiens psychiatrische praktijk aan de Heerenveense Koningin Wilhelminaweg is gevestigd, op zes minuten rijden van de Friese ijstempel.

Ik snap er niks van.

Klopt, het speelde al eerder, jaren terug bijvoorbeeld nog bij Studio Sport, toen ze er ook niet uitkwamen. Maar voor mij persoonlijk werd de vraag weer eens actueel toen ik tijdens de 500 meter voor vrouwen die in het kader van het Olympisch Kwalificatie Toernooi in Thialf werd afgewerkt voor de kwelbuis zat. Naar de mannen kijk ik nooit, naar de vrouwen wel. Dan kan ik mezelf namelijk, Jutta Leerdam volgend, 104 jaar jonger maken. Alles in het betamelijke hoor, maar ik ben ook weer niet van beton.

Ditmaal nam Jutta het tegen Femke Kok op en hoorde ik na de eerste 100 meter wéér die bel. Voor de zoveelste maal werd ik door verbijstering overvallen en omdat ik tegenwoordig nergens meer voor terugdeins besloot ik na de race een telefonisch consult bij de Koningin van Calgary aan te vragen, oftewel bij Yvonne van Gennip, die nog steeds in de schaatserij actief is.

Wat denk je?

Krijgt dat mens de slappe lach!

„Hahaha! Luiden ze dan echt de bel? Weet je dat ik dat nog nooit heb gemerkt? Hahaha!”

Grote goedheid. Madam loopt bijna een halve eeuw mee in schaatssport. Ik denk niet dat ik overdrijf als ik stel dat ze zelf, in haar elf jaren als topschaatster, een keer of 250 om het eggie de 500 meter reed. Al die keren klonk na de honderd meter de bel voor de laatste ronde. Al die keren hoorde ze ‘m dus niet. Toen was er publiek bij, tegenwoordig niet. Misschien is dat een verklaring. Wel of niet die herrie van de Teletoeters, dat lijkt mij nogal een verschilletje.

Maar dan nog!

Zou er in de schaatsgeschiedenis één rijder of rijdster zijn geweest, die na het luiden van de bel bij de 500 meter dacht: hè hè, daar klinkt-ie dan eindelijk, nu hoef ik gelukkig nog maar één rondje?

Een levensvraag, zei ik?

Het is zelfs een groot raadsel.


31 december 2021

Een straaltje met een pisboog

Ach, ik zie haar nog voor mij, wijlen mijn schoonmoeder, bij mij op het erf. ‘t Is alweer 35 jaar geleden, maar het beeld van die kleine bejaarde vrouw die met een tuinslang een felle brand in een boomhut tracht te blussen zal nooit meer vervagen. Voornaamste reden: er kwam een straaltje uit die slang dat mij tot een spoedafspraak met de uroloog zou dwingen indien ik het zelf in een pissoir zou produceren.

Onbeholpener kon het niet.

Zoonlief, elf jaar jong destijds, had die hut eigenhandig op twee meter hoogte in een lindenboom gebouwd, exterieur: sloophout, interieur: krukje, dikke laag stro, druipkaars ter verhoging van de sfeer. U begrijpt het vast al, het stro vatte vlam en binnen de kortste keren stond de hut in lichterlaaie. Wij verkeerden buitenshuis, mijn schoonmoeder speelde de oppas, de buren belden de brandweer. Maar oma wenste niet op de pompiers te wachten. Zij ontrolde de tuinslang en trachtte de brand alvast zelf te blussen.

Met dat lullige straaltje dus.

Op dat moment kwamen wij thuis, tegelijk met de brandweer.

Waarom floepte die herinnering tevoorschijn?

Omdat ik donderdag in de T las hoe de ordehandhavers der Nederlandse gemeenten zich voorbereiden op Oudejaarsavond. Vermoed wordt dat het volk ondanks het landelijk vuurwerkverbod massaal grote hoeveelheden strijkers, vlinders en mortierbommen heeft ingeslagen, waarmee men, met alle gevolgen van dien, de maatregel her en der aan de laars zal lappen. In een normaal land zouden de autoriteiten dan hard optreden. Maar helaas is dit geen normaal land.

Dit is Nederland, waar de handhaving decennia lang stelselmatig door de politiek is verwaarloosd, zoals in 2021 bij diverse ongeregeldheden is gebleken. Dit is het land waar in de loop der jaren zo weinig wijkagenten zijn aangesteld dat het huis der handhaving van zijn fundering is ontdaan (lees prima opiniërend stuk van Joost Eerdmans over dit onderwerp in dezelfde T). Dit is het halfzachte land waar we zelfs een lector Publiek Vertrouwen in Veiligheid aan de Hogeschool Inholland hebben, genaamd Marnix Eysink Smeets, die zegt: „Zouden ze heel hard regeltjes gaan handhaven, dan wordt het vervelend. Rust is er nodig.”

Om deze redenen - er zijn er meer - voelden verreweg de meeste gemeentelijke bestuurders zich desgevraagd gedwongen te verklaren dat het hen deze avond aan de middelen zal ontbreken om er in voldoende mate iets tegen te ondernemen. Behalve in Rotterdam en nog enkele plaatsen zal slechts tegen calamiteiten worden opgetreden.

Nou, dan weet je het wel: het schorem krijgt vrij spel, het gezag gaat de autobranden die zonder enige twijfel onderdeel van de vernielzucht worden proberen te blussen met een lullig straaltje uit een tuinslang.

Al gaat de vergelijking ook weer niet helemáál op: mijn lieve oude schoonmoeder was níet vreemd van onverschrokkenheid.

Tegen beter weten in, wens ik onze hulpverleners een zorgeloze jaarwisseling toe.