1 februari 2022

Sterven aan onverschilligheid

Aan de vliegende tering desnoods. Of aan de guineawormziekte. Maar niet aan onverschilligheid, svp. Aan onverschilligheid wil ik niet sterven. Dat je midden op straat onderuit gaat en dat ze je vervolgens de godganse dag uit desinteresse laten liggen. Dat ze, omdat ze wel iets beters te doen hebben, geen acht op je slaan terwijl je ligt te kreperen. IJzingwekkender kan doodgaan niet zijn. Ze moeten zich wel om mij bekommeren.

Poort naar mijn geheugen, open u!

Ik wandel door the city that never sleeps. De aids-epidemie is in volle gang, de hiv-remmers zijn nog niet ontwikkeld. Op een trottoir bij Rockefeller Plaza ligt een jongeman, vel over been. Zijn gezicht zit onder de etterende zweren. Toch zie je dat hij ooit een begerenswaardige, welvarende jongen was. Hij is gehuld in een inmiddels veel te ruim zittend driedelig krijtpak, onder de vlekken en scheuren, dat hem bij aanschaf een vermogen moet hebben gekost. Hij draagt verlopen Italiaanse schoenen, oorspronkelijk zwart. Er staat een koffiebekertje met slechts een paar munten erin bij hem, met een kartonnen bordje ernaast waarop „Help me, I’m dying” is geschreven.

Iedereen loopt hem in sneltreinvaart voorbij.

We zijn nu dik dertig jaar verder en de begrippen westerse wereld en barmhartigheid liggen nóg verder uit elkaar.

Ik noem drie van de talloze voorbeelden.

Bij een van de volgende bezoeken aan New York, een jaar of tien later, bleek het destijds druk bezochte daklozencentrum naast mijn hotel in 23rd Street wegens bezuinigingen gesloten. Het werd nooit heropend.

Vorige week nog publiceerde The Washington Post een verhaal dat duidelijk maakte dat daklozen steeds vaker het slachtoffer zijn van geweld, waaronder zelfs seriemoorden en onthoofdingen. Achterliggende oorzaak: te midden van de hardheid van het hedendaagse bestaan worden ze meer en meer als onmensen behandeld.

Eveneens vorige week werd een 84-jarige wandelaar in de buurt van de Rue de Tubirgo in Parijs onwel. Hij zakte om negen uur ‘s avonds in elkaar en pas negen uur later schakelde men, op initiatief van een dakloze nota bene, de hulpdiensten in. Het slachtoffer werd onderkoeld opgenomen in het ziekenhuis, waar hij stierf.

Uur na uur, minuut na minuut, seconde na seconde liepen er ontelbare voorbijgangers aan de hulpeloze René Robert, zoals hij heette, voorbij. Hij was een Frans-Zwitserse fotograaf die enige bekendheid verwierf met foto’s van flamencodanseressen. Hij was niet rijk, maar ook niet arm. Wel had hij, met zijn baard, het uiterlijk van een clochard. Hij ging ten onder ‘aan onverschilligheid’, zoals zijn vriend Michel Mompontet, een journalist, het zei. Le Figaro, een van de grootste kranten in het land waar jaarlijks zeshonderd daklozen per jaar op straat doodgaan, gebruikte dezelfde term.

Eenzaam sterven tussen duizenden?

Het kan tegenwoordig.

Hoe ik het liefst ga? Een beetje rap, als het kan. Dat ik slechts een paar seconden de tijd krijg om me af te vragen of dit het was en dat ik mijn laatste adem dan reeds uitblaas, al zou ik haar wel graag nog even ten overvloede willen bevestigen dat zij altijd mijn grote liefde is geweest.

Maar niet aan onverschilligheid.

Alsjeblieft niet aan onverschilligheid.


3 februari 2022

De ergste Winterspelen ooit

Dat zullen Sven, Ireen, Kjeld, Irene, Thomas, Kai, Suzanne, Sjinkie en al die andere Nederlandse schaatsers een paar jaar terug vast niet gedacht hebben: dat de grootste spanning na hun plaatsing voor de Olympische Winterspelen in Peking elke dag weer zou worden opgebouwd tussen het moment dat er met wattenstaafjes in hun keel en neus wordt gepoerd en het moment dat zij te horen krijgen of ze al dan niet door het coronavirus te pakken zijn genomen.

Ben je positief?

Dag Spelen!

En daar heb je je dan vier jaar lang het hompeschomp voor getraind.

Hoe onmenselijk dat is laat het filmpje zien dat de Belgische skeletonster Kim Meylemans op Instagram postte. Zij leverde bij aankomst in Peking een positieve test af. Virusrestanten ten gevolge van een eerdere besmetting speelden daarbij vrijwel zeker een beslissende rol. Toch werd Kim onmiddellijk geïsoleerd en kreeg zij de behandeling van een kistkalf. Zij mocht niemand zien, krijgt twee keer per dag een pcr-test, scoorde daarbij uiteindelijk driemaal achtereen negatief, maar zelfs dat deed de organisatoren in eerste instantie niet besluiten om haar weer tot het Olympisch dorp toe te laten. Kim Meylemans barstte in haar filmpje dan ook in tranen uit. Waarna de Chinezen zowaar overstag gingen.

Dit moeten ook voor de deelnemers by far de verschrikkelijkste Spelen ooit zijn.

Ik herinner mij de ontelbare verhalen over andere Olympische Spelen. Ik mocht het zelf als verslaggever bij de Zomerspelen van 1984 in Los Angeles ervaren: ze waren altijd één groot feest. De steden waar zij werden georganiseerd bruisten volop en in de Olympische dorpen werden ontelbare vriendschappen opgebouwd, zoals bijvoorbeeld bleek tijdens de Zomerspelen van 2016 in Rio de Janeiro. De organisatoren van dat evenement stelden de 10.500 atleten in totaal 450.000 condooms ter beschikking, liefst 300.000 meer dan vier jaar eerder in Londen. De 2.925 deelnemers aan de laatste Winterspelen in Peyongchang kregen 110.000 condooms.

Hoeveel zullen er in Peking worden versleten?

Net zoveel als in Tokio, waar ze níet werden uitgedeeld: nul.

Ze kunnen veel, topsporters. Ongetwijfeld zijn ze in verreweg de meeste gevallen ook buitengewoon bronstig en bereidwillig. Maar als je verplicht wordt onder alle omstandigheden anderhalve meter afstand te houden hebben zelfs zij, hoe lenig zij ook zijn, een onoverkomelijk probleem.

Arme atleten: ik las dat velen van hen al vier weken voordat zij naar Peking vertrokken vrijwillig in quarantaine gingen - over onmenselijkheid gesproken. Arme verslaggevers ook: ik zag hoe zij in de restaurants van de perscentra de maaltijd dienen te genieten, bediend door een computer en van elkaar gescheiden door plastic schotten. Arm publiek tenslotte: niemand zal wederom tot de tribunes worden toegelaten.

Hier volgt, met verwijzing naar de laatste ontwikkelingen van de omicronvariant, een statement.

Ook de Olympische Winterspelen van 2022 in Peking hadden een jaar moeten worden uitgesteld.


5 februari 2022

Welja, één kleinkind, tweemaal oma

Momentje, ik ga er even bij zitten. Want ik lees dat nu allemaal, over de op tal van terreinen onnavolgbare Marga Bult en haar aanstaande kleinkind dat tot haar grote blijdschap zowel van dochterlief als van zoonlief zal zijn, maar het duizelt mij daarbij dusdanig dat recapitulatie in alle rust is vereist.

Daar gaan we.

Vrouw A, zoals ik de dochter gemakshalve zal noemen, wil een kind. Zij heeft een relatie met vrouw B, die met de gezinsuitbreiding akkoord gaat op voorwaarde dat zij zelf geen zwangerschap hoeft te ondergaan. Vrouw A dient de vrucht om die reden persoonlijk te voldragen en te baren. Is er een zaaddonor beschikbaar? Er zijn lange wachttijden, ontdekt het ongeduldige stel, waarna de broer van vrouw A - Marga’s zoon - zich als kandidaat opwerpt. Daar doemt een probleempje op, zou je zeggen. Neef en nicht geven al een scheef gezicht, broer en zus lijkt dus helemáál een riskante klus. Geen nood: met het zaad van de broer van vrouw A wordt in een laboratorium een eicel van vrouw B bevrucht, waarna het embryo bij vrouw A wordt ingebracht. Vrouw A zal straks derhalve niet alleen een kind van haar vriendin baren, maar ook van haar broer.

Snappie?

Ik nu wel, ten langen leste, zij het nog steeds met enige moeite. Al besef ik wel, vanaf het allereerste moment, dat ik van de gelegenheid gebruik dien te maken om mijn intense tevredenheid uit te spreken over het feit dat er bij deze voortplantingsmethode tenminste nog een man is betrokken.

Jaren geleden reeds toonden genetische experimenten met muizen aan dat een vrouw, indien zij een nakomeling op de wereld wenst te zetten, in principe geen sperma meer nodig heeft. Dat was het dan, verzuchtte ik toen op deze plek, de rol van de man is definitief uitgespeeld, nu neem ik ook maar een knotje. Maar kennelijk is het nog steeds niet zover.

‘t Is me allemaal wat anno 2022. „En God zegende Noach en zijne zonen, en sprak: zijt vruchtbaar en vermenigvuldigt u”, zegt Genesis 9:1. Dat gebod wordt nu wel héél ruim geïnterpreteerd. Als je vader bijvoorbeeld een gynaecoloog is moet je er gezien de wijze waarop zijn collegae Karbaat, Wildschut en Beek hun vruchtbaarheidsbehandelingen in de praktijk uitvoerden - onlangs werd bekend dat Leidenaar Jos Beek minstens 21 keer zijn eigen sperma succesvol gebruikte - op elke hoek van de straat rekening mee houden dat je halfbroers en -zusters tegen het lijf loopt. En nu verleggen de dochter en zoon van Marga Bult óók weer voortplantingsgrenzen.

What’s next?

Ach, vul dat zelf maar in, lieve al dan niet non-binaire en/of genderfluïde lezers en lezeressen (m/v/x) die in het goede dan wel verkeerde lichaam zijn geboren. Dan denk ik intussen weemoedig aan de manier waarop ik volgens mijn vader zaliger werd verwekt: na een hertensprong vanaf de linnenkast in de slaapkamer, zoals uitgeprobeerd na een bezoek, met mijn moeder, aan een avondvoorstelling van Circus Knie.

Toen deden man en vrouw het nog gewoon.

Thans voel ik de behoefte de oudste broer van de hertensprongfantast, oftewel mijn oom Henk te citeren: „Als ze ooit nog iets lekkerders uitvinden, blijf ik het erbij doen.


8 februari 2022

Nog vier jaar extra svp, Ireen

Niet zo moeilijk hoor, om er relativerende uitspraken van beroemdheden tegenaan te gooien. De citatenboekjes staan in de kast. Het klinkt ook best lekker hoogdravend, weetjewel.

Wat te denken van deze quote van de Amerikaanse schrijver en journalist Jimmy Cannon: „Sport is de speelgoedafdeling van het leven”, uiteraard fijntjes door jezelf aangevuld met de constatering dat schaatsen wereldwijd een kleine sport is.

Het zal allemaal best, maar ik heb ditmaal domweg geen zin om te verhullen dat de rillingen mij over het lijf liepen toen Ireen Wüst maandag de 1500 meter langebaanschaatsen voor vrouwen op de Olympische Winterspelen in Peking won.

Goud in 2006, 2010, 2014, 2018 en 2022.

Wow.

Ga maar na: toen Ireen het de eerste keer flikte, op 12 februari 2006 als 19-jarig grietje bij de 3000 meter op de Olympische Spelen in Turijn, was Lindsay van Zundert, die Nederland in Peking bij het kunstschaatsen vertegenwoordigt, amper één jaar oud.

Best gemakkelijk om de nationale vreugde over deze onvergetelijke prestatie ouderwets tegendraads met van alles en nog wat te temperen. Ze komt uit Goirle. Als ze het levenslicht slechts een paar kilometer zuidelijker had aanschouwd, in Poppel, was ze een Belgische geweest. Zoiets. Of: ze is helemaal niet de beste winterolympiër aller tijden, want er zijn twee Noren, te weten langlaufster Marit Bjørgen en biathlonner Ole Einar Bjørndalen, die óók aan vijf winterspelen deelnamen en daarbij nog meer medailles veroverden.

Je zou er daarnaast ook het andere actuele nieuws bij kunnen betrekken. Ireen Wüst vertegenwoordigt een land waarvan de regering erin slaagt zichzelf keer op keer internationaal voor schut te zetten: de beschamende toeslagenaffaire, het malle gedoe met de IS-bruiden, het potsierlijke polderlandse lockdownopheffingsgetreuzel en het droevig stemmende bericht, maandag in de T, dat uitgeprocedeerde migranten nu over nóg een mogelijkheid beschikken om hun uitzetting te voorkomen: ze hoeven er slechts hun vaccinaties voor te weigeren, zodat ze niet op het vliegtuig kunnen worden gezet waarvoor de tickets nota bene al door de Staat zijn betaald.

Maar het lukt dus niet.

Mijn enthousiasme over de unieke verrichting van Ireen blijft overheersen.

Dank, Irene Karlijn Wüst. Oprecht bedankt dat je er nu al zestien jaar in slaagt om mij - en met mij miljoenen anderen - mateloos te boeien, zowel met je verrichtingen als met je persoonlijkheid. Het schijnt dat je gaat stoppen. Ik wijs je daarom graag op het volgende. Bij de volgende Olympics, die van Milaan, ben je nog geen veertig. Weet je hoe oud Claudia Pechstein is? Juist. Het zouden je zesde Spelen worden. Dan pak je wéér goud en dan ben je helemáál legendarisch.

Deal?

Ter ondersteuning haal ik toch nog een citatenboekje uit de kast.

Cicero: „Zoals niet iedere wijn verzuurt door ouderdom, zo ook niet iedere leeftijd.”


10 februari 2022

Schat, waar ligt het keukenmes?

Nou, dan hak ik ‘m er toch af. Kan mij het bommen. “He’s done his job”, zei een Ierse schaapsherder eens tegen mij, toen ik vertederd over de oude, versleten bordercollie begon die de godganse dag op het erf van zijn boerderijtje bij Clifden lag te slapen. Zijn klus is geklaard. Dat geldt ook voor dat ding van mij.

Au!

Zo, weg dat ooit zo opstandige heerschap. Nu kan ik weliswaar nooit meer een pickdik opsturen, of weet ik veel hoe je zo’n kiek noemt, ik heb wél eindelijk recht van spreken. Niet langer bestaat de mogelijkheid dat ik word geplaagd door de vooroordelen die volgens talloze hevig verontwaardigde dames onlosmakelijk met het manzijn verbonden zijn zodra het leed van de vrouw het thema vormt. Nu word ik tenminste óók serieus genomen als ik zeg dat middelbare kereltjes als Marc Overmars en Jeroen Rietbergen zich als de wiederweerga grondig moeten laten nakijken omdat zij zo graag de potloodventer 3.0 willen uithangen.

Hoeveel pijn ik ook heb, ik voel mij bevrijd. Mijn standpunt doet er ineens toe. Al was ik inderdaad nog 100% man toen zich woensdagochtend aan een belendende tafel in een Amsterdams koffiehuis een gesprek ontwikkelde tussen een stel vrouwen op wie op z’n zachtst gezegd de term streetwise van toepassing was. Mede om die reden deden ze mij denken aan het volkse trio, eveneens van vrouwelijke kunne, dat eind vorige eeuw in een andere kroeg commentaar leverde op de - achteraf mislukte - poging van een juffrouw om Patrick Kluivert en drie van zijn kameraden wegens verkrachting achter de tralies te krijgen.

„Ze ging toch vrijwillig met die gasten mee naar huis?” klonk het destijds. „Of dacht ze dat ze gezellig gingen klaverjassen?” Vergelijkbaar geschamper vloog ditmaal eveneens over tafel. Die meiden moesten niet zeiken en het spel werd nu eenmaal zo gespeeld en iedereen had dit weleens meegemaakt en dan zei je gewoon ja of nee en dan ging er soms wat mis maar dat hoorde erbij en het was gewoon krankzinnig dat ze dit bij Ajax niet met een goed gesprek tussen alle betrokkenen hadden kunnen oplossen.

Let wel: uit vrouwenmonden.

Raar hoor. Ben ik geen man meer, blijf ik het mezelf toch afvragen: toont ook deze polderlandse metoo-affaire niet aan dat het gat tussen het gemene volk en onze zich aan alles en iedereen superieur achtende bovenlaag, die in veel westerse landen in de politiek, de cultuur en de media de dienst uitmaakt en tegenwoordig bovendien geheel aan het wokisme ten prooi is gevallen, dat dat gat nog steeds enorm is?

Het volgende commentaar van een der dames in dat koffiehuis wil ik u tenslotte niet onthouden: „Stel, je vraagt aan zo’n meissie dat nu moord en brand schreeuwt wat ze liever heeft: een dickpic of oorlog. Een dickpic of armoede. Een dickpic of een ernstig auto-ongeluk. Ik weet het antwoord wel en jij ook. Zo’n ramp is dit nou ook weer niet. Lach zo’n idioot toch gewoon midden in z’n smoel uit.”

Ik kijk naar beneden en denk: gelukkig, hij groeit alweer een beetje aan.


12 februari 2022

Hee mop, waarom heet ik geen Dirk Jan?

Hee mop! Dat riep ze, midden in een live gesprek met Bert Maalderink na haar zege op de 5000 meter. Achter de tv-camera die het registreerde toonde iemand haar een smartphone waarop haar vriend Dirk Jan via FaceTime contact met haar zocht. Toen Irene Schouten dat zag - en nóg meer begon te stralen - riep ze zwaaiend ’Hee mop!’

Voor het oog van de natie.

„Ik heb effe interview met de NOS.”

Ik smolt.

Hoe nu, als man, wat ik volgens mij nog steeds ben (there, I said it!), hoe nu fatsoenlijk over Irene Schouten schrijven zonder dat je jezelf meteen in de problemen brengt? Ik geef het u te doen, reizigers (de onstuitbare genderdiversifiëring van de hedendaagse maatschappij respecterend zal ik u voortaan, daartoe geïnspireerd door de NS, niet meer als dames en heren aanspreken maar als reizigers, waarmee de vlag de lading in mijn ogen redelijk dekt aangezien wij allemaal op reis zijn, onverbiddelijk op de weg naar het einde).

Menig manspersoon is de afgelopen dagen van zijn voetstuk gevallen wegens ongepaste bejegening, op tal van manieren, van zijn biologische counterparts. In de herfst van mijn carrière moet mij dat hoe dan ook bespaard blijven en daarom dien ik de woorden die ik aan Irene Schouten wil besteden zorgvuldig te wegen.

Even dacht ik zelfs: man, laat die meid lekker zitten, daar in Peking, sla haar over, krijs gewoon risicoloos mee met de schreeuwlelijken die van Ernst Kuipers nu al onze nieuwe nationale kop van jut hebben gemaakt, dan krijg je je vergoeding ook netjes overgemaakt. Maar gelukkig drong het toen andermaal tot mij door dat ik uit dezelfde Noord-Hollandse klei ben getrokken als Irene, al is haar geboortegrond nóg vettiger, nóg West-Frieser.

Onverschrokkenheid is ons kenmerk!

Ik ken Zwaagdijk-Oost, waar zij het levenslicht zag. Ik ken het iets verderop gelegen Andijk, waar zij woonde totdat ze zich met Dirk Jan in Hoogkarspel vestigde, dat ik trouwens óók ken. Ik ken het soort mensen waartoe zij behoort. Daar, onder de IJsselmeerdijk, leeft een apart slag volk, wars van uitsloverij, best wel luidruchtig nu en dan, behoorlijk dorstig zoals zoveel West-Friezen, maar werklustig als mieren en niet te beroerd om elkaar in mindere tijden de helpende hand te bieden. De tv-docu die liet zien hoe de familie Schouten de aan een beroerte ten prooi gevallen moeder van Irene opvangt sprak boekdelen.

Een prachtvolk, die Andoikers.

Die onbevangenheid!

Hee mop! Ze riep het, tijdens dat interview, ik lachte net als zijzelf van oor tot oor en ik dacht: als ik 104 jaar jonger was zou ik best Dirk Jan willen heten. Maar ik prentte mezelf ook direct in dat ik bij het uitspreken van mijn genegenheid en bewondering voor Irene Schouten de valkuilen waarin allerlei BN’ers nu zijn gevallen moest zien te vermijden omdat er nog strenger op mij zou worden gelet.

„O, heb ik ook een nieuw Nederlands record!?”

Dat riep ze óók, totaal verbaasd, tegen Bert Maalderink.

Hoe mij uit te drukken?

Laat ik het voor één keer als een Vlaming zeggen.

Hee mop, ik zie u graag.


15 februari 2022

Poep het Malieveld helemaal onder

Wel of geen nieuwe hond, that was the question. Aan de ene kant besefte ik dat Bavink onvervangbaar was en dat elke puppy mij normaal gesproken zou overleven. Aan de andere kant miste ik de vrolijkheid en gezelligheid. En was het niet goed voor mijn gezondheid om weer minstens twee uur per dag met zo’n beessie te gaan wandelen?

Ik bleef maar twijfelen.

Tot zondagavond, toen ik zo stom was de kwelbuis op Nieuwsuur af te stemmen. „We nemen een nieuwe hond en wel zo snel mogelijk”, sprak ik na de uitzending resoluut.

„Ja, maar wat voor eentje?” vroeg mijn vrouw. „Ik wil geen reu. Ik wil ook geen grote hond en hij mag absoluut niet verharen. Verder…”

„Maakt me niks uit, ik wil alleen maar een schijtmachine”, onderbrak ik haar. „Ik wil een hond, van welk ras ook, die er zes-, zevenmaal per dag dampende drollen uitperst, grote vochtige bolussen die zich terstond vastzuigen in de bodem en daar de stikstof- en fosforgehaltes tot alarmerend niveau omhoog stuwen. Ik zal ‘m ook uitsluitend spotgoedkope supermarktbrokken voeren. Dat is misschien niet goed voor z’n nieren, maar daarmee worden z’n darmen wel optimaal gestimuleerd. Daar gaat het mij om. Kakken moet-ie, dat kreng, de godganse dag kakken. Overal waar hij maar loopt, bij elke boom, bij elk stuk struikgewas, op elke hoek van de straat. En nooit, maar dan ook echt nooit meer neem ik opruimzakjes mee.”

„Neem nog een borrel”, zei ze.

„Zeg! Ik ben Baudet niet, met z’n dronkenmansgelal waarmee hij een collega op Twitter bijvoorbeeld letterlijk ‘een op de rand van bijstand levende overweight, een nooit-neukende en eigenlijk linksige Judas-supporter die van de GeenStijl-homo’s zijn zilverlingetjes ontvangt’ noemde. Niveautje, niet? Steeds weer maakt dit valse beest de volksvertegenwoordiging te schande. Nee, het gaat mij om dit Nieuwsuur-item, waarin andere honden centraal stonden: de 1,9 miljoen Nederlandse honden die in de reportage plots mede verantwoordelijk werden gesteld voor de stikstoftoename. Belgische onderzoekers hadden dat vastgesteld. Hun conclusie: voortaan zouden hondenbezitters de poep van hun huisdier ook in de natuur moeten opruimen.”

„Echt?”

„Ja, echt.”

Ook voor haar was dit de druppel. „Hebben die betuttelaars de hardwerkende Nederlander al niet genoeg afgepakt?” riep ze woedend. En spontaan gooide ze vervolgens het ene na het andere strijdplan op tafel, waaronder zelfs eentje voor een vrijheidskonvooi waarmee zoveel mogelijk baasjes met hun honden over de A4, de A12 en de A13 naar Den Haag zouden optrekken.

„Het hele Malieveld onder een dikke stinkende laag bruine drek!” riep ze enthousiast. En dat terwijl ze de vrijheidskonvooien van de laatste dagen, net als ik, vooral iets voor sukkels vond, voor aan aandacht verslaafde losers die zelfs nog over hun gebrek aan vrijheid blijven klagen als de vrijheid alweer nadrukkelijk opdoemt, zoals nu.

„Weet je wat?” zei ze.

„Nou?”

„We nemen er twee.”


17 februari 2022

Wetenschap ja, schetenwap nee

Deze dan, van Henk Bakboord, schrijver, danser, levensgenieter: „Het is net als schaken met een duif. Die loopt wat rond, gooit alle stukken omver, poept het bord onder en roept dan dat híj gewonnen heeft.”

Misschien dat ik de duif - een vredessymbool immers - door een meeuw vervangen zou hebben, maar verder complimenteer ik Henk voor de wijze waarop hij de wappies die van de daken schreeuwen dat zij hebben gezegevierd met deze woorden neerzet.

Bijna alle coronabeperkingen zijn opgeheven. Dat is aan twee dingen te danken: het feit dat 85% van de bevolking zich liet vaccineren - de mRNA-vaccins zijn een triomf van de wetenschap - en een geste van Moeder Natuur, die Covid-19 liet muteren tot een variant die ondanks z’n extreme besmettelijkheid veel minder mensen ernstig ziek maakt.

Het doel van de maatregelen werd daarmee bereikt: omicron is beheersbaar zonder dat het zorgnetwerk implodeert. Ik citeer met instemming dr. John Campbell, een in alle opzichten onafhankelijke Britse expert - ik ben geabonneerd op zijn YouTube-kanaal - die deze uitkomst met name aan de hand van Zuid-Afrikaanse data twee maanden geleden al voorspelde. „We are extremely fortunate”, zei Campbell toen.

Oftewel: wij hebben ontzettend veel geluk.

Het had zoveel slechter gekund.

Ik gun iedereen zijn feestje. Als het even kan ga ik zelfs voorop in de polonaise, maar niet bij deze stoet van dwazen. En laten we wel wezen: dat een groot deel van de antivaxers roept dat de terugkeer, voor 90%, naar het oude normaal laat zien dat zij altijd gelijk hebben gehad is ook niet echt een doorslaggevend bewijs van verpletterende intelligentie.

Er zijn zeker fouten gemaakt door de regering, die inderdaad in de mist moest sturen, zoals Mark Rutte het noemde. Maar het is duidelijk dat ons veel minder rigoureuze beperkingen zouden zijn opgelegd als de verwende en hyperagressieve polderlanders die zich keer op keer door schoften als Baudet en Engel lieten opnaaien gewoon even, zoals hun verzocht werd, van goed burgerschap blijk hadden gegeven. Zoals allerlei studies aantonen hebben de maatregelen en de vaccinaties wereldwijd zeker drie miljoen doden voorkomen - en hoogstwaarschijnlijk nog veel meer.

Er zijn zoveel wetenschappelijke bewijzen van hun ongelijk.

Hoe durven ze, bovendien.

Waar halen ze de lef vandaan om zichzelf op de borst te slaan terwijl steeds weer uit de cijfers blijkt dat het vooral ongevaccineerden waren die de ic-bedden bezet hielden, waarmee patiënten die aan andere ernstige kwalen leden op de wachtlijst kwamen te staan. Krijsend over hun grondrechten verkrachtten zij die van anderen.

In de aanloop naar zijn schaakbordmetafoor citeerde Henk Bankboord op zijn beurt psychologe Annette van Bolhuis: „Wat corona ons geleerd heeft? Nou, dat je wetenschappers van schetenwappers moet onderscheiden. De eersten lossen dingen op. De laatsten draaien alles om en maken het probleem alleen maar groter (maar trekken wel de eer naar zich toe als dingen opgelost zijn).”


19 februari 2022

Notities van een bezorgde kustjongen

Grijnst Engel nog? Laat ik ‘m zo maar noemen, omdat veel derpers zo heten. Met zijn ware naam wil hij toch niet in de krant, dat vindt-ie te uitsloverig.

Ik stel de vraag telefonisch aan de vrouw die al meer dan een halve eeuw zijn wederhelft is. Net nog wel, antwoordt zij monter. Hij is niet thuis en ongetwijfeld bij de werf te vinden. Je kent ‘m toch? Voor hem is dit allemaal even mooi en prachtig.

Ik ben de hele dag op zoek naar geruststelling en vind het dankzij dit telefoongesprekje weer voor een tijdje. Gelukkig, Engel grijnsde zojuist nog. Goeie ouwe Engel, met z’n grote grijze baard. Hij is een van die doorgewinterde kustbewoners die al ontelbare stormen voor hun kiezen hebben gekregen. Hier put ik hoop uit.

Vroeger was Engel lid van de reddingsbrigade. Stapte hij bij windkracht 11 aan boord van de Ubbo, de toenmalige reddingsboot van Egmond aan Zee, om een in nood verkerend schip te hulp te schieten. De boot gaat uit, riepen ze dan op het derp. En hup, daar ging de Ubbo, een kwartiertje later, met Engel als een van de onverschrokken helden vastgesjord aan boord. Free style over de woeste schuimende brekers van twee, drie meter. Geen zee te hoog, geen wind te krachtig.

Ik schets u mijn situatie van vrijdag. Ik bevind mij in Amsterdam, waar ik gedwongen door de omstandigheden, zoals dat heet, niet weg kan. Dat betekent dat mijn boerderijtje langs de duinrand tot zaterdagochtend onbeheerd door Eunice te grazen kan worden genomen.

De storm heeft weer eens vrij spel met het huis dat ik nu 36 jaar bewoon. Ik heb in die tijd verscheidene grote stormen meegemaakt, die mij in een enkel geval 300 Oud-Hollandse dakpannen kostten en een andere keer een omgewaaide schuur. De stolp staat er al sinds 1911 en zal er na Eunice ongetwijfeld ook nog staan. Toch voel ik mij nerveus. Dat overkomt mij verdomme steeds weer.

En dan te bedenken dat ik voor dit stukje aan een nieuwe versie van De Wolf en de Zeven Geitjes dacht. Werktitel: De Wolf en de Zeven Moeflons. Maar het lukt niet. Als ik wolf wil tikken, tik ik storm. Het KNMI en al die andere weerstations spuwen de ene na de andere waarschuwing uit. Blijf binnen bij Code Rood. Eunice kan de zwaarste storm tot nu toe van de 21ste eeuw worden. In Engeland al tienduizenden huishoudens zonder stroom. Dat soort kreten, die ook op mij hun uitwerking niet missen.

Het worden ditmaal dus de notities van een bezorgde kustjongen. Voortdurend spoor ik mezelf aan kalm te blijven. Vanuit het noordwesten is-ie erger, prent ik mezelf bijvoorbeeld in, dan komt-ie ononderbroken van zee aanrollen en is de schade altijd groter. Verder kijk ik steeds naar de webcam bij de hoofdstrandopgang, die keer op keer nota bene ook wandelaars op het strand laat zien.

Dan rinkelt de telefoon.

„Had je gebeld?”

„Klopt. Lach je nog?”

„Tuurlijk, joi. ‘t Is best een pittig stormpie, maar we overleven het wel.”

Wat hou ik toch van dat volk.


22 februari 2022

Zo gaaf, er wordt armoede geschapen

Pardon? Nog steeds een gaaf land? Mijn hemel, Mark Rutte deinsde er in de aanloop naar 16 maart werkelijk niet voor terug om zijn bekende riedel andermaal af te steken: wij zijn en blijven een gaaf en ook lief land. Hij had zelfs de lef er dit pleidooi aan toe te voegen: „Laten we weer naast elkaar gaan staan.”

Klein vraagje, excellentie.

Mogen we misschien ook naast elkaar gaan líggen? Dat is wat pragmatischer wanneer je als eenvoudige burger toch al, dankzij de kickboksapproach van je overheid, totaal murw geslagen en geschopt onderuit bent gegaan. Ontelbare Haagse jabs, uppercuts, crosses, high kicks en low kicks hebben we al moeten incasseren - en zullen we voorlopig ook blíjven incasseren.

Mark Rutte riep het, als capo di tutti capi, in het AD. Ik laat het schandelijke recente verleden van zijn derde kabinet maar even rusten en concentreer mij op het heden waarin Rutte IV - de VVD was ondanks alles de winnaar, maar coalitiegenoot D66 kreeg zo’n beetje al haar eisen ingewilligd omdat de premier hoe dan ook wilde aanblijven - een rampzalige koers is ingeslagen die velen in de problemen gaat brengen.

Ronald Plasterk toonde het in de T reeds genadeloos aan: we hebben binnen Rutte IV met Rob Jetten een minister van klimaat die niets van het klimaat snapt en met Sigrid Kaag een minister van financiën die niets van financiën snapt. En toch mochten deze twee belangrijkste D66’ers uiteindelijk met instemming van de man die Nederland nog steeds zo gaaf vindt hun plan om een extra klimaat- en transitiefonds van 35 miljard euro (!) in het leven te roepen waarmaken.

Het is volslagen krankzinnig - want zinloos - dat dit onbeduidende vlekje achter de West-Europese duinen op dit terrein zo rigoureus het voortouw neemt en zijn burgers daarmee financieel opzadelt. Dezelfde burgers, mind you, wier energiekosten nagenoeg dreigen te verdubbelen (!) terwijl zij als Nederlanders toch al verreweg de hoogste aardgasheffingen van het verenigde (!) Europa betalen, en wier andere kosten van levensonderhoud mede dankzij een verbijsterend hoge inflatie de pan uitrijzen.

Brandstof? Onbetaalbaar nu. Huizen? Geldt hetzelfde voor, mede dankzij een kunstmatig gecreëerd en dus irreëel stikstofprobleem dat immers ook ten grondslag ligt aan de stuitende woningnood terwijl er jaarlijks een complete provinciestad aan asielzoekers bijkomt. Maar op dat laatste mag je van D66 en dus ook van de VVD - hoe zot wil je het hebben - niet wijzen.

De gearriveerde bovenlaag die geheel volgens de heersende mores binnen die hoogmoedige roedel op Kaag en consorten stemt zal zich wel redden. De honderduizenden ‘gewone’ Nederlanders die óók in dit gave en lieve land waar we weer naast elkaar moeten gaan staan leven daarentegen? Ik noem twee groeperingen. Dikke middelvinger voor de aow’ers, dikke middelvinger voor de jongeren die de wens koesteren een eigen woning te bezitten en intussen met potsierlijk hoge huurprijzen worden geconfronteerd.

Er wordt momenteel armoede geschapen.

Gaaf land, hè?


24 februari 2022

Carnaval is géén mannending

Niet dat ik, zoals de grote Karel van het Reve ruim een kwart eeuw geleden („Ik zink weg in een poel van vergetelheid. Vaarwel”), op het punt sta mijn laatste cursivistische bijdrage te componeren. Maar mijn gedachten worden wél steeds minder coherent.

Neem de dag van woensdag.

Aan mij flitste toen uitsluitend de winterschilder voorbij en dat is best zorgwekkend.

Er gebeurde die dag nogal wat, me dunkt. Vladimir Poetin stak de wereld in brand, niemand wist hoe de fik moest worden geblust en de reeds jaren met hoon overladen Nederlandse ordehandhavers bleken dankzij de manier waarop zij de gijzeling in de hoofdstedelijke Apple Store tot een goed einde brachten in de ogen van tal van buitenlandse waarnemers ineens het neusje van de zalm. Het columnistische dagmenu bood dus genoeg keuze, ook qua desserts: de dappere DSI-diender die de dader op het Leidseplein een korte ruimtereis gunde moest zich nu na zijn heldendaad verantwoorden bij de Rijksrecherche.

En wat deed ik?

Ik dacht alleen maar aan de winterschilder.

Het kwam door Suzy Deurink uit Bergen op Zoom, denk ik. Zij vindt dat carnaval te veel een mannending is en kreeg om die reden van NRC Handelsblad, Neerlands meest uitgesproken wokistenkrant, alle ruimte om te roepen dat deze traditie op het gebied van de vrouwenemancipatie ‘níet meebeweegt met de ontwikkelingen in de samenleving’.

Ik wist niet wat ik las.

Ik heb één keer carnaval gevierd, moet u weten. Ik ben er weliswaar net zo geschikt voor als een brasem voor een leven in de Atacama-woestijn, maar ik moest en zou eraan geloven, werd om die reden door mijn vrienden meegesleurd naar Kielegat (Breda) en mocht binnen anderhalf uur ervaren hoe de vork bij de intermenselijke relatie óók in de steel kan zitten.

Hoogst ongelukkig was ik. De massa deinde, hoste en lalde zo hevig, dat ik zelfs overwoog om de heerlijke eenzaamheid van mijn hotel op te zoeken, totdat ik plots op mijn rug werd getikt door een jonge vrouw in een wit schildersoverall met verfvlekken.

Zij keek mij uitdagend aan en riep: „Hee lange darm, ik ben de winterschilder, kom hier!”

Zij sloeg haar armen om mijn nek en maakte mij vervolgens ongevraagd en zonder verder ook maar een woord met mij te wisselen deelgenoot van een samensmelting die ik best weleens eerder had mogen ervaren, zo groen was ik nou ook weer niet, maar waarbij nog nooit, maar dan ook echt nog nooit een tong zo gretig, zo gulzig, zo agressief in mijn mond werd geduwd, tientallen seconden lang, totdat de winterschilder mij eindelijk uit haar wurggreep losliet en zichzelf al kittige wuifgebaartjes makend weer in de menigte liet opgaan.

Ik zag haar nooit meer terug.

Dik veertig jaar later zeg ik: carnaval een mannending? Ammehoela. Toen niet, nu niet. Bovendien realiseerde ik mij voor het eerst - kijk, zo maak ik toch nog even een bruggetje naar een serieus onderwerp - wat grensoverschrijdend gedrag inhoudt.

Weet jij toevallig waar ik met mijn klacht terecht kan, Vladimir?


25 februari 2022

Succes Vlad, dank je Jinping

Goedemorgen, Vladimir, je oude vriend Xi Jinping hier. Je hebt het vast heel druk met de herinrichting van je opstandige provincie Oekraïne, maar ik wil je toch even persoonlijk complimenteren.”

„Dank je, Jinping. Deel 1 van onze gezamenlijke Operatie Reset Krachtsverhoudingen verloopt inderdaad uiterst succesvol. Vermoedelijk zal deel 2 evenmin veel moeite kosten.”

„De reacties geven geen reden tot vrees. Ongetwijfeld weet je dat de leiders van het Europees Parlement een buitengewone plenaire vergadering voor 1 maart aankondigden. En wanneer deden ze dat? Op 23 februari. Het tijdsverschil tussen planning uit uitvoering was vijf dagen. En dat noemen ze dan een spoedvergadering, Vladimir. Treffender kan de gang van zaken in het luie, volgevreten, eeuwig wegkijkende Europa niet worden getypeerd.”

„Klopt, Jinping. Ik heb maar één serieuze Europese reactie vernomen, van de voormalige Duitse minister van Defensie Anne Kramp-Kannenbauer. Ik citeer: ‘Ik ben zo boos op ons omdat we historisch gefaald hebben. Na Georgië, de Krim en Donbass hebben we niets voorbereid dat Poetin zou hebben afgeschrikt. We zijn de les van Schmidt en Kohl vergeten dat onderhandelen altijd op de eerste plaats komt, maar dat je dan militair wél sterk genoeg moet zijn’. Ik zal het nooit in het openbaar toegeven, maar ze heeft gelijk.”

„Ik citeer op mijn beurt ook iemand, waarde Vlad, namelijk mijn grote landgenoot Confucius: ‘Een superieur mens handelt alvorens te spreken, en spreekt daarna in overeenstemming met zijn daden’. Ook hier in Peking aanschouwt men het Europese gestuntel met verbazing. De decadentie en naïviteit zijn adembenemend. Dat wauwelt maar over woke, inclusie, identiteit, diversiteit en klimaat. Dat zet overal maar, voor honderden miljarden euro’s, volstrekt ontoereikende windmolens en zonnenpanelen neer. Dat buigt maar voor Black Lives Matter en transgenders. Dat zet bijvoorbeeld trots he/him in zijn bio, zoals commissaris Frans Timmermans. En dat blijft intussen bezuinigen op defensie en zet op dat departement liever geen militairen aan de top, maar onervaren politici, liefst een vrouw die het verschil tussen een majoor en een sergeant niet kent. Europa heeft niet eens een leger waarmee het haar buitengrenzen kan bewaken.”

„En dat denkt ons dan via economische sancties alsnog op de knieën te dwingen. Alsof jij en ik de handen níet allang in elkaar hebben geslagen, Jinping! Alsof wij dat zogenaamd vrije westen nog nodig hebben! En dom dat ze daar zijn. Ik hoorde een Nederlandse deskundige beweren dat ik Oekraïne vooral terug wil omdat ik de NAVO daar niet pal aan mijn grenzen duld. Is dat na de inname, met de NAVO-leden Polen, Slowakije, Hongarije en Roemenië als nieuwe buren, dan niet het geval? Ik wens je succes met deel 2 van onze Operatie Reset Krachtsverhoudingen.

„De inname van ónze opstandige provincie Taiwan, bedoel je? Ik heb daar alvast maar een squadron vliegtuigen het luchtruim ingestuurd. Want geloof me: ook Joe Biden zal het bij nutteloze sancties houden. Hij kan trouwens niet eens zonder ons.”

„Haha, zo is ’t! Zet ’m op, Jinping!”


26 februari 2022

Wat ziet Poetin tijdens zijn sterven?

Voor de een is het goed nieuws, voor de ander zonder enige twijfel een rampstijding: nieuw onderzoek heeft een flink internationaal wetenschappelijk team doen concluderen dat stervende mensen op het moment suprême hun leven in sneltreinvaart aan zich voorbij zien gaan.

Hoe zal Volodimir Zelenski zo’n finale terugblik ervaren, de indrukwekkende president van Oekraïne die voordat hij dat ambt aanvaardde acteur, schrijver en komiek was en zijn lot in tegenstelling tot Vladimir Poetin ondergeschikt maakt aan dat van zijn volk? Wat ging er door de hoofden van de dertien helden die het Slangeneiland verdedigden, een Oekraïens mini-eiland in de Zwarte Zee, nadat zij via een luidspreker door de commandant van een naderend Russisch oorlogsschip gesommeerd waren om zich over te geven, geheel beseffend wat er daarna zou geschieden via hun eigen luidsprekers antwoordden met ‘Go fuck yourself!’

Het is fascinerend.

Voornoemde wetenschappers deden hun ontdekking bij toeval, toen zij de hersenactiviteit van een 87-jarige epilepsielijder onderzochten die precies op dat moment onverwacht hemelen ging en alles in zijn brein plots begon te knetteren en te flitsen. Zij onderzochten en trokken hun conclusies en publiceerden hun bevindingen in het online vakblad Frontiers, waarna ook mijn denkhoofd ongewoon actief werd.

Ik heb af en toe een behoorlijk zooitje van mijn bestaan gemaakt en zal om die reden, tijdens het bekijken van die ultieme samenvatting, soms best door enige gêne worden overvallen. Toch worden bij mij, tot nu toe althans, de ongelukkige ervaringen overschaduwd door de gelukkige, de domme door de slimme, de onhandige door de handige. Zo deprimerend zullen de beelden die tenslotte aan mij voorbij trekken daarom ook weer niet zijn - voor het herbeleven van de seconde waarin de Vrouw van mijn Leven zich, in mijn stamkroeg uiteraard, voor het eerst aan mij openbaarde heb ik zelfs alles over.

En ach, daarna is het toch afgelopen.

Wat zullen de fameuze gebroeders Vitali en Vladimir Klitschko zien, de boksende Oekraïense reuzen van wie de eerste tegenwoordig de burgemeester van Kiev is? Wat een kerels: zij hebben aangekondigd dat zij tot het einde zullen blijven vechten. Wat zal de Wit-Russische despoot Aleksandr Loekasjenko zien, een van Poetins meest verschrikkelijke vazallen? Wat zal Poetin-aanbidder Thierry Baudet zien, die het Oekraïense volk, wat hij ook beweert, geen zelfbeschikkingsrecht gunt?

Zullen die laatste twee zich alsnog kapot schamen?

Wat zal Vladimir Poetin zelf zien? Ik hoop werkelijk dat hij dan, wanneer hij de pijp uitgaat, dankzij die allerlaatste terugblik op zijn leven eindelijk door een groot schuldbesef wordt overvallen doordat hij ineens ziet wat ieder normaal mens ziet: de levensloop van een haatsmurf die van ouderwetse Sovjet-corruptie, grootheidswaan en wreedheid aan elkaar hangt en elk contact met de werkelijkheid heeft verloren.

Het lijkt mij moeilijk sterven.

Ik gun het de schoft van harte.


28 februari 2022

Rublev held van nieuwe generatie

Vij kan nu en dan een etterbakje zijn, begrijp ik van het tennisfront. Maar voor mij is Andrej Rublev een held. Zowel na de kwartfinale als na de halve finale van het ATP-toernooi in Dubai sprak de toptientennisser zich, als Rus nota bene, uit tegen de oorlog in Oekraïne, in het laatste geval op indrukwekkende wijze: met een viltstift schreef hij ‘No war please’ op de lens van een tv-camera.

Het fragment werd in de hele wereld op de televisie uitgezonden, behalve vanzelfsprekend in de zes landen van de Collectieve Veiligheidsverdragorganisatie (CVVO), de opvolger van het Warschaupact.

Ik denk nu aan een tweet van Jevgeni Levchenko, de in Nederland woonachtige Oekraïense voetballer: „Waar zijn alle Russische atleten die ons broers noemden? Waarom zwijg je nu je leiderschap ons vermoordt? Of is sport weer uit de politiek?"

Voor Andrej Rublev heeft Jevgeni daarom vast grote bewondering.

De Russische tennisser zag op 20 oktober 1997 het levenslicht in Moskou. Ik wijs daar op omdat de Sovjet-Unie zes jaar eerder uiteenviel. Andrej Rublev heeft nooit onder het juk van de USSR geleefd. Hoewel er ook in het Rusland van na de Sovjet-Unie geen sprake is van een democratie - alleen al de schandelijke manier waarop KGB’er Poetin in zijn pogingen om de macht te behouden met de kersverse grondwet omging bewijst dat - is hij opgegroeid in een land dat qua levensstijl razendsnel verwesterde. Dat bestaan werd hem door de autoriteiten als ruilmiddel geboden.

Er zijn inmiddels ontelbare Russen die zoals Andrej Rublev vanaf hun allereerste levensseconde niets anders gewend zijn. Ik bekeek het meest recente demografische plaatje van Rusland en zag dat zij bijna 30% van de grofweg 150 miljoen Russen vormen. Je kunt zelfs stellen dat zeker de helft geen of nauwelijks nog een actieve herinnering heeft aan de communistische Sovjet-tijd die door Poetin en zijn kliek nog steeds wordt geadoreerd. Het zou weleens tot een van de grootste problemen van de haatsmurf kunnen uitgroeien.

In tegenstelling tot Poetins generatie en die van zijn starre, verzuurde generaals is de generatie van Andrej Rublev grootgebracht met internet, terwijl zij óók de kans kregen te ervaren hoeveel vrijheid de burgers over de grenzen mogen genieten. Je kunt bovendien nóg zoveel op slot gooien, maar de smartphone blijft de gebruikers de kans bieden om zichzelf op een andere dan de door de machthebbers gewenste wijze te informeren. Zo zijn velen te weten gekomen dat Vladimir Poetin een meedogenloze, corrupte dictator is die zichzelf met miljarden verrijkte. Mede daardoor zijn er nu vele tientallen miljoenen Russen die helemaal geen gewapend conflict onder leiding van deze crimineel met Oekraïne willen en zondag met afgrijzen vernamen dat Poetin zelfs met een kernoorlog dreigt.

Zeker, Andrej Rublev moet oppassen. Om die reden zei hij na de finale in Dubai, die hij eveneens won, maar even niets. Maar je kunt dit soort protesten niet eeuwig keihard de kop indrukken. Daarom is er toch nog enige hoop.