1 juli 2021

Steeds meer bananentrekjes

Ken je die mop over de toiletjuffrouw op het Mediapark die niet op D66 stemde? Die bestaat niet. Zowel de mop als de toiletjuffrouw, zeg ik er toch maar even bij.

Ik moet waken voor triomfalisme. Het is zo ongeveer sinds de introductie van de eerste Philips K6-kleurentelevisie dat ik stel dat de publieke omroep en het linksliberalisme een Siamese tweeling zijn, één hart, één ziel. Nu de kwapoetsen van GeenStijl met de openbaarmaking van de gewobde documenten over de totstandkoming van de VPRO-hagiografie ‘U zij de glorie’ over Hare Heiligheid het Kaagmens hebben aangetoond dat ik er nog niet eens een halve millimeter naast zat, is het moeilijk om geen “Ik heb het altijd al gezegd!” van de daken te schreeuwen.

Maar ik wil dat niet. Geveinsde ootmoedigheid is dubbele hovaardij, zei Vondel weliswaar. Toch neem ik voor één keer plaats in de schaduw van de onnavolgbare ervaringsdeskundige Martin Bosma, die op het Binnenhof geen mogelijkheid onbenut laat om op magistrale wijze op deze misstand - want dat is het - te wijzen.

Wat zeg je?

Die Kaag-docu heette heel anders?

Fake news!

Je ziet: ook hier tracht ik zo luchtig mogelijk te blijven. Desondanks moet het mij van het hart dat ons staatsbestel gezien de innige, door deze affaire treffender dan ooit aan het licht gebrachte relatie tussen D66 - en ook GroenLinks - en een groot deel van de media steeds meer bananentrekjes begint te vertonen. Gekscherend vergeleek ik de situatie alhier soms met de gang van zaken in Pyongyang. In alle ernst zeg ik nu dat de verschillen te klein zijn geworden.

Dat wauwelt maar over de toon, onder leiding van het Kaagmens. Dat waarschuwt maar tegen fake news, onder leiding van Kajsa Ollongren. Dat is zelfs, in de persoon van Madeleine de Cock Buning, voorzitter van de adviesraad van de European Digital Media Observatory, slogan: ‘United against disinformation’. En intussen hangt de hele Gooise misjpoge, zélf desinformatie verspreidend, hetzelfde gedachtengoed aan, van bazin Shula Rijxman tot de echtgenote van Kajsa Ollongren tot en met VPRO-programmadirecteur Lennart van der Meulen, vroeger… tadaaah!... D66-campagneleider. Hetzelfde geldt overigens voor talloze andere, met name culturele instellingen.

Hoezo elite?

Geen wonder dat zo’n beetje alles wat het Kaagmens aan het resultaat van vijf jaar filmen wilde veranderen daadwerkelijk ook door de VPRO werd aangepast - over electorale beïnvloeding gesproken. Talloze gênante voorbeelden zijn inmiddels bekend, ofschoon ik er nog wel op wil wijzen dat afgesproken werd om net te doen alsof de verpersoonlijking van het Nieuwe Leiderschap (proest!) de docu vooraf níet heeft bekeken. Bovendien speldde zij haar kabinetscollega Arie Slob, die er Kamervragen over diende te beantwoorden, glashard op de mouw dat er géén inhoudelijke bemoeienis is geweest.

En hun wegen scheidden niet.

Ken je die mop over de liegende D66-koningin en haar lakeien van de publieke omroep?

Dat is geen mop.


3 juli 2021

Sorry, sorry, sorry, sorry, sorry!

Ongetwijfeld gedreven door de bovennatuurlijke wintikrachten van Anana Keduama Keduampo, de schepper van hemel en aarde, tikte ik onlangs mijn achternaam in het zoekvakje van het Slavenregister Suriname.

Sindsdien beweeg ik mij schichtig door Amsterdam, de kraag van mijn lange jas zo hoog mogelijk opgetrokken, een dikke wollen Memphis-muts tot over mijn oren, bij voorkeur op tijdstippen dat de straten en stegen er verlaten bij liggen, Zuid-Oost uiteraard mijdend als de pest.

“Mag ik uw identiteitsbewijs?” vroeg een donkere PostNL-baliemedewerkster mij vrijdag, toen ik daar een kist Domaine de la Romanee Conti Echezeau 2017 helaas zelf moest ophalen. Beseffend dat zij dan achter mijn naam zou komen, loog ik: “Shit, vergeten.” En ik maakte mij uit de voeten.

“Drink die wijn maar lekker zelf op”, dacht ik intussen. “En beschouw dat dan als een vorm van herstelbetaling omdat ik je vast en zeker een transgenerationeel posttraumatisch slaafsyndroom heb bezorgd.”

Geloof het of niet, zelfs dat psychische letsel hebben ze elkaar 158 jaar na de afschaffing van de slavernij in hun onstopbare zucht naar herstelbetalingen durven aanpraten.

Vanwaar mijn vrees?

Wacht, eerst spreek ik nog even mijn witte landgenoten toe: wij zijn schuldig, vrienden. Wij zijn allemaal schuldig. Wij kunnen daar niet meer onderuit nu zelfkastijdingsfetisjiste Femke Halsema namens de gemeente Amsterdam haar excuses heeft aangeboden voor ons slavernijverleden en het Adviescollege Dialooggroep Slavernijverleden, ook al zo’n stel masochisten, de regering heeft opgeroepen hetzelfde te doen. En kom nou niet met zo’n van Facebook gejatte tekst als “Heb jij katoen geplukt? Nee. Dreef ik slaven? Nee. Waar hebben we het dan over.” Daar is weliswaar geen speld tussen te krijgen, maar er zijn hogere machten dan de waarheid.

En zelf ben ik dus nóg schuldiger. Want wat gebeurde er nadat ik mijn naam in dat zoekvakje had getikt? Ik schaam mij te barsten: de naam van M. T. Hoogland floepte tevoorschijn, een vieze vuile smerige schoft die van 1853 tot 1863 dertien slaven hield. Mijn betovergrootvader, wellicht! Ik ben dus óók een vieze vuile smerige schoft!

Ach, wat kan mij het ook bommen, ik citeer toch nog even slavernijhoogleraar Piet Emmer: “Excuses leiden tot een verwrongen situatie als je geen directe betrokkenheid hebt gehad. Het is juist dat het Amsterdamse bestuur een rol speelde in de slavernij. De claim van Halsema dat er een directe lijn is naar het hedendaags stadsbestuur is echter historisch onjuist. Er is een wereld van verschil tussen het nepotisme van toen en het democratisch gekozen stadsbestuur van nu. Maar als het stadsbestuur toch meent dat er een directe lijn loopt en excuses uitspreekt, zou dat formeel niet zonder gevolgen kunnen blijven. Het college zou dan eigenlijk moeten opstappen.”

Doei, Fem!

Hahaha!

O nee, lachen mag in dit geval natuurlijk niet.

Sorry, sorry, sorry!


6 juli 2021

Zandhagedis? Vol gas, Max!

Via Facebook werd mij een lijstje met de salarissen van de pitcrew-leden van een Formule 1-team aangereikt. Ik beperk mij tot de bandenverwisselaars. Voor hun functie hoef je niet echt te weten hoe de tweede wet van de thermodynamica in elkaar steekt. Toch bedraagt hun jaarloon $ 350.000 en ontvangen zij daarbovenop $ 5.000 per race, plus een bonus van $ 2.500 na elke gewonnen race.

Ik doe geen 2,2 seconden over een column, zoals de Red Bull-crew over een bandenwissel. Ik doe er 2,2 úúr over en soms zelfs nog langer. Desondanks schudt iedere bandenverwisselaar meewarig het hoofd wanneer hij op de hoogte van mijn jaarsalaris wordt gesteld. Omdat jaloezie een uitstekende drijfveer is, besloot ik een klassiek azijncursiefje over die poenerige wereld te schrijven. Oók, als ik eerlijk ben, omdat Max Verstappen nu overdreven veel superlatieven ten deel vallen.

Corriere della Sera: „De supporters in Nederland hebben in SuperMax een nieuwe nationale God.” Dat smeekte om een citaat van Bavink, waarmee ditmaal niet mijn hond wordt bedoeld, maar de man naar wie zij vernoemd is: de kunstschilder in de verhalen van Nescio. „God? Je praat over God? Hun warme eten is hun God.” Voor mij levensbepalende woorden van Bavink in Titaantjes.

Tegengas dus!

Alle remmen los!

Dat was ik van plan, waarbij ook enige regels zouden worden ingeruimd voor het feit dat de Oostenrijkse F1-race van zondag nuchter beschouwd net zo saai was als heul veul F1-races van vorig seizoen, met dien verstande dat niet Lewis Hamilton in zijn Mercedes maar Max Verstappen in zijn Red Bull onbedreigd van start tot finish leidde.

En toen las ik Trouw, waar ze geen nationale, maar een internationale God aanbidden. Dat wil zeggen: ik las een artikel van de ombudsman van Trouw, dominee E. Kreulen. Dit was de kop: „Schrijf niet minder, maar wel anders over Max Verstappen.”

Over hedendaags calvinistisch gewauwel gesproken. Edwin Kreulen legde uit waarom de aandacht in zijn krant voor F1 tot voor kort beperkt was. Zo paste het niet bij de eerbied voor het leven en bracht de redactie Duurzaamheid & Natuur in april de discussie over de stikstofuitstoot op Zandvoort niet voor niets in beeld. Verder had hij een advies voor zijn sportredactie wanneer het F1-circus Nederland aandoet: „Bied rondom de sportieve hoogtepunten ruimte aan de bezwaren. Zoals de overlast in Zandvoort en de aanslag op duurzaamheid. Het zou goed zijn als de sportredactie zich daarover buigt samen met de redactie duurzaamheid.”

Dit wordt dus de Trouw-kop als Max straks in Zandvoort wint: „Zege Verstappen nederlaag voor milieu.”

Ineens wist ik weer waar Nederland uiteindelijk aan ten onder zal gaan. U mag het raden en ik geef u alvast een tip: het is níet het klimaat.

Ik heb ook een mededeling voor mijn F1-vrienden: ik ben om, jongens. Zet ‘m op, Max, roep ik zelfs. Leid alle F1-races alsjeblieft van start tot finish, druk het gaspedaal straks in Zandvoort nog dieper in wanneer er toevallig een beschermde zandhagedis oversteekt en geef die bandenverwisselaars eindelijk eens een fatsoenlijke loonsverhoging.


8 juli 2021

Ons is allang de oorlog verklaard

Bossen bloemen van alle soorten en maten op de plaats delict, camerateams van alle soorten en maten die voorbijgangers quootjes trachten te ontfutselen. Verder een bijna serene rust bij die parkeergarage in de Lange Leidsedwarsstraat. Honderd meter verderop worden op de terrassen aan weerszijden alweer grappen gemaakt. Hoe hedendaags Amsterdams wil je het hebben.

Het gejeremieer zat, ben ik naar de plek waar Peter R. de Vries werd neergeschoten gewandeld. Ik kende hem al, als Telegraaf-collega, toen hij zich nog slechts Peter de Vries noemde, zonder de R. Dat spoorde mij óók aan. Maar ik heb vooral genoeg van dat geouwehoer op zowel radio & tv als op de sociale media waarbij om de hete brij wordt heen gedraaid. Voorbeeld: de eindeloze discussie over de vraag of dit nu een aanslag op de rechtsstaat was, zoals de koning en de premier benadrukten, of op de journalistiek.

Is dat echt het belangrijkste nu?

Volgens mij was het in de eerste plaats een aanslag op die arme Peter R. de Vries.

Trouwens, is een aanslag op de journalistiek dan géén aanslag op de rechtsstaat?

Erkennende dat Peter R. de Vries inmiddels veel meer is dan misdaadverslaggever, wijs ik al die schamperende journalistenhaters er bovendien op dat er naast de aanslag op de Telegraaf, op 26 juni 2018, alsmede die op het Panoramagebouw vijf dagen eerder, allang meer aanslagen op de journalistiek zouden zijn gepleegd als John van den Heuvel en Paul Vugts niet zo zwaar zouden zijn beveiligd.

De persvrijheid wordt al veel langer bedreigd.

Geef dat gewoon toe.

Ik wil er ver weg van zijn, vandaag. Ik wil er niets meer over horen en/of lezen. Daarom ben ik nu hier, op deze plek in de Lange Leidsedwarsstraat, om met eigen ogen te kunnen aanschouwen wat dit was: een keiharde liquidatiepoging als onderdeel van een oorlog die al jaren woedt maar door tal van beleidsmakers nog altijd niet wordt erkend.

Dát is de hete brij, die oorlog, die ons reeds jaren geleden werd verklaard door meedogenloze drugscriminelen, meestal Marokkaans van origine en schrikbarend populair onder een groot aantal jongeren met vaak dezelfde roots en hetzelfde gebrek aan empathisch vermogen.

Meester Theo heeft gelijk. Toen de IQ’s werden uitgedeeld stonden die fans niet echt in de voorste rij en daarom kost het Taghi c.s. nooit moeite om ze voor een paar duizend euro een moordaanslag te laten plegen, zoals de nabestaanden van de broer van Nabil B. en van advocaat Derk Wiersum net als de familie van Peter R. de Vries nu weten.

Ze worden er helden mee.

Verder denken ze niet.

Of beter: kunnen ze niet denken.

Ook oud-burgemeester Jan Boelhouwer (Gilze-Rijen) heeft overigens gelijk: Nederland is een narcostaat geworden. En al die cokesnuivers en pillenslikkers in de Zuidas, in de nachtclubs, op de festivals of op welke plek ook in dit land, moeten eindelijk maar eens gaan beseffen dat zij aanslagen zoals die op Peter R. de Vries in feite mede financieren. Met andere woorden: dat zij collaborateurs zijn.

Ik loop terug richting Spiegelgracht.

Ook daar wordt alweer gelachen.


10 juli 2021

Het worden dode Spelen

Nul komma nul toeschouwers straks, in Tokio. Helemaal niemand op de tribune of langs de kant, bij welk onderdeel ook. Het worden dode Spelen. Op alle locaties zal het zo stil zijn als op de Waalsdorpervlakte op 4 mei van 20.00 uur tot 20.02 uur. Nog even en voor de winnaars wordt in plaats van hun volkslied The Last Post gespeeld.

Afgrijselijk.

Voor iedereen.

Bijna twee jaar geleden verbleef ik toevallig in Tokio. De Olympische Spelen zouden toen nog een jaar later, in 2020, worden gehouden. Overal straalde men optimisme uit. Behalve wanneer hij enkele borrels heeft genuttigd - bij Aziaten ontbreekt een enzym dat hen alcoholbestendiger zou maken - laat de gemoedstoestand van de Japanner zich doorgaans moeilijk raden. In dit geval niet. Er was blijdschap. Gigantische neonreclames verwezen reeds naar het grootste sportevenement ter wereld. Op taxi’s waren al Olympische stickers geplakt. Veel extra hotels ook, waarvan eentje, in de wijk Ginza, mijn ultramoderne logement vormde.

En toen streek er een vleermuis op de versmarkt van Wuhan neer.

In 1984 behoorde ik tot het Telesport-team dat de Olympische Spelen van 1984 in Los Angeles versloeg. Hoewel de oostbloklanden wegens een boycot ontbraken werd het één groot feest. LA zinderde van Santa Monica tot Venice tot Long Beach tot Pasadena tot Hollywood tot Downtown tot Beverly Hills, de wijk waar wij overnachtten in het Ramada Inn. Onder het toeziend oog van honderdduizenden toeschouwers presteerden de atleten optimaal. Hun successen werden gretig gevierd, innig dansend en zingend, óók door de bezoekers die van heinde en verre waren gekomen. Voor het olympisch dorp gold hetzelfde, vertelden de deelnemers enthousiast.

Zevenendertig jaar later wordt op de tribunes in Tokio geen mens toegelaten en mag niemand zijn bubbel uit. Deelnemers, bobo’s, pers: allemaal hebben ze zich aan de maatregelen te houden. Ze vliegen erheen om zichzelf op te sluiten. Uitgaan is verboden, iedereen dient drie weken tot een maand lang zoveel mogelijk op zijn hotelkamer of in zijn appartement te blijven om het Covid-19 virus buiten de deur te houden. Contact met anderen is uit den boze, óók in het olympisch dorp.

Dit is zó niet-olympisch. Dit is zó in tegenspraak met de internationale verbroedering waar de Spelen eveneens voor staan. Vermoedelijk gaan ze nu alleen nog maar door omdat het IOC en de Japanse organisatoren sponsorcontracten hebben afgesloten die nu eenmaal moeten worden eerbiedigd.

Op de tv zal wél alles te zien zijn. Maar of ik vaak zal kijken, naar al die verrichtingen voor lege tribunes? Bij de eredivisiewedstrijden van het afgelopen seizoen deed ik dat, soms uit verveling, inderdaad regelmatig, al werd ik dan wel steeds getroffen door het totale gebrek aan sfeer. Nu gaat het om 34 sporten. Nu is een compleet evenement dat zich over tientallen vierkante kilometers uitstrekt en waarvoor duizenden sporters uit alle hoeken van de wereld zich verzamelen ondergeschikt aan een virus verklaard.

De Spelen hebben zelf al verloren.

Ik houd niet van losers.


13 juli 2021

De moeder aller dwalingen

Aha, excuses van de premier ineens. Maar goed ook, want ik kon het meest recente optreden van de Bassie & Adriaan van de polderlandse politiek maar niet uit mijn hoofd zetten. Omdat zij met de bestrijding van het Covid-19 probleem een onontgonnen terrein moesten betreden, bracht ik tot nu toe ongewoon veel begrip op voor Mark Rutte en Hugo de Jonge. Ga er maar aan staan, dacht ik, als je een door en door verwend, eigenwijs, ongehoorzaam volk dient te leiden. Maar dit?

Wat wás dit in vredesnaam, wat de heren vrijdag op de planken zetten? Waarom weigerden ze te beamen wat iedereen wist, namelijk dat ze een enorme blunder hadden gemaakt toen ze de maatschappij enkele weken eerder, terwijl de Deltavariant elders reeds gretig om zich heen greep, grotendeels voor heropend verklaarden?

Ik had ooit een collega die er niet in spuugde, in die tijd bijna een pleonasme. Als hij weer eens te diep in het glaasje had gekeken werd hij vaak door het onweerstaanbare verlangen overvallen om in het etablissement waar hij verbleef via een sprong vanaf de stamtafel in een kroonluchter te gaan hangen.

Hij was heel klein. Misschien was dat de verklaring. En één keer ging het mis. Dat wil zeggen: de sprong slaagde, maar de kroonluchter hield het niet. Zowel springer als kroonluchter flikkerde met donderend geraas op de vloer, waarna de collega al opkrabbelend de volgende legendarische woorden sprak: “Ik heb ‘m niet aangeraakt!”

Gek hè, dat ik daar sinds vrijdag aan denk als ik aan Hugo de Jonge denk.

Dansen met Janssen. Hij had het toch echt gezegd, een paar weken eerder. Ik kan mij voorstellen dat een minister na een eindeloze reeks saaie slechtnieuwspersco’s ook weleens een geintje wil maken, maar dit was de moeder aller dwalingen. De bewindsman opende er de poorten - ik jat een vondst van Kees van Kooten - naar Hedonia mee. Hij was even vergeten dat Nederlandse jongeren, soms zelfs aangemoedigd door hun ouders van wie velen zelf het product zijn van een opvoeding in de jaren zestig en zeventig waarbij het vermogen tot zelfbeheersing niet of nauwelijks werd ontwikkeld, dat die jongeren het najagen van genot en lust veel meer dan jongeren in andere landen als een grondrecht beschouwen.

Feesten, overal, met onmiddellijke ingang. Dansen met Janssen, inderdaad. Eén prik en gaan met die banaan. Na ons de zondvloed, eindelijk mocht het weer. Hoezo Deltavariant? Daar hadden zíj toch geen last van?

Resultaat: 10.000 coronabesmettingen op een dag. En Duitsland, een land met 83 miljoen inwoners, diezelfde dag? Nog geen 900 besmettingen. Ik wijs daar toch maar even op.

En dan die blunder niet toegeven, als hoofdverantwoordelijke, tijdens een persconferentie waarin allerlei coronabeperkingen in alle haast opnieuw worden ingevoerd en bovendien medegedeeld moet worden dat na het toedienen van het Janssen-vaccin bij nader inzien minimaal twee weken afstand dient te worden gehouden. Dzjeezzz.

Zojuist met de KLM gebeld.

Ik kan mijn tickets omruilen voor een voucher.

Thx, Huug!


15 juli 2021

Hoezo platvloersheid?

En toen, nog tijdens de cérémonie protocollaire, trokken verscheidene Engelse voetballers in al hun chagrijn de zilveren medaille subiet weer van hun nek. Weg dat ding. Hier hadden ze zich niet voor uitgesloofd. De Italianen moesten hun gouden plak nota bene nog in ontvangst nemen. Treffender slotstuk had de wanstaltige vertoning van vulgariteit in het Londen van zondag 11 juli niet kunnen krijgen.

Ze hebben het weleens over een moreel vacuüm.

Ik zag het daar.

Helaas heeft de vermaarde Britse psychiater/schrijver Theodore Dalrymple nog niet op de gang van zaken bij de finale van het EK Voetbal tussen Italië en Engeland gereageerd. Al weet iedereen die zijn werk kent wel al wat de teneur zou zijn. Regelmatig rept Dalrymple over de geestelijke, culturele en emotionele armoede in zijn land, gekenschetst door ernstig alcoholmisbruik en in de hand gewerkt door de onverschilligheid van een upperclass zonder enig moreel gezag, die slechts aan haar eigen welzijn wenst te werken. Een reactie van zijn kant op dit wangedrag zou daar waarschijnlijk geen uitzondering op vormen.

Ik zie ook wel weer een lichtpuntje: wij zijn als Nederlanders niet het grootste tokkievolk ter wereld.

Ik las artikelen van Nederlandse verslaggevers die zich op weg naar de wedstrijd een weg moesten banen door de massa’s stomdronken, totaal opgenaaide, hyperagressieve Engelsen die geen kaartje hadden weten te bemachtigen en toch met z’n allen naar Wembley waren getrokken. Ik las wat zich aan onverkwikkelijkheden in Londen zelf voltrok, in en om de propvolle pubs. Ik hoorde het oorverdovende gefluit en gejoel op de tribunes toen het Italiaanse volkslied ‘Il Canto degli Italiani’ werd gespeeld (en door La Squadra Azzurri uit alle macht werd meegezongen). Ik zag, dik twee uur later, hoe de leden van het team van Gareth Southgate hun zilveren plakken tot vullis verklaarden nadat ze tijdens de allesbeslissende strafschoppenserie hadden gefaald.

Hoezo platvloersheid?

Pardon? De Engelse supporters toonden zich ook nog eens krankzinnig racistisch nadat drie zwarte spelers hun elfmeters hadden gemist? Eeehh... nee, dat nu weer niet. Er werd inderdaad veel heisa over gemaakt, onder andere door serieuze media als The Financial Times en The Guardian en dientengevolge zelfs ook door Boris Johnson. Kennelijk wilde de premier een keer níet achterblijven. Maar in werkelijkheid was er nauwelijks sprake van.

Tip: lees ‘The myth of racist England’ van Charlie Peters op spiked-online.com. Lezing ervan levert een ander inzicht op omdat duidelijk wordt gemaakt dat het overgrote deel van die racistische tweets vanaf anonieme buitenlandse accounts werd verstuurd, meestal met slechts een handvol al even anonieme volgers. En toch werden ze door de immer naar racisme speurende Black-Lives-Matterofielen tot ongekende proporties opgeblazen. Er moest en zou racisme zijn. Gareth Southgate wees daar overigens ook op.

Een heel klein beetje deugen ze dus nog wél, die Engelsen.

Come on, England!

Breng het fatsoen thuis!


17 juli 2021

Gefeliciteerd dom, laag uitschot

Peter R. is dan toch nog gaan slapen, zoals dat in het hedendaagse vakjargon van het tuig heet. Het is onverteerbaar, maar misschien kunnen we af en toe nog zijn stelligheid gebruiken, zijn onbeschroomdheid, zijn toon, zijn dictie. Het helpt denk ik. Zo blijft-ie bovendien een beetje onder ons.

Ik keek en luisterde naar de aflevering van de toenmalige AT5-serie Niets Nieuws waarin Peter R. de Vries in 1997 door Theo van Gogh werd geïnterviewd. Inmiddels is dat in de eerste plaats een opmerkelijk gesprek omdat ze daarna allebei met fatale gevolgen ten prooi vielen aan haat en onverdraagzaamheid. Maar het was ook om andere redenen opmerkelijk. De scherpe, ironische vragensteller bleek zoals bij elk interview dat hij deed erudiet en eloquent, zijn gesprekspartner presenteerde zichzelf toen al zonder met zijn ogen te knipperen als het toppunt van zelfverzekerdheid.

Vierentwintig jaar later had ik Peter R. de Vries bijvoorbeeld graag net als in deze conversatie horen redeneren over de aarzelende manier waarop in de randstad in den beginne werd gereageerd op de zondvloed die Limburg onder water deed lopen: “Beetje ver weg hè, Limburg. Als dit Amsterdam was overkomen, had het kabinet het metéén tot een nationale ramp uitgeroepen. Nu gebeurde het pas na twee dagen. Ik vind dit een grote schande.”

Zoiets?

Ach, laat ik verder geen imitatiepogingen ondernemen. Ik voeg alleen nog één anekdote toe aan de reeks die collega’s vrijdag in de krant over hem vertelden.

Er was ooit een tijd dat hij zich, in dienst van de Telegraaf, slechts Peter de Vries noemde. En toen kwam ineens die R erbij. Wij gniffelden erover, op de redactie. Toen ik voor ons interne orgaan de Buizenpost een verslag schreef over het jaarlijkse Tien Over Rood-biljartkampioenschap om de Jan van der Pol Wisselregenjas, genoemd naar een fameuze archivaris die altijd een lange regenjas droeg, gaf ik mede om die reden alle deelnemers een tweede initiaal, behalve Peter. Nog zie ik hem schaterend het stiltehok binnenstormen waar ik zat te werken nadat de Buizenpost was uitgekomen.

“Hahaha, een goeie!” riep hij.

Sportief was-ie dus óók nog.

Over toon gesproken. Schrijver Joris van Os luchtte na de dood van Peter zijn hart op Facebook.

Hieronder een ingekorte versie.

“Gefeliciteerd, tuig. Gefeliciteerd, dom, laag, smerig, ziekelijk, afstotend, weerzinwekkend uitschot. Er is niets interessants aan jullie. Niets avontuurlijks. Er is geen romantiek aan jullie bestaan. Geen heroïek van de straat.

NPO, Videoland, wie dan ook, hou op met die Mocro Maffia. Hou ermee op om Holleeder een column in de Nieuwe Revu te geven. Hou ermee op dit geteisem op een schild te hijsen. Hou ermee op dit ondergekruipsel de glans van heldhaftigheid te verlenen.

Jullie hebben ons niets te leren. Jullie zijn geen nobele wilden, geen Robin Hoods, geen schoffies, geen knuffelcriminelen die een plekje verdienen in de praatprogramma’s.

Jullie verdienen geen ‘respect’.

Jullie zijn niets. Alleen maar gespuis.”

De enige juiste toon.


20 juli 2021

Haar naam is Leonarda 12

Respectloos, dat is het. Het gaat hier wel om een dier van vlees en bloed, ja?! Een trouw beest, met een hart en een ziel. Anoniempjes vind je op Twitter, dat open riool. Anoniempjes vind je níet in een weiland. En al helemaal niet in een kolkende rivier.

Ik heb het uiteraard over De Koe. Nee nee, niet over de twee ordinaire koeien op die foto die de afgelopen dagen óók centraal in het nieuws stond. Beide dames stonden erop afgebeeld als behorende tot een kudde die er zelfs niet voor terugdeinsde om Davidsterren bij zichzelf op te spelden. Met borden met de teksten ’Wir haben es nicht gewusst. Yeah right!’ en ’Wie wordt de nieuwe Anne Frank?’ liepen zij te wappieën over de regeringsaanpak van dat griepje. Nooit geweten dat koeien schaapachtig konden lachen. En dan ging het hier ook nog om twee schaapachtig lachende koeien met het historisch besef van een geit. Ik reik een slogan aan: ’Je bent een rund als je met de Holocaust stunt’.

Op die twee koeien doel ik dus níet.

Het gaat nu maar om één koe.

Haar naam is Leonarda 12 en zij zag op 31 maart 2015 het levenslicht.

Ik ben het aan haar verplicht om haar naam onmiddellijk vrij te geven. Niemand deed dat tot nu toe. In de berichtgeving over het dier dat tijdens de Limburgse watersnoodramp in het dorp Echt in de Maas terecht was gekomen en toen maar liefst honderd kilometer stroomafwaarts werd meegesleurd, had iedereen het alleen maar over ’een koe’. Zelfs tijdens de interviews met haar gelukkige eigenaar Har Smeets nadat zij bij Escharen levend en wel uit het water was getakeld, bleef zij anoniem. Dat kon natuurlijk niet. We hadden al een Zangeres Zonder Naam, een Band Zonder Naam en een Bond Zonder Naam. Daar kon geen Koe Zonder Naam bij.

Het is boer Smeets overigens niet aan te rekenen. Ze vroegen hem gewoon niet hoe zij heette. Hij gaf keurig antwoord en hield het daarbij. En intussen dacht-ie ongetwijfeld: „Wat een onwetende stadsmensen toch, die journalistjes. Dat merk je aan alles. Dat het hier om een Galloway-rund gaat, robuust en vruchtbaar, met een tussenkalftijd van 365 dagen, van een ras dat haar oorsprong heeft in het zuidwesten van Schotland en geschikt is voor extensieve vleesproductie, ontgaat ze bijvoorbeeld. Dat ze haar naam niet willen weten is helemaal bizar.”

Want zo is het.

Ik neem u even mee terug naar de finale van het EK voetbal van 1988 in München tussen Nederland en Rusland, toen we nog konden voetballen. Weet u nog wie die wonderschone 2-0 maakte? Ik ook.

Stel, De Telegraaf had dat doelpunt als volgt beschreven: „Na een diagonale pass van Arnold Mühren volleerde een voetballer de bal uit een schier onmogelijke hoek achter doelman Dasajev.”

Zoiets is het.

Excuses, lieve Leonarda 12. Eén telefoontje naar Har Smeets bleek voldoende om je naam en geboortedatum te achterhalen. Rust maar lekker uit in de verse stro die de boer voor je had klaargelegd. En hou je vast aan de gedachte dat hij je nu niet meer wil laten slachten.

Je hebt het verdiend.


22 juli 2021

Ze wilden een waterpistool

Mijn naam is Gerald Roethof. Ik ben de advocaat van Moreno B., die om onduidelijke redenen wordt verdacht van de moord op mijn confrère Derk Wiersum. Eerder behartigde ik de belangen van de ook al danig onschuldige Jos B., die geheel ten onrechte werd aangeklaagd wegens directe betrokkenheid bij de zaak-Nicky Verstappen en nota bene nog werd veroordeeld ook.

Alsof Nicky níet al dood was toen Jos B. hem vond!

En die pedofilie van cliënt?

Iets van vroeger!

Nu tot mijn grote verbijstering geen enkele van onze 23.897 tv-talkshows bereid bleek mij uit te nodigen om de verdediging van Moreno B. buiten de rechtbank voort te zetten, ben ik de heer Hoogland zeer erkentelijk dat ik zijn rubriek voor één keer mag overnemen. Dat hij mij die kans wél gunt bewijst dat ik niet de de enige ben die zich ernstige zorgen over de rechtsstaat maakt.

Laat ik eerst van de gelegenheid gebruikmaken door te reageren op het verwijt van twee officieren van justitie dat ik een ‘volstrekt onaannemelijk’ verhaal vertelde toen ik zei dat de verdachten ook zouden kunnen worden gezocht binnen de Rolex-bendes. Zo ‘not done’, namelijk, om er dan op te wijzen dat collega Wiersum zijn horloge gewoon nog om had toen zij zich na hun daad uit de voeten maakten.

Dat wilde ik toch nog wel even kwijt, voordat ik inga op de bewering van het OM dat uit de autobewegingen in de omgeving van de woning van het slachtoffer in de weken voorafgaande aan het incident, zoals geregistreerd door diverse camera’s, kan worden opgemaakt dat Derk Wiersum reeds lang door de verdachten werd geobserveerd.

Heeft het OM dan werkelijk niet door dat dat automatisch voeding geeft aan een andere theorie, inhoudende dat zij daar uit pure bewondering voor de advocaat van de kroongetuige van het Marengo-proces rondhingen? Dat het hier, met andere woorden, wellicht om groupies ging, die de heer Wiersum keer op keer wilden aanspreken om hem te complimenteren met zijn nobele werk maar dat steeds op het laatste moment niet aandurfden?

Collega Wiersum had kinderen, met wie hij vaak speelde. Het is zeer wel denkbaar dat die wetenschap de vertederde verdachten ertoe verleidde om zich bij een moppenwinkel te vervoegen met het plan om een waterpistool aan te schaffen waarmee zij hem bij wijze van geintje op kinderlijke wijze ‘onder vuur’ zouden nemen, en dat de uitbater van die winkel de heren vervolgens in plaats van dat waterpistool per ongeluk de revolver overhandigde waarmee hij zichzelf tegen inbraken verdedigt.

Het ligt daarom voor de hand te veronderstellen dat de verdachten, toen zij op 18 september 2019 eindelijk over hun schroom om hun held te benaderen waren heengestapt, enorm schrokken van het feit dat hun wapen geen water maar echte kogels bleek te bevatten. En dat zij om die reden van de weeromstuit op de vlucht sloegen.

Ik eis daarom niet alleen vrijspraak, maar ook een passende schadevergoeding.

Volgende kansloze zaak!


24 juli 2021

Red mij! Stem GroenLinks!

Gelezen, over dat - attentie: pleonasme! - mesjoggene GroenLinks-gedoe? Over hun bezwaren tegen de Bikinilijn naar Scheveningen? Over dat schrappen van de aanhef ‘Geachte heer/mevrouw’ in brieven en mails aan de Amsterdamse burger omdat zulks de non-binaire plaatsgenoot mogelijk voor het hoofd stoot?

Tweemaal maakte mijn hart een vreugdesprongetje.

Hoera, kopij!

Omdat dit toch het tijdperk van de grote dikke ik is, gooi ik de vraag in de groep: wilt u volgend jaar, op 16 maart, bij de gemeenteraadsverkiezingen, massaal op GroenLinks stemmen? Het land gaat dan weliswaar naar de knoppen, maar mijn kostje is gekocht.

Wat stelt het leven van een kantlijnkrabbelaar nog voor wanneer GroenLinks van het toneel verdwijnt?

Ik geef toe dat een dergelijk bestaan utopische trekjes heeft. Geen Jessias, geen links populisme, geen moslimbroederzuster in de Kamer. Minder inclusie-, intersectionaliteits- en diversiteitswaanzin bovendien, minder biomassageblunder, minder klimaat- en milieugekrijs, minder welvarendenhaat, minder losersaanbidding, minder wegkijkerij bij criminaliteit en islamitische veroveringsdrang, minder gelukszoekersverafgoding, minder blankenaversie, minder wokeness. Alleen de gedachte al bezorgt de gezondverstandmens orgastische vreugde.

Maar denk ook eens aan mij!

Hoe kan ik nog functioneren wanneer ik geen woorden meer kan besteden aan een type als Marielle Vavier, de Haagse GroenLinksmejoffer die vindt dat de HTM de tramlijn naar Scheveningen wegens seksisme geen Bikinilijn mag noemen? Ofschoon ik mij ditmaal beperk tot “We maken er gewoon Boerkinilijn van, dan is er geen vuiltje aan de lucht”, moet ik daar niet aan denken.

En wat als het mij niet langer wordt gegund om de Amsterdamse wethouder Rutger Groot Wassink te beschouwen, de illegalenkietelaar die, terwijl hij kreten als ‘Moederneuker!’ twittert over collega’s met een andere politieke overtuiging, zijn stad rechtstreeks richting de afgrond bestuurt?

Onder het bewind waarvan hij prominent deel uitmaakt wordt de stad met al die schiet- en steekpartijen en overvallen steeds onveiliger en onleefbaarder, al spelen de torenhoge kosten waarmee de gemeente de inwoners opzadelt bij dat laatste eveneens een rol.

En wat doet meneer intussen? Een rapport waaruit blijkt dat Marokkanen de grootste homohaters onder ons zijn snel in de onderste la verstoppen omdat die conclusie weerspreekt wat de partij via de burgermoeder uitdraagt, alsmede de gemeentelijke communicatiemiddelen door externe krachten langs de inclusiviteitsmeetlat laten leggen ‘omdat het belangrijk is dat iedereen, van elke gender en van ieder ras en geloof, zich erin herkent’.

De wethouder wil voortaan beginnen met ‘Beste Amsterdammer’.

Dat moet beter kunnen. Rutger Groot Wassink ziet zichzelf toch als God? En God schiep de mens toch naar Zijn evenbeeld? Daarom pleit ik voor: ‘Drammerige zak hooi’.

Red mij!

Stem GroenLinks!


27 juli 2021

Ik ontglip u binnen afzienbare tijd

Niet verbaasd zijn wanneer ik plots mama of papa tegen u zeg, of midden in de nacht al schommelend in de speeltuin word aangetroffen: een Australisch onderzoek heeft aangetoond dat de kans op dementie 53% groter wordt wanneer je zes of meer koppen koffie per dag drinkt.

Er zíjn dagen dat ik de tien bakkies pleur net niet aantik.

Ze zijn schaars.

Met andere woorden: adieu, naasten, ik ontglip u binnen afzienbare tijd. Wel luiers van XXXL-formaat graag en als het even kan alleen nog mierzoete desserts als maaltijd, met veel bessensiroop die dan lekker langs mijn kin op mijn hemd en broek kan druipen.

Of neemt Alzheimer mij te grazen zoals hij mijn tante te grazen nam? In haar chique verzorgingsflat knoopte zij immer hartelijke gesprekken aan met de visite: hallo zeg, wat leuk je te zien, hoe is het met jou, alles goed met de kinderen? En daarna, als het bezoek weg was, zei zij tegen haar zuster (mijn moeder): “Geen idee wie dat was.”

Was tante ook een koffieleut?

Ik zal het toch eens navragen.

Ik houd er ernstig rekening mee dat bovenstaande werkelijkheid wordt. Er zijn weliswaar, zij het slechts mondeling, afspraken gemaakt over bespoediging, in Hugo Claus-stijl, van het een en ander zodra het bovenin wat al te uitbundig begint te haperen. Dat Claus daar door de toenmalige Belgische kardinaal Godfried Danneels postuum voor werd veroordeeld, sterkt mij slechts in mijn overtuiging. Maar ik ben en blijf afhankelijk van derden. Als die het toch niet aandurven, ben ik de klos.

Zes koppen koffie per dag…

Dat is helegaar niks!

Neem afgelopen zondagochtend. Ik zit naar de wegwedstrijd van het vrouwenwielrennen op de Olympische Spelen te kijken. Er voltrekt zich voor mijn ogen een bizar schouwspel. Eerst weigeren de Nederlandse vrouwen - allemaal favoriet, hetgeen in de wielersport niet helpt wanneer er een ploegentactiek dient te worden uitgevoerd - achter een vroeg ontsnapte kopgroep aan te rijden, waarvan slechts de Oostenrijkse Anna Kiesenhofer overblijft, die volgens de commentatoren bang is om in een groep te rijden en het daarom liever in haar eentje probeert. Ja, echt. Vervolgens denkt Annemiek van Vleuten, die achter haar als tweede over de meet komt, dat zíj heeft gewonnen.

Hoe amateuristisch wil je het hebben?

Acht koppen koffie, kan ik u mededelen.

En toen moest ik nog ontbijten.

Vroeger vluchtte ik dan in de drank. Dat was niet zo verstandig, oordeelde oom dokter: per dronkenschap 20.000 hersencellen naar de filistijnen. En dus probeerde ik het op z’n Rita Corita’s: koffie, koffie, lekker bakkie koffie, met sloten tegelijk. Eveneens slecht, zo blijkt nu. Van meer dan 400 milligram caffeïne per dag gaan je hersens krimpen. Van alcoholmisbruik naar Nespresso-verslaving leek een veilige stap, maar dat klopt dus óók al niet meer.

Ik beloof u wel dat ik deze Volkskrant-rubriek zo lang mogelijk blijf schrijven.

Huh, wat beweer ik dáár nu?

Help, het is al zover!


29 juli 2021

Veel sterkte, familie van Carlo

Dat rept maar over onderbezetting, overbelasting, te hoge werkdruk, crisis in de keten en betonrot, om enkele termen uit de onophoudelijke klaagzang van het Openbaar Ministerie te noemen.

Dat liet intern al weten dat de strijd tegen de georganiseerde misdaad als verloren kan worden beschouwd wanneer de handhavingsmogelijkheden niet rigoureus worden uitgebreid. Ik noem een paar drugsgerelateerde voorbeelden: Schiphol plat, zoals dat in justitie- en recherchetermen heet, haven Rotterdam idem dito.

Dat laat duizenden strafrechtzaken op de plank liggen omdat er domweg geen tijd voor is. En wat doet het vervolgens? Alles in het werk stellen om de behandeling van een misdrijf dat op Spaans grondgebied plaatsvond van de Spaanse justitie over te nemen.

En ja hoor, missie geslaagd: de Spanjolen zijn akkoord, het Nederlandse OM brengt de zaak tegen de kopschoppers die Carlo Heuvelman uit Waddinxveen op Mallorca om het leven brachten hier voor de rechter. Al is de officiële lezing een tikkie anders. “De Spaanse onderzoeksrechter heeft Nederland verzocht het onderzoek naar het doodschoppen van Carlo Heuvelman (27) over te nemen”, las ik.

Tuurlijk joh.

En een cirkel is vierkant.

Het is héél moeilijk om niet te geloven dat hier een flink staaltje klassenjustitie aan ten grondslag ligt. GeenStijl publiceerde een lijstje met de namen van de Gooise verdachten, met links naar hun profielen en posts op verschillende sociale media, die gaandeweg stuk voor stuk werden verwijderd - hoe zou dat nou komen. Ze zijn niet allemáál polderlands blond, dat is waar, maar de indruk werd wél bevestigd dat ze zich dankzij enkele ouders verzekerd weten van de steun van peperdure advocaten die zeer bedreven zijn in het strooien van grote hoeveelheden zand in de gerechtelijke machine.

Ik ruik de geur van bedorven ei.

Of zou het hondenstront zijn?

Nu al voel ik medelijden met Saskia Belleman, die er straks, in de rechtszaal, verslag van moet doen. Ik weet nog hoe het juridische clownsduo Spong & Smeets een expert zover kreeg om over grensrechter Richard Nieuwenhuizen, die eveneens werd doodgeschopt, te verklaren dat de doodsoorzaak niet kon worden vastgesteld omdat Nieuwenhuizen al een verzwakte ader in zijn hoofd had. Iets dergelijks gaat weer gebeuren, let maar op. Zoals er ook voor het feit dat de lafbekken de ochtend na de fatale mishandeling halsoverkop naar Nederland terugvlogen ongetwijfeld een ergerniswekkende smoes zal worden verzonnen. “Ze wilden na deze schokkende gebeurtenis graag terug naar hun moeder.” Zoiets.

Carlo kan niet meer terug naar zijn moeder. Ik wens de familie veel sterkte, voor nu en voor dan.

Eigenlijk kan dit op slechts één manier een beetje worden goedgemaakt.

Gaarne lees ik binnenkort dit: “De Nederlandse onderzoeksrechter heeft Marokko verzocht het onderzoek naar de mishandeling van Frédérique (14) over te nemen.”

Deal, OM?

Nee hè?


31 juli 2021

Een ongewoon levensverhaal

Wel heel erg vrij naar W. H. Auden: zet alle klokken stil, doe je iPhone uit, geef de hond een vette kluif zodat-ie niet blaft, sla de piano dicht en lees deze woorden.

Ik vertel een levensverhaal dat mij van de week per e-mail werd opgestuurd. Het is een ongewoon levensverhaal. Op verzoek van de schrijver houd ik het anoniem.

“U kent mij niet”, laat hij in de eerste zin van de e-mail weten. Daarna vertelt hij dat hij zonder vader is opgegroeid. Zijn moeder voedde hem alleen op, zij had al die jaren geen partner en wanneer hij als kleuter vroeg waarom hij geen papa had en zijn vriendjes wel, antwoordde zij dat zij hem dat later weleens uit de doeken zou doen.

Daar nam hij op een gegeven moment, als adolescent, geen genoegen meer mee. Zijn moeder begreep dat. Zij vertelde hem dat zijn vader en hij dit zo hadden afgesproken. Er was geen liefde tussen hen geweest, benadrukte zij tijdens de verscheidene gesprekken die zij erover voerden. Het was daarom beter zo. Verder zei zij dat de man haar had verzekerd dat hij niets met zijn kind te maken wilde hebben en dat zij geen idee had waar hij uithing.

“Dat frustreerde mij”, schrijft hij. “Maar ik nam er genoegen mee. Mijn moeder deed alles voor mij en betekende ook alles voor mij. Daarom was het een grote schok voor mij toen zij een paar maanden geleden aan een acute hartstilstand op straat overleed. Ze was in één keer weg.”

De moeder van zijn moeder, zijn oma dus, overleefde haar dochter. Hij bezocht haar regelmatig en tijdens een van die visites vertelde de oude vrouw hem ineens, ongevraagd, hoe zijn vader heette. Ze was het nooit met de beslissing van haar dochter om de jongen hierover in het ongewisse te laten eens geweest en vond dat haar kleinzoon het recht had om te weten dat hij geen wees was. “Je vader woont hier in de stad”, zei zij.

De volgende dag al belde hij bij zijn vader aan. Er volgde een hartelijk en emotioneel gesprek, waarbij de man plotseling een stapel fotoalbums uit een kast haalde. De inhoud verbijsterde de zoon. Er waren uitsluitend foto’s van hem ingeplakt, terwijl hij als jochie voetbalde bij de lokale vereniging, terwijl hij op het schoolplein speelde, terwijl aan het zakkenlopen meedeed tijdens Koninginnedag, terwijl hij zwom in het gemeentelijke openbare zomerbad, terwijl hij met een stel vrienden iets zat te drinken op de markt in het centrum. Ze waren door de jaren heen allemaal vanaf een afstandje door zijn vader gemaakt.

“Ik heb je nooit willen aanspreken”, zei de man. “Ik wilde het wel, maar dat was nu eenmaal de deal. Maar ik moest je af en toe zien en wilde die momenten voor mezelf vereeuwigen.”

Wat er was gebeurd tussen zijn vader en moeder?

De zoon durfde het nog niet te vragen, maar had wel een idee.

“En toch houd ik van die man”, schrijft hij. “In tegenstelling tot wat mijn moeder beweerde, wilde hij al die jaren wél iets met mij te maken hebben. Voorlopig is dat voor mij voldoende. Ik mag dan geen moeder meer hebben, maar ik heb wel ineens een vader!”