2 maart 2021
Lang leve de avondklok

Dit gaat mij moeite kosten, grote moeite. Ik neem definitief afscheid van een bestaan dat mij dierbaar was. Maar het besluit is genomen. Veel te lang luisterde ik naar mijn hart en negeerde ik mijn hersenen - als daar nog iets van over is. Daarom zeg ik het nu klip en klaar: als de avondklok straks wordt opgeheven, handhaaf ik ‘m persoonlijk.

Ik heb het overwogen, om mijn oude leventje straks weer op te pakken. Ik heb het serieus overwogen, zojuist nog toen ik toevallig de vrouw van mijn beste vriend even sprak. En laten we wel wezen: die slemp- en vreetpartijen met je vrienden hebben ook iets. Om zeven uur, half acht ‘s avonds je maten en hun aanstaande exen ontvangen voor een uitgebreide borrel. Een gangetje of vijf, zes dineren, waarbij tegen het opdienen van het dessert zo’n beetje alle wereldproblemen zijn opgelost. En daarna uiteraard, tot het ochtendgloren, ontelbare veel te volle glazen cognac c.q. calvados c.q. armagnac of gewoon nóg drie flessen Valpolicella.

Het nuttigen ervan neemt meer tijd in beslag dan de voorafgaande maaltijd, net als de bijbehorende conversaties waarvan je je na het ontwaken weinig tot niets meer kunt herinneren, zelfs wanneer de vrouw van je beste vriend je met een hese fluisterstem belt met de vraag of je het echt meende, dat met dat rendez-vous die middag in de dichtstbijzijnde Van der Valk.

Soms verlang ik er echt nog naar.

Maar ik doe het niet meer.

Begrijp me niet verkeerd: ik ontvang nog steeds vrienden. Twee zelfs, niet eentje, zoals Jaap van Dissel van ons eist. Als het maar een stel is. Ik ben qua lockdown, avondklok en al wat daarmee samenhangt een buitengewoon brave en gehoorzame burger, die zich keurig aan de beperkingen houdt, maar ik nodig géén half echtpaar uit, klaar.

Van de week. Leuk stel op bezoek, mooie oude herinneringen opgehaald en er werden ook best wel enkele flessen ontkurkt. Op bouwvakkerstijdstip gingen we aan tafel en om acht uur zeg ik: jullie moeten gaan. De avondklok, jongens. ‘t Is drie kwartier rijden en als je niet meteen een parkeerplaats vindt ben je de sjaak. En ja hoor, daar gingen ze. Ik dook om tien uur onder de wol en sliep negen lange uren.

Man, ik ben zo fit ‘s ochtends. Ik ben zo huiveringwekkend, gruwelijk, angstaanjagend fit. Ik schrik nog steeds van mezelf. Ilja Oblomov was er vroeger niks bij. Katers als koningstijgers en niet vooruit te branden, deze meneer. Er kwam niets uit mijn handen en als ik uit verveling tegen mijn computer ging schaken verloor ik alle partijen omdat ik nog geen anderhalve zet vooruit kon denken.

En nu? Om zeven uur rinkelt de wekker en huppekee: daar sta ik reeds naast mijn bed te olgacommandeuren. En ondertussen koester ik mijn frontale cortex en hippocampus, prijs ik mijn cerebellum en hypofyse en verklaar ik de liefde aan mijn medulla. ‘t Is wat laat wellicht, misschien zelfs té laat, maar alle hersenonderdelen die onder drankmisbruik te lijden hebben behandel ik voortaan met respect.

Bedankt, Mark!

Bedankt, Hugo!

Lang leve de saaiheid!


4 maart 2021
Nog nooit zoveel mededogen

Pardon? Of ik ook een biertje zou hebben besteld op dat illegale, wel heel tijdelijk geopende Bredase terras? Nee, natuurlijk niet. Ik ben een standvastig man. Afspraak is afspraak, principes zijn principes.

Doe even normaal zeg. De volksgezondheid staat dezer dagen voorop en hoe hard er hier en daar ook gegild en gekrijst wordt, we moeten met z’n allen zo lang mogelijk bereid blijven om daar offers voor te brengen.

Nee, echt hoor.

Ik zou het gewoon bij een kop koffie hebben gehouden.

Vergeef mij deze frivoliteit, lezer. Blijkbaar word ik een beetje uiïg van die lockdown. “Periodes met veel herinneringen lijken altijd veel meer tijd in beslag te nemen, waardoor het verleden voor het gevoel heel lang duurde, terwijl de huidige tijd voorbij flitst”, zegt psycholoog/filosoof Douwe Draaisma bovendien. Dat geldt nu nog eens extra. Laat ik ook dat citaat van John Cleese maar weer van stal halen: „Rrroetsj! Wat was dat? Mijn leven.”

Er gebeurt niets in mijn bestaan momenteel. Nou ja, bijna niets. Elke dag verloopt volgens hetzelfde ritueel. Ik sta op, informeer mezelf, laat Bavink uit, doe mijn werk, laat Bavink uit, informeer mezelf nogmaals, laat Bavink uit en ga pitten. Dag in dag uit gaat het zo. Er is geen ruimte voor de dingen die het leven anderszins kunnen veraangenamen, oftewel: die voor tijdrekkende herinneringen kunnen zorgen.

Ik zou liegen als ik zeg dat dat geen effect op mij heeft. Het leven is dankzij de beperkingen één grote sleur. Het lijkt alsof ik in razende vaart op weg ben naar die plek, voorheen in de verte, waar de klokken reeds voor mij luiden. En dan heb ík nog de mazzel dat ik mij kan terugtrekken in mijn stolpje aan de kust. Daar is het strand tenminste nog. Daar zijn de strandpaviljoens, gesloten weliswaar, maar ook weer niet helemaal. Stuk voor stuk hebben ze een afhaalmogelijkheid voor drankjes en etenswaren gecreëerd die desgewenst op een van de talloze bankjes in het dorp genuttigd kunnen worden.

Ik deed dat ook, op de dag van het horeca-protest waarbij de terrassen werden geopend, maar in mijn woonplaats níet door de exploitanten werden vrijgegeven voor het publiek. Er heerste grote bedrijvigheid in het derp, zoals het dorp in de volksmond heet. De winkels waren weer open, al dan niet gedeeltelijk, de lucht was zwanger van vrolijkheid, de mensen op straat deden denken aan bloemen die op het punt staan open te barsten. Hugo de Jonge hoefde alleen nog maar met zijn vingers te knippen.

Tegenover de strandopgang bevindt zich sinds jaar en dag een grote zaak met dito terras. De uitbater deed mee aan het protest en had zijn terras dus volgestouwd met tafels en stoelen, waaraan niemand mocht plaatsnemen. Hij zat er zelf wel, in zijn eentje. Met de armen over elkaar keek hij naar al die drinkende en etende mensen op de gemeentelijke bankjes.

“Ik betaal 30.000 euro precariorechten per jaar”, zei hij. “Mag ik er dan in ieder geval zélf nog van genieten?”

Ik hield een aan de overkant besteld kartonnen bekertje koffie in de hand en voelde nog nooit zoveel mededogen.


6 maart 2021
Sorry gemberpotje, sorry, sorry!

Dat we hard op weg zijn naar het einde is nu wel duidelijk. De vraag is: hoe houden we het in de tijd die ons rest nog een beetje plezant? We kunnen, tot de boel explodeert, wel in een hoekje gaan zitten kniezen, maar daar schieten we niks mee op.

Het begon met een Grote Knal, het zal er binnenkort ook mee eindigen en helaas zijn er reeds voorschokjes van die tweede knal geregistreerd. Ik noem interview numero 79.897 met Sigrid Kaag. “De levenshouding van de Rotterdammers past naadloos bij de politiek van D66”, zei madam. Is dit geen schoolvoorbeeld van groepsbelediging? Je zult maar Rotterdammert zijn!

Wat verder te denken van deze nog veel hevigere voorschok: het totale ontbreken van politieke reacties, op enkele voorspelbare na, op het rapport Grenzeloze Verzorgingsstaat van onder andere onderzoeker Jan van de Beek. Daarin staat dat de immigratie ons vanaf 1995 netto 400 miljard kostte en dat daar, als we zo doorgaan, de komende 20 jaar 600 miljard zal bijkomt.

Dat onze volksvertegenwoordiging zodra dit onderwerp te berde wordt gebracht in grote meerderheid oogkleppen ter grootte van olifantenoren blijft opzetten, bevordert het tempo waarmee de tweede Grote Knal op ons afraast fors. Al blijf ik van mening dat we het leven ook in deze eindfase als een lolletje moeten zien. Tip: blijf de ontwikkelingen in de woke-wereld volgen.

Er werden ons de laatste tijd weer heel wat lachwekkende pareltjes aangereikt, bijvoorbeeld door een Britse hoogleraar postkoloniale literatuur: onze tuincultuur en zelfs het eten van een fazant herbergen een ‘diepgewortelde laag van racisme’. Het eerste wat ik dacht was: “Zal ik straks, in de duinen, dan maar mijn excuses aanbieden aan de eerste de beste fazant?” En toen kreeg deze mevrouw Fowler, in Het Parool, ook nog eens gelijk van antropoloog Lenno Munnikes, die er zelfs iets aan toevoegde: wij gebruiken in onze keuken kruiden die schokkende culturele appropriatie aantonen.

Sorry, gemberpotje in de voorraadkast, sorry, sorry!

Ziet u die grote grabbelton daar?

Daar heb ik dozen vol unieke staaltjes wokeness van alleen al de afgelopen week ingekieperd. Doe een graai. Als geste serveer ik hier alvast twee tweets.

Bertho Nieboer, gynaecoloog en hoofdredacteur van Medisch Contact: “Hoorde van een collega dat je in Australië op sommige verloskamers niet meer vader en moeder mag zeggen, maar ‘the birthing parent and the non-borthing parent’. In de Nederlandse setting: is de man dan zwanger en de vrouw zwangster of zwangeres?”

En dat was natuurlijk weer tegen het zere been van Ellie Corazolla, helaas eveneens medisch onderlegd: “Jammer dat inclusieve termen zoals barende / birthing parent door gynaecologen belachelijk worden gemaakt. Hebben mensen die baren niet juist een veilige omgeving verdiend voor hun geboorte?”

Mensen die baren. Proest!

Benieuwd of mijn sensitivity reader deze zin laat staan.

Wat hoor ik dáár nu ineens voor een donderend geraas?

O jee, het is reeds zover: Moeder Natuur pikt het niet langer.


9 maart 2021
Kom je, lief kiesdrempeltje?

Waar blijf je toch, lief kiesdrempeltje van me? Ik verlang zo naar je. Ik zie door de bomen het bos niet meer en alleen jij kunt dat probleem oplossen. Desnoods doen we het op z’n Duits. Of op z’n Belgisch, wat kan mij het bommen. Alles beter dan dit.

Klopt, ze maken nog steeds beter bier dan ons, de Duitsers en de Belgen. Voor een Steak vom Schweinerücken mit Pfifferlingen und Champignons in Rotweinsoße rijd ik desnoods twee uur om, net als voor een pannetje Vlaams stoofvlees met friet. Toch maakt zich geen onbeheersbare jaloezie van mij meester wanneer ik het totale maatschappelijke doen en laten van onze ooster- en zuiderburen met dat van ons vergelijk.

Maar ja, zij hebben wél een kiesdrempel.

En wij niet.

Snik.

Hoewel de electorale systemen in Duitsland en België verder behoorlijk verschillen, is vijf procent bij de meeste verkiezingen de drempel die politieke partijen in beide landen moeten halen voordat zij tot een parlement worden toegelaten. Zoiets moeten ze bij ons ook maar eens invoeren. De boel zou dan aanzienlijk minder versplinteren dan nu dreigt te gebeuren.

Het klinkt uiteraard goed: evenredige volksvertegenwoordiging. Het duizelt mij evenwel wanneer ik de recente peilingen van Maurice de Hond zie. Liefst vier nieuwe partijen maken ditmaal een goede kans om in de Kamer te komen: Ja21, Volt, Bij1 en Code Oranje. Zoals het er nu naar uitziet halen zij gezamenlijk zeven zetels. Wat heeft de Kamer eraan? Het land? Ik zie alleen maar een toename van het toch al zo grote aantal kansloze moties.

Een tweepartijensysteem, zoals in de VS, hoeft van mij ook weer niet. En ik begrijp de behoefte om een nieuwe partij op te richten soms best wel. Vier jaar terug verscheen er ook weer eens eentje ten tonele. In eerste instantie dacht ik: verhip, een leider met Pim-trekjes. Ik was niet de enige, zoals bij de Statenverkiezingen bleek. Maar zie wat daarvan na een implosie van heb-ik-jou-daar is overgebleven. Van de partij, maar óók van de leider, die tot een bizarre complottheorieën aanhangende, Trump-petjes dragende corona-ontkenner is verworden en zijn voorheen toch tamelijk verzorgde taalgebruik heeft verruild door kreten als: “Krijg de tering, Mark Rutte.”

Tering = tuberculose.

Niveautje, niet?

Dat gevaar dreigt óók altijd, met nieuwe partijtjes. Daarom raad ik Ja21 en Code Oranje aan om na 17 maart in elk geval met elkáár in gesprek te gaan. Volt (zeer pro-Europa) moet maar snel met D66 (zeer pro-Europa) in zee, de SGP ondanks alles met de CU en zo zijn er nog wel een paar combi’s denkbaar. En daarna moeten ze met z’n allen lekker die kiesdrempel erdoorheen jagen, zodat we de volgende keer in elk geval zijn verlost van het anti-democratische gannef van Denk en Bij1.

Dat verkiezingsprogramma van Syllie gezien?

Grote goedheid.

Kom je, lief kiesdrempeltje? Beloof je me dat? Ik zal me voor eeuwig over je ontfermen.


11 maart 2021
Ik is zielig, piepte Meghan

Eerst Meghan, toen Ank Bijleveld, pfff. Een mens kan veel hebben, maar niet alles. Geloof het of niet: ik ben een mens en gekwetste hedendaagse vrouwenzielen doen mij nu eenmaal vaak kreunen en steunen.

“Ik is zielig!” piepte Meghan nota bene slechts enkele jaren nadat haar nieuwe schoonfamilie 32 miljoen euro aan haar bruiloft had gespendeerd. “Mark luistert niet naar mij!” riep de minister van Defensie nota bene na vier jaar olijke innige samenwerking met de minister-president.

Beide keren schudde ik meewarig het hoofd.

Wat is dat toch bij mij? Misogynie? Betamannelijkheid? Of gewoon gezond verstand? Vertel het mij, Jeffrey Wijnberg. Ook omdat ik ver weg maar toch zo dichtbij nog steeds - ze is potdorie al 14 jaar dood - de stem van mama hoor.

“Wijven moeten niet zo zeiken”, zei zij weleens.

Ben ik soms een moederskindje?

Ik zag en hoorde de Duchess of Sussex dat opzichtige eentweetje met haar maatje Oprah maken en dacht: je hebt van die zekerheidjes in het leven. Water is nat, 1 + 1 = 2 (althans: daar waar Sylvana Simons zich nog niet in het debat heeft gemengd) en huwelijken tussen Britse prinsen en over het paard getilde burgermeisjes zorgen voor maatschappelijke heisa. Ook wanneer die madammekes van Amerikaane origine zijn, reeds aan het celebritybestaan hebben mogen ruiken en zichzelf dientengevolge een importantie hebben toegedicht die vloekt met hun nieuwe realiteit, die onderwerping en terughoudendheid vereist.

Daar komt in het geval van de voormalige én aanstaande juffrouw Markle nog eens bij dat zij mede dankzij haar huidskleur besmet is geraakt met de BLM-variant van het wokeness-virus, die harder om zich heen grijpt dan welke coronamutant ook.

Het was een grap, die aan het Hof over de kleur van Archie werd gemaakt, daar ben ik van overtuigd. Een Johan Derksen-grap, vooruit: een slechte grap, maar toch een grap zoals zovele. En zoals wij allen weten is het maken van dat soort grappen - eigenlijk van alle grappen - in wokekringen ten strengste verboden.

Enfin, dat was Meghan, en Harry niet te vergeten, de naïeveling (van wie zou hij dat nou hebben?) die toch echt zou moeten weten dat je het gezien de belangen nooit van The Firm wint. Hun geval is nu wel genoeg belicht, her en der, en daarom keer ik toch nog even terug naar het moederland om mij tot Ank Bijleveld te wenden.

Kijk, daar staat Ank, bij die paddestoel. Ik buk diep, laat haar op mijn hand stappen, zet haar op mijn knie en zeg: “Wat vertelde je dáár nu bij Op1, Ankje? Mark Rutte onderbreekt vrouwelijke bewindslieden sneller en ergert zich wanneer ze een onderonsje hebben? Meisje toch! Wees eens eerlijk: kon je zelf je lachen houden toen je zei dat de vrouwelijke manier van praten soms doelgerichter is? Ik bulderde. Ik loop al wat langer mee, zie je. Als ik naar Maastricht wil ga ik niet over Groningen. Ik niet. Daar laat ik het bij. Dag Ankje!”

Zo, nu even het redactiesecretariaat bellen.

Ze hebben daar vast wel het nummer van Jeffrey Wijnberg.


13 maart 2021
Hoe Thierry tot leven werd gewekt

Kogels zijn vaak dodelijk, maar de blauwe bonen die Martijn Koning op Thierry Baudet afvuurde brachten het slachtoffer juist weer tot leven: zeteltje of twee erbij voor het Forum, schat ik.

Terug naar donderdagavond, naar Jinek, waar de kijkers een hoogst merkwaardige western-scène te zien krijgen, niet uit mijn favoriete cowboyfilm The Good, The Bad and The Ugly helaas omdat The Good in geen velden of wegen is te bekennen.

The Bad bepaalt het eerste beeld. Vooral door eigen toedoen, in het voorafgaande uur, waarin hij zichzelf zoals gebruikelijk met even kansloze als bizarre verweren tegen de aanvallen op hem steeds meer in het nauw bracht, is hij zojuist zwaar gewond van zijn paard gekukeld. Hij ligt languit op de stoffige grond en op de achtergrond sterven de mondharmonicageluiden van Ennio Morricone reeds langzaam weg.

Maar dan – paukengeroffel, trompettergeschal! – verschijnt ineens The Ugly ten tonele, een domme, talentloze premiejager die zijn krediet met zijn mislukkingen allang heeft verspeeld maar nog steeds niet door de leiding van zijn bende voorgoed is afgeschreven omdat hij zich keer op keer als een trouwe slippendrager manifesteert. Hij beent stoer op The Bad af en leegt alsnog zijn geweer op hem, niet om hem uit zijn lijden te verlossen maar in een uiterste poging toch nog eeuwige roem te vergaren als de held die The Bad definitief uitschakelde.

Het resultaat?

Een wederopstanding.

Met het slechtst gemikte geweersalvo ooit stelde Martijn Koning Thierry Baudet niet alleen in de gelegenheid om alsnog overeind te krabbelen, maar poetste hij ook nog diens laarzen en het zadel van het paard op en hielp hij hem zelfs nog een handje bij het opstijgen. Waarna The Bad, in de geruststellende wetenschap dat hij hier in electoraal opzicht garen bij zou spinnen, de studio uit galoppeerde.

Het schijnt dat Martijn Koning weleens grappig is geweest. Ik herinner mij zijn Oudejaarsconference van 2019 en zijn talloze optredens als tafelheer bij talkshows. Toen was hij het in elk geval geen enkele keer. Vermoedelijk moeten we dus terug naar zijn kinderjaren in Zwolle, naar een moment bijvoorbeeld waarop hij de bejaarde buurvrouw over zijn uitgestoken been liet struikelen terwijl zijn vriendjes schaterden.

Deze roast was zo ongrappig. Dit was totaal humorloos, laag-bij-de-gronds, schofterig en in de eerste plaats not done omdat hij Baudets vriendin en familie er wel heel vals bij betrok. Met zijn malle optredens en theorieën aangaande tal van onderwerpen biedt Thierry Baudet de cabaretiers onder ons 1001 mogelijkheden om hem aan te pakken. En laat Martijn Koning nou net mogelijkheid 1002 kiezen.

Ik weet eigenlijk niet waar ik een grotere hekel aan heb: aan de soms wel héél gênante, goedkope, populistische mafkezerij van Thierry Baudet, of aan dit soort helaas buitengewoon typerende BNNVARA-humor, die wat mij betreft nog net zoveel levensvatbaarheid heeft als The Bad toen hij in de hierboven beschreven scène van zijn paard sodemieterde.


16 maart 2021
Ik ben volkomen overkaagd

Van de opbrengst betalen ze mij ook, bij de T die nu eenmaal de T is, dus laat ik het voor alle zekerheid maar voorzichtig formuleren: er maakten zich enige lichte gevoelens van ongemak van mij meester toen ik maandag een paginagrote advertentie van D66 in mijn krant ontwaarde, waarin Sigrid Kaag onze lezers toesprak.

“Mijn aanwezigheid op deze plek in uw krant zal u wellicht verbazen “, sprak mevrouw, voordat ze alle bevolkingsgroepen waarbinnen de T in haar ogen weleens zou kunnen worden gelezen, iets waarvan zij volgens mij tot voor kort geen enkel idee had, op een hoop veegde en in één adem door als electoraal geschikt voor D66 verklaarde.

Hoeveel weerzin moest zij daarbij overwinnen?

Ooit zal zij, in haar memoires ‘Van Gaza naar Nederland vice versa’ bijvoorbeeld, onthullen wat deze voor OSM ondoenlijke afdaling naar het riool voor haar betekende. Maar dat doet er nu niet toe: ze deed het en dreef mij daarmee nog dichterbij de Grote Depressie die haar buitenproportioneel overheersende aanwezigheid in de verkiezingsstrijd toch al in mij had doen ontwaken.

Zelfs in míjn krant dus!

Je wordt bedankt, Steven Schuurman!

Zelf zal deze steenrijke techondernemer wel denken dat het miljoen dat hij met zijn ernstige zorgen over de klimaatcrisis in de campagnekas van D66 stortte goed besteed is. Ik denk daar anders over nu ik er wel heel erg cru van op de hoogte ben gesteld wat daar zoal mee wordt gefinancierd. En trouwens, nu we het er toch over hebben: als vanaf nu alle computers die van de software van zijn beursgenoteerde bedrijf afhankelijk zijn worden uitgezet, is het klimaat daar meer mee gediend. Maar dat vindt híj dan waarschijnlijk weer geen goed idee.

Ik ben volkomen overkaagd, dames en heren luisteraars. Ik ben ernstig aan ontkaging toe. Ik verlang niet alleen naar kaagloze dagen, maar ook naar kaagloze weken, kaagloze maanden en kaagloze jaren.

Zeker voor de kwelbuis was er geen ontsnapping mogelijk. Hoe ik ook zapte, van NPO3 naar NPO1 naar NPO2 en weer terug, telkens weer stuitte ik op Sigrid Kaag. Ze deden niet eens meer moeite om hun door Martin Bosma meerdere malen al zo meesterlijk aangetoonde en van bovenaf goedgekeurde voorkeur voor haar en haar partij te verhullen. En daar gingen ze bij RTL4 nota bene soms nog even overheen.

Zevenendertig partijen doen er aan deze verkiezingen mee.

“Nee hoor, het is er maar één”, dacht ik soms.

En dan liet ik Bavink uit en bleek ik toch niet in Pyongyang te wonen.

Ooit behoorde ik, als zeiler, tot het deelnemersveld van de Kaagweek. Dat waren mooie dagen met ultrakorte nachten, waarbij de festiviteiten zich soms zelfs dusdanig ontwikkelden dat ik dacht dat je zeilen met een g schreef. Het kan verkeren. Want nu heeft de verkagisering van de samenleving zulke verontrustende vormen aangenomen, dat ik niet eens meer aan een kaagminuut wil meedoen.

Pssst, advertentieafdeling!

Bel mij voortaan eerst even!


18 maart 2021
Lang leve Lale

Danig beïnvloed door de Lale Gül-affaire - jazeker, ik steun haar eveneens - dacht ik aan Reçep Tayyip Erdogan toen Hugo de Jonge bij het stembureau terug naar huis werd gestuurd omdat hij zich met een verlopen paspoort wilde identificeren.

Ik verplaatste dat stembureau in gedachten van Rotterdam naar Istanboel en wisselde De Jonge in voor Erdogan (iedereen schampert maar over Hugo Bloemschoen, maar als ik tussen die twee moest kiezen wist ik het wel). En dus zag ik daar niet de Nederlandse minister van Volksgezondheid arriveren, maar de despoot van Turkije die door liefst 70% van de Nederturken wordt aanbeden.

Stel dat Erdogan zich óók had moeten identificeren. Gezien de profetische status die meneer zichzelf de laatste jaren heeft toebedeeld en ook de onvoorwaardelijke onderwerping die hij daarbij van zijn volk verlangt in aanmerking genomen, is dat inderdaad onwaarschijnlijk. Maar laten we er toch eens vanuit gaan dat hij daartoe verplicht was geweest.

Zou het hoofd van het stembureau Erdogan hebben durven wegsturen indien de president daarbij een ongeldig identiteitsbewijs had overlegd? Alleen, vermoedelijk, wanneer de goede man naar een vroegtijdig einde van zijn loopbaan had verlangd, alsmede naar een kansloos proces, na een illegaal voorarrest van enkele jaren, wegens staatsondermijnende activiteiten.

Heerlijk - en eerlijk - Nederlands dus, wat Hugo de Jonge overkwam, ofschoon ik niet kan ontkennen dat ook ik door de gedachte werd overvallen dat dit voorval zijn huidige functioneren wel een beetje typeerde.

Het was niet Hugo’s eerste foutje, bedoel ik, en het zal ondanks zijn demissionaire status ook zijn laatste niet zijn. En daar kwam dan ook nog eens zijn mededeling overheen dat hij zichzelf in quarantaine had moeten stellen nadat hem via zijn CoronaMelder-app duidelijk was gemaakt dat hij met een positief getest persoon een aanraking was geweest.

Bij hem doet die app het dus wel.

Hoe dan ook, het was eindelijk stemmen geblazen. Nooit eerder snakte ik er na die schier oneindige reeks van vruchteloze debatten zo hevig naar. En ik had mazzel: ik bleek tot het contingent Nederlanders te behoren dat zijn stempotloodje na de vervulling van de electorale verplichtingen gewoon mocht houden. Daar was dus óók heisa over. De een mocht het potloodje wél meenemen naar huis en de ander niet, zo begreep ik uit een bericht van het front. Hadden we het vaccinatiebeleid misschien gekopieerd en beschikten we daardoor, met onze 13.2 miljoen stemgerechtigden, toch niet over 13,2 miljoen rode potloodjes?

Wéér zo’n moment dat ik besefte hoe Nederlands de dag van woensdag was.

En gelukkig maar, ondanks alles. Het gaat er hier toch wat beschaafder aan toe dan in Turkije, om maar eens een dwarsstraat te noemen, al mag één ding wat mij betreft zo langzamerhand best wat minder beschaafd: de overheidsaanpak van de middeleeuwse achterlijkheid die Lale Gül momenteel zo treft.

Lang leve Lale.

Vooruit: lang leve Nederland ook.


20 maart 2021
Het ijskonijn tijdelijk ontdooid

Kunnen we wel over die overal geplaatste foto van een op tafel dansende Sigrid Kaag blijven jeremiëren. Over het feit, bedoel ik, dat-ie door een via D66 ingehuurde fotograaf en dus niet door een onafhankelijke perspipo blijkt te zijn gemaakt, waar gansch het dode-bomen-mediacircus zich vrijdag o-la-la en tut-tut-tut en het-moest-niet-mogen roepend druk over maakte. Maar laten we alsjeblieft ook stilstaan bij het feit dat hij de plas water onder die tafel níet vereeuwigde.

Het belangrijkste nieuwsfeit!

Zomaar overgeslagen!

Nou ja, er was natuurlijk nóg een belangrijk nieuwsfeit, dat ik uit solidariteit met de collega’s van de fotojournalistiek dan eerst maar even behandel: die door D66 zelf ingehuurde fotograaf zag zich in de eerste plaats gedwongen met Kaag c.s. in zee te gaan omdat hij anders geen nagel heeft om aan z’n kont te krabben. Voor een kiek waarmee ze een halve dag bezig zijn mogen freelance nieuwsfotografen - ze zijn inmiddels bijna allemaal freelance - tegenwoordig een tientje of zeven in rekening brengen. Daar komt de loodgieter niet eens voor voorrijden, dus zo gek is het ook weer niet dat de goede man zichzelf aan de partij verhuurde. Er moest brood op de plank.

Doe dáár straks eens iets aan, mevrouw Kaag.

Zal ik u anders even de telefoonnummers van de hoofdredacteuren van De Volkskrant en NRC Handelsblad geven?

O wacht, die heeft u natuurlijk al.

Enfin, die grote plas water dus, onder die tafel. Hoe kwam-ie daar? Het kan niet genoeg benadrukt worden dat het campagneteam van D66 een fenomenale prestatie heeft geleverd. In een paar weken tijd van peilingen waarin de partij op dertien armzalige zeteltjes stond naar een score, op de dag dat het om het eggie ging, van 27, sorry 26, sorry 25, sorry 24, sorry 23 zetels (voor D66 is het maar goed dat het ANP op een gegeven moment met updates stopte): subliem. Ook hier bleek de onafhankelijkheid van de journalistiek best wel een dingetje en dat een sociaal-liberale weldoener ter financiering zomaar een miljoen in de partijkas kon storten werpt eveneens enige vraagtekens op. Maar soit. Het meest bewonderenswaardige ervan was voor mij het campagne-onderdeel ‘De-icing the icerabbit’.

Dat dat lukte. Dat het reclamebureau achter D66 er al manipulerend en schminkend en omkledend en filterfotograferend in slaagde om het ijskonijn te ontdooien. Dat ze het voor elkaar kregen om Sigrid Agnes Maria Kaag tijdelijk van zoveel menselijke warmte te voorzien dat zelfs een deelnemer aan een voordien tamelijk gelijkgestemd appgroepje waartoe ik behoor zo opgewonden van haar raakte dat hij zijn stem op haar uitbracht, hetgeen mij er overigens toe heeft gedwongen mijn lidmaatschap te heroverwegen. Daar neem ik mijn pet voor af, al blijf ik het een schande vinden dat geen feestende D66’er zich geroepen voelde om al dat smeltwater onder die danstafel op te dweilen.

Benieuwd wanneer Sigrid weer opvriest.

Tijdens de kabinetsonderhandelingen, wellicht?

Sterkte, Mark!


23 maart 2021
Maar ook dichter bij jou

Zelf kwam ik, als dichter, nooit verder dan 'Lieve Riet, als ik jou niet ziet, dan geniet ik niet’. Bovendien hang ik van witte privileges aan elkaar en eigende ik mezelf laatst nog als een klassieke slavenhandelaar de Surinaamse cultuur toe door mijn kipfileetje met gember te kruiden. Laten we verder niet vergeten dat die ene onvergeeflijke blunder eeuwig aan mij zal blijven kleven. “Zet er ‘ook’ achter en ik ben akkoord”, schreef ik vlak na de opkomst van Black Lives Matter.

Ik schaam mij nog steeds diep.

Ben ik wel de aangewezen persoon?

Het zit zo: ik wil aandacht besteden aan het gedicht ‘We zijn onderweg’ van Gershwin Bonevacia, sinds 2019 stadsdichter van Amsterdam. Sommigen beweren dat hij die benoeming vooral aan zijn huidskleur te danken heeft. Dat is een schandelijke miskenning van zijn talent. Gershwin rijmelt bijvoorbeeld wél dit: “Ik wil dichter zijn, dichter bij mezelf, maar ook dichter bij jou.”

Heb je als blond, roomblank meisje een poeziealbum, dan denk je: da’s potverdorie culturele appropriatie. Maar Gloria Wekker nomineerde Gershwin hiervoor vast en zeker bij de Zweedse Academie. Tevergeefs: de Nobelprijs voor de Literatuur van 2019 ging naar de witmang Peter Handtke uit Oostenrijk en die van 2020 naar de Amerikaanse Louise Glück. Zij stamt af van Hongaars-Joodse immigranten. Ik weet genoeg.

Ik twijfel trouwens nog steeds. Als het Lucas Marieke Rijneveld, in de eerste plaats een literair wonder omdat hij/zij qua wokeness aan negen van de tien voorwaarden voldoet (voor de tiende voorwaarde volstaan zelfs honderd zonnenbanksessies niet), al niet eens het gedicht ‘The hill we climb’ van Amanda Gorman mag vertalen omdat hij/zij niet zwart is, waarom moet ik dan zo nodig een oordeel vellen over een gedicht van Gershwin Bonevacia?

Over ‘The hill we climb’ dacht ik nota bene heel lang dat het door Jon Favreau was geschreven, de tekstschrijver van Barack Obama. Al moet ik toegeven dat het oordeel van dichteres Elly de Waard mij daarbij beïnvloedde.

“De tekst van Gorman heeft heel weinig met poëzie te maken, tenzij je het wilt vergelijken met de tekst van bijvoorbeeld de Internationale of andere liedteksten die een propagandistische bedoeling hebben. Het bestaat bij de gratie van een aantal bijeengeraapte clichés. Dat zoveel mensen er zo enthousiast over zijn heeft mijns inziens te maken met a. de schattigheidsfactor van het meisje, b. dat het meiske zwart is en tevens zo glamoureus aangekleed, c. de overwinning van Biden op Trump die gevierd moest worden en d. dat Black Lives Matter ook helemaal bij hoorde”, mailde Elly mij desgevraagd.

Zo!

Elly brengt mij op een idee.

Ik laat mijn recensie van ‘Wij zijn onderweg’ van Gershwin Bonevacia, zoals gepubliceerd nadat hij zichzelf in het verlaten Tropenmuseum had opgesloten, bij nader inzien achterwege.

“Hoe vertel je een verhaal verworven in een koloniale context / dat recht doet aan heden en verleden.”

Dat soort dichtregels staat erin.

Als commentaar zou de tweede zin van Elly dus volstaan.

En ik wil niet plagiëren.


25 maart 2021
Luid en duidelijk, die stemmen

Ze komen slechts digitaal tot mij, de twee vrouwenstemmen. Het tekent het bijzondere bestaan van dit moment: veel vaker dan mij lief is komen de dingen slechts digitaal tot mij. Ik neem er genoegen mee. Ik moet wel, omdat ze anders, onder de huidige omstandigheden, helemáál niet tot mij komen.

Ik hoor ze, die vrouwenstemmen, ondanks alles.

Ik hoor ze luid en duidelijk.

Ik huiver.

Aan de eerste getuigenis ging de simpelste aller vragen vooraf: hoe gaat het met jullie? Haar vader is vorig jaar overleden. Haar moeder leefde toen nog, maar alzheimer had de oude vrouw zo hevig te grazen genomen dat zij al jaren voordien naar een verpleeghuis was overgebracht. Haar vader, die wist dat hij spoedig zou sterven, kon in verband met de coronabeperkingen geen afscheid meer nemen van zijn vrouw. Haar moeder was niet in staat zijn begrafenis te bezoeken.

Haar moeder blijkt nog steeds te leven.

“Ik mis mijn paps enorm”, vertelt ze. “We waren close, mede doordat mama er al zo’n tijd niet meer voor hem kon zijn. Ik maak elke week de rit naar het verpleeghuis om haar te bezoeken en vrolijker word ik daar niet van. Ik zet muziek op van Frank Sinatra, Tony Bennett, Charles Aznavour, hopende op herkenning want van die muziek, daar hield papa van. Er gebeurt niets. Bij haar niet, althans. Ik hoor de klanken op mijn iPhone, zie uit mijn ooghoeken de foto’s van ‘hoe het was, ooit’ en rijd vervolgens weer met de tranen in mijn ogen naar huis. Mama zit in een luier in een rolstoel, heeft bruine tanden en van die tanden ontbreken er ook nog enkele. Ze moest eens weten. Maar wel gevaccineerd, hoor. Mama kan naar de disco.”

De andere stem is van een Braziliaanse vriendin, wier cynisme mij óók altijd zo bevalt. Zij verliet haar geboorteland 21 jaar geleden en woont tegenwoordig gehuwd en wel in München. Haar familie verblijft nog wel in Brazilië, in Sao Paulo om precies te zijn. Haar vader overleed vorig jaar. Zij kon niet naar de begrafenis.

In de hoop dat aan het alarmerende coronanieuws vanuit Brazilië toch nog een positieve draai kan worden gegeven is er contact met haar gelegd.“Die 3000 doden per dag, zoals hier in Europa wordt gemeld? Het zijn er in werkelijkheid drie keer zoveel, terwijl het aantal besmettingen vijf tot zes keer zoveel is”, vertelt zij. “Bolsonaro wil gewoon niet dat dat bekend wordt. De zaak is volledig uit de hand gelopen. De ziekenhuizen moeten doodzieke mensen wegsturen, op de kerkhoven is voor de doden geen plaats meer. De zuurstof is op, de maskers hier en daar ook. Mijn zusje, die beroepsmatig pacemakers plaatst, moet al dagen hetzelfde mondkapje om. Jair Bolsonaro pleegt genocide. Zelfs nu nog moedigt hij zijn landgenoten aan om tegen de beperkingen te demonstreren en kondigt hij glashard een spoedige terugkeer naar het normale leven aan.”

Aan welke Nederlandse politicus doet Jair Bolsonaro mij toch denken?

Ik loop rood aan van woede.

En van verdriet, dankzij de twee vrouwenstemmen.


27 maart 2021
Het gaat ook om de poppetjes

Het is de Haagse quote van de week, misschien zelfs wel van het jaar: positie Omtzigt, functie elders. Alleen al wanneer ik die woorden lees wil ik een dikke winterjas aan. Had de persoon die ze uitte een functie in een ontoegankelijk eilandenrijk in de moerassen van Siberië voor ogen? Dat was het eerste wat in mij opkwam.

Een dissidentje immers, onze Pieter.

Een vakkundig en hardwerkend dissidentje weliswaar.

Maar toch: een dissidentje.

Laat ik van de gelegenheid gebruik maken om jonkvrouwe Karin Hildur Ollongren beterschap toe te wensen. Eerst een auto-immuunziekte, dan Covid-19, brrr. Ongetwijfeld niet als enige, noteer ik ook dit alvast voor Tamara van Ark en Wouter Koolmees, wier belangrijkste taak het mij nu lijkt om het CDA binnenboord te houden: positie Ollongren, functie elders. Al hoeft het voor mij geen functie in een ontoegankelijk eilandenrijk in de moerassen van Siberië te zijn. Kom op zeg, ik heb nog een béétje gevoel in m’n flikker. Ik wel. Beter voor haar, beter voor het land, me dunkt. Wie voortdurend flaters met blunders afwisselt en miskleunen met stommiteiten, heeft niet zoveel te zoeken in de landelijke politiek. Maak haar dijkgravin van het waterschap Vechtstromen, weet ik veel.

Hard vak, politicus.

Cynisme alom, namelijk.

Vraag maar aan Pieter Omtzigt, met z’n 342.472 voorkeurstemmen.

Het was een ambtelijke notitie, spinden ze. Dat zal wel kloppen, maar over het algemeen noteren ambtenaren die bij dergelijke verkenningsgesprekken aanwezig zijn niet wat in hun eigen gedachten opkomt. Ze zullen best weleens wat suggereren, maar hun hoofdtaak is: luisteren en noteren. Dat gebeurde nu eveneens. Wat er ook wordt beweerd en ontkend.

Zo bijzonder was het bovendien niet. Het gaat bij dit soort verkenningen niet alleen om het mixen der partijplannen en de verdeling van de ministersposten. Het gaat ook om de poppetjes. De toekomstige regeerders moeten met elkaar door één deur kunnen. Er is weinig fantasie voor nodig om te bedenken dat Pieter Omtzigt al sinds zijn MH17-bemoeienissen weinig uitnodigingen voor de verjaardagspartijtjes van kabinetsleden ontvangt - en zeker niet voor de fuifjes van Mark Rutte.

Politici zijn soms net mensen.

Het is altijd zo gegaan. Lees ‘Dagboek van een Onderhandelaar’ van Ed van Thijn. Hij beschrijft zijn maandenlange, vergeefse pogingen in 1977 om een kabinet met verkiezingswinnaar PvdA, het CDA en D66 te vormen. Het gaat daarbij ook om de poppetjes. Joop den Uyl wil Dries van Agt, die hij haat, niet nogmaals op Justitie en ziet op een gegeven moment bijvoorbeeld liever ook de progressieve Boersma in plaats van de conservatieve Andriessen. De PvdA wil dus mede bepalen welke CDA’ers waar in het kabinet komen en wordt daarvoor na een half jaar onderhandelen afgestraft: Van Agt en Wiegel gaan een hapje eten bij Bistroquet en vormen terstond een kabinet.

Wat er dan wel bijzonder aan was?

Dat het uitlekte.

Onbedoeld ditmaal, op een spectaculaire, maar oerdomme manier.


30 maart 2021
Maar we zongen zachtjes

Zou psalm 137 op de lezenaar hebben gelegen, daar op Urk en te Krimpen aan den IJssel? Wat bijvoorbeeld te denken van deze strofe: „Welgelukzalig zal hij zijn, die uw kinderkens grijpen, en aan de steenrots verpletteren zal.”

Met welke verzachtende verklaringen de dominees ook op de proppen komen, hetgeen ze al dik een halve eeuw met grote hardnekkigheid proberen, mij doet dit soort teksten wel begrijpen waarom Dimitri Verhulst het Oude Testament een bloedboek noemt.

De Koran gewelddadig?

Nou en of.

Maar onderschat het heilige boek der christenen niet.

Klinkt leuk, dat toekeren van die andere wang en heb uw vijand lief. En die veel geciteerde spreuken hebben inderdaad een belangrijke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling die veel polderlandse gristenen tot linkserige, pacifistisch angehauchte watjes met een zondebesef van hier tot Tokio heeft gemaakt. Alles is onze schuld.

Desondanks druipt de oud-testamentische wraak en het bijbehorende geweld van veel passages af en blijven de gelovigen in Urk en Krimpen daar mede dankzij hun orthodoxe kerkleiders gevoelig voor. Het blijft gezegd en geschreven. En dus is het ook weer niet zo onbegrijpelijk dat een deel van het journaille een hooivorkbehandeling kreeg toen het zondag in deze dorpen verslag wilde doen van de manier waarop in twee kerken de coronabeperkingen aan de laars werden gelapt.

Andermaal werd aangetoond dat de reliwappie minstens zo zot is als de ongelovige variant. Besmettingsgevaar, zegt u? Hoho, meneer, Gods woord gaat boven alles. O, u vindt van niet? Huppekee: welgelukzalig de journalistieke kinderkens aan de steenrots verpletteren en verder maar bidden dat een eventuele niesbui van zo’n volgeling, de volgende ochtend bij de Appie, de aldaar eveneens aanwezige klanten die wel keurig thuis bleven níet richting ic voert. Ofschoon ze daar dan zelf wel weer een verklaring voor zouden hebben: het is Gods wil. Gek word je ervan.

„Maar we zongen zachtjes”, hoorde ik maandag een van die kuddedieren op de publieke roeptoeter verklaren.

Ik lachte hard.

Hoe is het mogelijk, anno 2021, in een modern westers land. Hoe is het mogelijk dat religieuzen ongestraft met z’n zes- of zevenhonderden onder één dak de volksgezondheid in gevaar mogen brengen, terwijl andere inmiddels vrijwel failliete deelnemers aan de maatschappij torenhoge boetes krijgen als zij het wagen hun deuren eveneens te openen.

Pssst, Binnenhof! Ik wijs er toch even op dat van de 150 nieuwe Kamerzetels er nu nog slechts 26 door confessionele partijen worden bezet - en dat is dan inclusief het geboefte van Denk. Is dit niet het moment om met ruime meerderheid en zonder overdadige gewetenswroeging enkele noodzakelijke veranderingen er doorheen te jassen?

Zo, nu even gezellig Deuteronomium 20 lezen.

Maar van de steden dezer volken, die u de Heere, Uw God, ten erve geeft, zult gij niets laten leven, dat adem heeft.”

Yeah!