2 mei 2020
Na de vinger de hele hand

Hè hè, eindelijk een stukje van mijn hand dat niet op coronanieuws is gebaseerd. Al heeft de Covid-19 ellende er natuurlijk wel weer zijdelings mee te maken. Ik las althans dat de moslims onder ons in verband met de lockdown thuis moeten blijven, dat ze hun geloofsbelijdenissen tijdens de ramadan dientengevolge binnen hun eigen vier muren dienen te verrichten en dat ze daar volgens hun gebedshuizen beter uiting aan kunnen geven wanneer de oproep daartoe uitbundig door hun woonwijken schalt.

Dáár wil ik het over hebben. Over de plaag van de azaan, inderdaad, door mij persoonlijk sinds jaar en dag islamitisch kattengejank genoemd. Vrijdag leek het wel alsof de muezzins de oproep nog luider dan normaal door de Amsterdamse straten gilden. Tevens gedragen door de harde wind, weerklonk hij tot in verre uithoeken. We weten allemaal hoe dat komt. De gemeentelijke autoriteiten gaven de imams eerder een vinger. En nu pakken ze, zoals gebruikelijk, de hele hand: verschillende Amsterdamse moskeeën laten de azaan inmiddels ook op andere dagen dan de vrijdag horen.

Kent u Ruben Gischler? Hij is arabist en programmamaker. Samen met hem zit ik in een appgroepje waarin zoveel kennis bijeen is gebracht dat die van de Bilderberggroep er totaal bij in het niet valt. Wij zijn, zeg maar, het wetenschappelijk bureau van het universum. Als de machthebbers de afgelopen jaren naar ons hadden geluisterd, was het virus al uitgebannen geweest en zou het in alle hoeken van de wereld allang gedaan zijn met inclusie, diversiteit en intersectionaliteit. En o ja, ook dit: het filmfonds zou tien keer zoveel te besteden hebben gehad.

Welnu, deze Ruben Gischler wandelde vrijdag door onze geliefde hoofdstad en voelde zich ineens gedwongen het volgende appje in de groep te gooien: "Ik loop in de Westerstraat, hoek Noordermarkt, en ik hoor de muezzin. Gezien de windrichting waarschijnlijk de As Soennah-moskee in de Frederik Hendrikstraat."

De Frederik Hendrikstraat!

Voor de inwoners van Waterlandkerkje: dat is honderden meters verderop.

Arme Ruben. En arme inwoners van Almere, voeg ik daar in één adem aan toe, want daar speelde dit vrijdag nog heviger dan in 020 omdat drie moskeeën het gemeentebestuur ervan hadden weten te overtuigen dat de oproep tot gebed ditmaal via luidsprekers moest worden gedaan (vinger, hand).

VVD-fractievoorzitter Ulysse Ellian - ook toevallig: de zoon van Afshin Ellian, de publicist/ervaringsdeskundige die al meerdere malen heeft uitgelegd dat de azaan niet thuishoort in het seculiere Nederland - uitte zijn bezwaren. En daar ging domlinks vanzelfsprekend tegenin. Ja, maar artikel 6 van de Grondwet. Ja, maar de kerkklokken. Altijd dezelfde quatsch. Alsof kerkklokken roepen dat God de grootste en de enige is. Alsof de Grondwet geen andere artikelen heeft die met artikel 6 botsen.

En wij de Chinezen maar de schuld geven van dat virus.

Volgens mij moeten we bij de Saoedi's wezen.

Wat jij, Ruben?


5 mei 2020
Social distance forever!

Zoals de Japanners het doen hoeft het natuurlijk ook weer niet. Er zijn grenzen, oftewel „Il y a des frontières”. Dat zei mijn oudtante Wubbeltien altijd. Zij sprak geen woord over de grens maar vertaalde Nederlandse uitdrukkingen graag letterlijk in het Frans (nog zo eentje: Rien à la main” als ze „Niets aan de hand” bedoelde).

Voordat uw gedachten de verkeerde kant opwaaien omdat ik ’zoals de Japanners het doen’ zei: ik heb het uitsluitend over de Japanse wijze van begroeten en dankbaarheid dan wel spijt of respect betuigen. Daar gebruikt men in het land van de Rijzende Zon de buiging voor.

Ik heb het dus nadrukkelijk niet over de manier waarop men in Japan van bil gaat, zoals de lezers met een verdorven geest gezien mijn woordkeuze in de eerste zin vast denken. Niet dat de coïtus er níet sterk aan waarde heeft ingeboet. Vorig jaar, toen de luchtvaart nog niet was afgeschaft, heb ik tijdens een bezoek aan dat land middels empirisch onderzoek in tal van ochays’s getracht daar een vinger achter te krijgen. Maar het gaat mij te ver om mijn bevindingen dienaangaande op deze plek nader toe te lichten.

Dit is potdorie de Sekstant niet!

Nee, ik koos vooral voor deze openingswoorden omdat één ontwikkeling in dit intelligente lockdown- en quarantainetijdperk mij in de loop der tijd dusdanig goed is gaan bevallen, dat continuering ervan ook ná de heropening van de maatschappij buitengewoon door mij op prijs zou worden gesteld.

O, Utopia. Nooit meer iemand de hand schudden. Nooit meer een wildvreemde zoenen. Nooit meer en plein public de vernedering van een omhelzing door een ongeschoren vent met knoflookadem terwijl hij intussen met vlakke hand je schouderbladen aan gort slaat (een Soprano-dingetje dat hier de laatste jaren aanzienlijk een populariteit heeft gewonnen).

Het is nu allemaal tijdelijk ingevoerd en als oud-voorzitter van de Nederlandse Vereniging tot Opheffing de Derde Zoen, inmiddels geliquideerd omdat de doelstelling ondanks alle verwoede pogingen niet haalbaar bleek, hoop ik met gans mijn hart dat ze tot onze vaste dagelijkse gewoonten gaan behoren, ook wanneer het vaccin tegen corona er is en de beperkingen aangaande de onderlinge contacten worden opgeheven.

Laten wij het voortaan, in alle behalve de oerdriftige gevallen, bij buigen houden.
Wat ik al zei: de Japanner slaat er soms in door. Die heeft de buiging zelfs onderverdeeld in meerdere categorieën: een buiging van 5 graden voor mensen die lager in de hiërarchie staan, een buiging van 15 graden ((eshaku) voor vrienden en bekenden, een buiging van 30 graden (keirei) voor hoger geplaatsten en een buiging van 45 graden (saikeirei) zodra er respect of spijt dient te worden betuigd.

En dat doet-ie dan soms ook nog eens tien keer snel achter elkaar.

Gewoon één keertje buigen dus, ook na Covid-19, overal en altijd en eeuwig, voor alles en iedereen, kortom: voor de hele misjpoge, of het nu een familielid is, een vriend of een onbekende.

Social distance forever!


7 mei 2020
Doe mij dan maar zo'n Komrij-gedicht

Ook achttien hele jaren na dato een zekerheidje voor wie op 6 mei, zelfs bij dageraad, de sociale media opent: dan is dat gedicht alweer her en der gedeeld. Het gedicht dat Gerrit Komrij na de moord op Pim Fortuyn in al zijn gramschap onder de titel ’De zittende politicus’ schreef.

Hij heeft nog nooit gedanst. Hij kent zijn doel
Nog nooit is op zijn vale klerkensmoel
Zomaar een lach verschenen, maar die nacht
Nadat de gek de nar had omgebracht
Kroop hij zijn bed uit, glimmend van de pret
En maakte hij onbespied een pirouette.
Dank, dank, riep hij, het monster is geveld.
Hij oefende het woord ’geschokt’ voor morgen
En sliep als twintig ossen kunnen slapen.
Straks is hij, voor de camera, vol zorgen.
Natuurlijk is hij zwaar tegen geweld.
Daar klinkt verdomd weer zijn belegen lied.
Hij loopt op straat, ondragelijk rechtschapen,
En ziet nog steeds het echte monster niet.

Het maakte Gerrit Komrij, inmiddels ook al jaren niet meer onder ons, er niet populairder op binnen de kringen waarin hem voordien een bevoorrechte positie was gegund. Hij!? Komrij!?

En verdomd, vier maanden later reeds de excommunicatie: een artikel in De Groene waarin het een misverstand werd genoemd dat Komrij superieure satire en polemiek zou bedrijven: „Zijn stukken zijn de rancuneuze kogelbrieven van een schrijver die nooit zijn verwachtingen heeft ingelost en in de steegjes van de literatuur nu leeft van afrekening en karaktermoord.”

Over gotspes gesproken.

Ik doe hierbij een wens: deel ’De zittende politicus’ nog zolang als ik leef op de dag dat wordt herdacht dat Pim Fortuyn het slachtoffer werd van blijkbaar oncontroleerbare haat (dat zal niet lang meer duren, de gedachte dat mensen van mijn leeftijdscategorie en ouder minder recht op leven hebben begint steeds meer aan populariteit te winnen). Ik zou het vooral op prijs stellen omdat het mij eraan herinnert dat in dat hautaine, het volk verachtende eliteclubje gelukkig ook mensen zoals Gerrit Komrij ronddoolden.

Ik beluisterde – en las daarna – de 4 mei-lezing van schrijver Arnon Grunberg. Het was een stijlvolle toespraak over herdenken, met typerende Grunberg-redeneringen, de moeite waard, tot aan deze zin: „Voor mij was het van begin af aan duidelijk: als ze het over Marokkanen hebben, dan hebben ze het over mij.”

Natúúrlijk had hij gelijk toen hij daarna instemmend Primo Levi citeerde: „Ik kan niet begrijpen, niet verdragen dat men een mens beoordeelt niet naar wat hij is, maar naar de groep waar hij toevallig toe behoort.”

Daar kunnen sommige politici inderdaad wat van leren.

Maar kom op zeg, het lot van de Joden van toen verbinden met dat van de Marokkanen van nu, vertegenwoordigers van een bevolkingsgroep waarin de Jodenhaat dieper is geworteld dan waar ook?

Op 4 mei, nota bene?

Zelfs zo'n herdenking, uitgerekend op die dag, ondergeschikt maken aan je dwangneurotische neiging om te provoceren: ook dat kan Arnon Grunberg als geen ander.

Doe mij dan maar zo'n Komrij-gedicht.


9 mei 2020
Er is maar één oplossing: kernenergie

Nog een voordeel van de beperkingen die ons van overheidswege zijn opgelegd: ik wandel nu tweemaal per dag over de geluksstrook van mijn jeugd, bij vloed gemiddeld dertig meter breed, bij eb tachtig.

Het strand van Egmond aan Zee inderdaad, waar ik als jochie van zeven, acht vaak mocht logeren bij oom Jaap en tante Jo, die daar 's zomers maandenlang in een grote bungalowtent woonden. Steeds weer een magisch moment, ook trouwens omdat ik dan meer dan ooit besefte dat ik op het randje van het vaste land van Europa stond: het in de zee zien zakken van de zon terwijl het koele zoute water het zand van mijn voeten spoelde. En dan hup, naar mijn luchtbed.

Momenteel loop ik er, in de comfortabele wetenschap dat er sprake is van een vijftienmetersamenleving, dagelijks twee keer een uur met Bavink. Ik kom er nog steeds graag, maar als ik nu naar de einder kijk zie ik ten eerste de ontelbare windmolens die er in 2007 door het bedrijf Noordzeewind (Shell en Vattenfall) werden geplaatst.

Het lukt mij maar niet om het fraai te vinden. Bovendien valt mij de laatste weken iets op: ze draaien niet, die molens. Toen ze werden neergezet was men van plan 100.000 huishoudens ermee van energie te voorzien. Op deze manier doen ze dat met nul huishoudens. Zijn ze al na dertien jaar - en dus niet na twintig jaar, zoals de bedoeling was - onbruikbaar geworden? Het zou mij niet eens verbazen.

Ik las dat er zelfs nog een gigantische uitbreiding aankomt: Shell en Eneco gaan nog een park aanleggen, zo groot dat er een miljoen huishoudens mee kunnen worden bediend. En wéér bezorgde dit nieuws mij de bibbers. Want dat is uiteraard helemáál funest voor de natuur en het milieu ter plekke, net als die andere energieopwekking die men ons door de strot tracht te duwen, die via het verbranden van biomassa.

Wat is dat toch in klimaat- en milieukringen? Waarom houden types als Timmermans, Samson en Wiebes nog altijd die oogkleppen op en reageert men vanuit groene en linkse hoeken zo furieus als er tegengeluiden weerklinken, bijvoorbeeld wanneer een documentaire wordt uitgebracht - Planet of the Humans, productie van de vroeger in die kringen zo bejubelde Michael Moore - waarin de schaduwzijdes van de energietransitie worden aangetoond? Er werd zelfs gepleit voor een verbod van de docu! Waarom mag je geen vraagtekens plaatsen bij de gigantische subsidies en andere kosten? En waarom wordt er meteen zo geschamperd wanneer wordt geopperd dat we gezien de problemen nog wat langer op gas moeten gaan stoken, goedbeschouwd een zeer schone vorm van energie? En zo heb ik nog meer vragen.

Is kritiek soms blasfemie?

Er is maar één oplossing die deugt: kernenergie.

Maar ook dat is onbespreekbaar.

Ik doe een voorspelling: ooit komt de dag dat zeven-, achtjarige jongetjes op het strand van Egmond aan Zee weer onbelemmerd naar het ondergaan van de zon kunnen kijken.

Het bestaat domweg niet dat het gezonde verstand nooit meer wederkeert.


12 mei 2020
Polderen wordt iets te vaak schipperen

EEn toch, hè. En toch zou ik, als horecaffer, behoorlijk de pest in hebben gehad als ik het artikel in de Telegraaf tot mij had genomen, waarin werd verhaald hoe een restauranthouder te 's Graveland de coronaregels in het Moederdag-weekeinde omzeilde door tien campers voor de deur te zetten.

Handige jongen, die Arlo Vlaar. Hij kon 116 couverts uitserveren door zijn gasten een contractje te laten tekenen waarmee zij voor drie uur bewoner van zo'n camper werden en hij in staat werd gesteld 'thuis' te bezorgen: een loopje van enkele meters voor zijn personeel, en ook met de waarheid als je het mij vraagt. Die komt er dus wel in die wereld. Maar laten we wel wezen, het is niet echt collegiaal. Hoeveel restauranthouders hebben de mogelijkheid tien campers voor de deur te zetten?

Je zult dit maar lezen en een tent aan het Amsterdamse Leidseplein runnen, op het Alkmaarse Waagplein of op de Markt in Sittard, ik noem drie dwarsstraten waar je geen auto's mag parkeren, laat staan campers. En dat terwijl het daar wemelt van de horeca-etablissementen, die allemaal gesloten zijn.

Bovendien vind ik het op het randje, zo niet erover. Want waarom werden die beperkingen ook alweer ingesteld? Het polderen zit ons in het bloed, maar wordt mij tegenwoordig iets te vaak een synoniem voor schipperen. Wij hebben ons ontwikkeld tot wereldkampioen in het oprekken der grenzen. Ook, trouwens, doordat er nauwelijks wordt gehandhaafd, doch dit terzijde.

Dat het ook anders kan bewijst het feit dat gaandeweg steeds meer restaurants tijdens deze lockdown, die nog een kleine drie weken zal duren, een afhaalmogelijkheid creëerden. Ik maak er zelf regelmatig gebruik van. Eén keer per week bij een Thai waarvan de maaltijd (ik ken de bestelmail al uit mijn hoofd: 1 x 4, 1 x 6, 1 x 65, 2 x extra satésaus, soms wissel ik 65 af met 38) thuis wordt genuttigd. En soms, bij mooi weer, bij een strandpaviljoen als ik het bij een simpel patatje mayo en een biertje of een wijntje wil houden die vervolgens ergens op het strand worden geconsumeerd. Zo krijg ik nog íets mee van de gezelligheid die ik zo mis (eerlijk gezegd is het 't enige wat ik mis).

Dat is wél binnen de perken, wat mij betreft.

Maar de truc in 's Graveland?

Ach, weet je, ik gun ook die man het beste, misschien worden mijn twijfels over zijn actie ook wel gevoed door andere twijfels, namelijk die over de gang van zaken in onze horeca zodra zij straks weer zijn geopend. Hoe fanatiek gaan de uitbaters de anderhalvemetersamenleving handhaven? Hoe plichtsgetrouw zal de clientèle zijn? "Wij hebben geen tijd om politieagent te spelen", zei KHN-directeur Dirk Beljaarts al.

Dat wordt dus een probleem en we weten allemaal waartoe dat kan leiden.

Niet buiten hoor, daar zal het wel loslopen.

Wel binnen.

Vraag het anders even in Seoul.


14 mei 2020
Niet de Flipper, maar de flop van de IJmond

Arme Zafar, arm IJmuiden ook. Ik zag al een mogelijkheid voor de zo geplaagde toeristenbranche ter plekke: vaartripjes van Marina Dolphin Tours naar de plek nabij de pier waar Zafar zijn vrolijke capriolen nog jarenlang zou blijven vertonen.

En zo werd de Flipper van de IJmond de zoveelste Flop van de IJmond.

Ze hebben ook nooit eens geluk, die IJmuidenaren. Olga Commandeur heeft de stad reeds lang geleden haar ranke rug toegekeerd, tot in de eeuwigheid zal vaststaan dat Peter Jan Rens er het levenslicht zag en nu is Zafar aan de andere kant van het Noordzeekanaal dood aangespoeld, toegetakeld want zonder staartblad, hetgeen wel eens zou kunnen betekenen dat de tuimelaar met een schroef in aanraking is gekomen.

Aan des dierens zielenroerselen worden sinds jaar en dag iets te gretig menselijke eigenschappen toegedicht. Antropomorfisme heet dat en Walt Disney werd er miljardair mee. Wat deze dolfijn in werkelijkheid bezielde toen hij besloot om vanuit de Franse wateren tot in de Amsterdamse haven met een schip mee te zwemmen zal daarom altijd de vraag blijven. My guess: ze voerden hem. Maar zijn lot liet mij niet onberoerd, ook toen hij door de sluizen van IJmuiden naar het zeegat was teruggeloodst.

Zafar bleef daar maar rondzwemmen. Logisch dus dat ik terugdacht aan een reportage eind jaren tachtig over een dolfijn genaamd Fungie, die het publiek in Dingle Bay in West-Ierland reeds vanaf 1983 vermaakte.

Ik was destijds gespecialiseerd in bijzondere dierenreportages. Interviews met een Britse goudvissenchirurg - hij sneed echt zieke goudvissen open - en een echtpaar uit hetzelfde land dat beweerde kreupele honden middels handoplegging te kunnen genezen: ik draaide mijn hand er niet voor om. Onvergetelijk commentaar van het stel nadat zij in mijn aanwezigheid een oude, kreupele labrador hadden behandeld: "Kijk eens, hij loopt nu al beter!" En z'n bazin maar hoopvol knikken.

Terwijl het beest nóg manker liep.

Fungie groeide in Dingle uit tot een toeristenattractie. Dingle Dolphin Boat Tours verzorgde meerdere trips per dag naar hem en het is een feit dat er zelfs nu nog een dolfijn genaamd Fungie in de baai ronddartelt die het lokale toerisme steeds weer een boost geeft. Maar is het dezelfde Fungie? Ten eerste worden dolfijnen nooit 40 jaar, ten tweede omarmen ook de Ieren het leugentje om eigen bestwil soms iets te enthousiast. Aan de andere kant staat Fungie wél in het Guinness Book of Records als de oudste dolfijn ooit.

Het was de arme Zafar niet gegeven om ook maar het allereerste begin van een gooi naar dit record te doen.

Al bracht hij mij met zijn onfortuinlijke dood wel weer de nodige kennis bij.

Wij blijken namelijk over een stichting met de naam SOS Dolfijn te beschikken.

Toch eens vragen of ze daar ook die goudvissenchirurg kennen.


16 mei 2020
Nieuw spel: 'Geen mocro, geen Marokkaan'

Even overwogen om Elles Berger te herintroduceren. Maar ja, tachtig jaar nu, ze mist Barry natuurlijk nog heel erg en ze heeft de ideologische veren van de Vara ongetwijfeld nooit helemáál afgeschud. Ik doe het daarom toch maar zelf.

Weten jullie het nog, lieve dorhouters? Bijna een halve eeuw terug presenteerde Elles samen met Joop Smits 'Geen ja, geen nee', een populair radiospelletje waarin de deelnemers de woorden ja en nee niet mochten uitspreken. Dat lukte zelden omdat die dekselse Elles en Joop telkens instinkertjes verzonnen. Zo van: "Verstaat u mij goed?" Antwoord: "Ja hoor." En dan was je af. Gerard Cox en Frans Halsema maakten er net als Herman Finkers heerlijke persiflages op en ik kom nu eveneens met een variant.

Hooggeëerd publiek! Ik presenteer u de eerste deelnemer aan 'Geen mocro, geen Marokkaan': de berbermoeder van Amsterdam!

Huh, wat schrijf ik dáár nu?! Damn autocorrect. Excuses Arnon, excuses! Ik bedoel natuurlijk burgermoeder en benadruk bovendien dat de hoogedelgestrenge vrouwe F. Halsema haar functie ten behoeve van alle Amsterdammers bekleedt. Oké, voor de ene Amsterdammer een beetje meer dan voor de andere. Van Amsterdammers die al werkend geld in het laatje brengen moet ze bijvoorbeeld niets hebben. Maar soit.

Zo fijn dat zij te gast is. Zal zij erin slagen de woorden mocro en Marokkaan te vermijden? Onlangs lukte dat haar wel in de studio van M., de talkshow van Margriet van der Linden. Er waren weer eens twee homo's afgetuigd, dezelfde twee als de vorige keer zelfs. "Heeft u op de korrel om welke groep het gaat?" vroeg Margriet.

Hou u vast, hier volgt het antwoord: "Nou, het is volgens mij vrij wijdverbreid. De gedachte dat het zich alleen maar onder één groep concentreert is een illusie. Volgens mij zie je het onder heel veel groepen op dit moment terug." Waarna zij, qua correctheid maximaal in de overdrive, maar door bleef leuteren over slachtoffers als homoseksuelen en vrouwen en Joden en moslims, alsmede over een 'grove intimiderende cultuur op straat' waarvan 'homoseksuelen verschrikkelijk de dupe kunnen worden'. Zonder ook maar één keer de dadergroep - o jee, ik zeg groep, excuses Arnon, excuses! - bij naam te noemen, hetgeen mij toch verleidelijk lijkt als je iets moet duiden.

Zo knap!

En dan nu aflevering 1 van 'Geen mocro, geen Marokkaan'.

"Ook dit beest heeft een naam, beste mevrouw Halsema. Noemt u het eindelijk eens."

"Nee, want dit beest is een meerkoppige draak."

"Ik probeer het nogmaals: ze hebben vaak opgeschoren kapsels, dragen bontkragen en omschrijven vrouwen graag met een woord waarbij ze het oudste beroep ter wereld verbinden aan een ernstige ziekte. Kom, hoe heten ze ook alweer. Ma... Maro... helpt u mij eens."

"Ik trap daar niet in, meneer Hoogland. U stigmatiseert en doet tegelijk aan etnisch profileren. Dat is zo níet Amsterdam. Daarom beëindig ik hierbij onmiddellijk mijn medewerking aan dit programma, ellendige witte man."

Shit, had ik toch Elles Berger moeten vragen.


19 mei 2020
Alles krijgt nu een seksuele lading

Hoera, ze foebele weer. Vergeef mij dat ik het zo spel, maar het moet even: Frank en Ronald de Boer zagen Abraham en aangezien 's werelds beroemdste foebeltweeling niet op de middenstip van de Johan Cruijff Arena kon worden geëerd neem ik die taak op mij door voetballen als foebele te schrijven, oftewel: zoals zij voetballen uitspreken.

Feli, Frank!

Feli, Ronald!

Ze foebele weer, ofschoon dat nog niet voor Nederland geldt omdat Ajax hier het beleid bepaalt. Voordat AZ daarmee akkoord ging zullen er trouwens misschien wel enige Amsterdamse miljoentjes richting 072 zijn gedwarreld. Er galmt zomaar een Alkmaarse penningmeestersstem door de krochten van mijn verbeelding: jullie de Champions League, wij de voorronden, hier is ons bankrekeningnummer. Hoe dan ook foebele ze weer, bijvoorbeeld bij onze oosterburen, maar ook in Zuid-Korea, zonder publiek vanwege de coronaperikelen. En dat zorgde in Seoul voor een opmerkelijke affaire.

Opgelet!

Nu volgen enige seksgerelateerde alinea's!

Zo'n waarschuwing hoort er in dit Covid-19 tijdperk helaas bij. Wij dienen met z'n allen de godganse dag minstens anderhalve meter van elkaar te functioneren. De seksuele spanning is daardoor inmiddels zo hoog opgelopen dat de Nederlandse regering, die tegenwoordig RIVM heet, zich gedwongen zag de termen seksbuddy en knuffelmaatje te schrappen in een websitetekst waarin ter beperking van het besmettingsgevaar een monogaam bestaan werd aanbevolen. Want dat kan natuurlijk niet, seksbuddy en knuffelmaatje. Daar komt onherroepelijk polygaam boembadieboem van en daarbij worden veel te veel aerosols verspreid.

Zie ook wat er in Seoul geschiedde.

Ze hadden iets leuks bedacht bij FC Seoul, zoals de plaatselijke voetbalvereniging heet. Ze vonden het voor de spelers niet leuk dat er bij de eerste wedstrijd geen toeschouwers aanwezig zouden zijn en daarom huurden ze een bedrijf in dat poppen op de tribune plaatste: 28 vrouwtjes, twee mannetjes. En toen begon het gedonder.

Zelf heb ik overigens niets tegen vrouwelijke poppen, laat dat duidelijk zijn. Soms denk ik zelfs wel eens: ach, was ik maar met zo’n pop getrouwd. Ze zeuren nooit als je 's avonds laat met de geur van een andere vrouw in je verfomfaaide kleding naar binnen wankelt en je kunt er experimenten mee uithalen zonder dat ze ook maar een seconde tegensp...

Ho, Goof, stoppen nu!

Kijk, dat bedoel ik nou. Hoe je het ook wendt of keert, alle onderwerpen die je aanroert krijgen op een gegeven moment, onder de huidige anderhalvemeteromstandigheden, een seksuele lading. Daarom liep het daar in Seoul ook verkeerd af: een groeiend aantal fans - je zou het misschien niet zeggen, maar ook Zuid-Koreanen zijn niet van beton - herkenden er vooral sekspoppen uit hun online-leven in, waarna het bestuur van FC Seoul besloot deze bijzondere toeschouwers toch maar weer uit het stadion te verwijderen.

Foebel ís geen oorlog meer.

Foebel is nu seks.


23 mei 2020
Timmermanste, heeft getimmermanst

Het is de dag na de dag van de Hemelvaart, de dag na de dag van het massale afwerpen van de coronaketenen, de dag na de dag van de volksuitbarsting van lichtzinnigheid die in IJmuiden zelfs in angstaanjagende agressie jegens boa's omsloeg.

De zon verschuilt zich alweer bescheiden achter een wolkendek en langs de vloedlijn overheerst wederom het beeld van wandelende mensen, al dan niet vergezeld door hun honden, in een vijftienmetersamenleving.

De locatie is inderdaad weer het strand en ik geef gehoor aan een opdracht die ik mezelf voor deze wandeling heb gegeven: woorden bedenken die na dit jaar aan de Woordenlijst van de Nederlandse Taal kunnen worden toegevoegd. Het werkwoord boaliseren, bijvoorbeeld. Bo-a-li-se-ren (boaliseerde, heeft geboaliseerd): een ordebewaarder noodgedwongen verantwoordelijkheden geven die niet stroken met zijn/haar beperkte handhavingsmogelijkheden.

Ik overweeg verder de introductie van het zelfstandig naamwoord gelauffwaardigheid, nadere uitleg in dit geval overbodig, net als wellicht bij deze werkwoorden: zwagermannen, kelderen, klaveren, rivm'en. En timmermansen niet te vergeten, al verklaar ik voor alle zekerheid de betekenis van dat woord wél.

Tim-mer-man-sen (timmermanste, heeft getimmermanst): iemand met gebruikmaking van pathetische drogredenen van iets trachten te overtuigen. Etymologie: een bevel in 2020 aan de volkeren van Europa van Eurocommissaris Frans Timmermans, uit naam van 'een vermoeide Moeder Aarde', om de eetgewoonten drastisch te veranderen, terwijl het dagelijks bestaan van deze functionaris zelf doorspekt was met buitensporige sterrenlunches en -diners.

Oké, nog één werkwoord dan: grunbergen. Grun-ber-gen (grunbergde, heeft gegrunbergd): een goed onderbouwd én opgebouwd betoog vlak voor het einde laten ontsporen, bijvoorbeeld door de betekenis ervan ondergeschikt te maken aan een vaak obsessief compulsief gestuurde neiging tot puberale provocatie.

Zo komt een stukkiesschrijvert zijn lockdowndagen al wandelend op het strand wel door, zelfs wanneer die dagen een etmaal eerder plots zijn onderbroken door een kolossale aanval van egoïsme, geuit met een dikke middelvinger naar de rest van de samenleving, van landgenoten die hem met grote vreze het moment doen vrezen waarop zij werkelijk offers moeten brengen.

"Dit volk heeft een oorlog nodig", verzuchtte hij wel eens in zijn rubriek.

Inmiddels beseft hij dat het niet eens een oorlog hoeft te zijn.

Ik loop langs de strandpaviljoens en word ineens getroffen door de aanblik van diverse uitbaters, ondanks de gedwongen sluiting van hun zaak druk aan het werk. Nu al, ruim een week voordat zij eindelijk weer open mogen, zijn zij gepassioneerd doende met het plaatsen van tafels en stoelen naar de richtlijnen van de anderhalvemetersamenleving.

Niet kunnen wachten, en jezelf tegelijkertijd toch aanpassen: het kan dus wel.

Ik ga ook maar eens een nieuw woord verzinnen voor de ontroering die mij nu overvalt.


26 mei 2020
Oost-Europese lichtvaardigheid

Het zijn vooral Roemenen, begrijp ik uit de berichten. Het zijn vooral Roemenen, Polen en andere Oost-Europeanen die het werk doen waar wij, de door en door verwende West-Europeanen, inmiddels de neus voor ophalen. Ik herinner mij een tv-interviewtje van een paar maanden terug met een arbeidsmigrant uit die streken. Hij was naar hier gekomen om asperges te steken. "Jullie zijn aardige mensen", zei hij. "Maar jullie zijn ook lui."

Ik stak 'm in mijn zak.

U ook, hopelijk.

Het zijn vooral mensen uit die regio die werken bij onze slachthuizen, wat overigens wel een héél vriendelijke benaming is. In 1986 hadden we in Nederland bijvoorbeeld nog 58 varkensslachterijen. Nu zijn het er acht. Er bestaan hier, met andere woorden, nog slechts megaslachterijen, die er wekelijks 300.000 varkens doorheen draaien. Ik noem er eentje: Van Rooi Meat in Helmond. Oppervlakte: 62.000 vierkante meter, oftewel negen voetbalvelden. Score: 55.000 varkens per week (concurrent Vion beheert drie locaties en is daar verantwoordelijk voor bijna de helft van de Nederlandse slacht: 140.000 varkens). Er is weinig fantasie voor nodig om te bedenken wat zich er dag in dag uit afspeelt.

Ik nam maandag in elk geval even geen karbonaadje.

U ook niet, hopelijk.

Het zijn vooral deze Oost-Europeanen, in voornoemde megaslachterijen werkzaam, die de afgelopen weken met Covid-19 besmet zijn geraakt. Zo testten bij de Vion-vestiging in Groenlo liefst 147 van de 657 werknemers positief. De toorn van Carola Schouten werd daarmee dusdanig gewekt dat zij met sluiting dreigt wanneer de omstandigheden niet worden verbeterd.

Ik kan mij voorstellen dat u gezien mijn voorafgaande redeneertrant vermoedt dat ik mij nu onvoorwaardelijk bij Schouten aansluit. Dat doe ik niet. Dat wil zeggen: nu niet. Wat ik van die megaslachterijen vind wilde ik wel even kwijt, maar staat los van wat ik tevens wil stellen, namelijk dat in dit geval niet alleen de werkgevers blaam treft. De Roemenen, de Polen en de andere Oost-Europeanen die nu door het virus zijn getroffen hebben er zelf eveneens om gevraagd.

Je ziet het ook in veel andere bedrijfstakken waarin zij hier te lande als arbeider werkzaam zijn: ze gaan te lichtvaardig met de coronadreiging om (en dus tevens met onze gezondheid, hetgeen zij zich niet echt lijken te realiseren, of ze misschien wel een rotzorg zal zijn). Niet ver van mijn woonst zijn ze op het ogenblik ook aan de slag. En wat zie ik daar? Dat ze op elk moment van de dag dat niet werkend of slapend door hen wordt doorgebracht zo dicht mogelijk in elkaars nabijheid kwistig aerosolen verspreiden. De anderhalvemetermaatregel lappen ze grotendeels aan hun laars, vooral wanneer ze opeengepakt zitten te recreëren, om hun tijdverdrijf in de privé-uren vriendelijk te formuleren.

Zou het een Oost-Europees dingetje zijn?

Hoe dan ook mag Carola Schouten deze mensen zelf óók op hun gedrag aanspreken.


28 mei 2020
Haal dan uw kop maar eens uit het zand

Nu weer een shetlandveulentje, las ik. Het arme diertje heette Olav en er is slechts een voorbeentje van hem teruggevonden. Het is me allemaal wat met die wolf.

En hij laat zich daarna niet in de luren leggen zoals die domme, maar vooral slaperige wolf van de gebroeders Grimm ("Wat hotst en klotst / Daar in mijn buik? Ik dacht dat het zes geitjes waren / Maar dit zijn keien, hele zware!"). Nee, de volgende nacht gaat-ie ijskoud wéér op strooptocht, waarmee hij steeds meer schapenhouders, die voor zijn herintrede weinig tot niets te vrezen hadden, tot wanhoop drijft.

Niet alleen schapenhouders, trouwens, ook de eigenaar van dat veulentje in Haarsteeg, al wordt de man door wolvenexpert Glenn Lelieveld van Wolven in Nederland fel tegengesproken: "Het is complete onzin. Een wolf is heel efficiënt en zou nooit een complete ruggengraat en kop opeten."

Tsja, wat moet het dan wezen?

Het is nog te vroeg in het seizoen voor een nieuwe Poema van de Veluwe en bij mijn weten is hier nog altijd geen harpij waargenomen, een van de grootste arenden ter wereld: gewicht tot 9 kilo, spanwijdte tot 2,2 meter, met name levend in het Amazonegebied van het oppeuzelen van middelgrote dieren zoals apen, kleine beren, papegaaien, leguanen en slangen. Een shetlandveulentje zou-ie dus inderdaad ook wel kunnen hebben.

Allitereert lekker hoor, de Harpij van Haarsteeg.

Maar het gaat 'm niet worden.

Ik houd het er voorlopig toch op dat de eigenaar van het veulentje het bij het rechte eind heeft en zeg het nogmaals: het is me allemaal wat, met de wolf. Steeds luider weerklinkt de roep dat we moeten ingrijpen, steeds vaker schud ik dus het hoofd. En dat doe ik heus niet slechts omdat ik mij ooit enige tijd in het vak faunabeheer heb bekwaamd, waarvan mij in de eerste plaats is bijgebleven dat je de natuur zoveel mogelijk z'n gang moet laten gaan. Ik doe het ook omdat al die verontwaardiging op mij nogal hypocriet overkomt.

O, u bent níet hypocriet?

Haal dan uw kop maar eens uit het zand.

Hier volgt een score aangaande andere gedode dieren in Nederland, zoals door het CBS over het jaar 2019 geregistreerd: 604.568.300 slachtkuikens, 18.056.100 overige kippen, 16.583.800 varkens, 2.123.300 runderen, 566.500 volwassen schapen, 408.300 lammeren, 173.500 geiten, plus nog het een en ander.

Reken zelf maar uit hoeveel dieren wij hier per uur ombrengen om ze te kunnen opeten.

Of per minuut.

Zet 'm op, wolf.

Ik beloof dat ik je buik nooit zal opensnijden.


30 mei 2020
O, die klein burgerlijke dorpsteksten weer

Bedankt namens Teun, mevrouw Halsema. Bedankt namens Oscar en Marcel. Bedankt namens Gilbert, namens Thijs, Onno en Dennis, namens iedereen die het type etablissement beheert dat Amsterdam het meest kenschetst: de kroeg.

Het zijn de namen van de uitbaters van de cafés die ik vóór de coronacrisis wel eens bezocht. Ik had al met deze mannen en met hun ruim 1500 (!) Mokumse collega's te doen. Bijna een kwartaal terug moesten ze op last van de overheid sluiten. Het betekende een dreun die ze in een situatie deed belanden waarin na Tweede Pinksterdag voor een veel te klein deel verandering zal komen. Maar nu heb ik nog méér met ze te doen omdat een andere overheid, helaas niet minder machtig en ditmaal in de persoon van Femke Halsema, gretig van de gelegenheid gebruik maakt om ze uitgerekend op het moment dat ze, nog steeds groggy, proberen op te krabbelen, andermaal tegen de grond te slaan.

Zullen ze nu nog opstaan?

Ik betwijfel het zeer en citeer haar clubblad Het Parool: "Door de coronacrisis zijn er amper toeristen in het centrum. Dat smaakt naar meer. Burgemeester Halsema wil minder toeristen en meer winkels en horeca die zich op bewoners richten."

Timing is nooit haar sterkste eigenschap geweest, maar dit slaat alles. Eerder interviewde Roderick Veelo namens RTL/Z Thijs den Kroode, mede-eigenaar van de binnenstedelijke zaken Nel en Krom, inderdaad de Thijs die in de aanhef van dit stukje ook wordt genoemd. Hij deed een voorspelling: 80 procent van de kleine cafés in Amsterdam zal aan deze crisis ten onder gaan.

En wat doet vervolgens het IJskonijn van de Stopera, dat dit toch ook moet hebben gelezen?

'Waar mogelijk' een ruimer terrasbeleid instellen (hoeveel cafés buiten de bekende pleinen hebben überhaupt een terras?). Snaaks beweren, verder, dat ze zelf ook wel weer eens een lekker glaasje wijn op een terras zou willen drinken. Maar intussen, terwijl ze haar ambtenaren het ene na het andere alternatieve voorstel van wanhopige kroegbazen laat torpederen, onder het motto Never spoil a good crisis glashard een beleid uitstippelen dat angstaanjagend veel Amsterdamse cafés de broodnodige extra toerisme-inkomsten zal ontnemen en daarmee ook het allerlaatste beetje bestaansrecht.

Tachtig procent, Thijs?

Was het maar waar.

O, die kleinburgerlijke, kneuterige dorpsteksten weer, zo vloekend met het feit dat het hier om een eeuwenlang wereldwijd gerespecteerde hoofdstad gaat. De binnenstad moet voor de bewoners worden. Fietsers moeten meer ruimte krijgen. We moeten zelf zoveel mogelijk kunnen bepalen welk type café er in een pand komt. Alles moet weer. Het bekende, kortzichtige, neo-communistische GroenLinks-geleuter, waarmee traditiegetrouw volledig over het hoofd wordt gezien dat een stad ook inkomsten nodig heeft.

What about al die hotels, bovendien?

Wel per se op de Werelderfgoedlijst willen staan, maar niet de consequenties daarvan aanvaarden: dat is zo wél Amsterdam.