2 november 2020
Duizend nieuwe Sean Connery's svp

Niet dat ik erin geloof, ik geloof helemaal nergens in. Hardcore infidel, deze jongen, kom dus maar op met die machete. Maar laten we er toch eens, voor de gein, vanuit gaan dat reïncarnatie bestaat. Kan Sean Connery dan alstublieft als duizend Sean Connery’s terugkeren?

Mijn eigen wensen aangaande mijn wedergeboorte houd ik eenvoudig. Ik wil in mijn nieuwe leven slechts een paardenbloem zijn, die zichzelf bij een koele herfstbries verstuift. Maar voor Sean Connery moet iets speciaals worden gecreëerd. Voor mijn generatie was Sean de man der mannen. Het ging tussen hem en Paul Newman. Sean won.

Eén ziel in duizend nieuwe lichamen, allemaal van hetzelfde laken een pak.

Zou dat voor één keertje geregeld kunnen worden?

Dan kunnen de nieuwe Sean Connery’s én premier van Canada worden, én voorzitter van het Nederlandse Klimaatberaad, én president van Turkije, ik doe maar een greep. Dan zijn we in alledrie de gevallen van veel gezeik af. En zo kunnen er dan nóg 997 misbaksels door een Sean worden vervangen. O, wat zou daar veel onheil mee kunnen worden voorkomen.

Shaken and stirred was ik, na het nieuws over het verscheiden van de enige echte James Bond op 90-jarige leeftijd. Dat het niet lang meer zou duren wist ik natuurlijk al. Een paar jaar terug stond er een foto in de krant, waarop hij sterk vermagerd in een veel te wijde joggingbroek tegen zijn zin was vereeuwigd in een Schotse winkelstraat. Dat deed pijn, maar toch slaagde ik erin om dat beeld naar de achtergrond te verdringen en van Sean Connery weer de man te maken die hij voor mij altijd was: één brok bronstige onverzettelijkheid en de laatste jaren ook het ultieme bewijs van het feit dat de geaardheid die soms lijkt te bezwijken onder al die woke-, BLM- en genderheisa, namelijk die van de blanke, mannelijke hetero, nog altijd danig meetelt.

Alleen die stem al!

Ik probeerde hem weleens te zijn, als ik de bioscoop verliet.

Dan stak ik, net als hij in de Bond-film die zojuist was vertoond, een sigaret op die ik achteloos in mijn mondhoek liet hangen. Om vervolgens superieur grijnzend, met één hand in een broekzak, het daglicht in te kuieren om te checken of daar verpletterende seksbommen in rotten van vier voor mij stonden opgesteld.

Ze stonden er nooit, maar dat is natuurlijk toeval.

Man, stel je toch eens voor: 007 in plaats van Trutje Trudeau als premier van Canada.

Geen juffershondje dus dat na de aanslagen in Frankrijk verklaart dat er grenzen zijn aan de vrijheid van meningsuiting, met andere woorden: dat collega Macron het heen en weer kan krijgen met z’n strijd tegen het islamisme, en mét hem de familieleden van alle tot nu toe afgeslachte Fransen.

En wél een echte vent op die positie, een Sean Connery dus, eentje die beseft dat buigen gelijk staat aan onderwerpen, niet laf maar vastberaden, een kerel die voorop gaat in de strijd tegen die achterlijke, redeloze, gewetenloze en vrouwenhatende slachters van Allah.

Zei ik duizend Sean Connery’s?

Doe maar tienduizend.


3 november 2020
Daar moet níet op gedronken worden

Maken jullie je maar druk over de never ending tragikomedie getiteld Sleepy Joe & The Donald, over het zwalkende polderlandse coronabeleid, over de onstuitbare opmars van de religieuze achterlijkheid. Dat soort futiliteiten. Dan houd ik me wel bezig met een zaak die er echt toe doet: de overname van de Texelse Bierbrouwerij door Heineken.

Is dan helemaal niets meer veilig voor die schrokop?

"Greed is good", zegt Michael Douglas als Gordon Gekko in Wall Street.

Nou, mooi niet.

Freddy was een jofele gast hoor. Ik moest altijd lachen als hij, vóór 1989, toen zijn bedrijf de Brand Bierbrouwerij nog niet had gekocht, café De Koningshut in de Amsterdamse Spuistraat binnenkwam en uit zijn binnenzak een Heineken-viltje opviste waarop hij zijn aldaar geserveerde glas Brand-bier plaatste. Soms belde hij mij ook. "Je kunt dus voor jennen betaald worden", zei hij de eerste keer, de teneur van mijn stukjes samenvattend. Waarna hij de gebruikelijke vraag stelde: "Schuift het wat?" Om mijn antwoord - "Ik kan er een biertje van kopen" - moest híj dan weer lachen.

Maar kom op, opvolgers.

Jullie kunnen toch ook weleens een brouwerijtje overslaan?

Niet dat ik mij dit nieuwe staaltje hebzucht van de op een na grootste bierbrouwer ter wereld niet kan voorstellen. Zet een glas Heineken-pils naast een goed getapte Skuumkoppe van de Texelse en je denkt meteen aan de ochtendurine die je af en toe bij je huisarts moet inleveren.

Dat van de Texelse is echt bier. Hun bocks vallen steeds in de prijzen en dit voorjaar nog werd het mij op het eiland zelf, toen wij tijdens een vliegende storm eindelijk beschutting bij strandpaviljoen Paal 12 hadden gevonden, gegund om een paar glazen Springtij te nuttigen. Ik slaakte een oerkreet van blijdschap & geluk en mede dankzij het decor keek mijn vrouw toen voor het eerst sinds jaren weer naar mij alsof ik die Bretonse visser in ‘Zout op mijn huid’ van Benoîte Groult was, en zijzelf die deftige Parisienne.

Ook bij slecht nieuws helpt een Texels glas bier, trouwens.

Neem het NPO-besluit om Opsporing Verzocht, nota bene het meest diverse programma van de publieke omroep, zo ongeveer te halveren (grijp je kans, John de Mol, zet Johan Derksen naast Anniko van Santen en qua kijkcijfers zit je nog meer geramd, al zal je voor de wiedergutmachung ook best vaak Natacha Harlequin en Dries Boussatta moeten uitnodigen).

Twee Skuumkoppes en zelfs dáár zie je de lol van in.

De speciaal bier-markt draait als een tierelier. Ieder dorp heeft tegenwoordig zijn eigen brouwerij en die van Texel - het eiland heeft er trouwens nóg eentje: Tesselaar - steekt daar met kop en schouders bovenuit. En dat wordt nu dus ook al Heineken, snik. Ik begrijp de directie van de Texelse, daar niet van. Die gasten krijgen zomaar, vanaf de wal, miljoenen op hun bankrekening bijgeschreven. Daar zijn zelfs eilanders gevoelig voor. Maar laten we wel wezen: wéér valt een unieke lokale onderneming ten prooi aan een multinationale veelvraat.

Daar moet níet op gedronken worden.


4 november 2020
Burgerjournalistiek? Weg ermee

Om een uur of half tien ging de kwelbuis uit, maandagavond. Er scheen iets ergs aan de hand te zijn in Wenen en ik dacht: weet je wat, ik laat mij eens door Twitter informeren. Daar gaat alles veel sneller, veronderstelde ik.

Bovendien werd de laatste tijd her en der, onder andere met verwijzing naar de tweets van The Donald, zo smalend over ‘de msm’ en tegelijk zo lovend over de grote voordelen van de sociale media gesproken, dat ik de proef maar eens op de som nam.

Welnu, het duizelt mij nog steeds.

Fakenews?

Vooral dáár.

O ja, nee hoor, klopt: de reguliere media maken er ook vaak een potje van. ‘t Is dat ze mijn maat niet hebben, want anders trok ik, als hoogbejaarde vertegenwoordiger van een conservatief dodebomenmedium, het boetekleed vrijwillig aan. Mattheüs 7: “En wat ziet gij den splinter, die in het oog uws broeders is, maar den balk, die in uw oog is, merkt gij niet?” Nou, ik wel hoor, ouwe apostel van me!

Zo noemde de NOS maandag, louter en alleen omdat de ernstig om ontlastende verklaringen verlegen zittende advocate van de verdachte dat suggereerde, een terrorist die de Gay Pride van 2019 als doelwit had autistisch. Dat was niet alleen strijdig met de aanbevelingen in les 1A van de cursus ‘Hoe word ik een betrouwbare luis in de pels’, maar ook een belediging voor iedereen die met autisme heeft te dealen.

Waarom dan niet meteen de kop ‘Man die geen aanslag wilde plegen beschuldigd van plannen aanslag’, beste brave NOS?

Die advocate zei immers óók dat die arme Tahsin E. helemaal niet van plan was om de Pride iets aan te doen.

Mooi, dat is dat. En dan meld ik nu dat zelden zo’n puinhoop van de nieuwsvoorziening is gemaakt als maandagavond op Twitter, nadat islamitische barbaren ditmaal het centrum van Wenen voor een terreuraanslag hadden geselecteerd. Burgerjournalistiek, zoals op Twitter? Weg ermee. Daar kun je helemáál niet op vertrouwen. Dat die aanslag was gepleegd werd vast eerst daar geopenbaard. Maar daarna goten ze er met z’n allen de stinkende inhoud van een vat vol onwaarheden over de miljoenen volgers uit.

Een synagoge was het doelwit. Niet dus. Er trokken zeker tien terroristen moordend door de Weense altstad. Niet dus. Het waren weer Tsjetsjenen. Niet dus. Vele doden waren reeds gevallen. Niet dus. In het Hilton was een aantal hotelgasten gegijzeld. Niet dus. O nee, die gijzeling vond in een nabijgelegen etablissement plaats. Niet dus. Vier terroristen waren opgepakt, waarbij zelfs een videofilmpje en foto’s werden gedeeld van een groepje jongemannen die op hun knieën en met ontbloot bovenlijf door agenten onder schot werden gehouden. Niet dus.

Enzovoorts, etcetera.

Check & recheck?

Nooit.

Eerst toen ik mij de volgende ochtend door de traditionele media liet informeren, wist ik zo’n beetje wat er in werkelijkheid was gebeurd.

Ik neem vandaag nog zeven krantenabonnementen.


5 november 2020
Hier spreekt deskundige 16.487.004

Luister eens, ik was al bondscoach 13.897.217 en viroloog 15.725.901 van dit land. Zo gek is het dus ook weer niet dat ik mij hierbij aan de lezer voorstel als Amerika-deskundige 16.487.004.

Heus, ik kan er ook nog wel bij. En mijn werkhok kost de gemeenschap tenminste geen $ 6.500 per dag, zoals dat New Yorkse penthouse van een van mijn collega-experts, genaamd Twan Huys.

Ik heb dat kamertje van mij laatst op eigen kosten verbouwd voor in totaal € 430,75. Nu kan het weer jaren voor nul cent per dag mee. Zelf het vloertje gestort bovendien, en de stellingkasten voor het opbergen van onmisbare studieboeken als ‘Kuifje in Amerika’, ‘Winnetou en de Goudzoekers en ‘De Negerhut van Oom Tom’ hoogstpersoonlijk in elkaar geschroefd. Niet van dat publieke omroeperige, weetjewel.

Dan volgt nu mijn oordeel.

Dit, dames en heren kijkers, was een keuze tussen de galg en de elektrische stoel. Beide kandidaten voor het presidentschap van de Verenigde Staten zijn totaal ongeschikt. Het is typerend dat Sleepy Joe geen landslide overwinning behaalde. Het is ook typerend dat The Donald geen landslide overwinning behaalde.

Wie tegenstanders als de hunne niet verpulvert, kan er niets van. Allebei zijn ze daarnaast zelfs te oud voor een seniorenlidmaatschap van de sectie hoogbejaarden van de afdeling dementie van Omroep Max.

Wie er ook wint, bij elke speech zal een uitgebreid medisch team van gerontologen en reanimatiedeskundigen klaar moeten staan (“Niet reanimeren, jongens. Joe wilde het zo”, hoor ik Kamala Harris al zeggen). De geruchten gaan dat zo’n team woensdag al wilde ingrijpen toen Donald Trump over verkiezingsfraude begon en miljoenen nog te tellen poststemmen alvast ongeldig wilde laten verklaren.

Voor mij betekende het trouwens wel een déjà vu. Op 8 november 2000, daags na de presidentsverkiezingen van dat jaar, vloog ik naar Florida om daar mijn vijftigste verjaardag te vieren. Toen ik vertrok was Al Gore president. Toen ik arriveerde was George Bush jr. president (en werd ik anderhalf uur vastgehouden omdat de douane in mijn koffer zo’n stalen doosje Wilde Havana’s van La Paz had aangetroffen). Ik verbleef in Seminole County, nabij Orlando, uitgerekend de plek waar ze er maar niet in slaagden om de stemmen fatsoenlijk te tellen. Het ene moment was Gore president, het andere Bush. Uiteindelijk won Bush, na een uitspraak van het Supreme Court op 12 december, toen ik allang weer thuis was.

Voorspelling: iets dergelijks gaat nu wéér gebeuren.

Denk dus niet dat ik géén Amerika-deskundige ben.

Waarom won Joe Biden niet zo gemakkelijk als iedereen dacht?

Simpele verklaring, die ik nauwelijks nog ergens las of hoorde: omdat de Democraten veel te weinig afstand namen van het Antifa- en BLM-geweld na de dood van George Floyd. Te woke, de Dems van tegenwoordig. Te nadrukkelijk gekaapt door de inclusie- en diversiteitsmaffia. Dat pikken veel Amerikanen niet.

Terug naar de studio.


6 november 2020
Het is de profeet niet eens? Nou en!

En het is de profeet niet eens. Dat wordt als argument aangevoerd. Maar wat maakt het uit of het de profeet wel of niet is? Al worden er duizend Mohammeds op die spotprent afgebeeld.

Het werd her en der gezegd over de cartoon in het klaslokaal van een Rotterdamse docent. Wellicht geïnspireerd door de afslachting van Samuel Paty, puur en alleen omdat deze Franse leraar een spotprent van Mohammed had getoond, zorgden enkele islamitische studentes er via via voor dat de Rotterdammer moest onderduiken - NSB moeten we voortaan maar als afkorting van Nationaal Salafistische Beweging beschouwen.

Inderdaad laat die vijf jaar oude tekening niet de profeet zien, maar een verbijsterde moslimextremist met een bebloed zwaard, terwijl een Charlie Hebdo-slachtoffer, zojuist door hem onthoofd, vanuit de opening van zijn hals zijn tong naar hem uitsteekt.

Maar het doet er niet toe!

En het is de profeet niet eens. Wie dat zegt, suggereert dat hij of zij de verontwaardiging had kunnen begrijpen als de tekenaar zijn cartoon niet met die extremistische moslim, maar inderdaad met diens profeet had opgesierd. Wie dat zegt, geeft te kennen dat terreur loont, met alle gevolgen van dien. Wie dat zegt, buigt. Lees Soumission van Michel Houellebecq. Stapje voor stapje wijken we voor het rupsje-nooit-genoeg van de islam.

We mogen hier zeggen wat we willen, schrijven wat we willen, tekenen wat we willen. Niemand heeft hier bovendien het recht om andermans leven, om welke reden ook, gewelddadig te beëindigen. Dat is keurig bij wet geregeld. Net als in Frankrijk, waar Emmanuel Macron nu tenminste orde op zaken tracht te stellen.

Arie Slob hield het, net als na dat andere incident op een school in Den Bosch, slechts bij woorden. Terwijl die meiden wegens wangedrag van de school hadden kunnen worden verwijderd, ik noem maar iets. Terwijl er een begin had kunnen worden gemaakt van het ophangen van de bewuste cartoon bij álle Nederlandse scholen.

“Wat hier fout gaat, is het gebruik van de sociale media. Daardoor belandt het buiten de school.” Dat durfde de VO-Raad te zeggen. Met andere woorden: was het níet buiten de school beland, dan was er niks aan de hand geweest. Hoe laf wil je het hebben.

Er is al heel lang heel veel aan de hand. Veel meer dan menige wegkijker nog steeds vermoedt. Zelfs na de eis van imam Yassin Elforkani van de Blauwe Moskee in Amsterdam om belediging van de profeet strafbaar te stellen. Zelfs nu meer dan 100.000 Nederlandse moslims een petitie hebben ondertekend waarin hetzelfde wordt gesteld.

Ruim honderdduizend landgenoten die de Nederlandse wet ondergeschikt achten aan hun religie!

And still counting.

Je raakt moslims er tot in het diepste van hun ziel mee, hoor je dan. Toen er een keertje christenen werden bespot zei Jan Peter Balkenende hetzelfde.

Ik reageer nu net als toen: je raakt míj, als overtuigd ongelovige, tot in het diepste van mijn ziel wanneer je eist dat ik mijn mond houd.


7 november 2020
Barry Atsma speelt Humphrey

Hè hè, eindelijk kan ik dan ruimte bieden aan de filmnieuwtjes die ondergesneeuwd zijn geraakt in al dat presidentschapsgedoe, coronagepruts en islamistengehannes. Ten eerste is daar natuurlijk het feit dat Barry Atsma is uitverkoren om de hoofdrol te spelen in ‘Humphrey’, een film van cineast en voetballiefhebber Eddy Terstall over het leven van Humphrey Mijnals.

De vorig jaar overleden Mijnals was de eerste Surinaamse voetballer die voor het Nederlands elftal uitkwam. Ook het feit dat hij jarenlang een sigarenwinkel runde zal ruim worden belicht door Terstall, uit wiens films altijd een warme liefde voor de kleine man opstijgt. “Barry is een uitstekende Humphrey”, aldus de sympathieke Amsterdammer.

Ten tweede werd deze week bekend dat Karin Bloemen in de Netflix-serie ‘Snelle Nelli’ van filmmaker Martin Koolhoven de rol van atlete Nelli Cooman op zich zal nemen. Nelli, een Rotterdamse vrouw van Surinaamse afkomst, was in 1987 en 1989 wereldkampioene op de 60 meter indoor en verwierf in die jaren grote populariteit. De serie bestaat uit tien delen en is door Koolhoven zelf geschreven. “Bij de audities viel mij vooral Karins explosieve start op”, aldus de regisseur. “Zij is dus bij uitstek geschikt voor deze rol.”

Pardon?

Het is raar, zegt u, dat Barry en Karin deze rollen toebedeeld hebben gekregen omdat zij in tegenstelling tot Humphrey en Nelli blank… eeehh… sorry… wit zijn?

Het is 2020, mevrouw!

De Black Lives Matter-beweging heeft grote maatschappelijke veranderingen teweeg gebracht. Dit is een van de consequenties. Eerlijkheid voor alles: als zwarten blanke rollen kunnen spelen, moeten blanken zwarte rollen kunnen spelen.

Gelezen, bijvoorbeeld, dat de Britse actrice Lashana Lynch na de nieuwe Bond-film ‘No Time To Die’, waarin zij reeds een bijrol speelt, de hoofdrol van geheim agent 007 gaat overnemen van Daniel Craig? Twee vliegen in één klap: Lashana is zowel zwart als vrouw.

Oké, dat kan nog. Bond is fictie. Maar dan dit: Channel 5 heeft Jody Turner-Smith, een Britse actrice van Jamaicaanse afkomst (zie foto hierboven), bereid gevonden om voor een grote driedelige serie de rol van Anna Boleyn op zich te nemen, koningin van Engeland van 1533 tot 1536 als de tweede vrouw van Hendrik VIII.

Nou moe!

Een donkere actrice die Anna Boleyn speelt!

Ik hoor Hendrik zelfs nu weer bulderen.

Woker kan het niet, moeten we maar denken. Vandaar ook de keuze voor Barry en Karin als Humphrey en Nelli, hoewel dat wat mij betreft, nu we toch lekker divers bezig zijn, ook andersom mag. Al vraag ik mij, aannemende dat de serie waarheidsgetrouw zal zijn, wel af hoe Channel 5 het met de terechtstelling wegens overspel van Anna Boleyn gaat oplossen.

Mag je een zwarte vrouw tegenwoordig nog wel executeren?

Wacht, ik vraag het aan Eddy.

“Sorry, even geen tijd. Ik ben net met Gerda Havertong in gesprek voor de rol van Willem Drees in de film Vadertje.


9 november 2020
Rudy Giuliani kan mij zo bellen

Zie je wel dat ik niet geschikt ben voor de serieuze verslaggeverij. Is er zojuist een keiharde tweekamp om het presidentschap van de Verenigde Staten beslist. En wat doe ik? Ordinair schuddebuiken.

Toegegeven, het is altijd nog beter dan een potje gaan zitten janken, zoals CNN-medewerker Van Jones nadat Joe Biden tot winnaar was uitgeroepen, of meedoen met het mesjoggene orgastische gejuich in tal van polderlandse huiskamers, onder aanvoering van de Eva’s en de Margrieten onder ons, waar ze zichzelf hebben wijsgemaakt dat de wereld is gered nu Het Kwaad door Het Fatsoen is verslagen.

Toch schaam ik mij te barsten, omdat er een buitengewoon platvloerse reden aan dat domme geschater van mij ten grondslag ligt: het feit dat Trumps consigliere Rudy Giuliani zijn persconferentie in Filthydelphia dankzij een organisatorisch misverstand niet bij het Four Seasons Hotel hield, maar bij een gelijknamig hoveniersbedrijf waarvan de dichtstbijzijnde buren een pornowinkel en een crematorium zijn.

Nuchter en zakelijk vaststellen hoe gênant het is dat uitgerekend deze twee waardeloze kandidaten de strijd dienden te beslechten?

Ik kan het even niet opbrengen, puur en alleen omdat de beelden die zich onverbiddelijk aan mijn fantasie opdringen nog slechts dildo’s met namen als Dirty Donald en Jumpin’ Joe in de etalage van Fantasy Island laten zien (zo heet die adultshop), alsmede een opblaaspop genaamd Keelhauling Kamala.

Waar is het misgegaan met mij?

Dagenlang heb ik dat verkiezingsgedoe nota bene als een waanzinnige zitten aanschouwen en analyseren. Alles opgezocht, veel getuigenissen aangehoord, elk detail gecontroleerd. Als resultaat daarvan weet ik dat zo’n beetje alles wat The Donald al twitterend in capslock rondbazuint onzin is.

Van elke afzonderlijke staat hebben de electorale mogelijkheden voor mij geen geheimen meer. Net als het checken en rechecken van de stemprocedures, wat er gebeurt als Donald Trump zelfs indien de rechters zijn nederlaag bevestigen weigert te vertrekken (waar ik stiekem op hoop) en wat het congres en de senaat te doen staat wanneer de rook is opgetrokken en van de VS nog slechts een staatskundige ruïne blijkt te zijn overgebleven. Hetgeen overigens - neem dat van mij aan - tot opzienbarende gebeurtenissen kan leiden.

Uncle Rob weet nu hoe Uncle Sam functioneert.

Als Rudy Giuliani advies behoeft kan hij mij dus zo bellen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld een juridische medewerker van mijn dorp, waarvan de gemeentelijke regels mij wél een raadsel zijn. Wat dat betreft ben ik geen haar beter dan al die dolblije Hollandse Joe & Kamala-fans: ook ik heb mezelf blijkbaar op de mouw gespeld dat Nederland de 51ste staat van de VS is.

En dan hoor je ineens dit.

Hahaha!

Wilt u dat ik ook nog een olijke opmerking maak over dat nabijgelegen crematorium, waarmee indirect naar het laatste krampachtige gespartel van Donald J. Trump wordt verwezen?

Nee?

U heeft groot gelijk.


10 november 2020
Merkwaardig, hoogst merkwaardig

Door schuldgevoelens geplaagd worden terwijl je door de hoofdstad sjokt: niet iedereen zal daar last van hebben, maar ik wel. De rust van de vroege zondagochtend ervaar ik na de heisa van de zaterdagnacht altijd als een verademing.

In pre-coronatijden was het zelfs mijn favoriete 020-moment: de stilte na de storm. Maar Amsterdam hoeft nu ook weer niet 24Seven als een vroege zondagochtend te ogen, zoals maandag.

De treurige aanblik van al die gesloten cafés en restaurants deed mij veel. En toen sprak ik mezelf ineens bestraffend toen: „Maar jíj hebt twee dagen terug uitgebreid zitten tafelen, vader. In een restaurant. Niet echt solidair!”

Geen zorgen, ik was de schaamte snel voorbij. De mogelijkheid is nu eenmaal door het kabinet geschapen. Wie een kamer boekt in een hotel annex restaurant kan daar eten. En dus deed ik dat, zoals zovelen. Vier gangen, alles erop en eraan. Het afgelopen weekend op Texel. Brasserie/hotel Rebecca in De Waal. Een aanrader (nee, ik krijg geen cent voor deze schaamteloze promotie, ik vind het gewoon lieve mensen, die geweldig kunnen koken).

„Dat je gewoon kunt borrelen, lunchen en dineren in het hotel waar je verblijft, terwijl restaurants zonder een hotelfunctie géén gasten mogen ontvangen, is onrechtvaardig voor de restaurateurs die zich al die tijd keurig aan de coronabeperkingen hielden en hun zaak desondanks op last van het kabinet moesten sluiten. Let wel: omdat er elders een potje van werd gemaakt”, schreef ik zojuist in een brief.

Ik wandelde ook op Texel. In Den Burg, langs een zonovergoten terras dat half vol zat. „Wat zullen we nou krijgen”, dacht ik eerst. Toen pas zag ik dat het een terras van een café-restaurant-hotel was. De hotelgasten mochten er plaatsnemen, anderen niet.

En toen herinnerde ik mij de gang van zaken op de golfbaan De Texelse. Het clubhuis en het terras moesten daar gesloten blijven. Wel was er, zoals bij zoveel horeca-etablissementen, een afhaalmogelijkheid gecreëerd. Veel kon worden besteld: koffie, Skuumkoppe, broodjes kroket, etcetera. Het gevolg was dat die arme ober zich het heen en weer slofte tussen de bar en een plek nabij het clubhuis en het parkeerterrein. De leden hadden daar hun ’negentiende hole’ gecreëerd.

Niet op het terras, wél daar.

Merkwaardig, zou Havank De Schaduw hebben laten zeggen.

Hoogst merkwaardig.

Eerlijkheid bestaat niet, dat weet ik zo langzamerhand wel. Maar ik weet óók dat de ic’s momenteel vooral zijn gevuld met mensen die doorgaans niet worden aangetroffen in de restaurants die ik in Amsterdam voorbij liep.

Die zaken betalen, net als de theaters, een wel heel erg hoge prijs voor de slordigheid die te veel van deze patiënten helaas aan de dag hebben gelegd. Misschien moeten we daarom toch maar eens van het eerlijkheidsprincipe af en de restaurants, vooral die met terrassen, die aantoonbaar niet of nauwelijks aan de verspreiding van het virus hebben bijgedragen, heropenen.

„De pretparken, zwembaden en bioscopen kunnen weer open”, sprak Ernst Kuipers maandag verheugd.

Ik zeg: deze zaken ook.

Hoe minder faillissementen, hoe beter.

Het gaat er toch allang niet meer eerlijk aan toe.


2 november 2020
Dit was het, qua Waterlandkerkje

Waterlandkerkje, of all places. Uitgerekend Waterlandkerkje. Ik voel mij gecastreerd. Nooit meer zal ik op deze plek kunnen doen wat ik vaak en graag deed: Waterlandkerkje model laten staan voor Nederland. Mijn complete oeuvre zal moeten worden herzien.

Waterlandkerkje ís Nederland niet meer. Dat hoop ik althans maar. Waterlandkerkje is een poel des verderfs.

Een dierbare vriendin, ooit door de harde kern van de Telegraaf-redactie benoemd tot wereldkampioene heupwiegen, appte mij woensdag en zei: voor jou moet dit een oepsverhaal zijn. Ik introduceer dat woord bij deze aan de lezer. Voor mij was het inderdaad een oepsverhaal, dat stuk in deze krant waarin de buren van Pascal P. uit Waterlandkerkje zeiden dat hij altijd zo’n vreemde blik had.

Op zich kan dat nog. Met eigen ogen heb ik aanschouwd dat méér inwoners van Waterlandkerkje een vreemde blik hebben, met name wanneer ze te lang hebben nagetafeld bij de lokale bistro In den Koning. Maar Pascal P. had een vreemde blik omdat hij een gore viespeuk is. Hij liet de dochters van zijn vriendin jarenlang tegen betaling door andere mannen misbruiken.

„De ontmoetingen vonden plaats op parkeerplaatsen langs snelwegen, maar ook in Belgische parenclubs”, las ik. „De meisjes waren daarbij verdoofd met slaappillen, alcohol en drugs.”

Dutroux op z’n Zeeuws.

Wat een smerige schoft.

Lang, héél lang geleden, toen het land nog onschuldig was en Mark Rutte nog werkzaam op de afdeling personeelszaken van Unilever (of er een causaal verband is moet u zelf maar uitmaken), zocht ik uit hoofde van mijn functie naar de meest Nederlandse plaatsnaam die er bestond.

Ik begon bij de a. Dat was dom, zo bleek later. Ik had het beter achterstevoren kunnen doen: beginnen bij de z en dan de ij, de x en de w. Pas bij de w, immers, trof ik de naam der namen aan: Waterlandkerkje, een gehucht in Zeeuws-Vlaanderen, 500 inwoners, gemeente Sluis. Water, land en kerkje in één naam: Hollandser kon het niet.

Vanaf dat moment noemde ik Waterlandkerkje regelmatig in mijn stukjes. Als gevolg daarvan ontving ik verschillende vriendelijke brieven uit het dorp. Een ereburgerschap zat er net niet in, maar een inwoner stuurde mij wél, uit dankbaarheid, een plaatsnaambord van Waterlandkerkje, dat sindsdien aan een muur in mijn werkhok hangt. Tevens kreeg ik een uitnodiging van de toenmalige uitbaters van voornoemde bistro In den Koning, die ik uiteindelijk, tijdens een vakantie in die regio, aanvaardde. Een lange nacht volgde, waarna ik zélf enige tijd met een vreemde blik rondliep.

Die wandeling, door Waterlandkerkje, zal mij altijd bij blijven.

Wat heerlijk, dacht ik, er gebeurt hier helemaal niets.

Nou, wél dus.

Welke plaats zal ik nu voor Nederland laten staan? Oude Zeug, Rectum, Hongerige Wolf of Vrouwenverdriet? Ze bestaan, die gehuchten.

Er gaat niets boven Waterlandkerkje.

En toch kan het niet meer.

Ik scheur mijn kleren en ween.


14 november 2020
Slimme gozer, die Orwell

Hij komt, hij komt, die lieve goede Sint. Zondag, op een plek in Amsterdam die geheim wordt gehouden, officieel in verband met de coronabeperkingen. Al trokken Femke en haar volgelingen vast ook in polonaise door de gangen van de Stopera toen dat besluit was genomen.

Hoera!

Scheelde dat even heisa!

“Fuck Sint en Piet!” galmde het bovendien in de catacomben op het Waterlooplein.

Intussen zit ik mij aangaande zo’n beetje alles wat met dat vroeger zo onschuldige kinderfeest van doen heeft voor het zoveelste achtereenvolgende jaar dusdanig te verbazen, om niet te zeggen te ergeren, dat mijn wenkbrauwen mijn haargrens naderen.

Neem het volgende.

Wekenlang is reeds bekend dat de goedheiligman zich bescheidener dan ooit in het volk zal mengen, en met hem zijn Pieten, die daarnaast minder zwart dan ooit zullen zijn, alsmede minder dan ooit getooid met oorbellen, kroeshaar en dikke rode lippen.

Minder Nederlanders dan ooit blijken verder problemen met die laatste ontwikkeling te hebben, 55% zoals uit een onderzoek van EenVandaag bleek. Al trek ik daaruit wel een andere conclusie: degenen die overstag zijn gegaan deden dat vooral omdat ze de tomeloze agressie van Kick Out Zwarte Piet zat zijn. Ze willen hun kroost slechts een heerlijk avondje bezorgen. Het is zwichten, maar begrijpelijk zwichten.

En wat doet KOZP?

Toch weer demonstreren, in elk geval in Breda, Maastricht, Venlo, Eindhoven en Weert, ook omdat een grijze Piet, serieus, in hun ogen evenmin mag: Kick Out Grijze Piet. Ze gedragen zich als een groep blinde veganisten bij een gesloten vleesverwerkingsfabriek: ze krijgen hun zin en gaan desondanks actievoeren. En dat terwijl de overheid nota bene in verband met de corona-aanpak om maximale terughoudendheid vraagt. Nou ja, aan de andere kant snap ik het wel. Wie het van subsidies moet hebben, zal dat zelfs in Nederland af en toe moeten waarmaken, nietwaar.

Of neem dit.

Anton Kok, hotemetoot onzer bibliotheken, maakte bekend dat de boeken waarin Zwarte Piet een rol speelt uit zijn filialen zijn verwijderd. Daar scoorde de brave borst heel veel fatsoenspunten mee, en straks ongetwijfeld ook uitnodigingen voor de vegetarische, alcoholvrije halal-nieuwjaarsrecepties in alle gemeenten waar GroenLinks een vinger in de pap heeft. De Bouquet-reeks is ook al aan de beurt, las ik ergens. Heteroseksuele witte dokters die verliefd worden op heteroseksuele witte verpleegsters, dat kunnen we natuurlijk niet hebben.

Hoe eng wil je het hebben?

We maken ons toch zo druk om de vrijheden van meningsuiting en expressie de laatste tijd?

Ik zou nu iets in mijn eigen woorden kunnen zeggen.

Bijvoorbeeld iets met een verwijzing naar de verbranding, op 10 mei 1933 op de Opernplatz in Berlijn, van de Schmutz- und Schundliteratur die door de Cultuurkamer was afgewezen.

Of anders iets met Black Brother is watching you.

Toch citeer ik liever wijze George zelf: “Wie het verleden controleert, controleert de toekomst.”

In het verlengde daarvan ken ik er nog eentje van de schrijver van ’1984’: “Als u een beeld van de toekomst wilt, denk dan aan een laars, stampend op het gezicht van een mens.”

Slimme gozer, die Orwell.


17 november 2020
Ben ik dan eindelijk zielig?

De droom, afgelopen zomer ontstaan: een strandpaviljoen afhuren voor een stuk of honderd gasten, het Kapiteinskoor voor de muzikale omlijsting, met z’n allen hartstochtelijk Ketelbinkie zingen, een grote taart waaruit een Kim Holland-employee in haar werkkostuum op het moment suprême tevoorschijn springt. Niet van dat benauwde. Je wordt maar één keer zeventig.

De werkelijkheid, zondag: om half elf ‘s ochtends met mijn vrouw in een druilerig regentje in een dorp verderop in de tuin van Cecilia staan, een lotgenote die eveneens op 15 november is geboren en zich bij de viering daarvan net als iedereen aan de corona-beperkingen dient te houden. In de joggingbroek die tot mijn corona-outfit behoort Happy Birthday voor haar zingen. Met tsja-blikken op minstens anderhalve meter afstand van elkaar luchtkusjes met haar uitwisselen. Dat werk. En daarna weer naar huis om het restant van de dag met z’n tweetjes door te brengen, onderbroken door een appje van Cecilia: “Thank you so much.”

Nederland - Bosnië kijken.

De laatste holes van The Masters zien.

Dat was het.

Zo kan een mens dus ook een mijlpaal passeren. Niet dat ik van opstandigheid studentenneigingen kreeg. Stel je voor zeg. Ik zag de kop al in het Noordhollands Dagblad staan: Inval politie bij illegaal feest Telegraaf-columnist. Al was dat niet de reden waarom van een uitbundige viering werd afgezien.

Ten eerste ben ik een halve eeuw ouder dan de gemiddelde student. Voor een enkele hick up is nog wel ruimte, verder is de onbezonnenheid er wel zo’n beetje uit. Ten tweede had ik de reacties van tal van lezers, telkens op berichten die vertelden dat er een illegaal festijn door de hermandad was onderbroken, in mijn geheugen geprent.

Ze herinnerden aan de beperkingen die Anne Frank in het achterhuis waren opgelegd. Aan de armoede waarin de grootouders van veel van die studenten nog hadden moeten leven: “Eén flesje cola per week, meneer, als ze mazzel hadden.” Aan van alles en nog wat waaruit bleek dat het aantal door en door verwende watjes onder de millennials schrikbarend groot is geworden, met hun zogenaamde burn outs ten gevolge van de corona-maatregelen.

En na al die mededelingen van deze lezers dacht ik, mezelf toesprekend: ze hebben gelijk, Hoogland, het kan allemaal veel erger, haal de eeuwige optimist erbij, zing Shaffy: “Maar we leven nog / Maar we leven nog / En we leven nog / Dus niet zeuren.”

Voel ik mij ineens meedogenloos geconfronteerd met de gevolgen van de wijze waarop de Nederlandse overheid de verspreiding van Covid-19 tracht te voorkomen? Is het een en al treurnis nu bij mij? Heb ik het gevoel dat mij iets verschrikkelijks is ontnomen? Ben ik dan eindelijk ook eens zielig?

Welnee.

Tussen u en mij: het beviel me eigenlijk wel, die rust.

Nog één keer Ramses: “We zullen doorgaan / Als niemand meer verwacht / Dat we weer doorgaan / In een sprakeloze nacht.”

Lééf, vrienden, lééf!

Het komt allemaal goed.


19 november 2020
Hoge Noorden? Het walhalla

Het zoveelste bewegwijzeringsbord in het doolhof der hedendaagse polderlandse beschaving: we mogen het hoge noorden niet langer het hoge noorden noemen.

Oké, volgens de makers van de rubriek die met mild edoch typerend NPO-dédain van de naam De kritiek van Jan Publiek is voorzien, werd het door slechts twee luisteraars van het NOS Radio 1 Journaal geopperd nadat daar de tussentijdse verkiezingen van de nieuwe gemeente Eemsdelta waren beschouwd.

Vergeet echter niet, beminde gelovigen, dat woeste rivieren als lieflijk kabbelende beekjes beginnen. Vergeet niet dat het sneeuwbaleffect zich in ontelbare vormen aan ons kan openbaren en meestal eerst wordt waargenomen wanneer het te laat is.

Sta mij in dit kader toe het voorbeeld van de neger aan te halen.

Ooit was er één iemand die vond dat deze adequate omschrijving van de zwarte medemens, in andere talen nog steeds probleemloos gehanteerd en nota bene enthousiast gebruikt in de beroemde ’I have a dream’-speech van Martin Luther King, niet langer gewenst was. Inmiddels word je onder luide - en door tal van onze media van harte ondersteunde - aanmoedigingen van Sylvana Simons en consorten op z’n Black Lives Matters’ gevierendeeld als je nog de gore lef hebt de uitdrukking te bezigen en gooien onze bibliotheken alle boeken die de uitdrukking bevatten als Schmutz- und Schundliteratur op de brandstapel. Je kunt er niet vroeg genoeg bij wezen, wil ik er maar mee zeggen. Het kwaad is geschied voordat je er erg in hebt.

Presentator Jurgen van den Berg, zelf ooit werkzaam in Groningen, ondersteunde het idee al.

Nou, dan weet je het wel.

Het is gedaan met het hoge noorden.

Dit doet mij pijn, vrienden. Dit doet mij heel erg pijn, omdat er in mijn ogen niets, maar dan ook echt helemaal niets negatiefs is aan de uitdrukking. Voor mij staat het hoge noorden niet voor iets ijzigs in Noord-Finland, zoals op de roeptoeter werd gesuggereerd, maar voor het walhalla der Nederlanden. Het hoge noorden is het paradijs waar je zo ver als maar mogelijk bent verwijderd van de randstedelijke waanzin & hysterie, van voornoemde Sylvana bijvoorbeeld, van de Jessias en zijn moslimbroederzuster, van Hugo de Jonge en zijn coronageboden die nu echt helemaal niemand meer raken, van de 020-idiotie, van de debatten en discussies die doen vermoeden dat heel veel Nederlanders denken dat hun land de 51ste staat van de VS is, van het diversiteits- en inclusie-gedram, van KOZP, van de wokeness, van het stikstofgejeremieer, van het, nou ja, van noem maar op.

Zeker, de aarde beeft er af en toe, zoals in Loppersum, dat nu net als Delfzijl en Appingedam tot de gemeente Eemsdelta behoort. Maar dat neem ik op de koop toe.

Als ik aan het hoge noorden denk, denk ik aan puurheid en zuiverheid, aan eerlijke mensen die vooral gewoon willen doen.

Waarom denk je dat Arjen Robben er zo graag naar terugkeerde?

Het hoge noorden is het ideale toevluchtsoord.


21 november 2020
Boven elk Fries bed een muskietennet

BREKEND NIEUWS. Het gras zal volgend jaar niet, ik herhaal: níet blauw kleuren (laat je niks op de mouw spelden, het geldt tevens voor de andere kant van de heuvel). Het water zal wederom nat zijn. De Waal blijft naar het westen stromen. De menschen zullen als altijd voorttobben, zoals Nescio al eens op de mooiste laatste bladzijde ooit schreef.

Nee, nu niet denken dat die lange zichzelf in een wat al te hevig verlangen naar het weekeinde in de ouwehoermodus heeft gezet. Het besef dat deze mededelingen tot de categorie Brekend Nieuws behoren, drong genadeloos tot mij door na een persbericht van de Koninklijke Vereniging De Friesche Elf Steden. Synopsis: de komende wintermaanden zal de Tocht der Tochten niet worden georganiseerd. Dit werd werkelijk als serieus nieuws gepresenteerd. Ik trek er de conclusie uit dat het tevens serieus nieuws is dat in de herfst de bladeren van de bomen vallen en dat een mens overlijdt wanneer hij ophoudt met ademhalen.

“Sinds het begin van de metingen in 1901 was een reeks aaneengesloten dagen met een temperatuur van maximaal 10 graden of hoger niet eerder zo lang”, liet Weerplaza zondag weten. De teller stond toen op 229 dagen en ik weet nog welke gedachten mij zoal besprongen. De kans dat een visser bij het bruggetje van Bartlehiem een reuzenzoetwaterpijlstaartrog aan de haak slaat is nu groter dan de kans dat daar ooit nog Elfstedenschaatsers zullen passeren, bijvoorbeeld. Plant de oevers van de Bonkevaart maar vol met palmbomen. Bouw all-in beachresorts met namen als Bon Bini en Lions Dive rondom het Slotermeer. Leg van Berlikumerwiid tot de Dokkumer Ee een tropisch regenwoud aan. Hang boven elk Fries bed een muskietennet.

Das war einmal, de Elfstedentocht.

Wat ze ook gillen, de klimaatsceptici, de opwarming van de aarde is een feit.

De hoop, iedere winter weer, dat-ie gereden gaat worden, zelfs bij zo’n nuchtere Friese jongen als Sven Kramer, is nergens op gebaseerd. Al ontroert het mij wel. Het heeft iets religieus. Diep in hun hart beseffen Sven en zijn provinciegenoten dat eerder nog de Heer op aarde zal terugkeren. Dat gaat evenmin gebeuren, maar ook dat blijft her en der opvallend massaal verkondigd worden. Het Elfstedenbestuur komt zelfs regelmatig als een soort kerkenraad bijeen. Ja echt, dat doen ze. Je hebt het tot rayonhoofd geschopt of niet. It sil net heve, realiseren ze zich. It giet net oan. En toch vergaderen ze er telkens weer in grote hardnekkigheid op los en starten ze elk jaar opnieuw de voorbereidingen.

Behalve nu.

‘t Is de coronasituatie, verklaarden ze. Een Elfstedentocht kan niet in de anderhalvemetersamenleving. Dat gaven ze als officiële reden op. Ik weet wel beter. Voor even, héél even, werden ze door een vlaag van verstandsverheldering getroffen. Ineens dachten ze: wat heeft het allemaal voor zin, waarom doen we dit eigenlijk, laten we voor één keer nu al zeggen dat het niet doorgaat, dan zijn we er vanaf.

En volgend jaar, na de vaccinaties?

Let maar op, dan beginnen ze gewoon weer van voren af aan.


24 november 2020
Is dit nu falen of realiteitsbesef?

De man met de staffordshireterriër en ik hebben al jaren een hondenuitlaatrelatie. Oppervlakkigheid is het kenmerk: soms een hoofdknik, soms een paar woorden. Toch vormt dit soort ontmoetingen een onmisbaar bestanddeel van het cement tussen de bouwstenen van mijn bestaan.

Ditmaal kom ik hem tegen bij de strandopgang op Bad Noord, waar de novemberzon de zee deze vroege ochtend doet glinsteren als een onafzienbare verzameling diamanten. Zijn hond oogt trager, hij ook. Dat is het eerste wat mij opvalt. Hij spreekt mij vriendelijk als altijd aan: „En? Laat jij je vaccineren?”

„Die spuit gaat er zo snel mogelijk in”, antwoord ik. „En jij?”

Hij grijnst en zegt: „Softenon. Daar denk ik aan. Dus mij niet gezien.”

We vervolgen allebei onze weg, hij richting het dorp, ik de helling af richting het strand. Dankzij dit korte dialoogje gaan mijn gedachten langs de vloedlijn een andere kant op dan gepland.

Zoals vaker wilde ik het ochtendritueel waaraan ik mij samen met Bavink zeven dagen per week onderwerp larderen met overpeinzingen aangaande mijn nog te componeren stukje.

Gezien de meest recente ontwikkelingen bij GroenLinks en het FvD was ik van plan om de teksten van de Internationale en het Horst Wessel-lied hier en daar te herschrijven. Maar verder dan „De wereld steunt op nieuwe krachten, het salafisme heeft ons aangeraakt” en „Spoedig wapp’ren de Forum-vaandels over alle straten” kom ik niet. Het gesprekje met de man, die tot een risicogroep behoort, blijft mijn gedachten interrumperen, en niet slechts omdat zijn vergelijking met de Softenon-affaire ongelukkig is (er zijn te veel, te grote verschillen).

Waar hij bepaald niet alleen in staat is zijn Covid-19 vaccinweigering, die nog actueler is geworden nu AstraZeneca zichzelf heeft geopenbaard als de derde farmareus die de testfase succesvol afrondde. Ik spreek zelfs zoveel mensen zonder enige know how die grote aarzelingen hebben, dat ik mij zo langzamerhand begin af te vragen of de soms wel heel irritante eigengereidheid van het Nederlandse volk – plus het grenzeloze egoïsme: je neemt dat vaccin niet alleen om jezelf te beschermen – ook in dit verband geen probleem dreigt te worden.

Overtuigend is van bevoegde zijde uitgelegd dat de vaccins óók zo snel op de nota bene zwaar bewaakte markt konden worden geïntroduceerd omdat de ontwikkelaars in staat waren zo ongeveer halverwege (!) in te stappen bij onderzoeken naar eerdere, soortgelijke virussen. Veel tijdrovend werk was al verricht, grote veiligheidshindernissen waren al genomen, nieuwe technieken konden bovendien worden toegepast. „Ik heb de ingrediënten gegoogeld en wens degenen die het vaccin wél nemen nu veel succes”, durfde een opiniemaakster desondanks te twitteren.

Zucht.

Half uurtje googelen en huppekee: standpunt ingenomen dat lijnrecht tegenover dat van wetenschappers staat die er tien jaar voor hebben gestudeerd en bovendien voortdurend ideeën met elkaar uitwisselen.

En dat draagt mevrouw dan nog uit ook, in al haar pedanterie.

Over typisch Hollandse betweterigheid gesproken.

Is een vaccinatieplicht voor reizigers wellicht een effectvolle, alsmede wettelijk toegestane optie? Het Australische Qantas stelt die eis al, andere vliegmaatschappijen overwegen het in hun voorwaarden op te nemen, een eveneens weigerachtige vriendin die een tweede huis in de Algarve heeft liet mij al weten dat zij zichzelf in dat geval wél zou laten inenten.

Die vraag houdt mij óók bezig, hier op het uiterste randje van het Europese vasteland.

In elk geval lees ik hoopvolle verhalen. In Duitsland willen ze in half december al beginnen, in Spanje wordt een gigantisch vaccinatieprogramma op touw gezet dat het volk binnen een half jaar van het coronavirus moet afhelpen. Die landen hebben veel meer inwoners dan Nederland. En wat zeggen ze hier? Dat het minstens een jaar gaat duren.

Ik weet het niet, hoor.

Is dit nu falen of realiteitsbesef?

Als ik de strandopgang verlaat bedenk dat ik dat de man met de staffordshireterriër er vast nog wel een andere typering voor heeft.


26 november 2020
Ik snik met lieve Khadija mee

Hoe nu de beschamende FvD-chaos te duiden? Met die vraag in mijn achterhoofd trachtte ik een ontmoeting met mr. Theo te arrangeren, waarbij ik mijn appje vergezeld liet gaan van een verwijzing naar een krankzinnig Grunberg-stukje over 'etnische Forum-zuiveringen'.

“Zolang deze heisa al duurt reageer ik op FvD-kwesties alleen via interne kanalen”, antwoordde hij even later. “Het ijdel vertoon van anderen in de media is mij een gruwel. De zelfverheven morele uitkijkpost AG (Arnon Grunberg, red.) kan me helemaal de boom in.”

Zeker, morgen kan alles weer anders zijn. Wat zeg ik? Dat kan binnen vijf minuten in dit wel heel speciale geval. Als bewijs draag ik aan dat Thierry Baudet, alleen al terwijl ik dit stukje zit te tikken, achtereenvolgens toch-weer-niet-kandidaat-lijsttrekker is geweest, toch-weer-wel-bestuurslid, toch-weer-wel-kandidaat-lijsttrekker en toch-weer-niet-bestuurslid, plus nog het een en ander.

Hoe dan ook is Theo Hiddema weg.

Zullen we hem terugzien?

Ik was erbij toen hij de schrijfster van de bombrief die het Forum voor Democratie deed exploderen voor het eerst ontwaarde. De partij bestond nog niet, amice Hiddema en amica Nanninga bekleedden nog hun oorspronkelijke functies. De maître en ik behoorden tot een borrelend gezelschap op de stoep van De Balie. En daar, vanuit het tweeduuster, voegde zich plots in al haar voluptueuze pracht en praal Annabel bij de misjpoge. Mr. Theo keek minzaam toe terwijl het allemaal voorbijwiegde en zei: “Is die mevrouw van de opera?”

Later leerden de twee elkaar beter kennen, en hoe. En nu spelen ze allebei een hoofdrol in een zelfvernietigingsspektakel waarvoor maar één man verantwoordelijk is: de steeds dwazer opererende oprichter himself, met z’n gebrek aan (zelf)controle en malle theorieën, die wel tot een paleiscoup móesten leiden. Er is een ineenstorting bewerkstelligd, vergeleken waarbij zelfs de LPF-teloorgang niets voorstelt. De sloten van het FvD-partijbureau zijn al vervangen, er wordt over en weer over bruinhemden, bitchfights, karaktermoord en trials by media gesproken alsof het niks is, in het bestuur zetten ze momenteel elkáár af, enzovoorts.

Zonder mr. Theo, inmiddels.

Ik pak de hand van ‘lieve Khadija’ en snik mee, net als zij overigens alleen om die reden.

Zou mr. Theo destijds ook op de uitnodiging van Thierry Baudet zijn ingegaan als zijn Gerrie nog had geleefd?

Ik herinner mij haar invloed op hem en betwijfel het daarom vanaf dag 1. Maar één ding staat voor mij vast, bijna vier jaar verder: met zijn vertrek is de Haagse politiek weer net zo grijs geworden als voorheen. Zijn gevoel voor humor en stijl zal ik missen, net als zijn loyaliteit, zijn joie de vivre en niet te vergeten zijn welbespraaktheid, getuige ook de tekst van zijn afscheidsbrief aan Khadija Arib, met wie hij een band had.

Ik had hem die complimenten ook gegund als hij ultra-links was geweest.

Hoe nu de beschamende FvD-chaos te duiden?

Eigenlijk wil ik het maar van één man horen.


28 november 2020
Lang leve de loser!

De lezer heeft vast weleens van de Dappere Dodo Erepenning gehoord. De onderscheiding werd door het Pezewever Instituut voor Registratie van Hoofdstedelijk Falen in het leven geroepen.

Welnu, ik ben voorzitter voor het leven van die club en het is met het grootste plezier dat ik uit hoofde van die functie kan aankondigen dat de penning ditmaal wordt uitgereikt aan Rosewood Hotels & Resorts.

Onverschrokken helden, de mensen van deze luxe hotelketen. Vergeet niet dat de Stopera de vergunning voor de bouw van hun hotel met tegenzin verstrekte. Ze moesten wel: het vorige college had zijn fiat gegeven. Waarna men vanzelfsprekend, ter ontmoediging, tal van ambtelijke restricties oplegde. Dat de hotelgroep die grenzeloze haat jarenlang naast zich neerlegde is bewonderenswaardig. Ze hebben zelfs al gewonnen: het hotel wordt momenteel aan de Prinsengracht gerealiseerd. En dat terwijl, waar Eberhard van der Laan Amsterdam nog een stad voor shabby & chic noemde, Kim-Jong-Fem en haar Pyongyang-gevolg die tweede typering gewoon hebben geschrapt.

Lang leve de loser!

Dat is het motto van Amsterdam.

Ik citeer de krant der kranten: „Amsterdam trok voor de vrijwillige opvang van 255 illegalen in totaal 3,27 miljoen euro uit. Een der doelen was vrijwillige terugkeer. Geen enkele vreemdeling keerde terug, concludeert GL-wethouder Rutger Groot Wassink.”

Geen enkele!

One down, zou je denken.

In Amsterdam, echter, kan een bestuurder 3,27 miljoen straffeloos door de plee trekken. De kades storten in, honderden winkels en horecazaken dreigen om te vallen, het centrum oogt als een vuilnisbelt, de stad zelf is technisch failliet. Maar als voorman van een structureel zemelknopende groene gnomenpartij die landelijk al opzien baart met het lanceren van een vooraanstaand lid van een salafistische club als Kamerkandidaat, iets wat voor een groot deel van de pers in tegenstelling tot het FvD-gelazer klein bier is, kan meneer Groot Wassink zijn oogklephobby’s glashard blijven financieren.

En als ze mislukken?

Jammer dan, op naar het volgende idiote project, zoals, serieus: een verhoging van de volkstuintjeshuur tot 764 procent, want als er geplukt moet worden pak je uiteraard niet alleen die patserige hotels aan, maar bestraf je óók het eenvoudige Carmiggelt-mannetje dat de linkse maatschappelijke contreien allang vol walging de rug heeft toegekeerd.

O, o, Amsterdam. De kamerbezetting in de vijfsterrenhotels is momenteel nog geen tien procent. Toch ondervinden de hoteliers nog steeds op alle mogelijke manieren tegenwerking van de gemeente, nu weer – ook dit verzin ik niet – met een beperking van de kerstverlichting, ingaande volgend jaar, want te veel uitbundigheid, tut-tut-tut, dat moeten we niet willen met z’n allen.

Gezien, waar het Rosewood komt?

In dat schitterende, voormalige Paleis van Justitie, in de zeventiende eeuw als onderdak voor de armste weeskinderen gebouwd als het Aalmoezeniersweeshuis. Ondanks alle lokale oppositie, ondanks alle gemeentelijke verachting, wordt het een juweeltje.

Bravo, zeg ik namens het Pezewever Instituut.

Binnenkort hang ik de Dappere Dodo Erepenning alvast aan de muur.