Waar ben je nou, God? Juist omdat-ie aan de lippen van een diepgelovige man ontsnapte, raakte die wanhoopskreet mijn ongelovige ziel. Urker visser Jan de Boer slaakte ’m. De godvrezende schipper van de UK-197 heeft steeds meer moeite met de beproevingen die hij, op aarde gezet om te lijden, dient te ondergaan. Hij vond in verslaggever/domineeszoon Wierd Duk iemand die zijn klaagzang begripvol noteerde.

Hoe vaak zal de vraag in de loop der eeuwen niet zijn gesteld binnen radeloze Nederlandse vissersgezinnen? Ik woon in een kustdorp dat het vroeger vooral van de visserij moest hebben en alleen al tussen 1914 en 1920 119 mannen aan de zee moest prijsgeven. God werd - en wordt - er niet zoals op Urk aanbeden: sinds de achttiende eeuw bezoekt men in Egmond met name de Oud-Katholieke kerk. Maar als er weer eens lokale vissers ‘op zee waren gebleven’ viel het hun nabestaanden, zo weet ik uit de overlevering, zwaar om op hun geloof te blijven vertrouwen.

Waar ben je nou, God?

Zo begrijpelijk, die vertwijfeling.

Ook omdat ik telg ben van een familie van vishandelaren, doet het mij pijn te moeten aanzien dat de vissers net als de boeren de nek wordt omgedraaid. Nog niet eens zo lang geleden bepaalden zij een groot deel van onze cultuur. Niet voor niets was Jan de Hartog (Schipper naast God, Hollands Glorie, Herinneringen van een bramzijgertje) hier zo populair. En nu wordt ook de maatschappelijke rol van de visserij snoeihard geminimaliseerd door de kille, uitbundig beoogklepte, veelal randstedelijke beleidsbepalers van de Haagse en Brusselse politiek.

Dan kun je bidden tot je een ons weegt, maar dat gaat echt niet meer helpen

In de ban van een utopische toekomst die nuchter beschouwd onbereikbaar zal blijven zolang de grootmachten blijven weigeren om óók zevenmijlslaarzen aan te trekken (typerende uitspraak van Xi Ping deze week: „Wij zullen steenkool schoner en efficiënter gaan gebruiken”), dwingt het hedendaagse polderlandse en Europese establishment de vissers ijskoud tot saneringen zonder weerga. Voorbeeld: van de vloot van veertig boomkorkotters die tot voor kort in de Duitse Bocht visten, zijn er als gevolg van dat beleid - de betweters zijn ook verantwoordelijk voor de aanleg van al die tot nu toe onrendabele windmolens op die plek, waar de vissers onoverkomelijke problemen mee hebben - nog vijf of zes over. Verder is de diesel dermate duur geworden, dat Jan de Boer vreest dat 90 procent van de vloot de kerst niet eens haalt.

Dan kun je bidden tot je een ons weegt („Eerst komen we bij elkaar in de kombuis en lezen een stukje uit de Bijbel”), maar dat gaat niet meer helpen, zeker wanneer je beseft dat de hoge heren zich stiekem verkneukelen over het feit dat ze dankzij deze hoge brandstofprijzen automatisch verlost zullen raken van wat in hun vertroebelde ogen een groot probleem is.

Ik stond van de week bij het Maritiem Centrum van Egmond aan Zee. Daar hangen portretten van 30 van de 119 mannen die tussen 1914 en 1920 door de golven werden verzwolgen. Ik zag harde, stoere koppen. Hun achternamen kom je ook in het huidige Egmondse telefoonboek nog veelvuldig tegen. Net als Jan de Boer nu, vroegen hun naasten zich het, ten einde raad, óók regelmatig af: waar ben je nou, God?

Tijd dat Hij een keertje thuis geeft.

Mijn Telegraaf-stukjes worden enkele dagen na publicatie op dit blog geplaatst. Abonneer je op de krant wanneer je ze direct wil lezen. Klik op het logo voor meer info.