Eerst even oom Blaas in Ruischendegat (Z.) gebeld. “Oom Blaas!” zeg ik. “De vier grote steden willen van Keti Koti een nationale feestdag maken!” Dat werd dus een lang gesprek. Oom Blaas had namelijk geen idee wat Keti Koti was en volgens mij heeft-ie dat nog steeds niet.

Vervolgens probeerde ik het bij tante Geesje in Lattrop-Breklenkamp (O.). “Tante Geesje!” zeg ik. “De vier grote steden willen van Keti Koti een nationale feestdag maken!” Haar reactie getuigde eveneens van verbazing. “Wat heeft Kees van Kooten in vredesnaam met Almelo te maken!?” riep zij.

Zo ging het dus ook bij de andere mensen bij wie ik de meningen aangaande dit onderwerp peilde, onder wie uiteraard drs. ir. Ignace Dorsvlegel in Hellebeuk (L.), een intieme vriend die mij al meerdere malen uit de brand hielp wanneer ik verhelderend commentaar op potsierlijk randstedelijk deuggedoe behoefde. Zelfs op zijn expertise kon ik ditmaal helaas niet bouwen. De onbedaarlijke aanval van de slappe lach die hem overviel kreeg hij maar niet onder controle.

Ik vergis mij overigens niet, lezer. De vier grote steden willen van Keti Koti, op 1 juli, werkelijk een nationale feestdag maken. Uiteraard onder aanvoering van Rutger Groot Wassink, wiens hang naar zelfkastijding nu toch echt zorgwekkende vormen begint aan te nemen, pleiten wethouders van Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht er in een brief aan de Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken voor.

Yo, Rut! Mag ik je erop wijzen dat Nederland ook nog 15 miljoen andere inwoners heeft?

“Met deze nationale feestdag willen de wethouders bewerkstelligen dat Nederland jaarlijks stilstaat bij het Nederlandse slavernijverleden”, las ik in de Volkskrant. “Door te gedenken legt de samenleving verantwoordelijkheid af, maar committeert zij zich ook aan een samenleving en een toekomst waarin geen ruimte is voor racisme en kansenongelijkheid.”

Nogmaals: dit is serieus.

Op 5 mei, wanneer een ook in Nederland alles en iedereen vernietigende oorlog die nog maar 76 jaar geleden ten einde kwam wordt herdacht, krijgen we één keer in de vijf jaar vrij en moeten we tegenwoordig bovendien de slachtoffers van andere conflicten herdenken. Maar van Keti Koti, waarin de slavernij centraal staat die in Nederland officieel al in 1863, dus liefst 158 jaar geleden werd afgeschaft, moet per se een nieuwe nationale feestdag worden gemaakt.

Met uw welnemen wend ik mij nu tot de wethouder van Amsterdam.

Yo, Rut! Alles kits, ouwe flagellant van me? Ik heb zojuist m’n rekenmachine-app geopend en de inwonersaantallen van jouw stad (880.000), Rotterdam (660.000), Den Haag (550.000) en Utrecht (360.000) bij elkaar opgeteld. Naar boven afgerond kom je dan op 2,5 miljoen. Mag ik je erop wijzen dat Nederland ook nog liefst 15 miljoen andere inwoners heeft? Zou je daarom voortaan een toontje lager willen janken?

Oom Blaas belde mij trouwens net terug.

Op 17 juli a.s. is de Folkloristische Dag van IJzendijke, vertelde hij.

Of dat misschien óók iets voor een nationale feestdag was.

Mijn Telegraaf-stukjes worden enkele dagen na publicatie op dit blog geplaatst. Abonneer je op de krant wanneer je ze direct wil lezen. Klik op het logo voor meer info.