Begrijp het nou, jongens, dat van Ferd. Dag in dag uit wordt die arme kerel stiekem door z’n schoonmoeder geappt. “Hai, lekker ding van me, het lukt mij maar niet om jou uit mijn hoofd te zetten sinds je mij op je huwelijksdag zo innig omhelsde. Geheel in strijd met de coronabeperkingen, nota bene! Dat was lef hebben. En het smaakt naar meer! Wanneer gaan wij eindelijk samen stappen?”

Probeer dat maar eens te weerstaan.

Hup, de kroegen open!

Ferdinand Grapperhaus stelde het ineens voor.

Ja, sorry hoor, de T is nu eenmaal de T. Ferd heeft dat zelf op een legendarisch moment naar Femke geappt, u weet wel: het Amsterdamse Driehoekshoofd dat onlangs, zo ongeveer op het moment dat een misbaksel in de Pijp dusdanig met een mes liep te zwaaien dat één onschuldige persoon de dood vond en vier anderen gewond raakten, in een brief aan de Amsterdamse gemeenteraad liet weten dat tegemoet zou worden gekomen aan hun wens om het aantal fouilleeracties in de stad te beperken. Een verwarde man noemen ze zo’n moorddadige idioot tegenwoordig en het wordt volgens mij helemáál link als er ook nog eens een verwarde burgemeester boven staat.

Ergens snap ik het wel, trouwens.

Ik keek van de week toevallig weer eens naar Opsporing Verzocht en dacht: als je etnisch profileren per se wilt voorkomen, is er inderdaad slechts één manier: stoppen met handhaven.

Ferd er óók nog bij? Dat nooit! De man loopt soms op gympies!

Benieuwd hoe dit wordt opgelost. Ferd krabbelde al een beetje terug door te verklaren dat er wat hem betreft, om de anderhalvemetersamenleving zoveel mogelijk in stand te houden, géén EK-wedstrijden in de cafés zouden kunnen worden bekeken, hetgeen op zich overigens niet zo vreemd is: als je in een intiem hoekje van een kroeg je schoonmoeder wilt knuffelen, heb je liever geen tientallen lallende voetbalsupporters in je directe nabijheid.

Wat wordt het?

De terrasoplossing?

Dat was by far de meest kolderieke versoepeling ooit. Ik zal het gezicht van Mark Rutte, toen hij haar aankondigde, nooit vergeten. “De terrassen mogen om zes uur ‘s ochtends open”, verklaarde hij bloedserieus. Alsof ook maar één polderlander op dat tijdstip gezellig een terrasje opzoekt. Ik heb zomaar het vermoeden dat hij héél lang met Jort Kelder heeft geoefend voordat hij dat zonder de slappe lach te krijgen over zijn lippen kreeg.

Mag Hugo het ditmaal zelf zeggen?

“De cafés mogen om zes uur ‘s ochtends open.”

Ik ken veel tot op het bot getergde kroegbazen en heb daarom een tip voor Hugo: snel onderduiken, in dat geval.

Mijn Telegraaf-stukjes worden enkele dagen na publicatie op dit blog geplaatst. Abonneer je op de krant wanneer je ze direct wil lezen. Klik op logo voor meer info.